maandag 17 mei 2010

Taiwan, verandering van spijs

Hualien (Colorful Taiwan Hostel)

Na een welverdiende en onverwachte goede nacht slaap stonden we precies om zeven uur naast ons bed. Het pakken van de rugzak nam niet veel tijd in beslag en een kwartiertje later verlieten we het hostel.
Vandaag liep Tettje voorop en ik was in gedachten verzonken over de verplaatsing met de eventuele knelpunten van vandaag. In plaats van dat Tettje op de knop van het elektrische slot drukte greep hij de zwarte elektriciteitskabel en gaf er een ruk aan. Ik stond zo perplex van deze handeling dat ik geen woord kon uitbrengen en met open mond op de trap achter Tettje stond. Tett gaf nog een ruk en deze keer was kracht voldoende om de kabel uit het slot te trekken. Tettje was nu ook verbaasd maar wel om een andere reden dan ik.
‘Waarom ging de deur niet open?’, kon ik in een gedachteballon boven zijn hoofd lezen.
Hij stond daar naar het uiteinde van de elektriciteitskabel te kijken en begreep er geen snars van. Het duurde niet lang voordat het kwartje viel en Tettje op de grote koperkleurige knop drukte.
Hij keek om met gedempte blijdschap terwijl hij zich realiseerde wat hij gedaan had.
‘We konden in ieder geval naar buiten’, was mijn eerste gedachte.
We hadden geen tijd om de schade te repareren of onze excuses aan te bieden. Er moest eerst nog worden ontbeten en daarna moesten we met de ondergrondse naar het Taipei Main Station. Vanaf daar zouden we de langzame trein, Nr. 40, van 09:20 naar Hualien nemen. We hadden eergisteren alle informatie gekregen die we nodig hadden.
De informatie counter beschikt over een paar vaardige medewerksters die goed engels spreken. Ze schreven netjes in het chinees op een briefje wat we nodig hadden en nadat ik het briefje aan de lokettist had overhandigd kregen we twee kaartjes voor de trein. 340 TW$ per persoon voor de enkele reis van Taipei naar Hualien.
Er moest nog proviand worden ingeslagen voor de ruim drieëneenhalf uur durende treinreis. Sandwiches, cola en flesjes groene thee zouden voldoende moeten zijn. Misschien konden we in de trein ook nog wat kopen. In de 7-11 ontdekten we voor de eerste keer dat onze Taiwanese OV-Chipkaart ook in de winkel gebruikt kan worden om te betalen. Ja, ik moet weer vaststellen dat ze op veel plaatsen in de wereld al een stuk verder zijn dan bij ons in het hoogontwikkelde Nederland.
De treinreis was mooi en we vergaapten ons aan bergen en ruige kusten. Het viel op dat er ontelbare en vaak heel lange tunnels in de rotsen waren uitgehouwen. Bij aankomst in Hualien werden we opgewacht door een flinke regenbui. Dat maakte ons weinig uit want de plaatselijke “Tourist Information” is naast het station en ik had nog genoeg te vragen om de medewerkster een half uur bezig te houden.
De aanwijzingen die we in de email van het “Colorful Taiwan Hostel” hadden gekregen waren goed en het hostel was snel gevonden. Het overtrof al onze verwachtingen. Het is nieuw, schoon en licht. Je voelt je er meteen thuis en Gloria zorgt dat het je aan niets ontbreekt. De stapelbedden zijn van “Japanse Hostel” kwaliteit en we waren meteen in ons sas. Dat zou lekker slapen worden vannacht.

Onze rugzakken bleven achter in de zes persoons dorm en wij gingen meteen weer op stap om wat te eten. En toen zagen we meteen het verschil tussen een wereldstad en een plattelandsstad. Geen enkel menu was in het engels en ook het aantal foto’s van de verschillende gerechten aan de gevel of in het raam waren een stuk minder. Ik schaam me er deze keer niet voor maar na een ontdekkingstocht gingen we toch maar een broodje eten bij McDonalds.
Op de terugweg liet ik nog wat openstaande vragen beantwoorden bij het busstation en het treinstation en zo kwamen we volledig voorbereid voor de komende twee dagen in Hualien weer terug in het hostel. Overmorgen staat de “Taroko Gorge” op het programma en die dag vraagt toch wel enige voorbereiding.
Voor het avondeten trokken we opnieuw de stad in en er waren nu meer stalen gordijnen omhoog in de hoofdstraat. Er was nog steeds weinig te zien en Tettje en ik trokken van restaurant naar restaurant en keken in alle pannen en potten die buiten sonden of er iets van onze gading bij zat. Het avondeten was wel heel lokaal en het was nog lekker ook. Het werd geserveerd in een soort houten sigarenkistje. Bovenop een laag speciale rijst, een kleverige rondkorrel die hier speciaal wordt verbouwd, lagen groenten, een half ei en een stuk vlees naar keuze. Tettje nam de gestoofde speklap en ik ging voor het onbekende dat later viscake bleek te zijn. We weten nu dat we bijna alles hier kunnen eten en dat we weinig of geen hulp nodig hebben.

