vrijdag 7 maart 2014

Nederland: Klaar om op pad te gaan

Zaltbommel

De afgelopen week is voor ons vreemd verlopen. Om de een of andere mysterieuze reden hebben we de carnaval overgeslagen. Daar heb ik dus maar een paar foto’s van!

Na een nacht als een blok te hebben geslapen, met toch nog een snufje jetlag, was donderdag meteen een heel drukke dag. Mijn voeten voelden aan alsof ze de nacht in een middeleeuws martelwerktuig hadden doorgebracht en dat was meteen de belangrijkste reden dat we naar Den Bosch gingen. Natuurlijk hadden we nog meer in Den Bosch te doen maar nieuwe schoenen was de belangrijkste reden op de voet gevolgd door een bezoek aan de IND.
Het verlengen van de verblijfsvergunning leek me een omslachtig proces. Op het internet had ik al de formulieren bekeken en daarbij  was de moed me in de schoenen gezakt. Een eindeloze stapel formulieren met de meest moeilijke vragen. Laat maar, we gaan wel naar Den Bosch. Eenmaal binnen bij de IND vielen me twee dingen meteen op, het was heel rustig in het kantoor en de koffie uit de automaat is gratis.
We zijn dus meteen aan de beurt en we vallen met de neus in de boter. De medewerker van de IND wil ons ter plekke helpen met het invullen van de benodigde formulieren, het is toch niet druk. De eindeloze stapel uit mijn gedachten wordt voor onze ogen aan het loket gereduceerd tot drie formulieren. Dat schiet op!
De eerste vraag is meteen de belangrijkste: ‘Zijn er belangrijke veranderingen opgetreden sinds de vorige verblijfsvergunning is afgegeven?’
Een volmondig en dubbel ‘Nee!’ is het antwoord van ons beide.
We moeten zelf enkele gegevens invullen, ondertekenen en onze paspoorten laten zien. En dat was het! We krijgen een bewijs dat we de aanvraag hebben ingediend en er moet nog een nieuw biometrisch profiel van Lyka worden aangemaakt. Binnen een half uur staan we weer buiten in de zonnige kou en zijn opgelucht dat het zo gemakkelijk is gegaan. Een high five en snel verder, het is best fris wanneer je twee dagen geleden nog in de tropische temperaturen verbleef.
Na de schoenen, bezoek aan de Indische Toko en een telefoonwinkel kunnen we weer naar huis. Mijn nieuwe schoenen voelen goed aan en de slechte schoenen zijn bij Scapino achtergebleven omdat ik daar nog tien euro voor terug kreeg.

Dat van de carnaval was vreemd! Ik had geen zin, Lyka had geen zin, en dat was meteen het einde van dit volksfeest voor ons. Na veertien jaar geen carnaval te hebben gezien ben ik bang dat ik dat punt nu voorgoed ben gepasseerd. Volgend jaar naar het warmere zuiden!

Maandag stond in het teken van het ophalen van de camper uit de winteropslag. En dat was gelukkig een positieve ervaring! Martin haalde me net na middag op, hij was redelijk opgedroogd van de carnaval, en eenmaal in de opslag startte de motor, na enkele onwennige omwentelingen, zonder problemen. Goed warm laten lopen en een stukje omrijden om alles goed door te smeren en op te warmen. Er zongen wel wat onwennige mechanische geluiden door de cabine maar dat is normaal na zes maanden stil te hebben gestaan. Terwijl ik door een miezerige regen door de Bommelerwaard reed kreeg ik langzaam het campergevoel terug. Ik hoop echt dat we een prima tijd tegemoet kunnen zien met ons oude Fordtje!

Dinsdag werd het klussen! Enkele provisorisch gerepareerde problemen werden vandaag goed en degelijk gerepareerd en/of gemodificeerd. De kapotte boiler is vorig jaar uit de camper gehaald en Lyka en ik bespreken nog steeds of we een warmwater voorziening nodig hebben. Lyka vindt van wel maar ik ben er nog niet zo zeker van. Een boiler op gas kost meer dan 10% van de aanschafprijs van de camper! Dus dat zie ik niet zo zitten, dat geld kan ik beter voor een grotere huishoudaccu gebruiken. Een elektrische boiler is veel goedkoper maar die werkt alleen maar wanneer je aan een elektriciteitspaal op een camperplaats kan staan. Tijdens het wild parkeren zal je daar geen warm water van hebben. We blijven hierover nadenken!

