maandag 10 februari 2014

Thailand: Pech onderweg

Bua Yai (Yu en John)

De vijf dagen rust in Pattaya gingen naadloos in elkaar over. We deden ons tegoed aan lekker eten en troffen de eerste voorbereidingen voor de reis naar huis. De eerste dozen zijn bij vrienden onderzocht en uitgezocht. Ons huis in Zaltbommel dat ruim een week geleden nog zo ver weg leek komt nu wel heel snel dichterbij. Wanneer ik dit verhaal schrijf zitten we over twee weken alweer in Nederland en midden in de voorbereidingen voor het carnaval.

Maar eerst nog even Thailand! Op deze maandag hebben we samen de motortocht naar Bua Yai gemaakt om de Honda Phantom weer naar zijn vertrouwde stal te brengen. Het zal wel een aardig tijdje duren voordat we weer in Thailand komen. De motor alleen achterlaten in Pattaya is natuurlijk gekkenwerk en daarom reden we de 416 kilometer naar het huis van Yu en John in Bua Yai.
Het was overigens niet de enige reden. We wilden ook afscheid nemen van onze vrienden waar we altijd een open deur vinden en welkom zijn. Ook werkt een paar dagen op het platteland van de Isaan in Thailand erg verfrissend. Heel veel toeristen komen nooit verder dan de toeristenattracties en de grote steden van Thailand. Een kort verblijf in een dorp op het platteland geeft je een heel ander beeld van dit fascinerende land.

De rit verliep zonder problemen tot ongeveer vijf kilometer voor onze bestemming. Tosti’s voor het ontbijt en een Pad Krapow Moo als lunch. Tijdens de 411 kilometer heb ik ook nog goed kunnen nadenken over van alles en nog wat. Ook de vier weken in de Filippijnen passeerden opnieuw de revue en wanneer ik dan zo om me heen keek viel het ontbreken van duizenden kilometers prikkeldraad me meteen op. Er schijnt ook veel armoede in Thailand te zijn maar zo op het eerste gezicht kun je dat niet zien.

De GPS stuurde ons via alleen lelijke snelwegen richting Khorat en daarna via een alternatieve route, door het binnenland, naar onze bestemming. Op zich niets mis mee maar we waren eigenlijk te laat uit Pattaya vertrokken en de avondschemering was niet zo ver meer weg. Ook de aanblik van een zandweg kon me niet verontrusten. Tijdens de lange rit in november en december had ik tientallen kilometers zo gereden. Maar na ruim elfduizend kilometer in het zadel ging het dan toch, ongeveer vijf kilometer voor ons doel, nog mis!
Tijdens het ontwijken van een van de diepe kuilen verliet de slap hangende versleten ketting het tandwiel aan de achterkant en verloren we alle aandrijving. Na enkele meters stonden we op het zandpad tussen eindeloze rijstvelden stil. Enkele seconden tevoren  had ik tegen, een voorzichtig tegenstribbelende, Lyka nog gezegd dat onze reizen echte avonturen waren. En daar stonden we dan in het midden van niets. Tenminste op het eerste gezicht!

