zondag 22 december 2013

Maleisië: Mijmeringen over Malacca

Malacca (Discovery Guesthouse (6)

Mijn laatste avond in Malacca is aangebroken en ik kijk terug op drie dagen van afscheid nemen. Het was gezellig, maar was het ook leuk? Ik denk het niet! Malacca is in de afgelopen dertien jaar zo verschrikkelijk veel veranderd dat ik liever naar oude foto’s kijk en in mijn herinneringen spit naar de gelukkige en fijne momenten in deze stad.

“Dertien jaar geleden schreef ik: Malacca was niets, is niets en zal waarschijnlijk ook nooit wat worden!”

Helaas heb ik gelijk gekregen. De tijd heeft Malacca ingehaald en verandert in een geld maak machine, zonder enig karakter, alles en iedereen wordt geslachtofferd voor de heilige Ringgit Malaysia. Centimeter na centimeter zijn de kramen vol Chinese rotzooi dichterbij de monumenten gekropen. Ze zijn zelfs zo ver gegaan dat de monumenten overwoekerd zijn met zonnehoeden, sleutelhangers en t-shirts. Jammer, maar gelukkig heb ik mijn oude foto’s en herinneringen.

Toen ik opstond stelde ik me voor dat elke voetstap die ik hier in de afgelopen dertien jaar heb gezet geel van kleur werd. En de straten van oude stad om me heen kleurde zich geel! Ik heb overal gelopen, bijna alles gezien en bijna alles gedaan. Tientallen mensen heb ik hiernaar toe gesleept om ze het mooie en leuke Malacca te laten zien en nu komt het voor mij allemaal tot een einde.

Vrijdag’s heb ik niet echt veel gedaan! Voor het ontbijt bezocht ik de broodjeszaak, lang geleden de enige in Malacca, die me in de eerste jaren altijd van het ontbijt voorzag.

Met lange tanden en een traan in mijn ogen hapte ik in de tuna bun. Net als dertien jaar geleden met een 100+ om hem weg te spoelen.Een korte wandeling later sta ik in een leeg winkelcentrum, zoals er zoveel overbodig gebouwd zijn. Optimisme reageert en met lage rentes kan iedereen een gok wagen om zo’n witte olifant op een ongelukkige plaats te bouwen. Voor mij hoeft het allemaal niet want de eenvoudige Maleisiër kan het toch niet betalen en de buitenlandse toeristen zijn veelal rugzakartiesten of dagjesmensen uit Kuala Lumpur.

Een beetje rondgelopen en diep nagedacht over mijn toekomst. Over het reizen en het schrijven. Zelfs de lunch schoot erbij in maar voor het avondeten ben ik wel naar mijn favoriete foodcourt gegaan. Alleen maar om te ontdekken dat mijn otak-otak stalletje is verdwenen. Gelukkig waren de noedels en de saté nog wel te verkrijgen.

Zaterdag was de grote dag van mijn korte verblijf. Een afscheidsavond met mijn vriend Patrick Teo. Een van de eerste vrienden die ik dertien jaar geleden in Malacca maakte.

Maar voor dat het zover was ging ik voor de lunch naar het Saravanna restaurant voor een vegetarisch bananenblad. Het is wel voor liefhebbers want niet iedereen kan dit gerecht waarderen. Het is ook nooit hetzelfde, het is meer een vrije invulling van een verzameling vegetarische gerechten. Ik vindt het in ieder geval heerlijk en genoot van iedere hap.


Na de lunch ging ik nog maar eens voor een laatste korte wandeling richting Bukit Cina om ook daar de veranderingen te zien. Veel van de oude Chinese huizen zijn nu omgetoverd tot guesthouses en kleine hotels. Alsof er in de toekomst geen einde aan de stroom toeristen zal komen. Ik hou mijn hart vast want alleen van het weekend kan niemand leven.