Woensdag kwamen de bestelde LPG gasdampflessen van Witkamp aan. Gelijk in de camper naar een benzinestation om de flessen met LPG te vullen. Zeventien kilo in twee flessen voor nog geen € 26,-, de flessen mogen de eerste keer niet helemaal gevuld worden i.v.m. het bevriezen van de 80% klep in de gasfles.
Dat is toch wel anders dan € 35,- voor een vulling van elf kilo propaan! Een fles werd meteen aangekoppeld in de caravan en de andere ging in de wacht voor morgen. De woensdag was omgevlogen en het werd buiten al donker.

Donderdag bezocht ik “de Schutskooi” in Kerkdriel voor onderdelen om de LPG fles in de camper aan te sluiten. In die winkel was alles te vinden wat ik nu direct nodig heb en ook veel spullen die ik later wel kan gebruiken. Maar eerst die gasfles aansluiten!
In een ver verleden ben ik ook nog een blauwe maandag loodgieter geweest dus dat met dat gas ging wel. Natuurlijk was er wat angst dat er lekkage zou kunnen zijn maar gezond verstand en secuur werken voorkomt veel problemen.
Met enige trots controleer ik voor de laatste keer mijn werk en koppel ik de gasfles aan, de kraan van de gasfles wordt geopend en het gas stroomt voor het eerst uit de stalen tank de gasleiding in. Geen gaslucht en geen gesis waar ik ongerust van zou moeten worden. De andere twee veiligheidskranen gaan open, veiligheid boven alles, en nog steeds lijkt alles in orde. Klik, klik, klik, druk ik op de ontsteking en in de kachel komt de waakvlam tot leven, ik hoor het gas door de sproeier stromen.
Met een zachte plof geeft de waakvlam het vuur door aan de brander. Het geluid wordt sterker en de warmte stijgt op uit de kachel, ik ben blij dat het allemaal goed gaat. Toch wil ik de kachel later nog laten controleren omdat de thermostaat volgens mij niet goed werkt, maar dat is voor later. Ook de branders van het fornuis werken prima dus het hoofdstuk gas lijkt goed te werken. Vanavond laat ik de kachel in de camper aan want ik ben benieuwd wat de temperatuur na zo’n koude nacht in de camper is.

Vrijdag ben ik al erg vroeg wakker. Door de kou en onder een staalblauwe lucht loop ik naar de camper om de kachel te controleren. De camper is niet afgebrand en dat is een goed teken. Binnen is het heerlijk warm en de thermometer geeft 25 graden aan, buiten is het 4 graden! Dat werkt dus perfect en tijdens het voorjaar zullen we niet omkomen van de kou. In de ruimte waar de gasfles staat is het ijskoud! Het verdampen van het gas neemt warmte weg uit de omgeving van de gasfles. Maar belangrijker is dat ik geen gas ruik! Toch wil ik volgende week nog even een professional de installatie laten besnuffelen om er echt zeker van te zijn dat alles in orde is.
De camper en wij zijn klaar om dit weekend een korte rit te maken om eens echt te proberen hoe het is, en om wat het inhoud, om met een camper onderweg te zijn. Vanzelfsprekend kunnen jullie onze verhalen en ervaringen op “Travels and Troubles” lezen.

woensdag 26 februari 2014

Nederland: We zijn weer thuis

Zaltbommel

Toen Lyka en ik, op acht oktober van het vorige jaar, op het station van Zaltbommel op de trein naar Schiphol zaten te wachten had ik al een voorgevoel dat dit voorlopig de laatste keer zou zijn. Het reizen zou aan een einde zijn gekomen en een ander, nieuw en misschien wel beter, leven zou ervoor in de plaats komen.
Lyka slaagde in februari 2013 voor haar examen inburgering in Bangkok en toen ze twee maanden later haar Nederlandse verblijfsvergunning kreeg lag het voor de hand dat onze toekomst in Nederland ligt. Het is niet dat we stoppen met reizen, ik hoop dat we een beetje geluk hebben met de camper, maar het reizen gaat wel veranderen. Niet meer zo ver en exotisch maar dichterbij huis. Het zal ook wel heel erg mooi zijn om met Lyka langs bekende en onbekende plaatsen in Europa te reizen!