Een roedel schurftige honden kwam al snel, waarschuwend blaffend en grommend, dichterbij gevolgd door een man en vrouw. Verweerde gebruinde gezichten en brede glimlachen waar een handvol tanden ontbraken maar die wel vriendelijkheid en oprechte gastvrijheid uitstraalden. Met mijn kolenthais kom ik in deze hoek van het land niet ver want ook hier wordt een van de duizenden dialecten die Thailand rijk is gesproken.
Met wijd zwaaiende armgebaren en wederzijdse brede glimlachen probeerden we te communiceren terwijl het met het tikken van de klok steeds donkerder werd en mijn hersenen op volle toeren draaiden. Een eerste poging om de ketting er opnieuw op te leggen en langzaam verder te rijden mislukte omdat een van de schakels zo krom was gebogen dat die de ketting er weer meten afleidde.
Dan maar bellen voor hulp! Het eerste telefoongesprek met John lukte meteen en enkele seconden later had de Thaise boerenvrouw aan Yu, in het locale dialect, uitgelegd waar we stonden. John bevestigde dat hij het nu ook wist en dat hij over een kwartier wel bij ons  zou zijn.
In het donker van de Isaan is alles anders anders. Er is geen lichtje in de wijde omtrek te zien! Het is er aardedonker de wereld wordt heel erg groot, of heel erg klein, het is maar hoe je het ervaart. Gelukkig was er in het hutje wel elektriciteit en we kregen tijdens het wachten een klein gekoeld flesje drinkwater aangeboden. De dop zat los en tegen alle ongeschreven wetten van wereldreizigers in dronken we het verfrissende vocht. Mochten we de komende dagen ziek worden dan weten we in ieder geval waar het van is lachten we van de zenuwen en opwinding tegen elkaar.
De tijd gaat tergend langzaam wanneer je staat te wachten en steeds wanneer we in de verte een licht, hopelijk een koplamp van een voertuig, zagen bewegen dachten we dat de verlossing dichtbij was. Helaas, steeds verdween dat kleine lichtje van hoop, zonder dat er enig geluid te bespeuren was, uit het zicht.
Lyka kwam nog met beste idee! Laten we de motor naar de hoofdweg, hopelijk verharde hoofdweg, duwen. Er is meer kans dat iemand ons daar kan helpen dan hier in het midden van de rijstvelden op een zandweg. Een prima idee met uitzondering van dat duwen! Met een flinke golf benzine uit de benzineslang waste ik mijn handen om het meeste vet en vuil van de kromme ketting te verwijderen. Met behulp van een grote zaklantaarn zocht ik de sleepkabel op die ik een paar jaar geleden van Kevin had gekregen. Jaren heeft die kabel in mijn zadeltas gezeten en nu gebruik ik hem voor de tweede keer in evenzoveel maanden.
Een telefoontje van John verontrustte me. Hij kon ons namelijk niet vinden! En dan worden de mogelijkheden snel minder. Het zweet brak me uit bij alleen al de gedachte om de bepakte motor met Lyka als bestuurder vijf kilometer naar het huis van John te duwen. Ik keek eens goed om ons heen of ik niets in de duisternis kon ontdekken dat voor John een aanwijzing voor onze lokatie zou kunnen zijn.
De weg voor ons verdween in de duisternis van de Thaise nacht richting een brandend rijstveld. Ik keek nog een keer voor de zekerheid om me heen om er echt zeker van te zijn dat dit het enige brandende rijstveld was. Gelukkig voor ons was dat vanavond ook zo. John wist meteen waar ik het over had en had het brandende rijstveld zelfs twee keer op zijn motor gepasseerd. Hulp was dus niet ver weg meer!
Een groter publiek had zich intussen om de twee vreemdelingen met pech verzamelt. Onbegrijpelijk waar die mensen allemaal vandaan zijn gekomen, er was onderweg geen huis tussen de rijstvelden te bespeuren. Toch voelden we ons op geen enkel moment ongemakkelijk. Dat zou in de Filippijnen zeker anders zijn geweest! Mijn kabel werd bevestigt aan een motor van een dikke breed grijnzende man en Lyka ging weer bij een ander man achterop.
Langzaam en duidelijk gaf ik de instructies en wat ik verwachtte van de chauffeur die me ging slepen naar de hoofdweg. Mijn kolenthais werkte nu iets beter en iedereen die deel uitmaakte van deze reddingsoperatie wist wat hem te doen stond. Na een uitgebreid bedanken van de mensen die ons het eerst hadden geholpen kwam de colonne op gang.
Eerst wat schokkerig maar na mijn aansporingen in het thai, ‘lauew lauew’, sneller sneller, ging het steeds beter. Lyka glunderde in het weinige licht van de koplampen van de kleine motoren. We waren al met zijn zessen en iedereen probeerde zijn deel van de reddingsoperatie op te eisen zodat ze de komende weken, tijdens de slaperige warme middagen en de lange donkere avonduren, zeker wat te vertellen zouden hebben.
Zelf had ik het veel te druk en mijn handen te vol, met een hand aan het stuur en in de ander het handvat van de sleepkabel, om de berijders van de tegemoet komende motoren te herkennen. Door alle inspanningen zag ik alleen maar de lichten ons tegemoet komen en grommende motoren ons passeren. Het bleken John en zijn stiefzoon te zijn. Op de hoofdweg kwamen we eindelijk tot stilstand.
De sleepkabel werd losgemaakt en ik bedankte de mensen die ons zo goed hadden geholpen. John lachte als altijd en begroette ons alsof we ons in een doodnormale situatie bevonden.
Nadat ik John de instructies had gegeven en Lyka bij zijn stiefzoon achterop was gestapt scheurden we als een groep motoren over het beton naar het huis van Yu en John. Terwijl ik de kilometers op mijn GPS zag verminderen nam de opluchting in me toe. Yu zat al buiten achter het huis te wachten en begroette ons uitbundig. We konden ons niet meer welkom voelen als op deze donkere winteravond in de Isaan. Eind goed al goed!

