donderdag 14 november 2013

Thailand: Ik heb geen idee waar ik ben!

Ban Phaeng (Jay Jit Resort (11)

Dit was veruit de mooiste en meest culturele dag van deze motortocht tot nu toe. Ik heb heerlijk geslapen en ik stap erg fris op mijn motor. De tocht die ik gisteren heb uitgezet eindigt vanavond in een uithoek van Thailand, in een plaats waar ik nog nooit van heb gehoord en ik heb geen idee wat ik daar zal aantreffen.
Er zijn ondertussen bruggen genoeg over de Mekong rivier maar van deze heb ik toch maar een foto genomen om de camera wat op te warmen.

En dan komen de tempels van de Isaan aan de beurt. De eerste op het programma is “Wat Mano Phirom”, een oude tempel met veel invloeden uit Laos en Vietnam. Het is er heerlijk rustig en ik geniet van de cultuur in deze uithoek van Thailand.

Langs de muur zie ik enkele zuilen waarin je duidelijk de potten met daarin de as van de overledenen kan zien.

En dan loop ik tijdens ongeplande stop zomaar tegen een staaltje geweld aan dat je hier in het Boeddhistische Thailand niet zou verwachten!

We hebben allemaal geleerd dat het Boeddhisme een geweldloze filosofie is. Ook wordt er altijd gepredikt dat er geen oorlogen zijn gevochten over het Boeddhisme. Maar naar wat ik hier sta te kijken laat me toch wel twijfelen. Het is een voorbode voor een bezoek aan een kerk later vandaag!
Het schilderij lijkt wel een inquisitie die de christenen, hoofdzakelijk uit Vietnam, wil doen bekeren tot het Boeddhisme met als inzet de dood. Martelen, onthoofden en brandende kruizen met symbolische gieren had ik hier toch echt niet verwacht in deze rustige vreedzame tempel in een noord-oost uithoek van Thailand.

Een klein stukje verderop stop ik bij “Wat Songkhon”, de grootste katholieke kerk van Thailand. Een moderne kerk met als doel de zeven martelaren te eren die in 1940 stierven voor god en weigerden Christus op te geven en Boeddhist te worden.

Een andere versie van het verhaal is dat de zes vrouwen en een man verdacht waren voor het spioneren voor de Fransen aan de andere kant van de Mekong rivier. Het was 1940 en de Europa stond in brand. Ook in de kolonies waren er al voordat de Japanners in 1941 arriveerden grote problemen tussen de overheersers en de lokale bevolking maar onder de lokale bevolking was er ook al een machtsstrijd gaande over wie straks de baas zou worden wanneer de Japanners zouden zijn vertrokken.
Welke versie je ook moet geloven toch komt dat beeld van de inquisitie weer bij me terug. Ik krijg het niet uit mijn hoofd! Het was natuurlijk overduidelijk dat de meesten vluchtelingen Christenen waren. En dan heb je al snel een groepsvorming op basis van het geloof en dat is de reinste discriminatie of racisme. Ik zal hier later wel eens meer over te weten zien te komen.

Het is een mooie moderne kerk met als bijzonderheid dat achterin wassen beelden van de martelaren liggen met daaronder de as van de gecremeerden.

Het is schitterend rijden vandaag en bijna elke keer wanneer ik naar rechts kijk zie ik de rivier. Mooie rustige wegen maken dat ik mijn concentratie iets kan laten vieren en dat maakt me minder moe en ik heb ook meer tijd om om me heen te kijken.

Een van de mooiste tempels van vandaag is de “Wat Pho Kham”. Gelukkig staat de deur open en kan ik naar binnen kijken. Vooral de muurschilderingen zijn prachtig. Het is te hopen dat deze tempels die geen toeristen attracties zijn toch blijven bewaard.

Heiligdommen komen in alle soorten en maten. De “Wat Phra That Phanom” is een van de meest belangrijkste tempels van het noord-oosten. Het complex is enorm en mensen komen vanuit het hele land om deze heilige plaats te bezoeken.

Voor mij is het nu allemaal genoeg! Genoeg tempels en nu lekker relaxed toeren. Ik stop nog wel regelmatig om een foto te maken maar de rit begint nu wel heel lang te duren. Het zijn maar 234 kilometer vandaag maar het zijn wel een langzame 234 kilometer omdat ik zoveel stop om mooie en leuke dingen te bekijken.