We hadden al snel ons plaatsje gevonden in het vliegtuig en bij de eerste controle voor de veiligheidsgordels vroeg ik de stewardess of ze misschien een snack voor me had in verband met mijn diabetes. Dat wachten in de file had onze tijd op de luchthaven dusdanig ingekort dat ik niets had kunnen eten. Het was acht uur geleden dat ik voor het laatst wat had gegeten. Zoals ik verwachtte van Etihad was dat geen probleem en toen de stewardess voor de tweede keer langs kwam om de veiligheidsgordels te controleren kreeg ik een klein pakketje met drie sandwiches toegestopt met een bekertje water. Dat was genoeg om me in leven te houden en mijn bloedsuikerspiegel te verhogen.
Het gebrek aan suiker in mijn bloed maakt me prikkelbaar en ook mijn geheugen werkt dan niet goed meer. Maar ik kon me wel het stel herinneren die beide asociaal dwars over de stoelen in de wachtruimte lagen en daardoor moesten veel passagiers omlopen. Ik liet het maar voor wat het was maar toen onze ogen elkaar vonden begreep de man al snel dat ik hun verachtte om deze houding. En laat het nu precies die twee versleten hippies met slechte manieren zijn die achter ons zouden zitten. Ik had de klep van het bagage compartiment boven mijn hoofd al dichtgedaan als teken dat het compartiment vol was. Eigenlijk was alles zo kort voor het vertrek, ze kwamen als allerlaatste demonstratief de cabine binnen gesloft, al vol.
De man met het groezelige baardje en korte paardenstaartje opende de klep boven mijn hoofd. Ik stond op om hem behulpzaam te zijn en vertelde hem dat het compartiment vol was. Daar leek hij geen genoegen mee te nemen. Dus ik vertel hem netjes dat er in Lyka’s rugzak erg breekbaar special gebak uit de Filippijnen zit dat erg breekbaar is. Zijn antwoord dat hij daar geen moer mee te maken had schoot meteen in mijn verkeerde keelgat. Het dialect van zijn antwoord in het engels verraadde dat hij uit Duitsland kwam waarna ik meteen in mijn Duits overschakelde wat een verbaasde blik op zijn gezicht, en een moment uit balans, bracht.
De omgeving in de cabine van het vliegtuig had ons probleem ondertussen opgemerkt waarna we een flink publiek hadden die vol verwachting zaten te wachten wat er nu zou gaan gebeuren. Wachten is nooit leuk en elke afleiding is welkom. We trokken wat heen en weer aan elkaar en precies op het moment dat hij zijn armen omhoog had, net als ik overigens, en iedereen in de cabine dat goed kon zien, gaf ik hem een elleboogstoot op zijn ribbenkast. En dat was meteen het einde van ons geschil! Een steward, die waarschijnlijk de hele voorstelling van een afstand had gevolgd, verscheen op het toneel en verplaatste de bagage van de aangeslagen Duitser naar een ander compartiment enkele rijen verder naar voren.
Maar dat was nog niet alles, hij wilde meer! Hij wilde me uitlokken!
‘Dat jouw vrouw dat toelaat!’, siste hij me verbolgen toe.
‘Dat is geen probleem’, antwoordde ik, ‘wanneer onze kinderen in de wachtkamer zouden gaan liggen zoals U met uw vriendin daar juist hebben gelegen zou mijn vrouw ze een flink pak slaag geven want zo zijn wij niet opgevoed!’
Alles in goed verstaanbaar Duits en luid genoeg om de omgeving mee te laten genieten van het tweede deel van deze klucht. Mijn opmerkingen kregen bijval in de vorm van brede glimlachen op de gezichten van veel passagiers om ons heen, enkelen hadden willen applaudisseren maar hielden zich zichtbaar in. De aangeslagen Duitser had zelf meer bijval verwacht van zijn landgenoten maar het door gebrek daar aan zeeg hij snel neer in zijn stoel en begon geïrriteerd in het Tax-Free magazine te lezen.
Zelf had ik nog een deel drie te gaan. Ik wilde nog even aan de steward uitleggen wat er precies was gebeurd. De toelichting bleek niet nodig, hij had ook gezien wat er was gebeurd en hoewel hij mijn optreden officieel niet kon goedkeuren was hij het er duidelijk wel mee eens. De enkele woorden Arabisch die ik machtig ben hebben me waarschijnlijk daarbij ook geholpen.
Deel vier was eigenlijk nog de mooiste en die bracht het publiek haast op de stoelen! Openlijk je excuses aanbieden terwijl je niet fout was. Politiek op zijn smalst om de laatste twijfelaars over de streep te brengen. Ik verontschuldigde me uitgebreid, en onderdanig, in haast foutloos Duits. Enkele malen achter elkaar maar mijn verontschuldigingen werden door de, van woede kokende Duitser, niet geaccepteerd. Vriendelijke en goedkeurende gezichten keken me van alle kanten aan. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit zoiets in een vliegtuig heb meegemaakt, laat staan dat ik een hoofdrol in een klucht vervulde.
Vliegtuigeten, je kan ervan zeggen wat je wil, de ene haat het en de ander zit verlekkerd naar de restjes op het dienblad van de passagier naast hem te kijken. Persoonlijk heb ik zeer slecht, British Airways, en zeer goed, Cathay Pacific, meegemaakt en alles er tussen in, maar over het algemeen is het van redelijke kwaliteit.