Snel een paar koude bieren in de dorpswinkel gehaald en een snelle maaltijd! Op zijn engels natuurlijk, Fish and Chips, dus met niet al teveel groenten. Desondanks smaakte het me prima en Lyka zat me ook duidelijk opgelucht van boven een dampende kom rijst met groenten toe te lachen. We hadden genoeg te vertellen en die motor kan wel tot morgen wachten. Eerst een douche en dan slapen. De vier grote Leo smaakten prima en terwijl Lyka en Yu al in dromenland waren bespraken John en ik zijn laatste project. Hij is namelijk een auto aan het bouwen!

dinsdag 4 februari 2014

Thailand: Een late aankomst

Pattaya (Almost Free Hotel (101)

De vele bieren van gisterenavond speelden me deze ochtend op. Toch was ik omgeven door een gevoel van euforie, vandaag gaan we weer richting Thailand. Hoewel het niet onder de beste omstandigheden gebeurt zijn we toch blij.
De cafeïne in eerste kop oploskoffie van deze lange reisdag brengt me langzaam terug in het land van de levenden. Het is nog heerlijk fris buiten op de galerij voor onze kamer, dat zal straks wel veranderen op de stoffige vlakte tussen twee vulkanen waar Angeles City ligt. Lyka ronkt nog zachtjes met haar ogen gesloten en dat is geen probleem want we hebben een dag van wachten voor de boeg. “De vijfde macht” van Pieter Aspe heeft me in haar macht. Het is een schitterend verhaal en Pieter Aspe heeft met dit boek ook weer een meesterwerk afgeleverd!
Een tweede, en een derde, kop zwarte koffie totdat ik vanuit de slaapkamer achter me hoor: ‘Goedemorgen schatje.’
Ik trek verbaasd mijn wenkbrauw op want zo’n goed humeur is niet vanzelfsprekend. Misschien heeft het er ook mee te maken dat Lyka blij is dat we de Filippijnen gaan verlaten. Het vooruitzicht van een paar weken vakantie in Thailand voordat we naar Nederland gaan. Weg uit dit land.
Het is net voorbij tien uur en het wordt dus de hoogste tijd om te gaan pakken. Hier in het “Walkabout Hotel” geldt een vertrektijd van elf uur voor de kamer. Elk land heeft zo zijn eigen eigenaardige regels! Voor een moment heb ik nog overwogen om de kamer een halve dag aan te houden. Maar waarvoor eigenlijk?
We leveren een paar minuten voor elf de sleutel in bij de receptie en nemen plaats op een leren sofa in de receptie terwijl een schoonmaakster de kamer en de koelkast in de kamer controleert. Het schijnt er hier op de hotelkamers regelmatig wild aan toe te gaan met enorme schade en lege koelkasten als resultaat.
Vier uur! Vier lange uren moeten we wachten tot de bus ons komt ophalen om naar Manila te gaan. Ik duik in mijn Kobo en lees het verhaal van Pieter Aspe uit. Zonder gevoel van tijd schieten de woorden via mijn ogen naar mijn hersenen en ik verdwijn in het verhaal alsof ik er zelf bij ben. Uit! Het boek is uit en het is nu bijna twaalf uur. Mijn katerig gevoel is bijna weg dus wordt het tijd voor een gecombineerd ontbijt en lunch.

