dinsdag 21 februari 2012

Maleisië: Een vriendelijke stad

Klang, Family Hotel Klang (509)

Het is buiten nog donker als de wekker om zeven uur afloopt. Ik heb het slechte ritme dat ik in Thailand had weer teruggedraaid en dat doet me goed. Ik voel me heerlijk fris zo vroeg in de ochtend. De ontwenningsverschijnselen van de suiker, aspartaam en alcohol zijn zo goed als verdwenen.
Natuurlijk grijp ik als eerste mijn MacBook dat mijn oog naar het laatste nieuws uit de bewoonde wereld is, naast de belangrijkste functies als foto's en schrijven. Ik lees het laatste nieuws terwijl Nederland zijn bed gaat opzoeken.
'Had ik dat dertien jaar geleden kunnen bedenken toen ik, samen met Kris, me aan onbetaalbare tweedehandse laptops stond te vergapen in Bangkok?'
Ik ben al meer dan een uur verder en mijn verhaal vordert goed wanneer Lyka zich omdraait en met een laatste geeuw nog een paar minuten nasudderd van de lange nacht.
Nog een kop koffie en een bruine boterham met kaas en de ontdekking van Klang kan beginnen. Volgens de Lonely Planet heb je aan een halve dag voldoende om alle bezienswaardigheden te bezoeken. Maar dat geloof ik niet want ik graaf graag een stukje dieper om te zien wat er onder de oppervlakte allemaal te zien is.
Het is een stralende dag die ongetwijfeld eindigt in een flinke plensbui zo halverwege de middag. We begonnen met het nemen van een andere route naar de oude stad aan de overkant van de rivier. De minaretten van een blauwwitte moskee ergens in de verte waren mijn richtpunt.
Het was een aangename ontmoeting met een oud houten huis dat zeer verwaarloosd was. Wat zou ik graag een klein guesthouse in zo'n gebouw runnen! Elke splinter van het hout ademde geschiedenis en de belangrijke veranderingen die het door de loop der jaren gezien had. Als een kat om zijn prooi sloop ik om het oude onbewoonbare huis om mooie foto's te kunnen schieten. We stonden op het punt om weer verder te lopen toen ik schrok van een oude man die onder aan de trap van het huis stond. De voordeur stond open dus ik veronderstelde meteen dat hij de bewoner was van het huis dat in mijn ogen onbewoonbaar was.

Half in het Maleis en half in het Chinees begon hij tegen ons te murmelen terwijl hij Lyka aankeek. Ik wist het zeker dat hij dacht dat Lyka Maleis was. Toen ik hem in het Engels onderbrak richtte hij zijn ogen open mij en keek me verbaasd aan. Ik ging verder in zacht en goed gearticuleerd Engels. Hij knikte dat hij me begreep maar toen hij zijn handen in de lucht gooide begreep ik op mijn beurt dat hij niet kon antwoorden.
Onze glimlach vonden elkaar halverwege. Hij wees met zijn rechterarm de trap op als gebaar dat we best even mee naar binnen konden. Lyka twijfelde maar ik twijfelde geen moment. Ik wilde dit in de tijd bevroren tafereel met mijn eigen ogen aanschouwen. Het was erg donker binnen. Het enige licht in de hal kwam van een altaar en van het zonlicht dat als laserstralen door de gaten in de wand en het dak naar binnen priemde.

Mijn ogen moesten even wennen maar na een paar minuten wist ik niet wat ik zag. Het was een georganiseerde chaos. Het was opgeruimd op een manier die het oude vervallen huis toeliet. De oude man schuifelde dichterbij en ik kon nu de sigaretten in zijn adem ruiken.
'Honderdtwintig jaar oud!', zei hij triomfantelijk omdat hij zijn kennis van de Engelse taal had hervonden.
Opnieuw maakte hij een uitnodigend gebaar om verder rond te kijken. Maar dat was voor ons niet nodig geweest, ik had al voldoende gezien. Dit was een ontmoeting die ik me nog lang zal heugen.
'Sjeh sjeh', zei ik zacht en ik knikte eerbiedig.