Helaas is Ringo op pad voor een feest en moeten we het met de, niet onverdienstelijke, zangeres van “the Geographer” doen. Het is een prima avond die niet in het teken staat van afscheid maar van oude vriendschap. Een Vietnamees meisje dat in Singapore werkt voegt zich bij ons en het wordt laat. Ik slinger me naar huis wanneer mijn kijkglas helemaal gevuld is.

Met een stevige kater wordt ik op de zondagochtend al heel vroeg wakker. Gouden bogen, de was draaien, wat lezen en schrijven èn een paar biertjes als afscheid.

En zo komen de drie dagen in het keerpunt van deze motortrip naar Maleisië in Malacca aan een eind. Morgen begin ik aan de terugweg naar Thailand met een eerste geplande stop in de Cameron Highlands.

Pattaya - Bang Tabun Ok - Ban Khut - Ranong - Krabi - Satun - Taiping - Malacca - 1.811 + 616 = 2.437 Km

donderdag 19 december 2013

Maleisië: Waanzin(nig)

Malacca (Discovery Guesthouse (6)


Wanneer om 05:39 de moskee oproept voor het eerste gebed van de dag ben ik al bijna drie kwartier wakker. Het was een korte, nou ja korte, zes uur, maar intense nacht met een goede slaap. Ik lees even het nieuws op de laptop en realiseer me dat het pas 23:00 is in Nederland. Jullie moeten nog naar bed en ik maak me alweer op voor de volgende rit.

Om me niet vast te pinnen op een slaapplaats heb ik deze rit gecombineerd. Of beter gezegd heb ik twee dagritten aan elkaar verbonden zodat ik zelf kan zien waar en wanneer ik op de helft ben en ook gemakkelijker kan bepalen waar ik wil slapen. Mijn plan is om in Kuala Lipis te gaan slapen. Vorig jaar ben ik daar met Lyka geweest en het is een aangenaam en slaperig provinciestadje waar ik goede herinneringen aan heb.
Net na zeven uur kijk ik voor de laatste keer over mijn schouders naar het “Peking Hotel”. Hoe lang zal de eigenaar de steeds oplopende aanbiedingen van de projectontwikkelaars nog kunnen afslaan? Zal het Peking Hotel er nog wel zijn wanneer ik de volgende keer Taiping bezoek? Om eerlijk te zijn denk ik het niet! Ook dan is het Peking Hotel voor altijd geschiedenis.
Met mijn fleece en jas aan vertrek ik voor de 655 kilometer die mijn GPS aangeeft. De zon klimt langzaam vanachter de heuvels omhoog en het eerste zachte zonlicht verwarmt de wereld. Voor mijn gevoel is het nog steeds fris wanneer ik voor de eerste keer een verwarmende slok van mijn, nog hete, thee neem. In de weg glinsteren miljoenen steentjes als diamanten die willen onderstrepen dat het een juweel van een weg is die zich door het groene oerwoud van centraal Maleisië slingert.
Na een kort stukje snelweg in de buurt van Ipoh, waar het haast onmogelijk was om op te komen, begin ik aan de beklimming van de nieuwe weg naar de Cameron Highlands. Een beklimming die ik al vele malen gedaan heb via de oude en de nieuwe weg. Dit is dus de nieuwe weg! De oude weg wil ik op de terugweg naar Thailand nog een keer beklimmen. Vanuit de bus is de beklimming al spectaculair maar vanaf de motor zit je er ècht midden in. Eigenlijk wil ik het liefst wel na elke bocht stoppen om een foto van het panorama te maken, maar ik weet uit ervaring dat de foto’s teveel op elkaar zullen lijken en dat het toch haast onmogelijk is om jullie een beeld van de schoonheid van deze omgeving te laten zien. Daarom zijn hier de beste.