Lyka besteld vanuit het menu een “Filippino Beefsteak” en voor mijzelf wordt het een beefpie van het specialiteiten schoolbord dat naast de opening staat. Mijn gedachten dwalen weer af naar de gebeurtenissen van de afgelopen vier weken. Het spijt me verschrikkelijk, maar ook zo kort voor ons vertrek kan ik maar weinig goeds in mijn verblijf van vier weken in de Filippijnen ontdekken. Het heeft geen nut om naar de oorzaken te zoeken want wat in het verleden ligt kun je bijna niet meer ongedaan maken.
Een nieuw boek. Nederlandse literatuur, “de Avonden” van Gerard van het Reve. Het gaat maar langzaam en ook het komen en gaan van nieuwe en gevestigde hotelgasten leidt me steeds af. Het boek is duidelijk zwaarder dan ik had verwacht. Het is ook geen boek waar je vrolijk van wordt en dat is toch wel iets dat ik goed kan gebruiken op zo’n lange reisdag als vandaag.
Tik-tak, tik-tak, ik-tak klikken de seconden langzaam naar drie uur en het is een verlossing dat de chauffeur van de bus om drie voor drie in de receptie van het hotel verschijnt. Zelf loop ik al een tiental minuten te ijsberen en kijk de meisjes van het reisbureau hulpbehoevend aan. Alles waar ik in stilte om vraag is een bevestiging dat de bus komt! De moed is me met elke minuut die verstrijkt verder in de schoenen gezakt. Depressiviteit krijgt weer langzaam de overhand. Er is al zoveel mis gegaan tijdens deze reis dat het me niet zal verbazen dat de buschauffeur ons is vergeten.
We nemen afscheid van de vriendelijke meisjes in het hotel en zoeken een plaatsje in de minibus. En het blijft ook bij deze minibus! Er zijn slechts vier passagiers voor deze dienst van Angeles city naar Manila vanmiddag, zou het ook een bevestigend teken zijn? Nadat we nog een korte stop hebben gemaakt bij een hotel aan de rand van Angeles City rijden we de tolweg op.
Mijn gedachten dwalen weer af naar gisterenavond, de bar en de meisjes met hun klanten. Ik zie twee beelden door elkaar heen glijden. Op de achtergrond de groene rijstvelden van de vlaktes tussen Angeles en Manila. Transparante beelden uit de donkere sekstenten van gisterenavond. Dikke oude mannen is geruite overhemden met korte mouwen. Kale bezwete hoofden. Dikke voeten met witte sportsokken in lelijke grote sportschoenen. Cola rum voor een euro, een biertje voor een euro twintig en grote kannen Margarita voor vijf euro. Een drinkgelag van gepensioneerden en ik weet aan een zekerheid grenzende onwaarschijnlijkheid dat ik de jongste in de bar ben, van de mannen natuurlijk. Een dozijn meisjes danst op de melodie van “Brother Louie”. De Duitse discoklanken van “Modern Talking” blijken ook hier na acht en twintig jaar nog populair. De mannen die geen geruite overhemden dragen dragen bijna zeker een t-shirt met een enorme opdruk op de rug van een bar in de een of andere seksbestemming. Brazilië, Thailand en Cambodja zijn naast de Filippijnen goed vertegenwoordigt. De seksbarren hebben vaak klinkende namen die niets aan je fantasie overlaten. Die uniforme kleding van de sekstoeristen schept een band, een gevoel van broederschap die de eenzaamheid voor een moment verdrijft of in ieder geval vermindert.
‘One more beer daddy?’, vraagt een hoog piepstemmetje van achter de bar.
Ik schrik en een automatisch knikje is voldoende. Een volgend biertje, de opening van de fles is omwikkeld met een wit servetje, wordt op de bar achter me neer gezet. Steeds wanneer ik oogcontact voel met een van de schaars geklede danseressen op het podium voel ik me betrapt, een stil schreeuwend ontkennend gevoel maakt zich van mij meester. Ik hoor hier niet bij! Zou ik zo luid als ik kan door de bar willen schreeuwen maar ik doe het niet. Misschien zijn er nog wel meer mannen aanwezig die zich zo voelen maar toch meedoen met de rest omdat ze denken dat het zo hoort. Weduwnaars en eeuwige vrijgezellen hebben nu eenmaal weinig gevoel voor vrouwen en laten zich zonder moeite door de omgeving hier meevoeren.
Schaamteloos wordt er door de mamasan, de professionele meestal vrouwelijke manager van de beschikbare meisjes, onderhandelt over de voorwaarden en de prijs voor een nacht. Het meisje is zichtbaar niet blij met de klant voor deze avond die zeker drie maal haar eigen gewicht weegt. Ze buigt voorover en probeert zoveel mogelijk van het onderhandelend gesprek op te vangen. De man knikt en betaald waarna er meteen een brede grijns op het gezicht van de dikke mamasan verschijnt. Een kort gebaar en het meisje schuifelt op het podium richting de trap en verdwijnt achter een gordijn waar de kleedkamer zich bevind. De dikke man verlekkerd zich aan de andere meisjes op het podium terwijl de mamasan zich gehaast met het geld nog in de hand uit de voeten maakt.
