dinsdag 25 oktober 2011

Singapore: Een lange zit

Singapore (Hotel 81 Palace (725))

En zo was ook de ochtend aangebroken dat we zelf verder gingen op deze 3 keer 7 vakantie. De komende 7 dagen zouden we in Singapore slapen. Er lagen ongeveer 370 kilometer voor ons die ruim acht uur in beslag zouden nemen.
Ik was al een keer eerder in het kleine kantoortje van “Super Nice Express” geweest maar dat was in de tijd dat het bekende “Puduraya Busstation” nog de bussen voor het hele land verwerkte. Nu is “Puduraya” gerenoveerd maar ook meteen gehalveerd! Het is er niet gemakkelijker op geworden om de juiste bus op de juiste plaats te vinden. De verhuizing naar “Bandar Tesik Selatan” is niet geheel zonder problemen verlopen en er moest zelfs gedreigd worden door de regering als de busmaatschappijen niet vrijwillig wilden verhuizen.
Het busstation is in voor mijn mening alleen open gebleven onder druk van de machtige investeerders die in de afgelopen jaren hebben geïnvesteerd in hotels en restaurants in en om het busstation. Het zou toch niet slecht zijn geweest als alle bussen nu verhuisd zouden worden naar de nieuwe “BTS-Terminal”. Al was het alleen maar om het allemaal een beetje overzichtelijker te maken.
Om half negen stapten we het hotel uit en we konden terugkijken naar een geslaagd verblijf. Het “Corona Inn” is een prima plaats om te slapen maar aangezien ze in een renovatie zitten kan het voorkomen dat de kamer wat minder is. Dus gewoon vragen naar een kamer op de eerste verdieping.

We zaten zoals gevraagd een half uur voor het vertrek netjes te wachten op de bus naar Singapore. RM 38 (€ 8,88) voor de enkele reis per persoon is ook niet al te duur. Met een fles koude thee en twee flesjes water begonnen we aan de dag.
Natuurlijk deden we ook de “BTS-Terminal” aan en er stapten niet al teveel mensen in. Het was opvallend rustig in Kuala Lumpur en normaal had deze bus vol moeten zitten! Misschien zijn er helemaal niet zoveel toeristen in Maleisië en ook hier voelen ze nu de gevolgen van de crisis in Europa? Zelf had ik verwacht dat er veel mensen door de overstromingen in Thailand voor Maleisië als alternatief hadden gekozen. Maar nee dus, het was angstvallig rustig.
Lange reizen, gewoon je gedachten uitschakelen, lekkere muziek uit je oordoppen en kijken naar de wereld die aan je voorbij raast. Lyka schoot de “Angry Birds” met een katapult naar de varkens en ik probeerde in mijn gedachten de fietstocht meer vorm te geven.
Een paar uur later werd er weer gestopt voor sanitaire behoefte en een roedels snacks. Een grote zak kroepoek voor 50 Eurocent. En dat werk knabbelen!
Na een tweede flinke rit waren we eindelijk aan de grens. Eerst de Maleisische zijde waarbij we de bagage in de bus konden laten. Toen de immigratie en de douane van Singapore. En hier werd het wat moeilijker! Lyka werd er uitgevist en moest wachten op een ambtenaar die haar naar boven zou brengen. Mijn vragen werden niet door de ambtenaar beantwoord. Ik kreeg alleen te horen dat ik bij die glazen deur moest wachten.
Binnen een minuut werd ik gesommeerd door te lopen maar nadat ik had uitgelegd wat er aan de hand was mocht ik op Lyka wachten. Met z’n drieën gingen we naar boven waar er nog een groep mensen op hun beurt zaten te wachten.
Mijn verzoek om eerst te worden geholpen omdat er een bus op ons stond te wachten werd ingewilligd en een besnorde man keek nors van zijn bureau op. Hij keek een paar keer van Lyka’s paspoort naar haar en mijn gezicht en zonder een woord te zeggen werd haar paspoort gestempeld.
Ik maande Lyka tot haast omdat ik niet zeker was of de bus wel zou wachten. Gelukkig stonden de twee Indiërs met een brede glimlach onder aan de roltrap op ons te wachten. Welkom in Singapore.
Vanaf het “Golden Mile Complex” namen we een taxi naar ons hotel, het “Hotel 81 Palace” was alweer voor de derde keer onze bestemming. Het enige nadeel is de dikke plastic hoes om het matras, voor de rest is het precies waar je voor betaald. Een twee sterren hotel midden in een levendige Chinese buurt.
Lang bleven niet op de kamer want we hadden nog heel wat te doen, maar eerst moesten we wat gaan eten. Ik had een enorme trek en ondanks het grote assortiment had ik onmiddellijk mijn keuze gemaakt!