Maar de Cameron Highlands heeft helaas ook een donkere kant! De bouwwoede en zoektocht naar het grote geld hebben het landschap ingrijpend aangetast. Enorme tuinderijen met lelijke plastic kassen voor groenten en vooral aardbeien zijn een trekpleister. Ook appartementen torens met een uitzicht op andere appartementen torens worden langs de enige weg die door de Cameron Highlands loopt gebouwd. Gelukkig valt het in Tanah Rata nog wel mee! Bij het “Twin Pines Guesthouse” informeer ik of ik per email of telefoon kan reserveren. En dat is gelukkig geen probleem! Zodra ik mijn visitekaartje overhandig gaan de ogen van het jonge donkere Indiase meisje open en er verschijnt een brede glimlach op haar mond.
‘I remember your card! I have seen this one before!’
Gevlijd bedank ik haar  voor haar tijd en service en drink nog een kop koffie om een beetje op te warmen. Want het is koud, ja echt koud in de Cameron Highlands. Tijdens de koffie raak ik in gesprek met een oudere man uit Kuala Lumpur. Hij is zes en zestig jaar en is op de fiets vanuit Kuala Lumpur gekomen! Nou, ik geef het je te doen en ik weet zeker wanneer je honderd zestien jarigen uit Nederland op de fiets zou zetten dat vijf en negentig procent de top niet zal halen. Dit geeft aan wat een onmogelijke inspanning deze vijfenzestig plusser heeft geleverd.

Ik ga snel weer verder en passeer enkele thee plantages waar de Cameron Highlands ondermeer beroemd om zijn. Tijdens de afdaling van de oude weg moet ik linksaf en kom op een stille maar zeer goede weg terecht. De kilometers glijden onder me door en ik geniet van elk moment. Met een gangetje van zo’n zestig à zeventig kilometer per uur schiet ik flink op. En zo arriveer ik vroeger dan verwacht in Kuala Lipis waar ik, zoals gepland, de nacht zal doorbrengen.

Terwijl ik voor een moment het hotel en de twee restaurants bekijk, waar ik ruim een jaar geleden met Lyka was, wordt ik overvallen door een vloedgolf, zeg maar een tsunami, van eenzaamheid! Wat moet ik hier alleen? Ik zal toch alleen maar aan ons samen denken en de tijd die we samen hier hebben doorgebracht! Zonder ook maar een seconde te twijfelen draai ik mijn motor op de parkeerplaats van het hotel en verlaat de slaperige provinciestad via dezelfde weg als ik ben gekomen. Raub is mijn volgende optie!
Maar ook in Raub kan ik mijn draai niet vinden. De stad is veel drukker en lijkt mij op dat moment ook zeer onvriendelijk, hier wil ik ook niet alleen zijn. De eenzaamheid is in Kuala Lipis als een ongewenste passagier achter op mijn motor gestapt. Onzichtbaar zit de eenzaamheid bij me achterop terwijl ik hem wel goed kan voelen. Het zijn geen gemakkelijke momenten en mijn gevoelens zijn heel anders dan toen ik opgewekt uit Taiping vertrok.
Maar ik moet toch door! Met of zonder de eenzaamheid achterop. Ik verman mezelf en probeer zo min mogelijk aan mijn vrouw in de Filippijnen te denken. Nog maar drie weken dan worden we weer herenigd. Diep in gedachten verzonken zie ik een lange groene rietstengel op de weg liggen. In een fractie van een seconde zie ik dat de groene stengel beweegt, het is een groene boomslang die net de weg oversteekt op het moment dat een eenzame man uit Nederland op zijn motor aan zijn vrouw in de Filippijnen denkt. Ik kan hem niet meer ontwijken en rij over hem heen. Dat is een prima voorbeeld van een voorbestemd noodlot! Ik weet niet of de slang het heeft overleeft.

