dinsdag 17 december 2013

Thailand: Aan de grens met Maleisië

Satun (Rain Thong Hotel (308)

Om half zeven sluipt het eerste verlegen zonlicht onder de gordijnen door mijn kamer in. Ik wordt op een natuurlijke manier wakker die ze bij Philips in Eindhoven nu ook in een LED uitvoering hebben. Maar om eerlijk te zijn vindt de originele toch beter! Buiten gakt de waakgans al alsof er een leger inbrekers aan het werk is en binnen borrelt mijn eerste kop koffie van de dag.
Het was een redelijk nachtje! En dat werd ook hoog tijd! Maar ik heb ook mijn klachten over het latex matras. Dat is iets dat velen van jullie nooit mee zullen maken. Zo’n matras vormt zich binnen een minuut naar je lichaam en wanneer je je omdraait, wat ik wel duizend keer in een nacht doe, blijven die kuilen een paar minuten in het latex matras aanwezig totdat ze weer hersteld zijn. Met als gevolg dat je de hele nacht ongelijk ligt. Maar toch, die paar biertjes hebben me prima geholpen en ik voel me een stuk beter dan gisteren.

Wanneer ik de deur van mijn kamer opengooi om wat frisse lucht naar binnen te laten krijg ik de schrik van mijn leven! De waakgans kijkt me recht in de ogen aan en ik kan niet verder dan een meter of vijftig voor me uit kijken. Het mist, en niet zo’n beetje ook!
Vandaag blijf ik de kust, een voor velen, waaronder ikzelf, onbekende kust, volgen totdat ik in een zuidelijke uithoek van Thailand terecht kom. Op de GPS ziet het er allemaal schitterend uit en om eerlijk te zijn was het dat ook.

De mooiste en leegste stranden van Thailand aan de Straat van Malacca. Alleen hier ben je te ver weg van Bangkok! Niet veel mensen reizen zover, en passeren zoveel mooie stranden, om speciaal hier terecht te komen. De weinige westerse toeristen die hier een paar nachten blijven hangen zijn op doorreis of hebben deze stranden speciaal uitgekozen. Dus ze moeten het hebben van de Maleisiërs, die zelf ook enkele mooie en prima stranden hebben of de Singaporezen die nog verder weg zijn. Met als gevolg: Mooie stranden met niemand in zicht, en ook werkelijk niemand! Het is een week voor de kerst en het is hoogseizoen. Hier kan iedereen zien dat er keihard wordt gelogen over het aantal toeristen dat Thailand bezoekt.

Een lege parkeerplaats voor een duur 4 sterren resort

Wanneer ik bij zo’n vier sterren resort eens naar de prijs informeer vragen ze met een staalhard gezicht 2.500 baht (€ 56,50) per nacht inclusief ontbijt. Gezien de drukte op de parkeerplaats voor het resort zal het wel iedere nacht volgeboekt zijn! Maar dat is de Thaise zakenlogica! Wanneer het niet zo druk is verdubbel je de prijs om er toch nog wat van te maken. Een Thai kan niet langer dan dertig dagen terug en een dag vooruit denken, dat maakt ze kwetsbaar voor tegenslagen die ze echt niet kunnen begrijpen. En Thailand is echt niet meer zo goedkoop! Een echtpaar of stel moet toch al gauw aan de honderd euro per dag denken en dan niet te gek gaan doen want dan lig je om tien uur al op bed!


En nu ik het toch over die stranden heb! Wat is die fascinatie toch die mensen hebben met een strand? Ik heb er lang en diep over nagedacht en kan het antwoord daar niet op vinden. Twaalfduizend kilometer vliegen om een paar weken elke dag op het strand te liggen en verder niets te doen dan suikerige frisdrankjes en/of bieren te drinken.
‘Zou iemand mij dat eens kunnen uitleggen?’
Voor mij is strand namelijk zand, de kleur en fijnheid van de korrel maken me weinig uit want ik heb ze van spierwit in Australië tot gitzwart op Bali gezien. Dat zand gaat meestal op de meest oncomfortabele plaatsen of in je dure elektronica zitten. En daar ben ik persoonlijk niet zo gek op. Als het alleen voor de afkoeling is dan gaat een zwembad nog net maar al die bacteriën en urine van die mensen in het gechloorde water nemen bij mij de zin om te zwemmen al snel weg. Zo’n strand is voor mij dan ook meer een landschap en mooi om naar te kijken, en te luisteren naar het ruizen van de zee. Een zon in te zien wegzakken en een hapje met een goede vriend of een geliefde te eten.