Morgen gaan we een beetje uitslapen en de stad ontdekken.


In Nederland is bijna elke cafetaria van een Chinees!

zondag 16 mei 2010

Taiwan, in ritje in de gondola

Taipei (Camel’s Oasis)

Onze laatste dag alweer en om eerlijk te zijn kijken we er naar uit om Taipei achter ons te laten. We hebben het wel zo’n beetje gehad en gezien in deze wereldstad. Het weer is opgeklaard maar de mist hangt nog steeds tussen de bergen boven Taipei. Het uitzicht zou dus niet van postkaart kwaliteit zijn.
In de Lonely Planet stond een stukje over een plaats in de bergen waar vroeger thee werd verbouwd en nu was omgetoverd tot een heerlijke plaats in de bergen met veel speciale theehuizen. Om er te geraken moest er een rit met de kabelbaan worden gemaakt en dat sprak mij persoonlijk wel aan.
Twee keer werd er overgestapt in de ondergrondse en Tettje had alles goed onder controle. Hij hield een scherp oog op de berichten van de lichtkrant boven de deuren in de treinen. We gingen naadloos van de rode naar de blauwe en toen weer over naar de bruine lijn. Aan het eindstation zouden we uitstappen en de kabelbaan naar “Maokong”. Het werd steeds drukker in de trein en wij waren dus niet de enige die dit idee hadden op deze mooie zondag. De rit met de kabelbaan betaalden wij opnieuw, jullie raden het al, met de OV-chipkaart. Er werd zelfs vriendelijk verzocht om met die OV-chipkaart te betalen om lange rijen voor de kassa en automaten te voorkomen.
‘Nederland loopt jaren achter!’, het is maar dat jullie het weten hoeveel er van ons belastinggeld wordt verkwist en verkwanselt!
De rit omhoog was erg mooi over de heuvels en de beboste hellingen, maar het bleef wel jammer dat het zo heiig was. Het uitzicht op de stad werd bijna geheel in de grijze mist opgeslokt. Alleen het silhouette van de Taipei 101 was zichtbaar. Op de top aangekomen stond ons nog een grotere verrassing te wachten! Niets romantische theehuizen, niets geen theeplantages, alleen betonnen blokkendozen en paden die naar waarschijnlijk naar niets leiden. Wij kozen de gemakkelijkste weg en gingen meteen weer aan boord van een gondel om de reis naar beneden te aanvaarden.

Maar nu was er wel een probleem want ik had niets meer op de lijst staan wat we nog konden bezoeken. Na een kort overleg met Tettje gingen we eerst koffie drinken aangevuld met een “doughnut”, want dat was ons gisteren ook goed bevallen. Bladerend in de Lonely Planet vond ik nog één gebouw dat ik misschien wel wilde zien.
Het “Core Pacific City” ligt niet echt in het centrum maar de wandeling van het metrostation naar het winkelcentrum zou ons opnieuw mooie gezichten op de Taipei 101 geven. Aangekomen door de BaDe road leek het eerst op niets maar vanaf de achterzijde is het één van de, zo niet het meest, vreemde gebouwen die ik ooit heb gezien. Het is een enorme bruine bal die voor een groot gedeelte in een flatgebouw steekt. Vreemd maar wel mooi. Het is zo avantgardistisch dat het zelfs misplaatst lijkt in een moderne stad als Taipei.

Eenmaal binnen was het allemaal alleen nog meer indrukwekkender. De bal loopt door tot in het atrium van het winkelcentrum. In de bal zitten zes verdiepingen met winkels en een kinderspeelplaats. Ergens halverwege lopen er dan ook nog twee roltrappen op en neer vanuit de bal naar de flat. Het deed mij nog het meest aan de “Death Star” uit “Star Wars” denken. Het is moeilijk te beschrijven, kijk maar naar de foto’s?

Nog vol met wat we gezien hadden gingen we op huis aan. Een beetje trek was voldoende om ergens langs de straat een Taiwanese wrap te eten. Een soort ongebakken loempia met groenten en vlees er in. Heel smakelijk allemaal maar een beeldje van een monnik moest wel op de foto.

Onze dagen in Taipei zitten er op en morgen gaan we zuidwaarts naar Hualien.

zaterdag 15 mei 2010

Taiwan, meer tempels en veel vriendelijkheid

Taipei (Camel’s Oasis), 15 mei 2010

Het plan was geweest om vandaag Taipei weer te verlaten en ergens buiten de stad onze nieuwsgierigheid te bevredigen. Door een combinatie van uitslapen en de kans op regen kozen we toch om in Taipei te blijven. Morgen zou de regenkans afnemen tot zo’n twintig procent en dan was een excursie buiten de stad natuurlijk een betere optie.
Vandaag stonden er opnieuw twee tempels op de agenda en daarna zouden we wel zien. Met de zeer goed georganiseerde ondergrondse gingen we op weg naar de “Confusius Temple” ten noorden van het centrum. Deze tempel blinkt uit door soberheid en veel konden we dus niet verwachten.