Na een tweede korte regenbui, ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt om gelijk wat te eten, kan ik geen hotel of andere slaapplaats meer vinden. Vreemd maar waar. In Thailand zou dit niet zo snel gebeuren maar ik rij zomaar een uur zonder ook maar een hotel in een van de kleine stadjes te kunnen ontdekken. En dan gaan de kilometers snel! Het “punt van slaapplaats” komt steeds verder achter me te liggen terwijl het “punt van doorrijden” steeds dichterbij komt. Dit zijn de moeilijkste kilometers van de trip! Binnen vijftig meter van elkaar zie ik twee borden! Een bord dat aangeeft dat hier een homestay is, òf in het verleden was, daar kun je nooit zeker van zijn, èn een klein bordje op een wit plaatje, “Melaka 163 Km”.
Ik kijk eens op mijn horloge en denk diep na. Honderd en drie en zestig kilometer is ruim drie uur! Het is nu bijna half zes en ik zou tot half acht de bescherming van het daglicht kunnen verwachten. Dan een klein uurtje in het donker, wat ik het liefste vermijd! Wat is wijsheid? Ik weeg binnen een fractie van een seconde alle voor en nadelen tegen elkaar af en besluit om door te rijden. Dan maar een nachtje extra in Malacca, dat lijkt me leuker dan een nachtje in het midden van niets.
Vanaf dit moment voer ik de snelheid iets op zodat ik geen oog meer heb voor de jungle om me heen. Voor me zie ik soms een troep apen over de weg rennen. Ja, dit is het platteland, of beter gezegd het tropisch regenwoud van Maleisië.
Steeds zoek ik een auto op waar ik dan achter blijf rijden. De bestuurder van de auto kent de weg vaak op zijn duimpje, dat maakt het voor mij veilig en ik kom niet voor een plotselinge verrassing te staan, en rijdt een stevig tempo zodat ik flink opschiet. Ook is deze auto voor me een soort verzekering dat er geen een of andere gekke tegenligger zomaar gaat inhalen en me van de weg dringt.
Wanneer de duisternis valt heb ik iets minder dan vijftig kilometer voor de wielen maar deze laatste vijftig kilometer zijn wel de lastigste. Het tegemoet komend verkeer geeft me lange helle strepen op mijn transparante veiligheidsbril. Schoonmaken help niet! De snelheid gaat weer omlaag, mijn nachtblindheid is ook een extra handicap, totdat ik weer een een treintje van auto’s heb gevonden waar ik lekker achter kan blijven hangen. De koplampen van de auto’s voor me tonen me de gaten, en andere gevaarlijke objecten, in de weg. De gemiddelde snelheid daalt wel wat maar ook niet echt veel, een groter probleem is dat ik in de duisternis mijn GPS niet kan aflezen. Het derde setje batterijen is een stuk terug al in de GPS geplaatst en ik vervloek mezelf dat ik niet alle batterijen gisteren heb opgeladen. Dat zal me niet meer overkomen!
En dan om kwart voor negen stop ik eindelijk voor het “Discovery Guesthouse” waar een verbaasde Bob Teng me aan staat te staren.
‘Ik dacht dat je morgen pas zou komen?’, hakkelt hij.
‘Is het een probleem, heb je geen kamer?, vraag ik beangstigt.
‘Nee, ik heb kamer 6 voor je vrij gehouden, dat is geen probleem!’
We vallen elkaar in de armen en zijn blij om elkaar weer te zien. Oude kameraden die al een hele lange tijd terug gaan. We praten heerlijk en drinken een paar biertjes. Maar de dertien uur in het zadel hebben me uitgeleefd. Om half elf, na drie biertjes, zoek ik mijn bedje op en overhandig de sleutels van de motor aan Bob. Hij zal de motor voor me parkeren terwijl ik al ver weg naar dromenland ben.


Pattaya - Bang Tabun Ok - Ban Khut - Ranong - Krabi - Satun - Taiping - Malacca - 1.811 + 616 = 2.437 Km

woensdag 18 december 2013

Maleisië: Geen enkel probleem aan de grens

Taiping (Peking Hotel (308)

Ik vorder al aardig met het boek “Bloedoffer” van Pieter Aspe! Dat kan ook niet anders wanneer je om half acht op je bed ligt en alleen nog kan lezen totdat de slaap je overmand.