Een grotere tegenstelling kun je je haast niet voorstellen wanneer het meisje haar kleine bikini heeft omgewisseld voor een spijkerbroek en een t-shirt. Ze is een gewone jonge vrouw geworden die ver afstaat van wat er hier elke avond, 365 dagen in het jaar, gebeurt. Ze zou zo maar naast je in de bus kunnen zitten en je zou er niets bij denken. Ondanks dat ze de klant duidelijk niet zag zitten blijft ze toch lachen. Ze zal het geld wel hard nodig hebben en iemand steunen die zich ver van hier in een slechte situatie bevindt. Tijdens mijn reizen heb ik heel wat armoede gezien maar voor mijn gevoel is dit toch wel een van de armste landen die ik ooit heb bezocht.
Ik schrik van een plotselinge beweging van de minibus en ben direct weer bij de werkelijkheid. Manila! Een mierenhoop van diepe ellende gelardeerd met de rijkdom van hoge torenflats die neerkijken op de armen. Ook voor deze stad geldt dat ik hier nooit zou kunnen wonen! Op elk moment van deze twee uur durende rit in de minibus zie ik meer prikkeldraad dan de Amerikanen in Afghanistan hebben neergelegd. Het werkt oneindig in op je onderbewustzijn en geeft je voortdurend een gevoel van onveiligheid. Dat gevoel heeft mijn liefde en gevoelens voor dit land hoogstwaarschijnlijk ook wel een beetje beperkt.
Bij de “Swagman” wisselen we de minibus snel om voor een taxi en enkele minuten later zijn we alweer op weg naar Terminal 3 van de “Ninoy Aquino International Airport”. We kruipen door het begin van de avondspits. Onderweg zien we zoveel fastfood restaurants, ook van de gouden bogen, dat ik het grapje over Macnila nog maar eens voor de dag haal. De taxichauffeur moet hier hard om lachen en verontschuldigend verteld hij dat de inwoners van de Filippijnen nu eenmaal verzot zijn op fastfood. Een erfenis van de Amerikanen die hier na de tweede wereldoorlog heel lang de scepter hebben gezwaaid.
Het is gelukkig nog niet donker wanneer we voor de deur van Terminal 3 uitstappen. We zijn er! Er kan nu nog maar weinig misgaan en we hebben nog iets meer dan drie en een half uur te wachten. Een kop koffie en de procedure van het inchecken kan worden gestart. Als eerste moet Lyka een uitreisvisum kopen voor 1620 Peso (€ 26,55), een belasting voor de mensen die buiten de Filippijnen hun geld verdienen.
Aan de balie voor de uitgifte van de boardingpassen wordt het moeilijker!
‘Geen retourticket?’, vraagt het meisje op een toon als een strenge onderwijzeres.
‘Nee!’
‘Maar ook geen visum voor Thailand?’
‘Nee!’, Lyka kijkt me vragend aan.
‘Mijn vrouw heeft een Nederlandse verblijfsvergunning. Wij blijven nog drie weken in Thailand en dan vliegen we naar Nederland.’, vul ik haar aan.
‘Heeft u een kopie van dat ticket?’
‘Vanzelfsprekend!’, en ik laat de medewerkster van Cebu Pacific het ticket op mijn iPhone zien.
Ze kijkt me verbaasd aan en ik vraag me af of ze wel begrijpt waar ze naar kijkt!
‘Kijk, we zijn deze reis in Amsterdam begonnen omdat mijn vrouw een Nederlandse verblijfsvergunning heeft - de vier verschillende etappes, het gevolg van het overstappen in Abu Dhabi, brengen haar duidelijk van slag - en op deze datum vliegen we via Abu Dhabi weer naar Amsterdam!’
Vluchtnummers en meer van die onzin wordt in het systeem ingevoerd en na nog enkele onzinnige vragen, ik begrijp wel dat ze gewoon haar werk doet, worden de boardingpassen aan Lyka overhandigt . De eerste hindernis is genomen. Lyka kijkt me opgelucht en onzeker aan.
Bij de immigratie gaat het niet veel soepeler, het lijkt wel of elke Filippino die vertrekt een potentiële misdadiger is! Ook hier meng ik me in het gesprek, de vrouwelijke beambte van de immigratiedienst is hier duidelijk niet blij mee en kijkt me streng en afkeurend aan. Vooroordelen zijn hier niet gewenst zou ik denken. Toch zie ik ze duidelijk in de ogen van die vrouw. Alle papieren zijn in orde en na een stempel in onze paspoorten we kunnen eindelijk verder.
Lyka is blij en opgelucht tegelijk wanneer we wat te eten gaan zoeken want mijn bloedsuikerspiegel is nu wel heel erg laag. Ik voel me op mijn beurt ook opgelucht wanneer we bij het laatste fastfood restaurant van deze reis in de Filippijnen neervallen.