De oude man liet zien dat hij het waardeerde en stak trillend zijn hand op als afscheid. In stilte liepen we voorzichtig de stenen trap af. Lyka en ik keken elkaar aan zonder een woord te zeggen. We hadden ieder op een andere manier van deze ervaring genoten. Ik fantaseerde dat de man enig kind was en verder niemand meer had, en dat het huis straks voor altijd verloren zou zijn omdat niemand het wilde restaureren. Een verlies voor eeuwig! Maar waarschijnlijk heeft hij een paar kinderen in Kuala Lumpur die wachten op zijn dood zodat ze de dure grond kunnen verkopen en het geld verbrassen aan onbelangrijke materiële zaken.

En zo slenterden we door het oude gedeelte van Klang dat een meer Indiase dan Chinese indruk maakte. De geur van wierook en de muziek van Bollywood movies kroop tussen het drukke verkeer door. Overal om ons heen kleurrijke gewaden en kleurrijk voedsel.
Na bijna drie weken in Maleisië heb je het wel gehad met moskeeën tenzij ze heel bijzonder zijn. Deze witte met de blauwe daken was mooi maar niet bijzonder.

Net na onze aankomt in Klang had ik ook een gouden koepel gezien, en deze moest in lijn liggen met deze moskee. Een snelle blik op de GPS en het doel was gevonden. We gingen verder naar het officiële paleis van de sultan. Onderweg schoot ik nog wat foto's met Indiase invloeden.

Natuurlijk is het officiële paleis van de sultan niet voor het publiek geopend. Een paar foto's vanaf de openbare weg en daar moesten we het maar mee doen. De lucht betrok langzaam en onze magen begonnen te knorren. Tijd om terug naar het hotel te gaan!

Een goed onderhouden gebouw met Gurka's als bewakers trok op de terugweg naar het hotel mijn aandacht. Ik keek eens goed om me heen en dacht dat dit de "National Gallery" wel eens kon zijn. En ik had gelijk. In dit ruim honderd jaar oude gebouw is een collectie ingericht over het leven van de vorige sultan van Selangor.
Het was gratis om binnen een kijkje te nemen maar de camera moest uit blijven! Het was absoluut verboden om foto's te maken en met een handvol Gurka's om je heen laat je dat ook wel uit je hoofd.
Ik schreef Lyka's naam in het gastenboek en het deed me pijn om te zien dat de laatste bezoeker drie dagen geleden zijn handtekening in het gastenboek had gezet. Maar het was ook tekenend voor de rijkdom en zelfverheerlijking van de koninklijke familie en het ontbreken van interesse van de Maleisische bevolking voor haar geschiedenis. Nu moet ik om eerlijk te zijn ook meteen vermelden dat niet alles wat er tentoongesteld staat interessant is.
Een kitscherige moskee gemaakt uit paarlemoer en een geschenk van opperterrorist Yasser Arafat.
Een set golfballen waarmee de sultan zijn rondje heeft geslagen op lokale golfbaan en drie herenfietsen die er nog nieuw uitzagen en dus weinig op gereden is.
Halverwege de rondleiding moet je een binnenplaats oversteken die waarschijnlijk voor vele het teken is om het museum maar zo snel mogelijk te verlaten.

De Mee Goreng bij het Restoran Alif Maja was een stuk pittiger dan we waren gewend en de tranen liepen over mijn wangen. En ik had de ober tijdens het serveren nog wel om sambal gevraagd! De gekoelde 100+ bluste de meeste vlammen maar toen ik na het eten op de kamer een kop koffie dronk stonden mijn lippen nog steeds in brand!