Zelf hou ik meer van cultuur, drukte en steden, markten en kleine restaurants met hun heerlijke lokale gerechten. Tempels en andere godshuizen, groot en klein, bossen en bergen en veel mensen.
Tijdens mijn laatste rustpauze raak ik in gesprek met een andere motorrijden, Horst uit Songkla, een heel andere motor maar het hart is hetzelfde. Horst rijdt op zo’n grote 750cc Off en On road Honda. We bekijken elkaars machine en we zijn beiden blij met wat we hebben. We kletsen wat en dat maakt de pauze een stuk aangenamer.

En dan ben ik aan het laatste stukje van Thailand toe, tenminste, dat hoop ik. Ik Satun heb ik het hotel uit mijn herinneringen snel gevonden en ik krijg ook nog eens dezelfde kamer als vijf jaar geleden. Ik kwam toen alleen vanaf Langkawi omdat mijn reisgenoot uit Zaltbommel plotseling heimwee had naar de lichtjes van Pattaya. Hij kon echt niet meer zonder en vertoonde na ruim een week echte onthoudingsverschijnselen!

In Satun heeft de tijd bijna stilgestaan! En dat is ook wel eens fijn om te vermelden! Hier is het diepe zuiden waar de Islam heerst dus gaan de mensen vroeg naar bed. Wanneer je wil eten zal je voor acht uur op pad moeten want anders is het te laat.

Ik ga al vroeg op pad, kijk eens goed om me heen voor een restaurant en eet wat op de kleine avondmarkt. Er is hier zo weinig te doen dat ik ook geen zin heb om bier te drinken. Voor half zeven ben ik alweer terug op mijn kamer. Foto’s, verhalen schrijven en corrigeren èn nog wat lezen op de Kobo Glo. En om eerlijk te zijn voel ik dat ik vannacht eindelijk een keer goed zal slapen. De routes voor morgen zitten in de GPS en eigenlijk kan er weinig meer fout gaan. Behalve dat ik aan de grens wordt geweigerd! Daarvoor heb ik ook een alternatieve route naar Narathiwat geprogrammeerd.

Pattaya - Bang Tabun Ok - Ban Khut - Ranong - Krabi - Satun 1.180 + 297 = 1.477 Km



maandag 16 december 2013

Thailand: Ze zijn hier ècht gek geworden!

Krabi (Rim Khao Lodging (8)

Om zeven voor zes slaat een vreemde op mijn kamerdeur en roept enkele Thaise woorden. Ik ben verbaasd en verward tegelijk na de weinige uren slaap die ik de afgelopen nacht heb gehad. Ik kijk nog een goed op mijn horloge en de tijd klopt! Minder dan vier uur geslapen terwijl de man de rest van de deuren op de gang afgaat. Ik denk na de over de afgelopen nacht! Is dit dan alweer de derde slechte nacht op rij? Is er iets verkeerd met me? De slechte kussens, het polyester laken dat nooit slijt, de plastic hoes om het beton harde matras, nee, dit was dus de derde slechte nacht op rij. Misschien wil een hogere macht me een tip geven om maar snel terug te keren naar Pattaya. Ik draai me nog een keer om en slaap verder, ik heb geen interesse in vandaag. Misschien blijf ik nog wel een dagje langer hier, ik heb tenslotte toch niets beters te doen!
Wanneer om zeven uur de wekker voor de tweede keer afloopt voel ik me opvallend fit en controleer meteen het weer vanuit mijn raam. Een waterig zonnetje staat al boven de bergen in het oosten en het lijkt er op dat het een mooie dag gaat worden. Heel anders dan gisteren! Toen werd er voorspeld dat het zou regenen vandaag, en op zo’n moment ben ik blij dat de weerman er wel eens naast zit. Al tijdens mijn eerste kop koffie besluit ik toch maar weer op pad te gaan. Mijn pessimistische gedachtes zijn al door het waterige zonnetje verdreven.

Ik trek mijn, nog licht vochtige, kleren aan met uitzondering van mijn sokken en schoenen. Dat kan dus echt niet! Die zijn nog veel te nat. Na een kort en snel afscheid van de vrouw achter de receptie rij ik nog ruim voor acht uur weg uit Ranong. Het is fris en ik heb mijn jas aan. Mijn voeten in de sandalen worden al snel opgewarmd door de stralingswarmte van het motorblok. Ik heb er zin in en in  mijn gedachten komt het deuntje “Dan weet ik dat ik bijna thuis ben” van Hans de Booij op.