Het ontbijt dat we kregen was niet slecht. Gewoon een fabrieksomelet, een knakworstje met wat fruit, een blokje kaas en een klein wit bolletje. Een vliegtuig mag dan wel groot zijn maar eigenlijk is het als koken in een vouwwagen op de camping. Ik vond het prima en het was voldoende om de tijd op de Luchthaven van Abu Dhabi door te komen.
Daar ging het deze keer beter dan op de heenreis. Er waren maar weinig rijen bij de röntgenkasten om de bagage te controleren en hoewel we weer met een bus naar de terminal werden gereden waren we deze keer veel dichter bij terminal 3 waarvan ons vliegtuig naar Amsterdam zou vertrekken. Gelukkig vonden we deze keer snel een stoel om te genieten van een koffie en een uit het vliegtuig meegenomen chocolademuffin.
En wie komt daar langs gelopen? Ik kan mijn ogen niet geloven! Een legende, een levende legende die naar het voetbal trainersvak is overgestapt. Na een moment getwijfeld te hebben vraag ik hem in het Nederlands, dat hij ongetwijfeld niet vergeten is, of hij samen met me op de foto wil. Da’s geen probleem!
‘Zondag AJAX -Feyenoord?’, vraagt hij.
‘Feyenoord - AJAX!’, verbeter ik hem.
‘Wel winnen!’, zegt hij met een brede glimlach.
Ik neem weer plaats en geef hem de privacy die hem toekomt.

Michael Laudrup, een voetbal legende die maar een jaar in Amsterdam heeft gespeeld.

We zoeken de vertrekruimte naar ons vliegtuig weer op voor de etappe van Abi Dhabi naar Amsterdam dat, wegens een probleem met een KLM vlucht twaalf uur eerder, afgeladen vol is. Het is een probleemloze vlucht die zoals elke vlucht onderbroken wordt door een maaltijd om de tijd te doden.

De rijst met kip is al snel allemaal weg dus nemen we ieder een ander van de overgebleven gerechten. Mijn tortellini met spinazie, en ook Lyka’s rundvlees is van prima kwaliteit en ik moet eerlijk zijn dat rijst ook mijn eerste keuze was. Maar na de eerste hap geniet ik van de tortellini, een gerecht dat niet echt bekend is dus ook niet zo wordt gewaardeerd.