De imam heeft me al twee keer via de luidsprekers van de moskee opgeroepen om naar het gebed te komen maar dat aanbod heb ik steeds afgeslagen. Zoals verwacht heb ik prima geslapen, zonder bier en na twee koppen koffie. Toch heeft de stress, over het wel dan niet de grens met Maleisië oversteken, ook zijn tol geëist. Besluiteloosheid is troef en wanneer ik om zeven voor zes het licht aan schakel is het buiten nog pikdonker.
Mijn eerste gedachten gaan naar het vreemde traject dat ik moet afleggen! Namelijk eerst tachtig kilometer terug naar het noorden en dan weer met een grote bocht richting het zuiden naar de Thaise/Maleisische grens. Dat heeft me heel wat hoofdbrekens gekost! Ik zou echt zweren dat dat toch wel gemakkelijker had gekund. Ik pak mijn spullen rustig in en kan maar aan een ding denken: Zouden ze me toelaten tot Maleisië op mijn motor? Het is pas tien voor zeven wanneer ik voor het eerst de motor start om bij de 7-11 een paar tosti’s te eten en mijn fles met hete thee te vullen. Na vijf dagen beginnen die tosti’s nu ook wel een beetje te vervelen en om eerlijk te zijn kijk ik best uit naar een ontbijttje bij de gouden bogen.
Het is bedompt en grijs weer. Met lange tanden werk ik de twee tosti’s naar binnen en probeer niet aan die eerste onzinnige honderdzestig kilometer te denken. Ik hoop vurig dat ik verder kan maar ik ben ook een realist. Mocht ik worden terug gestuurd dan maak ik er gewoon het beste van!
Ik stap op met lood in de schoenen en begin aan misschiel wel het belangrijkste traject van mijn hele reis. Minibusjes vol met moslimkinderen compleet met sluiers en zwarte hoedjes zwaaien wanneer ze me voorbij komen. Terwijl ik terugzwaai ben ik in gedachten verzonken. Ik kan het nog steeds niet begrijpen dat ik zo’n cruciale fout heb kunnen maken. Normaal gesproken ben ik altijd beter ingelicht! Ik heb alle kaarten in mijn GPS nagekeken, Google Maps en Bing Maps geraadpleegd, en toch kom ik niet verder dan de onmogelijke rit die nu voor de wielen van mijn motorfiets ligt.
Dan zie ik plotseling op een verkeersbord langs de saaie weg een aanwijzing naar een grensmarkt, 22 Km verderop. Nu ben ik echt in de war! Bij het volgende verkeerslicht gebaar ik een chauffeur van een minibus, als iemand het zou moeten kunnen weten dan is hij het, zijn raam naar beneden te doen en vraag of je daar ook de grens kan èn mag oversteken. Het positieve antwoord dat je wel een paspoort moet hebben klinkt me als muziek in de oren. Ik hoef daarover niet lang na te denken. Het is de gok waard! Vier en veertig kilometer omrijden en honderd en tien kilometer uitsparen, daar hoef ik dus  niet zo lang over na te denken. Terwijl het verkeerslicht nog op rood staat schakel ik mijn richtingaanwijzer in en scheur zonder op het groene licht te wachten rechtsaf in de richting van de vermeende grensovergang.
Tijdens deze twee en twintig kilometer naar de grens lopen de spanningen flink op! In mijn hoofd en in mijn darmen. Een kilometer of vijf voor de grens haal ik mijn paspoort uit mijn rugzak en verplaats hem naar de binnenzak van mijn jas. Ik zorg ervoor dat ik alles bij de hand heb en dat ik de ambtenaar zo min mogelijk tijd geef om over mij en mijn motor na te denken. De helm gaat nu ook op want ik Maleisië controleert de politie wel streng op het dragen van die ondingen en de Maleisische politie staat bekend als streng en is niet omkoopbaar.