Het is al bijna half vijf wanneer ik bij het resort aankom dat ik op de kaart van mijn GPS gevonden had. Helaas voldoet het niet aan mijn eisen, het matras is zo hard als een plank, en ik krijg ook al snel het idee dat het hier een “boem boem resort” betreft! Een plaats waar de mannen met hun vriendinnen en bijvrouwen seks hebben en na een paar uurtjes plezier weer vertrekken.

Ik rij wat verder richting naar de stad en passeer een mooi, en haast nieuw resort waarvan ik de naam niet kan lezen. De vrouw spreekt geen woord engels en ook het Thais hier is van een ander dialect dan ik gewend ben. Ik inspecteer de bungalow en ook deze valt in de “boem boem” categorie, de bungalow is ingericht met spiegels aan de wand en het plafond. Ik moet er eigenlijk zelf wel om lachen. Het is tenslotte maar voor een nacht en wat kan mij het schelen. Ik maak de vrouw duidelijk dat ik voor een nacht blijf, misschien twee, want dan gaat de prijs meestal omlaag!
De vrouw denkt waarschijnlijk, ‘kassa’, bij het zien van de blanke buitenlander. Maar ik ben ook wel wat gewend en weet de vraagprijs van 500 baht terug te schroeven naar 400 baht. Zo zijn we beiden blij terwijl ik weet dat ik aan een zekerheid grenzende onwaarschijnlijkheid toch nog 100 baht teveel heb betaald.
Koud bier is er niet op voorraad dus spring ik snel op mijn motor om nog voordat de zon ondergaat een paar flessen bier in de stad te halen. Langs de weg naar de stad passeer ik wel tien karaoke barren waar meisjes zich, in de laatste zonnestralen van de dag, gereed zitten te maken voor de avond. Dit zijn de bordelen voor de Thaise mannen! Tot de nok toe gevuld met jonge meisjes en vrouwen uit Laos die hier hun ziel en lichaam komen verkopen. Op de terugweg kijk ik nog eens goed en rij niet zo hard! Er zijn er zelfs die verlegen naar  me zwaaien!

Ik zit hier voor mijn bungalow met mijn koude fles Leo te genieten van het uitzicht. Het is bijna vijf uur en binnen dertig minuten zal het donker zijn. De gouden schaduwen over de bewerkte akkers worden met de seconde langer. Wanneer je goed kijkt kan ze haast zien groeien terwijl de maan aan een staalblauwe hemel staat.

Aan de overkant van de Mekong rivier liggen in de verte de bergen van Laos. Een schitterend uitzicht! Ik moet nog uitvinden hoe het dit resort heet maar het is een ongeslepen diamant die ik zeker nog wel een keer wil bezoeken. Ik heb geen idee waar ik ben maar ik heb het wel prima naar mijn zin. Ook zonder internet is dit een bijzonder mooie plaats waar je misschien wel het best tot rust komt.

Dit is zo’n moment dat je eigenlijk zou moeten kunnen delen! Om hier alleen te zitten is al heel mooi maar wanneer je zo’n moment met iemand kan delen wordt het alleen nog maar mooier! Het gaat niet om eenzaamheid, nee, dat ziet er heel anders uit. Het gaat om het delen van mooie momenten met goede vrienden of mensen die je liefhebt. De mensen die mij dierbaar zijn weten wel dat ik het over ze heb. Wat zou het fantastisch zijn om een paar van die mensen nu om me heen te hebben.
Ik trek nog maar een fles bier open terwijl ik een van de jonge Laotiaanse meisjes, die als moderne slavinnen in het resort werken, probeer over te halen om de motor schoon te spuiten. Die heeft vandaag namelijk heel wat stof verzameld. Ze kijkt me angstig en onbegrijpend aan. Ze is bang voor me en bang dat ik naar haar toe kom. Wanneer ik opsta  gooit ze de slang op de grond en rent snel weg.

Blanken boezemen hier nog steeds dezelfde angst in als zwarte Pieten bij Nederlandse kinderen. En dan begrijp je pas hoe treurig die hele ophef over Sinterklaas en zwarte Piet is. Zoals ik al eerder schreef, het zijn mensen met hele lange tenen of mensen die niets anders te doen hebben! Kom hier maar eens kijken wanneer je over slavernij wil praten? Deze meisjes verdienen misschien dertig euro per maand en sturen dat ook nog naar huis!

Ik grijp de slang en spuit snel mijn motor schoon. Ik heb genoeg van zandwegen en zal proberen om die vanaf morgen dan ook te mijden.

De zoon des huises, zo blijkt later, komt met een pick-up truck de hof op rijden en maakt zich klaar om nog even snel naar de markt te gaan. De lading is bijzonder vers en zal morgenvroeg op de markt liggen!