Maar een dag als gisteren blijkt moeilijk te evenaren! Ook al is het landschap schitterend mooi en het weer zit mee en de wegen slingeren zich als een lint door het groene landschap. De tempels worden zeldzamer en de moskeeën talrijker. Eerlijkheid gebied te zeggen dat haast al die lokale moskeeën moderne gedrochten zijn die niets en dan ook helemaal niets bijdragen aan de architectonische ontwikkeling van de geciviliseerde mens. Ik heb het ook anders gezien en ik hoop dat ik dat straks ook aan jullie kan laten zien wanneer ik toegang krijg tot Maleisië met de motor.
Het is dus niet zo mooi als gisteren en daarom maak ik weinig foto’s. Ik kan er ook niets aan doen. Ik geniet met volle teugen en heb eindelijk geaccepteerd dat de weerman ernaast zit. Mijn ogen speuren beide zijden van de weg af naar iets interessants en toch kan ik die ene foto niet vinden.

Totdat mijn beeld van gisteren weer vervaagd is en een frisse kijk op de wereld zich van mij meester maakt. Het landschap veranderd en de broodbergen, limestone mountains, doemen in de verte op. En vanaf dat moment komt mij camera weer regelmatig uit de zadeltas.

Ik heb altijd al graag die baai van Krabi willen zien en mijn eindbestemming onder voorbehoud was ook zo’n strand met van die bergen in zee aan de horizon. Helaas ben ik na enkele malen vragen naar een bungalow maar snel doorgereden. 800 baht voor een hok met een fan en 1400 baht voor een redelijke bungalow met een airconditioner die je toch niet gebruikt want het is hier stervenskoud ‘s nachts. Ik rij de laatste paar honderd meter, tegen beter weten in, langzaam om te zien of ik misschien toch nog wat goedkopers om te slapen kan vinden. Overal hangen de borden “Room Available”, en dat is niet zo vreemd wanneer het strand haast leeg is en er slechts een handjevol toeristen langs de boulevard lopen. Ook hier heeft de recessie toegeslagen met als gevolg prijzen van een Bangkok viersterren hotel voor een bungalowtje vergeven van de mieren, kakkerlakken en ander ongedierte. Ze zijn de weg hier ècht helemaal kwijt en ik vraag me hardop af of het ooit nog wel goed komt. Ik heb mijn plan getrokken en verdwijn weer net zo snel als ik hier ben gekomen. Verderop, niet al te ver kan ik zeker wel een slaapplaats vinden die beter en veel goedkoper is. Ik gooi mijn tank nog maar eens vol en vertrek uit deze toeristenval.
Achter is de lucht helder blauw en voor me veranderd de lucht met de seconde in een andere tint van grijs. “Vijftig tinten grijs”? Hier zij het wel vijftigduizend tinten grijs! De eerste aanvaringen met de waterdruppels voelen nog als insecten maar dan zie ik toch echt donkere vlekken op de dijbenen van mijn broek verschijnen. Ik vloek hardop en denk voor een seconde dat ik misschien beter toch dat hol voor 800 baht had kunnen nemen. Links af richting Trang en richting de blauwe lucht! Een paar kilometer verderop, en enkele vruchteloze pogingen, zie ik een bord voor een resort een paar honderd meter van de snelweg. Dat betekend een rustige nacht en hoogstwaarschijnlijk een gunstige prijs.

En het “Rim Khao Lodging” is een plaatje van een Boem boem resort en alleen de spiegels aan het plafond ontbreken. Maar voor de 400 baht (€ 9,10) hoor je mij niet klagen. Het is schoon, het bed is het zachtste dat ik in de afgelopen dagen gevoeld heb, en de vrouw is zeer vreemd maar erg vriendelijk.
Zo krijg ik geen sleutel van de kamer maar zij opent persoonlijk de deur wanneer ik weer terug kom. Om half vijf krijg ik geen bier bij de 7-11 omdat er in Thailand nog niet zo lang geleden een middeleeuwse wet is ingevoerd die dat verbied. Dus blijft het bij een zakje waspoeder om straks mijn reiskleding een wasbeurt te geven. Nog geen honderd meter verderop koop ik in een klein winkeltje zonder problemen twee ijskoude flessen Leo bier. Tijdens de was ontspan ik ombeurten tussen de massage in het water van de vuile kleding en mijn koude pils.