“Tapa King” is de naam en de rijst met dunne schijfjes rundvlees smaakt ons goed. Dit heeft meer met het gat in mijn maag te maken dan met de middelmatige smaak van suiker en chilipepers. Want het is beter dan niets!
Met twintig minuten vertraging verlaat het vliegtuig het asfalt van de startbaan in Manila. Lyka kijkt naar de duizenden lichtjes onder haar en ik kan haar gedachten alleen maar raden. Na enkele minuten grijpt ze mijn linker arm en omarmd die met een stevige grip. Voel ik blijdschap of opluchting? Of misschien wel beide? Ik weet het niet want voordat ik haar wat kan vragen is ze al in diepe slaap.
Op de luchthaven in Bangkok staat, zoals verwacht, onze taxichauffeur al te wachten. Een snelle groet en snel op weg, het is tenslotte een hele lange dag geweest. Tijdens de ruim anderhalf uur durende rit spreek ik met de chauffeur om hem een beetje wakker te houden. Ook voor mensen als hem zijn het lange dagen en vaak slapen ze een paar uur tussendoor in hun taxi. Dus ik neem het zekere voor het onzekere en blijf op hem inpraten terwijl Lyka op de achterbank zachtjes snurkt.
Om iets over twee stop de taxi voor het “Almost Free Hotel”. Onze rugzakken worden naast de taxi gezet en ik reken af. Ook maak in in het voorbijgaan nog een afspraak voor de taxi wanneer we over enkele weken weer naar de luchthaven moeten!
‘Thank you mister Johnnie, sleep wel!’, hoor ik vanuit het opengedraaide raam terwijl de taxi langzaam versneld.
De nachtwaker kijkt ons met slaperige ogen aan zodra we uit de taxi stappen. Meestal zijn het dronken mannen die met een schaars gekleed meisje rond deze tijd bij het hotel arriveren.
Achter de receptie staat niemand die ik ken en een ongemakkelijk gevoel overvalt me voor een moment.
‘Mister Johnnie, Right?, vraagt een van de meisjes in redelijk engels.
Ik knik bevestigend en met die korte, haast onzichtbare, beweging glijdt ook dat ongemakkelijke gevoel direct weer van me af.
‘Room 101’, lacht je terwijl ze de sleutel aan de sleutelhanger uitdagend tussen haar duim en wijsvinger heen een weer laats slingeren.
Met een brede, een beetje flirterige, glimlach neem ik de sleutel aan en loop de trap naast de receptie op, met Lyka in mijn kielzog. De kamer voldoet aan de eisen voor een paar nachten maar wat we morgen, of beter gezegd, later op de deze dag, gaan doen laat ik maar tot na de nachtrust. Het is een lange en vermoeiende dag geweest.
Lyka probeert me nog over te halen om wat te eten te versieren bij de 7-11. Mijn glimlach is voldoende om haar te laten beseffen dat ik wel goed ben maar niet gek. Met knorrende magen slapen we in. We zijn in Thailand, nog drie weken vakantie en dan gaan we gelukkig weer naar huis.