Het was bijna half drie toen ik de spanning van de afgelopen drie weken eindelijk doorbrak en een email naar de Nederlandse ambassade stuurde.
'Het was bijna drie weken geleden dus moesten ze nu wel iets weten?'
'Als ze het nu nog niet wisten dan was er zeker wat mis!'
De spanning en het wachten was me teveel geworden, Lyka lag onder de lakens te ronken en ik keek naar buiten waar de regen met bakken uit de hemel kwam. Er viel iets van me af toen ik op de knop "verstuur" drukte in mijn email programma.
Eenenveertig minuten later kwam het antwoord. Lyka was ondertussen ook weer wakker en vocht op de iPad met haar soldaten tegen honden, trollen en vleermuizen. Zonder het te laten merken opende ik de email en las de enige regel die de elektronische post bevatte drie of vier keer.
'Dear Sir. Visa is ready tob e collected.
Lyka foeterde dat ze opnieuw verslagen was door de fantasiefiguren en toen ik haar aandacht kreeg liet ik haar de email lezen. Het duurde even voordat het tot haar was doorgedrongen dat ze nu écht een visum voor Europa had, en laten we hopen dat het niet haar laatste is.
We dansten samen door de kamer en riepen de plaatsen die we zouden gaan bezoeken in de kleine drie maanden in Europa. We waren opgelucht en ik geloofde weer in gerechtigheid. Ik heb zoveel verhalen moeten aanhoren dat het niet mogelijk was om een visum aan te vragen en al die negatieve energie van mensen die zeker wisten dat we het visum toch niet zouden krijgen. En ze hebben allemaal ongelijk gehad!
De regen nam af en we maakten ons op voor de avondsessie met het statief. De stad was uitgestorven! Er was bijna geen verkeer en er hing een drukkende warme vochtige deken over het land. Dit zijn de tropen waarover we vroeger alleen maar in boeken over konden lezen. In mijn jeugd lag Indonesië aan de andere kant van de wereld en was alleen te bereiken per boot of vliegtuig. Een privilege dat alleen maar was weggelegd voor de welgestelden en niet een gezin uit de arbeidersklasse.

Multatuli en de groep Molukkers en Ambonezen met hun exotische gerechten gaven de tropen een gezicht. Bedenk wel dat Nasi Goreng in de jaren zestig een erg vreemd gerecht was bij het overgrote deel van de Nederlandse bevolking. Nog voordat we bij de brug waren was mijn overhemd al doorweekt.
We liepen zonder op mijn GPS te kijken, ik had de kaart in Google bestudeert, naar de "Masjid Diraja Sultan Suleiman". Een vreemd gebouw uit de begin jaren dertig waarin de wens om een moderne staat te worden spreekt. Art-Deco en Neo-klassieke architectuur voor een moskee in Maleisië.
Terwijl ik mijn statief opzet denk ik na over wat we eerder op de dag gezien hebben. De sultan met zijn mooie jonge vrouw in de jaren veertig en vijftig toen de Engelsen het hier nog voor het zeggen hadden. Geen hoofddoekjes en kokette kokerrokjes die de mooie lijnen van de vrouw accentueren. De conservatieve moslims zouden dit na de overdracht wel weer snel veranderen. Maleisië en Singapore zijn twee broertjes die in 1965 ieder hun eigen weg gingen. En zie nu het verschil tussen de conservatieve moslim en progressieve Chinese ideeën?
Als ik nu om me heen kijk dan is er in de laatste vijftig jaar veel veranderd sinds UMNO aan de macht is. De overschakeling van de Britse overheersing naar de Maleisische onafhankelijkheid is zeker geen vooruitgang te noemen.
Maar terwijl we daar zitten te wachten krijgen we te maken met twee tegenstanders die niet te onderschatten zijn. We hebben trek als paarden en het duurt nog zeker een uur tot de schemer. We kijken elkaar aan en zonder een woord te spreken komen we tot een besluit. Ik manipuleer de instellingen op de camera en schiet de foto's.

Tijdens de wandeling terug naar het hotel maken we plannen voor Europa. Welke plaatsen we willen bezoeken en hoe we ze gaan bereiken.
De maaltijd smaakt heerlijk en het lijkt wel of het beter smaakt nu we het goede bericht hebben ontvangen. Naan met lamskerrie en kip tandoori. Goddelijk!

maandag 20 februari 2012

Maleisië: Storing

Klang, Family Hotel Klang (509)