Nu gaat het snel! Des te dichter je bij de evenaar komt des te sneller komt ‘s avonds de duisternis. Het is als een schakelaar die door een onzichtbare hand van god wordt omgezet. Voor mij is het het teken om naar de avondmarkt te gaan om wat te eten. Hier in een uithoek van Thailand is er geen nachtleven. Snel eten en terug naar de bungalow voordat de markt gesloten is en er niets meer te krijgen is!

Het is pas kwart over zes wanneer ik door Ban Phaeng rij. Er is geen enkel restaurant te vinden en er zijn zelfs al kramen die helemaal leeg zijn verkocht. Ik moet snel handelen en kies maar voor een vis met kleefrijst. Niet helemaal wat ik verwacht had maar de vis is hier in Thailand bijna altijd van uitstekende kwaliteit.

Na het eten wordt ik bij de familie uitgenodigd om aan tafel te komen zitten. De kleindochter praat een aardig woordje engels en zo kunnen we uiteindelijk dan toch met elkaar communiceren. De familie is zichtbaar trots dat hun kleindochter zo maar in het engels met een buitenlander kan praten.
De zoon trekt een paar flessen Leo bier open en die sla ik natuurlijk niet af. Maar je moet ook op je hoede blijven en niet te vrij worden. Politiek en het koningshuis moet je mijden en eigenlijk is alleen sport de mondiale taal hier. Ze kennen allemaal Liverpool en Manchester United maar ze hebben geen idee wie Elvis of de Beatles zijn.
Na twee grote flessen met de familie ga ik maar een paar afleveringen van “Homeland” op mijn computer kijken. Mijn dag zit er op en morgen moet het wel een saaie dag worden na die mooie dag van vandaag.

Het blijft toch vreemd zo’n spiegel aan het plafond!


Pattaya - Chantaburi - Watthana Nakhon - Buriram - Bua Yai - Surin - Si Saket - Khong Chiam - rond Khong Chiam - Mukdahan - Ban Phaeng 1621 + 234 = 1.855 Km

woensdag 13 november 2013

Thailand: Met de zon in de rug

Mukdahan (Huanum Hotel (20)

Met het eerste daglicht ben ik alweer wakker. De honden en hanen in de buurt hebben me wel geholpen! Ze houden elke ochtend opnieuw een wedstrijd wie de luidste kan zijn! Vandaag heb ik ruim 200 Km voor de wielen wanneer ik uit bed kom en op zoek naar de koffie ga. Wanneer ik beneden kom staat de elektrische ketel voor het heet water al wel aan maar hij is nog niet op temperatuur.
Na een eerste ochtendgroet begint de eigenaar meteen weer over de moeilijke oudere engelse vrouw. Hij laat duidelijk blijken dat hij blij zal zijn wanneer ze vertrekt. Voor mij maakt het weinig uit, ik ga vandaag verder naar een stad in het oosten van Thailand. Ik moet wel nog even op de koffie wachten! De eigenaar van het Apple Guest House roept me zodra het water kookt. Na mijn eerste kop koffie pak ik mijn spullen en terwijl ik de eerste tas op de pakkendrager van mijn motor vastmaak zie ik dat de deur van de enge oude vrouw op een kier staat. Ik hou mijn hart en hoop vurig dat ze niet naar buiten komt om weer over iets onzinnigs te klagen.
Een tweede kop koffie, snel nog een verhaal op mijn weblog, de rugzak op de motor, nog een kop koffie en een laatste controle van de kamer. Ik heb alles dus ik kan weer 200 Km verder naar het noorden naar een stad genaamd Mukdahan.
Deze provinciale hoofdstad die niet de voorspoed heeft gekregen die het had verwacht. Vijftien jaar geleden zwierf ik hier ook rond, alleen door Laos aan de overkant van de rivier, en het is nu moeilijk te geloven dat er in die tijd maar een brug over de ruim 4900 Km lange rivier was. En die brug verbindt Laos en Thailand bij Nong Khai. Nu zijn er een handvol bruggen gebouwd die allemaal een vriendschapsbrug zijn en veruit de meesten nog steeds Laos en Thailand verbinden. De brug bij Mukdahan is zo belangrijk omdat het Thailand met Vietnam via een autoweg verbindt. Het is een belangrijke handelsader tussen de twee landen. Maar niemand in Thailand had verwacht dat Savannakhet het grootste deel van de taart zou opeisen. Een goedkoop land dat vecht tegen een nog goedkoper land en zo veel aan Laos moest laten.