De tijd kruipt langzaam voorbij en onderweg zien we de besneeuwde bergtoppen van de Kaukasus, dat is een teken dat we steeds dichterbij huis en dichterbij de kou komen. Dichterbij het einde van onze reis en dichterbij de carnaval. Dichterbij de camper en dichterbij de lente. Dichterbij onze familie en kennissen. Dichterbij ons nieuwe leven en dichterbij onze gezamelijke toekomst.
Wanneer de gezagvoerder ons via de intercom laat weten dat we de daling naar de luchthaven Schiphol elk moment kunnen gaan inzetten krijg ik weer de zenuwen, en waanbeelden, over koffers die we open moeten gaan maken. Vier kleine koffers en twee rugzakken zijn toch wel erg veel bagage voor twee rugzakartiesten? Ik probeer de negatieve gevoelens zo goed als mogelijk te onderdrukken. Negatieve gedachten zijn slecht en wakkeren een depressie aan, een depressie waar ik ècht niet op zit te wachten!
Het stukje door de slurf en naar de immigratie onderdruk ik in stilte deze gevoelens. Lyka lijkt ook gespannen! Zodra Lyka, zonder ook maar een vreemde vraag en binnen twintig seconden, door de immigratie is vergeet ik al snel de bagage. Ik heb heb namelijk een ander probleem! De simkaart van mijn telefoon werkt niet en daar begrijp ik dus echt niets van! Om eerlijk te zijn begrijp ik al heel weinig meer van al die vreemde systemen in de mobiele telefonie die zijn bedacht om ons het geld uit de zak te kloppen! Maar zonder telefoon kan ik niet met Martin bellen die ons straks komt ophalen.
Het wachten op de bagage duurt zo lang dat ik uiteindelijk maar besluit om een tweede poging met mijn simkaart te wagen. In mijn rode etui zit het zakje “telecom diversen” met daarin een handvol simkaarten uit verschillende landen. De roze kleur van T-mobile valt me meteen op. Waarom heb ik twee van die kaartjes? Heb ik dan de verkeerde in mijn iPhone zitten?
Even verwisselen en ik heb verbinding, ook met Martin die al op weg naar Schiphol is. Met kloppende slapen loop ik zo onopvallend als mogelijk door het groene kanaal van de douane, die hebben het te druk met elkaars problemen om ons te zien. Ik blijf erbij dat een directe vlucht uit Bangkok verdachter is dan een onderbroken vlucht ergens in de Arabische wereld. En wanneer we in de verre toekomst weer eens richting Azië gaan dan vliegen we haast zeker weer met Etihad of met Emirates.

Na een klein halfuurtje wachten in de frisse lucht verschijnt Martin met zijn bus en dat is een groot gemak voor ons. Slepen met bagage, een ieder met drie stuks, daar had ik echt tegenop gekeken om zo in de trein te stappen. Een hartelijke begroeting en we zijn al snel weer op weg. Het is zo gezellig dat Martin de eerste afslag mist en we een eindje moeten omrijden.
Zaltbommel, ons Zaltbommel, kondigt zich al een kilometer of vijf van te voren aan. Over de groene weilanden van Waardenburg zien we in de verte de beroemde toren van Zaltbommel opdoemen. Er is over gezongen en over gedicht, maar het is ons thuis en we zijn bijna thuis.

Na een mooie reis stappen we weer over onze drempel, een rugzak vol met mooie herinneringen en een toekomst, hopelijk, vol met mooie reizen met onze camper.

Dit is dan het laatste verhaal over onze reis naar Azië, maar de carnaval staat voor de deur en later een rondje Nederland dat ik al aan het plannen ben!

dinsdag 25 februari 2014

Nederland: Zit het nu weer tegen?