Om half zes zat ik alweer klaar wakker op mijn bed. Wat een toestand! De biertjes hadden hun werk wel gedaan maar halverwege de nacht werd ik wakker van vreemde ratelende geluiden. Het klonk als een oude brommer met een slechte uitlaat of misschien een tractor. Wat een vreemde tijd om met zo'n voertuig op pad te gaan! Het geluid kwam en ging. Het begon zachtjes, zwol aan en verstomde weer net zo plotseling als het was begonnen.
Totdat ik na enkele malen uit het raam te hebben gekeken te hebben gekeken tot de ontdekking kwam dat het de airconditioning was die vreemde geluiden maakte. Half in slaap probeerde ik de oorzaak van het probleem te vinden maar de andere helft die nog sliep verstoorde mijn academisch denken.
Ik hoorde ergens in het niets water druppelen en ik kon de oorzaak niet vinden. Ik was duidelijk van slag af! Toen ik om zes uur eindelijk het licht aan kon doen kon ik niets vreemds vinden en schakelde de veroorzaker van onze slechte nacht uit.
Vandaag was de op twee na laatste verplaatsing. Van Kuala Lipis naar Klang. Ruim tweehonderd kilometer die er op het papier niet moeilijk uitzagen. Vier uurtjes met een uurtje speling voor het overstappen. We zouden dus zo rond twee uur vanmiddag in het "Family Hotel Klang" binnen stappen. Ik keek op mijn MacBook nog eens naar de lokatie van het hotel en hoe we daar vanaf het treinstation zouden moeten komen.
Lyka draaide zich nog maar eens om want het was nog geen half zeven en ik schakelde de airconditioning nog maar eens een keer aan omdat het toch alweer een stuk warmer was geworden in de kamer. Een scherp geratel en een flinke knal! Stukjes ijs vlogen door de kamer en een stroom water zocht zijn weg uit de airconditioner en vond met de hulp van de zwaartekracht mijn afgeritste broekspijpen die op de grond onder de airconditioning lagen.
En de rest van het water dat ik vannacht had horen druppelen was ook gevonden, de broekspijpen waren door en door nat en ook de kunststof vloerbedekking had haar portie water geabsorbeerd. Was ik even blij dat ik daar gisterenavond mijn MacBook niet had neergelegd! Weer een les geleerd.
We hadden hier weinig geluk gehad in de twee dagen die we hier in Kuala Lipis hadden doorgebracht. Eerst de regenachtige dag, toen een lege waterkoker die ik zonder na te denken aanzette en gefascineerd naar de oranje gloed van de gloeispiraal ging zitten kijken totdat die verbrande. En nu weer een airconditioner die ijs door de kamer schiet. Laten we maar snel uit dit hotel vertrekken voordat we voor de schade aansprakelijk worden gesteld
Op de Maandag is het ontbijt in het hotel om te janken. Ik vermoed dat er niet genoeg klanten waren om een fatsoenlijk ontbijt in elkaar te schroeven. De thee was lauw, de bonen en roerei waren koud en de schijfjes knakworst omhuld door een dikke laag olie. Maar er moet toch wat naar binnen dus ogen dicht en slikken!

De zakken op de rug en op pad om de ruime kilometer naar het nieuwe busstation te lopen. Twee minuten voordat we daar aankwamen zagen we de halfvolle bus van acht uur langs rijden. Ik baalde wel een beetje. Als we ietsjes sneller hadden gelopen dan hadden we nu in die bus kunnen zitten. Het is namelijk vaak zo dat als je te vroeg bent en de bus heeft nog plaats over dan kan je zo met die andere bus mee. Ze hopen dan natuurlijk jouw kaartje toch weer te verkopen.

Maar in ons geval moesten we gewoon een uurtje wachten totdat de bus naar Kuala Lumpur vertrok. De chauffeur had gelukkig niet al teveel haast maar er waren wel een paar hachelijke momenten tijdens het inhalen van een langzamere vrachtwagen of personenauto.

Een kleine drie uur duurde deze rit van 186 Km. Het busstation was deze keer Titiwangsa aan de buitenkant van Kuala Lumpur. Kuala Lumpur heeft drie grotere busstations. Het oude Pudu Sentral midden in het centrum dat de bussen veelal naar het noorden langs de westkust bedient. Bandar Tasik Selatan dat de bussen naar het zuiden en andere grotere plaatsen bedient en Titiwangsa voor het oosten en het noord-oosten van Maleisië. De laatste twee zijn prima te bereiken met het openbaar vervoer. Het is wel aan te bevelen om eerst goed te informeren van welk busstation je moet vertrekken. Beter is nog om er gewoon een uitstapje van te maken en persoonlijk te gaan informeren over de prijzen en de vertrektijden van de verschillende busmaatschappijen.
Via de KL Monorail en de KTM kwamen ruim twee uur later in het Family Hotel Klang aan. En hier ging het niet helemaal goed!
Het zien van twee blanken met rugzakken bracht een vlaag van paniek teweeg bij de vier man sterke bezetting achter de receptie. De ogen gingen nog verder open toen ik de iPad tevoorschijn haalde en de voucher liet zien voor de vier overnachtingen die ik geboekt, en betaald, had. Met open monden staarden de vier naar de iPad in haar felroze beschermhoes.
Er was stilte! Een lange griezelige stilte! Toen het kleine Chinese meisje eindelijk zichzelf had hervonden vroeg ze ik misschien een afdruk van de voucher had.
Ik wees met een glimlach naar mijn rugzak, die ik nog steeds op mijn rug had, en zei vriendelijk, 'No printer!'
Ze knikte verward en deed een nieuwe poging om iets op het computerscherm te toveren dat met mijn boeking te maken kon hebben. Niets!
Na vijfentwintig minuten vond ik het wel genoeg want mijn bloedsuikerpeil was nu zo ver gezakt dat ik wel iets moest gaan eten. Een nieuwe employee uit Birma die hier net een week werkte nam het initiatief en loodste ons naar kamer 509. Wij kregen zijn persoonlijke keycard zodat we ons konden verfrissen en de problemen zouden wel zijn opgelost als we weer naar beneden kwamen.