De mist hangt tussen de bergen en dat geeft deze ochtend een dramatische achtergrond. Tijdens de laatste kilometers spelen er ook een breed scala aan opmerkingen en adviezen, die ik over de grens oversteken met je motor heb gehoord, door mijn hoofd. Maar het is altijd, ‘Ik heb dat van een ander gehoord!’
Om eerlijk te zijn heb ik zelf persoonlijk nog nooit iemand gesproken die op zijn motor van Thailand naar Maleisië is gegaan.
En daar zijn de eerste kramen van de markt! Die markt is nog steeds dicht en het lijkt  mij niet dat hij op korte termijn nog open gaat ook. Overal zie ik de vergeten propaganda van de verdreven minister-president Thaksin Shinawatra. OTOP! Een dorp, een product! Niemand wil die handgemaakte rotzooi hebben en toeristen zullen hier wel zeer weinig komen.
Maar daar ben ik hier niet voor! Een klein gebouw in het midden van de weg lijkt onbemand. Er schiet een flits door me heen of ik misschien door zal rijden wanneer er niemand is. Jaren geleden ben ik ook uit Singapore gekomen zonder dat ik een stempel voor de toegang van Maleisië kreeg. Het is even zoeken naar het loket van de immigratie aan de Thaise kant en na een paar minuten overhandig ik mijn paspoort door een klein raampje aan een officier in een bruin uniform. De helm en zonnebril gaan snel af voor de foto en met een slappe plof komt de stempel op het papier van mijn paspoort neer.
Is dit alles? Verbaasd kijk ik naar de stempel in mijn paspoort. Nee, dit is niet alles, er is ook nog de andere hindernis, de Maleisische, kant van deze zaak.
‘Selamat pagi!’ (goedemorgen), roep ik amicaal.
De besnorde ambtenaar kijkt me voor een moment aan en stempelt zonder probleem mijn paspoort, ‘Selamat jalan’ (goede reis), zegt hij terwijl hij mijn paspoort terug geeft.
Was dit het dan? Heb ik me hier zo druk over gemaakt?

De eerste kilometers in Maleisië zijn niet anders dan de afgelopen twaalfhonderd in Thailand, maar dan komen er toch de eerste verschillen! De nieuwe kaart die ik nu in mijn GPS gebruik is van mindere kwaliteit en uit 2010. In een land dat in een razendsnel tempo zich naar een eerste wereldland ontwikkeld komt het regelmatig voor dat de weg niet meer bestaat of dat er een weg ligt die nog niet op mijn kaart vermeld is. Dat wordt dus extra opletten de komende dagen. Vanzelfsprekend beginnen hier, de door de staat gefinancierde, moskeeën met een hoog Anton Pieck gehalte te verschijnen. Daar heb ik weinig last van maar het verkeer, of beter gezegd de verkeersdeelnemers, begint lastiger en gevaarlijker te worden.

Tijdens het eerste gedeelte op de binnenwegen valt het nog wel mee maar zodra ik op de onvermijdbare hoofdwegen kom wordt het een drama! En eerlijk gezegd had ik dat niet verwacht! Ze snijden je de weg af en houden met niemand of soms ook met een verkeerslicht rekening. Omdat ik het verkeer in Maleisië altijd vanuit een touringcar heb gezien had ik dit dus niet verwacht. Ik stop ook iets vaker dan ik gewend ben om uit te rusten van de uiterste concentratie die de drukke wegen met zich meebrengen. Over een paar jaar wanneer meer mensen zich een auto kunnen veroorloven zal het alleen nog maar gevaarlijker worden.