In het vliegtuig

Om half tien zal de bestelde taxi voor de deur komen. Tijdens de laatste twee uur van ons verblijf ga ik nog een keer door de dozen met daarin de weinig overgebleven persoonlijke bezittingen die geen plaatsje in de koffer hebben kunnen bemachtigen. De weinige spullen die nog over zijn gaan krijgen een plaatsje op de zolder bij een vriend waar ik hoop dat we het daar over een paar jaar nog kunnen vinden. Mij vriend haalt die overgebleven dozen morgen met zijn pick-up truck op.
Een half uur voor de komst van de taxi wordt het tijd om naar beneden te gaan. Ik hou er niet van om mensen te laten wachten. Zelfs niet wanneer het mijn eigen taxichauffeur is. Lyka loopt voorop de trap af en kijkt om, ze roept verbaasd, ‘waarom komt er zoveel vuil van je schoenen?’
Ik kijk ook om en tot mijn grote verbazing zie ik grote zwarte stukken vuil achter me op de stenen trap liggen. Ik ben verbaasd en verward op hetzelfde moment! Ik weet namelijk 100% zeker dat mijn schoenen, toe ik ze een uurtje geleden controleerde, schoon waren. Balancerend met de zware rugzak op mijn rug draai ik me om en raap ik een stuk ter grootte van een sinaasappel part op de trap boven mij en verpulver het tussen mijn draaiende vingers. Het valt uit elkaar als een stuk nat zand dat ik de zon heeft liggen drogen! Mijn leesbril wordt tevoorschijn gehaald en ik onderzoek het zwarte goedje totdat Lyka in de gaten heeft wat er aan de hand is.
‘Kijk naar de zolen van je schoenen!’, zegt ze terwijl ze naar mijn reusachtig grote bergschoenen wijst.
Mijn leesbril verschuift naar de punt van mijn neus en tot mijn grote schrik en verbazing, ik weet niet welk gevoel het sterkst is op dat moment, zie ik de zool van mijn schoen tot op de helft los hangen. Een gevoel van ongeloof maakt zich meester van mij. In een flits zie ik mezelf enkele uren geleden mijn versleten, maar nog steeds redelijk bruikbare, halfhoge wandelschoenen en kapotte sandalen in de vuilnisbak achter het hotel gooien.
Hoe is dit mogelijk? Deze schoenen mogen dan wel een paar jaar oud zijn maar ze zijn haast niet gebruikt! Ze zagen er zelfs nog als nieuw uit toen ik ze uit de doos haalde! Maar eerlijkheid gebied te zeggen dat ik ze de laatste keer in 2009 heb gedragen. 2009? Vijf jaar geleden! Is dat echt alweer zo lang geleden dat ik met Tettje over de hellingen van de Mt Fuji struinde?
Nu sta ik hier een half uur voor ons vertrek naar Nederland op rubber dat met elke stap verder uit elkaar valt. Een slechter begin van te terugreis kan ik me niet voorstellen! Ik kan toch niet op mijn sokken naar Nederland reizen? Er zitten boven nog wel een paar slechte schoenen in een plastic tasje in een van de dozen en dat lijkt zo kort voor ons vertrek mijn enige optie.
Terwijl Lyka de restjes van mijn schoenzolen bijeen veegt snel ik de trap op om in de overgebleven dozen de schoenen te zoeken. Ze zijn snel gevonden en terwijl ik ze aan trek voel ik waarom ik deze schoenen nooit heb gedragen. Het model van deze halfhoge wandelschoenen is gemaakt voor zoogdieren met hoeven. Ze knellen al aan alle kanten  voordat ik de veters strak heb aangetrokken! Als een zombie op glad ijs wankel ik naar de taxi zodra die zich met een korte stoot van zijn toeter heeft aangekondigd. Beter slechte schoen dan geen schoenen.
Door de donkere avond zoeven we over de Motorway Nr 7 richting de luchthaven. Mr. Nob is al jaren mijn vaste taxichauffeur. In het verleden gebruikte ik hem bijna altijd maar sinds hij een keer niet was komen opdagen, een misverstand dat we later uit de wereld hebben geholpen, gebruik ik bij daglicht altijd de grote bus van Bell Travel Service.
‘Hoe laat is je vlucht?’, vraagt Nob.
‘ Half drie vannacht’, antwoord ik terwijl Lyka op de achterbank mee neuriet met een deuntje uit haar iPod.
‘Dan zijn we wel hèèl erg vroeg!’, lacht Nob.
‘Beter te vroeg dan te laat! Ik ben altijd maar graag vroeg op de luchthaven, dan kan er weinig meer mis gaan!’, lach ik hem toe.
Nog geen kwartier later staan we stil op de autosnelweg. In het eerste kwartier rijden we nog wel enkele honderden meter maar daarna staan we ècht stil! De eerste minuten zitten we in alle stilte in de auto te wachten terwijl de airconditioning verkoeling brengt en de LPG gestookte krachtbron onder de motorkap langzaam overhit.
De eerste mensen stappen uit de stilstaande auto’s en proberen in de verte een glimp op te vangen van wat de oorzaak van dit oponthoud kan zijn. De onzekerheid begint ook in mij te kriebelen en ik stap uit. Nog niet echt nerveus maar ik hou hier gewoon niet van! Zover als het oog rijkt zie ik rijen rode achterlichten van vrachtwagens en personenauto’s. Geen enkel rood lampje licht op en dat ik een teken dat er ook niet gereden wordt! Het oplichten van een remlicht in de verte geeft me nog enige hoop die enkele seconden later alweer oplost in de duisternis van een zwoele nacht in de tropen.
Na een half uur ijsberen wordt het me toch echt teveel en ik loop een flink stuk van de auto weg naar richting de voorkant van de file in de hoop om iets te zien wat de oorzaak van dit probleem kan zijn. Enkele honderden meters loop ik voorzichtig tussen de vrachtwagens, minibusjes, taxi’s en personenauto’s door. Bijna elke blanke toerist, die ook op weg is naar de luchthaven klampt me aan om te vragen of ik misschien iets meer weet. Helaas kan ik ze ook geen antwoord geven op hun vragen en de paniek in hun ogen is duidelijk te zien en te voelen. In deze onbeweeglijke file staan zeker honderden toeristen vast die hun vlucht naar huis moeten halen.
Wanneer ik onverrichter zaken weer terug ben bij de taxi van Mr. Nob loopt de spanning en stress in me te hoog op. Als een hogedrukpan blaas ik de opgelopen druk af en kijk nog eens op de kaart van de omgeving van deze snelweg. Mijn besluit is snel genomen! Ik ga lopen, en wel tot de eerste afslag òf de oorzaak van dit oponthoud. Mijn instructies voor Lyka en Mr. Nob waar en wanneer me weer op te pikken zijn duidelijk en begrepen. Deze keer weet ik dat ik niet meer terug zal lopen. Mr. Nob komt naar mij toe.
Het beeld tijdens deze wandeling lijkt hetzelfde maar is voor mijn gevoel toch anders. Verbaasd kijk ik hoe de verschillende mensen met dit oponthoud omgaan. Vanzelfsprekend is het grootste verschil tussen de mensen met haast en de mensen die niets beters te doen hebben. Enkele vrachtwagenchauffeurs hebben de motoren uitgezet en liggen in hun kleine donkere cabine te slapen. De goedkope gekleurde taxi’s die van Pattaya naar de luchthaven rijden zijn anders! De passagiers staan vaak naast de taxi nerveus de ene na de andere sigaret te roken. De chauffeurs van de touringcars die naar de luchthaven moeten staan druk door hun mobile telefoon met het thuisfront te onderhandelen wat ze nu moeten doen. De klok tikt en het noodlot kruipt langzaam als een hoop verslindend monster uit zijn donkere hol.
Stap voor stap loop ik zelfverzekerd naar de kop van de file en de oorzaak van het oponthoud. Op de betonnen muur in het midden van de berm tel ik de blokken van honderd meter, op de kleine kilometerbordjes, die ik heb afgelegd. Na ruim een kilometer meter zie ik in de verte rode en blauwe zwaailichten van de hulpdiensten. Ik loop rustig dichter naar de knipperende lampen toe en in me verdwijnt wat van de stress. Ik krijg het gevoel dat ik weer controle krijg over de situatie. Na een korte blik op mijn horloge weet ik dat het nog niet verloren is.