Een kwartiertje later waren ze nog aan het vogelen met de computer en er werd ons uitgelegd dat wanneer de boeking bevestigd was de computer een keycard maakte. Maar ze konden mijn boeking niet bevestigen omdat ze geen paswoord van Agoda.com hadden.
Ik leverde de loper keycard weer in en we gingen tegenover snel wat eten. Zoals overal in Maleisië was de Nasi Kandar weer van uitstekende kwaliteit en toen we na de late lunch weer terug in het hotel kwamen stonden er vier medewerkers achter de receptie als soldaten op àppel met de keycard naar ons uitgestoken. Het had wat langer geduurd dan verwacht maar ze waren er toch uitgekomen.

We konden nu snel op pad om de nodige boodschappen te doen. Oploskoffie, brood, kaas en fruit voor de komende paar dagen. Ik geniet weer echt van het ontbijt op de kamer met mijn onafscheidelijke kopje koffie er naast. Hoewel een groot liefhebber van alles wat er uit een Maleisische keuken komt hou ik het eerste wat ik eet toch oer-Hollands. Een boterham met kaas of hazelnootpasta.
De cirkel rond het hotel werd weer wat groter gemaakt en de eerste foto's werden geschoten. Klang lijkt op het eerste gezicht een vriendelijke stad waar best nog wel wat te zien is. Natuurlijk zitten wij in het nieuwe gedeelte met haar oerlelijke betonnen blokkendozen maar aan de overzijde van de rivier heb ik al genoeg mooie oude gevels gezien.

De dag werd afgesloten met een maaltijd bij "Restoran Alif Maja". Een vreemde fusion deze keer. Maleisische saté, rund en kip, aangevuld met een Indiase naan en daal. Het smaakte er niet minder om.

zondag 19 februari 2012

Maleisië: Een opwindende middag

Kuala Lipis, Lipis Plaza Hotel (309)

De dag begon zoals hij gisteren was geëindigd! Het regende geen pijpenstelen maar toen ik om iets over zeven de gordijnen optrok zag ik buiten een natte wereld. Het regende niet echt hard maar het was toch genoeg om je shirt ongemakkelijk vochtig te maken tijdens een korte wandeling.
Er waren niet echt plannen voor vandaag dus liet ik Lyka ook maar slapen zodat ik ongestoord aan mijn verhalen kon werken. Het is alweer een hele tijd geleden dat ik zo bij ben geweest met het publiceren! Er wachten zelfs nu nog verhalen van onze korte trip naar Macau en Hong Kong. Maar die schrijf ik wel op het strand zodra ik weer in Pattaya ben. Ik wil helemaal bij zijn als ik weer voet zet op Nederlandse bodem.
Toen ook Lyka zich eindelijk weer onder de levenden had begeven gingen we naar beneden voor het ontbijt dat vandaag verrassend goed was te noemen. Alles viel me in de smaak. De knakworsten in zoete chili saus, de bonen in tomatensaus en de scrambled eggs! Natuurlijk met een paar toast erbij en een kopje thee want de koffie is hier te slap om te drinken.
Ook vandaag trokken we ons na het ontbijt terug op de kamer. En ook deze tweede en laatste dag hoefde het kamermeisje onze kamer niet te fatsoeneren, twee handdoeken en twee stukjes zeep zouden het prima doen voor vandaag.
Nadat ik weer een flinke hoeveelheid foto's had verwerkt werd het buiten wat lichter en de regen was bijna verdwenen. Ik twijfelde niet lang en sprong meteen onder de douche. Toen ook Lyka klaar was om te vertrekken was het net twaalf uur geweest en de hele middag lag nog voor ons. Ik wilde tenslotte toch nog wel wat van Kuala Lipis zien.
Kuala Lipis is een korte tijd de hoofdstad van Pahang geweest. Van 1898 tot 1953 zetelde hier de Britten in de nieuwe hoofdstad van Pahang. Er was hier in de buurt goud gevonden en daar wilden de vertegenwoordigers van de Engelse kroon natuurlijk dichtbij zijn. Nog voor de onafhankelijkheid verhuisden de vertegenwoordigers van de provincie naar Kuantan.
Uit de tijd dat de Engelse overheersers hier verbleven is weinig meer over. De eenvoudige reden hiervoor is dat de meeste gebouwen waren opgetrokken uit hout omdat het moeilijk en erg duur was om duurzame bouwmaterialen per boot of trein naar Kuala Lipis te vervoeren.