maandag 3 februari 2014

Filippijnen: Het is voorbij

Angeles City (Walkabout Hotel (Poolside 7)

Onzw laatste avond in de Filippijnen in aangebroken en de laatste week is op het persoonlijke vlak toch nog een goede geweest. Al terugkijkend, en steeds vanaf een andere kant, kom ik steeds weer tot dezelfde conclusie: het zal voorlopig wel een paar jaar duren voordat ik weer in de Filippijnen terug kom!
De kosten voor dit verblijf in de Filippijnen zijn op geen enkele wijze te rechtvaardigen voor het weinige plezier of de beleving die ik hier de afgelopen vier weken heb gehad. Geef mij maar Taiwan of zuid-Korea, daar is veel te zien en het eten is er goed. Toch ben ik blij dat ik het Filippijnen van 2014 nog heb kunnen zien. Voor mijn gevoel is het er slechter geworden. Bijna alle derdewereldlanden gaan langzaam vooruit maar hier gaan ze voor mijn gevoel achteruit.

De eerste dagen van mijn verblijf, in het geboortedorp van Lyka, waren eigenlijk nog de beste dagen van de vier weken in de Filippijnen! De armoede en de eenvoud maakten het dragelijk, hartverwarmend zelfs. Een goed boek en af en toe een paar koude biertjes maakten het tot een haast geestelijk zuiverend verblijf zonder internet en ander slecht wereldnieuws.

De zeven aaneengesloten dagen van regen, dat heb ik nooit eerder tijdens mijn reizen meegemaakt, in Legaspi waren een speling van het lot en daar kun je nu eenmaal niets aan veranderen, dus dat moet je, zonder jezelf af te vragen waarom, accepteren. Rennen tussen de buien door naar een slecht Filippijns fastfood restaurant in een oud winkelcentrum. Grote flessen Red Horse, samen met de Kobo ereader, om de avond door te komen. Ik zal deze week in Legaspi niet snel vergeten!

De acht dagen in Manila waren heel erg leuk! Een ontmoeting met oude vrienden en mijn verjaardag maken dit tot een onvergetelijk verblijf. Het weer was er goed en de enkele korte wandelingen die we hebben gemaakt aangenaam. Maar ik heb daar alles al gezien en gefotografeerd dus er zijn maar heel weinig nieuwe beelden gemaakt.

De afsluitende week in Angeles was een deceptie, precies als ongeveer drie jaar geleden. Maar ik ben wel blij voor Lyka dat ze haar zus na dat ernstige ongeluk heeft gezien. Zelf ben ik ook nog even bij Kees en Roxanne langs ben geweest. Het was een vreemde ontmoeting want door vreemde opmerkingen en verdachtmakingen van derden was de relatie ernstig bekoeld. We zijn allemaal blij dat de lucht is geklaard en dat we elkaar weer recht in de ogen kunnen kijken. We zijn tenslotte familie!

Er rest ons nu nog de reis naar Thailand en een paar weken om tegen heel veel mensen tot ziens te zeggen. Ik kijk daar naar uit! Mijn vrienden en het Thaise eten, de koude Leo bieren en ons vertrek naar Nederland waar het volgende avontuur wacht.
Slechts negen verhalen in vier weken zegt tenslotte ook wel wat over dit land en de cultuur. Daarnaast heb ik twaalf boeken gelezen in vijf weken. 141 foto’s gepubliceerd in vier weken waarvan ongeveer de helft foto’s van mijn maaltijden. Dat moet voldoende zeggen over mijn verblijf in de Filippijnen!
Ik wil met dit negatieve beeld zeker niet de indruk wekken dat de Filippijnen niet de moeite waard is! Maar het is het niet voor mij, ik ben een cultuurbeest dat op elk moment van de dag lekker wil eten. Strand en wuivende kokospalmen zijn nu eenmaal niet aan mij besteed. Ik ben nu ook weer een beetje depressief en hoop dat snel kwijt te raken wanneer we weer in Thailand zijn.
Copyright/Disclaimer