Zodra ik tussen de laatste twee voertuigen doorstap sta ik oog in oog met het probleem. Een enorme ravage en het lijkt me toch niet geheel onmogelijk om het verkeer op gang te brengen. Een Thaise hulpverlener komt op me af en verteld me in gebroken engels wat er is gebeurd. Een hoge druk waterleiding langs de autosnelweg, van een meter doorsnede die ik ontelbare keren vanuit de bus of taxi heb gezien, is opengescheurd.
Met deze mededeling in mijn achterhoofd zie ik nu de ravage met andere ogen. Het lijkt alsof er een tsunami de binnenlanden van Thailand heeft getroffen! De golf water heeft over een afstand van tweehonderd meter een hele muur en zandwal omver en over de snelweg gespoeld. Blokken beton van meer dan tweeduizend kilo per stuk zijn als blokjes hout over een lengte van enkele honderden meters over de snelweg beland. Ontwortelde bomen en struiken, een laag zand van een halve meter dik. Ik bel direct Mr. Nob dat ik bij het probleem ben en dat ik goede hoop heb dat het wel goed zal komen, wij halen waarschijnlijk ons vliegtuig wel.
De hulpdiensten zijn met man en macht in de weer om de weg weer berijdbaar te maken. Mijn handen jeuken om te helpen maar dat kan natuurlijk niet. Ik moet het werk aan de specialisten overlaten. Mankracht kost weinig in Thailand en is in dit geval  verbazingwekkend effectief. “Vele handen maken licht werk” is hier zeker van toepassing! De bomen en struiken worden door veel mankracht aan de kant gesleept en ik zie de weg voor mijn ogen langzaam leger, schoner en weer berijdbaar worden. Zodra de hoge politieman in zijn bruine uniform met hoge pet op het teken geeft komen de voertuigen weer op gang. Vijf rijbanen, inclusief de vluchtstrook, moeten worden samengevoegd naar een rijstrook. Dat gaat dus nog wel even duren!
De eerste vrachtwagen blaast zijn lucht uit zijn remmen en komt schokkend op gang, een tweede volgt en de ontsnapping is begonnen. Een kort telefoongesprek met Mr. Nob en hij is weer op de hoogte van wat er aan de kop van de file gebeurd. En dan steekt de slechtste eigenschap van de Thai zijn kop op. Bijna elke Thai meent de belangrijkste persoon in het verkeer te zijn en het alleenrecht op voorrang te bezitten wanneer het druk wordt. Na een voertuig of tien rammelt een oude Hino vrachtwagen over een haast nieuwe Honda Jazz heen. Een luid gekraak en stukken plastic vliegen in het rond. De file komt weer tot stilstand.
Ze staan zo een minuut of vijf en er gebeurd verder niets. Niemand onderneemt iets! Ze staan erbij en kijken er naar totdat ik, na een blik op mijn horloge, besluit im zelf maar iets te doen. Ik bonk op de zijruit van de Honda en een verbaasde jongen, die druk met zijn dure smartphone bezig is, kijkt verbaast op. Met een zo autoritair mogelijke blik in mijn ogen en een overduidelijk armgebaar wijs ik naar een vrij stukje weg iets verderop. Het lukt! Ik heb hem overrompeld met mijn gedrag en hij verplaatst zijn personenauto, gevolgd door de oude vrachtwagen, naar de lege plaats om de afhandeling van de aanrijding af te wachten.
Mijn optreden is niet onopgemerkt gebleven. Een man in een te grote oranje overal met rondom reflecterende strepen geeft me een schouderklopje met een enthousiasme dat ik haast denk dat ik zijn ondergeschikte ben. De file komt puffend weer op gang. Voor een minuut of tien althans.