De eerste toeristische halte was de "Clifford Secondary School", een beroemde school waar vroeger veel nobelen en Maleisische bestuurders hun opleiding hebben genoten. Kuala Lumpur was in die tijd een onbeduidende nederzetting in de Klangvallei die pas veel later tot hoofdstad van Maleisië is gekozen. De school stamt uit 1913 maar na zware overstromingen is het schoolgebouw in 1926 herbouwd in een Britse koloniale stijl. Het "Malay Hostel" werd in 1929 toegevoegd. Mooie oude gebouwen met uit ijzer gesmede raamkozijnen.

We lopen langzaam over het schoolterrein en zien hoe jongens cricket spelen op het doorweekte grasveld. Het cricket is vast een overblijfsel van de Engelse tradities die hier lang hebben geheerst.
Een ander overblijfsel, en oh zo Engels, is natuurlijk "the Club", het gebouw waar de heren aan hun gin tonic konden sippen, Cubaanse sigaren rookten, zaken deden en de laatste roddels met elkaar deelden. Dit gebouw is met uitzondering van de gemetselde kolommen voor de fundering geheel uit hout opgetrokken. Het ziet er aan de buitenkant niet erg gezellig uit want het is geschilderd in de kleuren van de vlag van Pahang. Zwart en wit zijn nu eenmaal geen feestkleuren. Toch is het mooi om te fotograferen, het is omgeven door een zee van bomen en planten in honderden verschillende groene tinten.

Op weg naar ons volgende doel kwamen we toch langs "Bismi Nasi Kandar" en dat was een goed moment voor de lunch. Na twee dagen waren we al als een kind aan huis en terwijl Lyka de kip en groenten op de rijst schepte greep ik een flesje 100+ uit de koelkast. Ik wilde eens wat anders proberen en bestelde aan de bakplaat de Murtabak.
De eigenaar keek me vreemd aan terwijl hij een gerecht aan het bereiden was en zei, 'Only at night.'
Ik keek nog eens goed wat hij aan het doen was en dat zag er zo goed uit dat ik zonder te vragen wat het eigenlijk was hetzelfde bestelde.
Hij lachte me toe en wees naar onze tafel. Ik kon gaan zitten en het eten zou zo komen. Hij noemde het "Roedjah", het was in ieder geval niet de roedjak die ik uit Singapore kenden maar het leek meer op één van mijn favoriete Indonesische gerechten. Gado-gado.

Het was heerlijk en misschien moet ik het nog maar eens bij een ander restaurant proberen zodat ik weet of er meer varianten van dit gerecht bestaan.
Na de lunch gingen we de heuvel op om oude houten huizen te bekijken. Het eerste huis wat we tegenkwamen was omgetoverd tot een klein museum met een niet al te interessante collectie. Toch is dit huis belangrijk want hier heeft de tweede PM van Maleisië, "Abdul Razak Hussein", gewoond en de huidige PM, "Najib Razak", is in dit huis geboren. Het onderstreept nog eens duidelijk hoe belangrijk deze nu vergeten stad vroeger was.
Mijn GPS geeft geen wegen meer aan en dat terwijl er toch duidelijk asfalt onder mijn schoenen ligt. En dus gaan we maar wild lopen en dat natuurlijk zonder Lyka in te lichten wat het doel van deze wandeling is. We lopen door het wilde groen en horen de geluiden van de jungle. Apen slingeren tussen de bomen heen en weer terwijl we steeds hoger de heuvel op klimmen.