Maar op weg naar de tempel hadden we nog wat meer met elkaar te bespreken. Mijn brilbeveiliging, een koord achter mijn hoofd langs dat verhinderd dat mijn zonnebril van mijn hoofd valt, was gisterenavond afgescheurd en kon niet meer gerepareerd worden. Het was er één van die goedkope kwaliteit die we uit China gewend zijn en het was al mijn tweede in vijf maanden. Ik had ze goedkoop in Kathmandu gekocht en ik had gehoopt dat ze ietsje beter van kwaliteit zouden zijn.
Er moest een meer betrouwbare versie komen en na lang brainstormen kwamen Tettje en ik uit op een stuk siliconenslang dat we op maat zouden knippen. Nu is onze Mandarijn Chinees al niet al te best en jullie kunnen je de gezichten van het Chinese winkelpersoneel voorstellen als twee van die vreemde snuiters als detectives door de uitgestalde handelswaar in hun winkel gaan. We hadden winkel met uiteenlopende producten doorzocht maar niets kwam ook maar in de buurt bij wat we zochten.
De eerste tempel was inderdaad wat sober maar dat wil iet zeggen dat hij niet interessant was. De tempel lag in een mooie rustige tuin waar de stilte om de vijf minuten door een landend vliegtuig werd verstoord. De tempel ligt recht onder de aanvliegroute van het tweede, veel kleinere, vliegveld van Taipei.
Deze keer bespraken we opnieuw het ontbreken van Europese, en Noord-Amerikaanse, toeristen. Het is werkelijk onbegrijpelijk dat hier bijna geen toeristen zijn. Het grote voordeel is natuurlijk wel dat je heerlijk foto’s zonder toeristen kan maken. Een mooi tentoonstelling, met behulp van audiovisuele middelen, gaf een beeld over de viering van de geboortedag van de Boeddha. Muziek en rituelen van offeren werden er goed uitgelegd en getoond in het mandarijn en engels.

Schuin achter de “Confusius Temple” ligt een andere en zeker niet minder mooie tempel. De “Baoan Temple” springt in je gezicht na de soberheid van de “Confusius Temple” en de overdaad aan versieringen lijkt alleen maar groter. Je wordt overladen met een waterval van indrukken. En daar wordt je dan ook meteen weer heel stil van.

Bij het zien van al die biddende mensen begonnen Tettje en ik een gesprek over de dood, mede ook naar aanleiding van de vliegramp in Tripoli waar zoveel Nederlanders omkwamen.
‘En dan komt onze liefde voor het verre oosten met haar mystiek bovendrijven.’
‘De dood is niet eng in Azië!’
‘Het Christendom in Europa heeft de dood omgeven met straf en beloning, de hel en de hemel.’
In Azië met haar culturen en religies is de dood even belangrijk als het leven zelf. Ik wil geen discussie starten over reïncarnatie, maar het voortleven van de ziel (geest) is natuurlijk wel gemakkelijk te accepteren. Het verbranden van (namaak) geld voor de geesten en het offeren van eten is mooi om te zien. Natuurlijk hopen we nog lang samen te kunnen reizen en we nu alweer voor de vierde keer samen op pad.
Na een goed gesprek en mooie fotosessie gingen we weer richting het centrum. Lekker terug slenteren en overal kijken en genieten. Het duurde niet eens zolang toen ik voor een winkel de ingeving kreeg waar ik d hele dag op had gewacht. Een dierenspeciaalzaak waar aquariumvissen worden verkocht. Mijn brein draaide op volle toeren en ik zag stapels siliconenslang in alle afmetingen voor me.

En het was ook nog meteen raak! Precies wat ik zocht voor ruim drieëneenhalve Euro. Mijn zonnebril was veilig en ik had genoeg slang voor de rest van de tijd die ik met de bril zou doorbrengen. Drie deuren verderop was er ook nog eens een restaurant dat mooie gebakken noedels in een variatie serveerde die ik nog nooit had geproefd of gezien.
‘Het geluk lachte me toe!’

We slenterden door enorme ondergrondse winkelcentra en waren betoverd door de vriendelijkheid van de lokale bevolking. Overal mochten we proeven van vreemd en exotisch eten en op één plaats kochten vier schooljongens zelfs een speciale soort pannenkoek voor ons.

‘Ik wilde verschillende keren het geld aan hun geven maar ze sloegen het resoluut af.’
‘Kunnen jullie je voorstellen dat een nuchtere Hollander een frikadel speciaal voor een Taiwanees koopt?’
Nou, ik niet! En zo kwam er een einde aan weer een mooie dag in Taipei.

Dit klein meisje met het hoedje wil ik jullie niet onthouden. Wat een schatje die samen met haar oudere zus aan het winkelen is en al heel hip gekleed is.
Copyright/Disclaimer