Een tractor is gearriveerd en begint de weg verder van de zware betonblokken vrij de maken, een tweede rijbaan wordt van de ravage ontdaan. Een derde rijbaan komt vrij en de hoge politieman in het bruine uniform geeft het teken dat het verkeer weer kan gaan rijden. Opgelucht bel ik mijn taxi, Mr. Nob klinkt ook opgelucht en het lijkt dat alles nog goed komt, althans voor ons.
Na een minuut of tien zie ik de koplampen van een auto in de file oplichten als teken dat Mr. Nob in aantocht is. Hij vertraagt de snelheid van zijn auto en in een flits neem ik opgelucht plaats in bijrijdersstoel van de langzaam rijdende taxi. We zijn allemaal blij! Mr. Nob voert de snelheid op tot 130 Km/u en opgelucht vliegen we door de zwoele Thaise nacht naar de Suvarnabhumi Airport in Bangkok.
‘Het gaat lukken!’, zegt Mr. Nob met een brede glimlach.
‘Het gaat zeker lukken!’, antwoord ik hem terwijl ik de tijd bereken tot het vertrek van ons vliegtuig.
Anderhalf uur voor het vertrek staan we aan de balie om in te checken. De vier koffers gaan op de band en de cijfers op het kleine rode scherm geven 62,8 Kg aan. Verontschuldigend kijk ik de dame achter de balie aan maar die heeft het te druk met Lyka’s paspoort en verblijfsvergunning. Na een korte toelichting zie ik de labels voor de koffers en de instapkaarten uit de printers komen. Het is gelukt en wij gaan op weg naar huis!
Copyright/Disclaimer