Na een paar tosti’s van de 7-11 start ik de motor en ga op weg. Het eerste noemenswaardige moment is wanneer er verwacht wordt dat ik 200 baht voor het bezoeken van een opgedroogde waterval moet betalen.

En dan moet ik ook nog mijn motor met volledige bepakking op de parkeerplaats laten staan. De parkwachter kan waarschijnlijk wel wat extra geld gebruiken dus gaat hij al snel overstag en ik kan de motor meenemen naar het einde van het pad. Ik ruik mijn kans en probeer voor de Thaise toegangsprijs, slechts 40 baht, naar binnen te komen. Maar hij blijft het weigeren! Ook nog wanneer ik zelfs mijn Thaise rijbewijs tevoorschijn haal. Hij bekijkt het vol interesse en glimlacht zelfs bij het zien van Chonburi, maar het is niet voldoende. 200 baht of anders geen waterval! Nu, die keuze is snel gemaakt want dat bedrag is waarschijnlijk de helft van mijn hotelkamer voor vannacht.

En nu kom ik in een moeilijk gedeelte van dit verhaal! Er gebeurt van alles om me heen maar eigenlijk gebeurt er ook niets. Het enige vermeldenswaardige is het steeds wisselende landschap en de tientallen slangen die zich op het asfalt in de zon liggen op te warmen. Ze variëren van een halve meter tot wel twee meter! En om me heen ligt als een deken een mooi landschap dat van droog naar nat en van vlak naar heuvelachtig gaat.

Mooie vergezichten met honderden mensen die gewapend met een sikkel de rijst van het land halen. Het is ook vandaag weer schitterend weer.

Hoewel ik zoveel mogelijk de loop van de Mekong rivier volg krijg ik hem maar een keer te zien! En ik heb er ècht een stuk voor moeten omrijden! Ik ben zo ver weg van de bewoonde wereld dat mijn telefoon op het netwerk van Laos Telecom schakelt.

Een snelle lunch en dan op zoek naar het hotel. Dat blijkt een prima plaats voor de 350 baht die ze vragen. Snel internet en centraal gelegen.

Na een korte rustpauze ga ik weer op pad om te eten en wat van Mukdahan te zien bij het laatste daglicht. En dat valt toch wel een beetje tegen! Aan de straatkant van de promenade langs de rivier zijn de winkels volgestouwd met goedkope Chinese rotzooi die via Vietnam en Laos hier terecht zijn gekomen. De niet van echt te onderscheiden plastic nep wapens zijn een favoriet bij de Thaise mannen van middelbare leeftijd.
Vuurwapens en drugs zijn al een groot probleem in Thailand aan het worden maar de gretigheid waarmee de Thai deze wapens kopen voorspeld niet veel goeds voor de toekomst, en voor de jeugd die natuurlijk hun vaders met al die wapens zien spelen.


Ik trek krom van de honger en een duidelijk tekort aan restaurants zorgt ervoor dat ik bij het eerste de beste restaurant maar neerval en wat te eten bestel. De karbonade met patat smaakt prima voor die 160 baht (€ 3,75). Ik ga maar terug naar de kamer om de Lonely Planet te bestuderen en op het internet eens te bekijken wat ik vanavond kan doen.
Dat valt eigenlijk best wel tegen! De avondmarkt wordt in de Lonely Planet geroemd voor de veelvoud aan Vietnamese gerechten. Nu, ik kan slechts een kraam vinden met verse loempia’s en een kraam met gebakken loempia’s. Mijn Lonely Planet is alweer vijf jaar oud en duidelijk achterhaald. En nu ik er over nadenk lijkt de hele opzet van de Lonely Planet wel achterhaald.

Omdat ik weinig anders te eten naar mijn zin kan vinden val ik maar neer achter een Kip op Rijst kraam en bestel een oude klassieker die altijd smaakt. En dat was dan Mukdahan!
Mocht het heel rustig blijken te zijn dan ga ik morgen gewoon weer verder. Op papier lijkt het een mooie dag te worden met veel cultuur onderweg. Maar dat zien we morgen wel!
En mochten jullie je afvragen hoe ik aan deze titel ben gekomen? Eigenlijk heel simpel. Het noorden was de richting waarin in negentig procent van deze rit heb gereden, dus ik had altijd de zon in de rug!

Pattaya - Chantaburi - Watthana Nakhon - Buriram - Bua Yai - Surin - Si Saket - Khong Chiam - rond Khong Chiam - Mukdahan - 1399 + 222 = 1621 Km

Copyright/Disclaimer