Noedels met varkensvlees en wonton soep! Een hemelse verlate lunch. We sprongen aan de overkant op de bus richting de stad waar we boodschappen moesten doen. In het hotel is er geen ontbijt en de McDonald’s is te ver weg, dus doen we het met een kop koffie en een snee krentenbrood met kaas op de kamer. Niet zo goedkoop als het lijkt maar toch heel smakelijk! In de kleine supermarkt van “Cold Storage” kochten we snel wat we nodig hadden en zo snel als we gekomen waren gingen we ook weer op weg naar het hotel. Mijn vrienden waren niet aanwezig en de kleine foodcourt waar ik alweer een paar jaar dronk was helemaal veranderd, inclusief de naam en de restaurantjes. Misschien dronken mijn vrienden nu ergens anders? Dat zou ik morgen wel gaan uitzoeken.
Lyka moest natuurlijk haar Facebook verslaving voeren en ik liep door de Lonely Planet wat we allemaal konden gaan doen in de komende zes dagen. Gelukkig koste het me niet al teveel moeite om haar weer mee te krijgen naar het restaurant voor ons diner. Opnieuw Chinese noedels maar deze keer met soep.

Een koud biertje erbij en ook deze verplaatsing was weer prima verlopen. Morgen doen we dus nog een dagje rustig aan.

maandag 24 oktober 2011

Maleisië: Afscheid van Herman

Kuala Lumpur (Corona Inn (120))

Herman was begonnen aan zijn laatste dag van de vakantie en met het bier nog in onze hoofden en de tragedie met Marco Simoncelli van gisteren in onze achterhoofden zaten we later dan gewoon aan het ontbijt.
Herman zou rond middernacht vertrekken en zijn spullen na het uitchecken in onze kamer achterlaten. Ik had nog snel een extra handdoek voor hem bij de roomservice geregeld zodat hij ook fris van onder de douche vandaan naar de luchthaven kon.
Dit hotel beviel me wel dus probeerde ik een boeking voor februari 2012 te maken. We bezoeken Maleisië dan opnieuw en deze keer hopen we voor Lyka een visum te regelen. Maar dat viel tegen. Er was op geen enkele manier af te spreken dat we dezelfde kamer of de kamer er naast zouden krijgen. En dat was jammer want ik had ter plaatse meteen de rekening voor de 7 nachten voldaan.
Zo’n laatste dag ga je nog een beetje slenteren, Herman nog wat laatste aankopen doen en ik probeer weer eens wat nieuws te vinden om mijn smaakpapillen te strelen. We kwamen, overigens door ons zelden bezocht, via een omweg in het Times Square terecht. Ook hier waren er deepavali versieringen op de grond aangebracht maar dit de mooiste die we in de afgelopen dagen hadden gezien.

Elk groot winkelcentrum heeft een foodcourt, alleen deze was moeilijk te vinden. Na twee keer de plattegrond te hebben geraadpleegd stapten we met een prepaid betaalpas langs de tientallen stalletjes. Lyka ging westers met friet, een knakworst en een gebakken ei. Wat Herman nam is me ontschoten maar zelf koos ik voor de verse noedels! Terwijl ik de noedelbakker, ik heb geen idee hoe ik hem anders moet noemen, aan het werk zag dreven mijn gedachten naar Korea, Japan en Taiwan waar ik steeds had genoten van de verse en met de hand gemaakte noedels.

Het duurde iets langer om te bereiden dan de andere gerechten maar het resultaat was hemels. “Verse noedels met aardappel en kip” klinkt misschien vreemd maar het smaakte uitstekend.

Na het eten gingen we nog even afscheid nemen van de Petronas Towers en zo gingen we naar het afscheid van Herman toe. Natuurlijk gingen we nog even mee naar KL Sentral waar we een koffie dronken. Herman is net als ik! Als ik toch weet dat ik moet vertrekken dan ga ik het liefst maar vroeg. Of ik nu in het hotel of op de luchthaven zit te wachten maakt weinig uit! Alleen op de luchthaven heb ik alles zelf in de hand.
Vanaf KL Sentral gingen we direct terug naar het KLCC waar ik een Indiase maaltijd nuttigde. Ik was tijdens dit bezoek nog niet hier geweest en ik wilde het eigenlijk niet missen.

Een laatste ijsje, een wandeling door het park en een laatste blik over mijn schouder naar de verlichtte torens. Het is ongetwijfeld één van de mooiste dingen die ik ooit in mijn leven heb gezien.

zondag 23 oktober 2011

Maleisië: Een mooie dag?

Kuala Lumpur (Corona Inn (120))

En eindelijk was het zondag, het hoogtepunt van dit jaar en de mooiste dag van deze trip. We zaten al vroeg aan het ontbijt en ook Henk met zijn vrouw en een kennis voegden zich bij ons. Met z’n zessen gingen we op pad.

De gang naar het “Sepang International Circuit” is er één die ik al een keer of vijftien heb gedaan in de afgelopen jaren en vaak ook steeds met andere vervoersmiddelen. De KLIA-Ekspres, KTM Komuter en verschillende bussen zijn allemaal de revue gepasseerd.