Ik eet mijn eerste lunch, Mee Goreng, en de aanwezigen in het Chinese restaurant kunnen het niet geloven dat ik op de motor van Bangkok naar Maleisië ben gekomen. Compliment na compliment mag ik in ontvangst nemen en de mensen zijn zichtbaar trots dat ik de moeite neem om hun Maleisië op de motor te bezoeken. Het wordt zelfs nog vreemder wanneer de berijders van brommers, terwijl we voor een rood verkeerslicht staan en ze mijn Thaise nummerplaat hebben bestudeert, me schouderklopjes geven en een duim opsteken als teken dat ik goed bezig ben. En zo beland ik in een Taiping dat ik alleen nog van mijn herinneringen ken. En het Taiping dat ik me herinner is snel aan het veranderen, maar niet aan het verbeteren!

Gelukkig is het “Peking Hotel” nog steeds niet veranderd. De baas herkend me vaag en nadat ik naar zijn zoon, met de John Lennon bril, vraag begrijpt hij dat ik hier vaker ben geweest. In het korte gesprek dat volgt vertel ik hem dat ik twaalf jaar gelden hier voor het eerst kwam. Ik vertel nog een herinneringen van het oude Taiping en ik kan zien dat hij trots is dat ik nog steeds de weg naar zijn hotel kan vinden. Hij is minder blij met het feit dat ik heb ontdekt dat tijdens de tweede wereldoorlog het kantoor van de Japanse politie in het hotel was gevestigd. Chinezen zijn doorspekt met bijgeloof en er zouden zeker klanten wegblijven wanneer ze dat zouden weten. Voor mij maakt het weinig uit. Hoewel ik vanuit mijn ooghoeken wel schaduwen als personen door de gangen zie zweven. Misschien de geesten van slachtoffers van de Japanse politie die hier in een van die kamers hun leven hebben verloren tijdens de verhoren of martelingen. Maar mijn ogen zijn ook niet al te best meer dus doe ik het maar af als gezichtsbedrog.

Zodra ik mijn bagage van mijn motor heb begint het te stortregenen. Een regen zoals je kan verwachten aan het einde van de middag. Daarom is het vanaf morgen zaak om vroeg op pad te gaan om zo de regen voor te kunnen blijven!
Terwijl ik dit verhaal lig te schrijven gaat de wekker af voor mijn medicijnen. Vijf uur? Mijn horloge geeft vijf uur aan! Voor het eerst vandaag realiseer ik me dat ik al vanaf vanochtend naar een horloge kijk dat een uur achter loopt. Toen ik de grens overstak had ik de klok een uur vooruit moeten zetten.

Mijmerend over het oude gezellige Taiping loop ik langs de laatste overgebleven oude Chinese winkelpanden. Over een paar jaar zullen die ook allemaal zijn platgeslagen om een nieuw winkelcentrum te bouwen. Ik ben blij dat ik die momenten in ieder geval voor de mensheid heb kunnen behouden. Mijn drie taken voor het einde van deze dag zijn simpel,
1. Geld wisselen dat ik niet zo snel meer nodig heb
2. Een nieuwe SIM-kaart met 3G internet
3. Een nieuwe leesbril


De eerste twee regel ik op loopafstand van het hotel. De koers is zelfs prima te noemen en ik heb weer wat geld in mijn zak. De leesbril zal ik moeten zoeken op de goedkope markt wanneer ik ben wezen eten. De Mee Rebus in het bekende foodcourt smaakt me uitstekend. Nu heb ik nog maar een taak over! Een nieuwe leesbril. Ik kan het zelf niet geloven maar in de laatste zes dagen heb ik twee leesbrillen kapot zien gaan. Dat is toch haast onmogelijk zou je zeggen? Maar het is echt waar. Ik hoop dat mijn nieuwe blauwe leesbril van € 2,-- het in ieder geval tot mijn aankomst in de Pattaya uithoudt.

Pattaya - Bang Tabun Ok - Ban Khut - Ranong - Krabi - Satun - Taiping - 1.477 + 334 = 1.811 Km

Copyright/Disclaimer