Mijn dag zit er op, de was hangt in de boom, en ik heb de regen bijna kunnen ontlopen. Terwijl ik geniet van mijn tweede Leo biertje wordt ook hier de lucht met de seconde donkerder en het duurt niet lang voordat de eerste dikke druppels het warme beton van de straat raken. Een half uur later winnen de wolken en de zon weer van het vallende water en wordt alles weer normaal. Dit is het weer in het zuiden. Blauwe lucht in de vroege ochtend en een dikke bui aan het einde van de middag. Terwijl het laatste water uit de hemel valt kleed ik me aan voor de laatste handeling van de dag. Het avondeten. Ik weet hier heg nog steg maar het moet toch gek zijn dat ik hier niets te eten kan vinden.

De gestoofde speklappen, in een saus die nog het meest naar speculaaskruiden smaakt, en een moot vis in een waterige limoensaus zijn van een hoge kwaliteit. Zo is ook het prijskaartje maar dat kan me eigenlijk niets schelen wanneer het me goed heeft gesmaakt.

Op het bed naast de grote spiegel in het Bum Bum Resort schrijf ik nog een verhaal en lees wat op de Kobo Glo. Het was weer een fantastische dag en morgen heb ik hopelijk de laatste etappe in Thailand.

Pattaya - Bang Tabun Ok - Ban Khut - Ranong - Krabi 821 + 359 = 1.180 Km

zondag 15 december 2013

Thailand: Toch nog regen met de finish in zicht

Ranong (Sunny Place (505)

Gelukkig verdween het gedreun van de bas van de muziek ergens laat op de avond maar dat resulteerde voor mij niet in een goede nachtrust. Ik weet niet wat er met me mis is! Drink ik te weinig bier of teveel koffie? Ben ik aan het einde van de dag niet vermoeid genoeg van het motorrijden? Ik kan dat moeilijk geloven want om half tien zit ik te gapen alsof ik net een dubbele nachtdienst heb gedraaid.
Het slechte matras heeft zeker ook bijgedragen aan de slechte nachtrust, dat is zelfs 100% zeker! De stalen veren zitten los in het frame, ze kraken, schieten naar links en rechts weg wanneer ik me omdraai en pikken in mijn rug als aasgieren wanneer ze de kans krijgen. En dan was er ook nog de koelkast! Die sloeg om de tien minuten aan om een kort maar zeer irritant gebrom te produceren. Net genoeg om je wakker te maken maar niet genoeg om je te wekken. In je half bewustzijn was het alweer voorbij voordat je kon besluiten om er iets tegen te doen. Toch heb ik uiteindelijk om vijf uur de stekker uit het stopcontact getrokken en zo kwam ik dan toch nog aan enkele uurtjes slaap toe.
Het meest vreemde deze dag was eigenlijk dat ik met de gedachte speelde om hier een nacht langer te blijven! En dat is op zich zeer uitzonderlijk te noemen na zo’n slechte nacht. Maar toch, het is een mooie plaats en ik had hier best nog wel een nachtje kunnen blijven. Tijdens de eerste koffie, op de veranda van de bungalow, verbeter ik nog wat aan mijn verhalen en besluit om toch maar door te rijden. Het is pas de derde dag van mijn motortrip! Later, in de loop van de volgende week, blijf ik wel een dagje rusten wanneer ik het ergens naar mijn zin heb.

Het weer is mooi, het asfalt is uitstekend en dit is zeker een van de mooiste stukjes Thailand waar ik ooit ben geweest. Het is net te ver van Bangkok dus heeft het massatoerisme hier nog iet toegeslagen. Schitterende baaien met kristalhelder water, Bounty stranden met wuivende palmen die ik later met Lyka zeker nog eens ga bezoeken.

Ik blijf de kustlijn volgen en kom oog in oog met een enorme Boeddha, deze is zeker anderhalf maal zo hoog als die van ongeveer een maand geleden! Burmese bouwvakkers brengen steen voor steen en emmertje voor emmertje cement naar boven totdat dit enorme beeld is voltooid. Letterlijk en figuurlijk monnikenwerk!

Dan gaan we, mijn motor en ik, eindelijk landinwaarts en ik kom op terrein waar ik dus ècht nog nooit ben geweest. En als ik eerlijk moet zijn is het hier nog mooier dan in het noorden van Thailand. Onbeschrijfelijke landschappen die steeds weer veranderen. Bergpassen met slingerende wegen en overal wuivende mensen. De droom van elke motorrijder!