Vandaag was de heenweg een bekende en een betrouwbare. Eerst de Monorail naar KL Sentral en dan met de bus naar het circuit. De kaartjes voor de bus zijn veruit het goedkoopst, het is ook het gemakkelijkst zonder overstappen en daarmee ook het populairst.
Op het circuit namen we voor een moment afscheid van Henk want die ging nog kaartjes voor de races kopen. Ik had zo goed mogelijk uitgelegd waar hij ons kon vinden en dat zou wel goed komen. Wij gingen verder naar de ingang waar KK op ons zou wachten. We waren nog niet binnen en ik kreeg al een SMS van KK of we al in de buurt waren.
Nu organiseren ze hier al meer dan tien jaar auto en motorraces maar om de één of andere onmogelijke reden leren ze nooit van hun fouten! Met een chaos als gevolg.

Eenmaal binnen zagen we KK in de verte al staan en alles wees er op dat het een mooie dag zou gaan worden. De camera’s waren volledig opgeladen, de grote lenzen zaten klaar in de tassen en de sfeer was goed.

Voordat we ook maar één racemotor hadden gezien gingen we, KK en ik, natuurlijk op zoek naar de mooie meisjes oftewel de pitspoezen! En dat waren er voldoende. Met een kleine camera ben je gluurder maar met een grote camera ben je een professional waarvoor de meisjes graag poseren en hun beste beentje voor zetten.



Ik kocht snel de gewoonlijke pizza’s voor de hele dag en de camera klikte! Hoewel ik redelijk wat foto’s van de 125cc en de Moto2 heb geschoten waren de MotoGP machines in de warming up natuurlijk het belangrijkste.


Na een paar minder interessante races in de 125cc en de Moto2 konden we nu eindelijk gaan zitten voor het klapstuk van de dag. Tijdens de installatie ronden schreeuwden meer dan 40.000 mensen naar hun helden op de snelle motoren, en wij deden natuurlijk mee. En toen werd het tijd voor de start!

De lichten gingen op rood en weer uit en de race was op weg! Natuurlijk staarden we naar de heuvel waar de motoren voor het eerst zichtbaar zouden worden. Het was geen verrassing! De drie Repsol Honda’s voerden het veld aan voor de rood en witte Honda van “San Carlo Gresini”. En dat kon nog mooi worden!

In de tweede ronde sloeg het noodlot genadeloos toe en maar weinigen wisten wat er precies gebeurd was. De lichten gingen op rood, de rode vlag, een ambulance en de safety car stoven het circuit op.
Van een paar anderen hoorden we over een valpartij achter op het circuit, maar niemand kon precies vertellen wat er precies aan de hand was.
Herman ging kijken terwijl wij wachtten tot we meer te weten konden komen. Maar het bleef angstvallig stil. De omroeper kon alleen maar vertellen dat nr. 58 (Marco Simoncelli) bij een valpartij betrokken was en dat hij nu in de kliniek op het circuit werd behandeld aan zijn verwondingen.
Maar er kwam maar geen herstart en day betekende dat het écht serieus moest zijn. Zo’n 45 minuten later kwam het bericht dat de race niet zo worden gestart. En was een teleurstelling voor iedereen op het circuit. Er waren zelfs raddraaiers die flessen en rotzooi op het asfalt gooiden en spreekkoren in het Maleis.
Maar wij wisten beter!
‘Laten we maar terug naar de stad gaan, we veranderen hier toch niets meer aan!’, was onze conclusie.
Het publiek was stil achter de tribunes de op weg naar de bussen en er hing een bedrukte sfeer, niemand kende de naad van de kous maar iedereen wist dat het serieus moest zijn.
In de bus op weg naar de stad, die een enorme omweg koos en meer dan drie uur over de 38 kilometer deed, hoorde we van de jongen voor ons dat “Marco Simoncelli” niet meer bij ons was. Stil en met tranen in de ogen keken we naar de video op het kleine beeldscherm van de Nokia telefoon.
Marco Simoncelli, de clown van het circus en een gedoodverfde wereldkampioen MotoGP in de toekomst van de sport was overleden aan zijn verwondingen. Sport kan soms wreed zijn!
‘Hoeveel races hebben we niet genoten zonder dat iemand zijn leven liet?’
En nu worden we er weer aan herinnerd hoe gevaarlijk deze sport kan zijn!
De traditionele avond in Chinatown ging wel door maar de sfeer was niet zo feestelijk als andere jaren. We zette de tafel vol met eten en dronken een flinke lading koud bier. Een toast op nr 58, een nummer dat voor altijd in mijn herinnering zal zijn.

Herman was bijna 20.000 kilometer gevlogen voor anderhalve ronde MotoGP. Ik hoop dat hij volgend jaar weer komt en dat we dan een spannende race en een wereldkampioenschap MotoGP kunnen vieren.
Copyright/Disclaimer