Bij een splitsing kies ik zonder enige voorkeur voor rechts en een stukje verder staat het bord "Cymnasium Kuala Lipis". Het klinkt als een school maar het lijkt een vreemde plaats zo ver van het dorp. Aan het einde van de weg tref ik een groen houten gebouw aan waarvan de luiken zijn gesloten. Het lijkt op een school en bij nader inzien zou dit een ideale plaats zijn geweest omdat de rijken en notabelen hier allemaal in de buurt op deze heuvel woonden.
Ik kijk eens goed in het rond voor een mooie hoek om een foto van dit groene houten gebouw te maken en vindt een betonnen trap die de steile helling al gaat. In de verte hoor in aan de voet van de heuvel auto's rijden en een korte blik op de GPS bevestigd dat we minder dan honderd meter van de rondweg verwijderd zijn. De foto schiet er bij in en ik vraag Lyka haar mening. Enkele minuten later beginnen we aan de afdaling zonder te weten of we wel zonder problemen op de weg onder ons kunnen komen.
Enkele stappen lager zien we dat de rubberbomen langs het pad volle kopjes hebben en dat is een teken dat mensen gebruik maken van deze trap. Het is glad en niet geheel zonder gevaren. Ik waarschuw Lyka die voor me loopt dat ze goed moet oppassen voor gladde bladeren en dat ze niet moet verslappen. Ze klaagt onafgebroken over de muggen die met tientallen rond haar hoofd zoemen.
Zonder al teveel problemen bereiken we de voet van de trap. Totdat Lyka een schreeuw laat alsof ze wordt vermoord of de duivel heeft gezien. Geschrokken kijk ik meteen om en ze wijst naar haar sok. Een kleine bloedzuiger heeft haar tijdens de afdaling gevonden. Ze schreeuwt nog harder als ze een tweede ziet en ze begint meteen haar schoenen en sokken uit te trekken. Voor mij is het ook meteen een teken om mijn eigen sokken en schoenen maar eens te controleren op deze onaangename maar ongevaarlijke ongewervelden te controleren. En natuurlijk hebben ze mij ook gevonden. Ik vindt er drie tussen de draden van mijn sokken maar ze zijn niets vergeleken bij de bloedzuigers die me vijf jaar geleden op Borneo belaagden.
Lyka staat nog steeds na te schreeuwen en houd haar sokken één voor één aan een puntje voor haar gezicht om te kijken of ik er geen over het hoofd heb gezien. Ze wil zelf haar spijkerbroek laten zakken om te kijken of er geen omhoog zijn gekropen. Gelukkig kan ik dat uit haar hoofd praten want een jonge vrouw gekleed in een slipje langs de weg in een islamitisch land lijkt me niet zo'n heel goed idee!
Ik heb mijn sokken niet zo goed nagekeken als ik had gedacht. Het duurt niet erg lang of ik voel weer iets in mijn sokken wat er eerste niet was. En nog even later laat Lyka weer een schreeuw wanneer de dikke, met mijn bloed volgezogen, bloedzuiger mijn sok probeert te verlaten. Ik pak hem in een flits tussen mijn vingers en smijt hem op het warme asfalt.

Lyka rilt nog na van dit avontuur en verklaart heilig om nooit meer een stap in de jungle waar dan ook ter wereld te zetten. Zelf moet ik er hard om lachen en weet dat dit een verklaring zonder enige waarde is.
Onze eerste keuze voor het avondeten viel af om de eenvoudige reden dat ik ook op deze zondagavond een biertje bij het eten wilde drinken. Dus gingen we voor de tweede avond op rij naar het Chinese restaurant dat ons zo goed was bevallen. En dat was niet zo vreemd! Op deze zondagavond waren alle tafels bezet en we moesten zelfs wachten totdat er een tafel voor twee was vrijgekomen.
Lyka had zich al verheugd op de vis maar die was uitverkocht. Dus vielen we terug op het bekende wilde varken met zwarte pepersaus en als extra het wilde varken met gember en uien. Koude biertjes en het afscheid van Kuala Lipis. Als laatste dronken we nog een Guinness en dat was precies voldoende om ons een beetje slingerend naar het hotel te brengen.
Copyright/Disclaimer