Kilometer na kilometer kijk ik naar blauwe netten met daarop een soort zwarte besjes die liggen te drogen. Ik pieker me suf maar kan niet tot een verklaring komen. Bij de eerste de beste kans waar ik iemand aan het werk zie stop ik om eens te informeren waar ik naar sta te kijken.
‘Koffie!’, zegt hij.
Hij heeft de lokale tatoeages van de tempel en een paar om de boze of kwade geesten af te weren. In zijn omslagdoek verteld hij me dat het veelal voor eigen gebruik is maar dat er soms ook nog wel wat wordt verkocht. Het kwartje valt, de bergen zijn hier hoog genoeg om de koelte te bewaren gedurende de dag en dat is een ideaal klimaat voor de koffie.

Ik ga weer verder want ik heb een flinke rit voor vandaag geprogrammeerd. De wegen en omgeving blijven adembenemend en ik zit hardop te zingen terwijl ik probeer geen insecten in te slikken. En die insecten komen met honderdduizenden tevoorschijn wanneer de zon aan de horizon dreigt te verdwijnen. Ze voelen aan als waterdruppels op mijn shirt maar een blik omhoog laat alleen maar blauwe lucht zien dus dat zit wel goed.
Totdat ik weer in lager gelegen terrein kom en richting het zuiden draai. In de verte kan ik goed zien dat de onweerswolken zich hebben opgebouwd en klaar zijn voor hun dagelijkse ontlading. Ik hoop stilletjes dat dat zal gebeuren wanneer ik hoog en droog in mijn hotel zit. Met nog tien kilometer te gaan zie ik de grijze muur, als een alles verslinde nevel voor me opdoemen. In de beschutting van een afdakje bescherm ik mijn bagage tegen het vallende water maar voor mij was het al te laat. Ik ben nat tot op het bot en besluit daarom om maar door te rijden en zo snel mogelijk mijn natte kleding uit te kunnen doen. Vijf kilometer verder, net zo plotseling als de regen is gekomen, is het weer droog en schijnt de zon. Het is voor mij te laat maar in ieder geval beter dan het rijden in de regen. De wegen worden dan namelijk verraderlijk glad en zeer gevaarlijk.

Het hotel dat ik op het oog heb is te ver boven mijn budget mar een paar honderd meter terug heb ik een andere, waarschijnlijk veel goedkopere, slaapplaats gezien. “Sunny Place” ziet er van buiten en in de lobby prima uit. De kamers zijn oké voor wat je ervoor betaald dus kies ik voor de 300 baht kamer omdat ik daar een sterk internet signaal heb. Dan maar geen warm water om te douchen!
Ik reken snel af en sleep mijn vochtige spullen naar boven. Ik kleed me snel uit en hang de natte kleren, nadat ik ze heb uitgewrongen, te droegen. Ik val naakt en koud op het bed en dan krijg ik een schok. Het matras is zo hard, het is van de Thaise beton kwaliteit! Nog harder dan de twee matjes op de houten vloer van eergisteren! Voor een moment zakt de moed me, in de mijn door de regen doorweekte, schoenen en vraag me hardop af waaraan ik dit heb verdient.
‘Het zal wel weer een test van de Boeddha voor me zijn!’

Een oorverdovend kabaal veroorzaakt door de enorme regendruppels die op de dakplaten uiteenspatten kondigen aan dat de regen nu ook hier is gearriveerd. Zo ver naar het zuiden regent het bijna elke dag aan het einde van de middag. Het is een gevolg van de smalle landtong, de hoge bergen en het tropisch regenwoud dat hier op plaatsen nog maagdelijk is. Mij kan het weinig schelen want ik zit aan mijn beker koffie en geniet van snel internet en bekijk en bewerk de foto’s van vandaag.

Het druppelt nog wanneer ik voor mijn avondeten op stap ga. En dan kun je merken dat je op een ander terrein in Thailand bent! Moslim voedsel is overal verkrijgbaar en ook de chinezen bakken alles in een wok wat je je maar kan voorstellen. Eigenlijk begint Maleisië al in Ranong. De gebakken vis in de zoetzure saus is overheerlijk en de twee flessen beer Leo blussen de vlammen van de chilli pepers in mijn keel. Na die twee flessen bier hoop ik ook dat ik vannacht eindelijk een keer goed zal slapen!

Pattaya - Bang Tabun Ok - Ban Khut - Ranong 523 + 298 = 821 Km

Copyright/Disclaimer