dinsdag 12 januari 2010

Singapore: In transit!

Eerste maaltijd aan boord van Singapore Airlines

Singapore (Changi Airport), dinsdag 12 januari 2010

Het nieuwe jaar is nog geen twee weken oud en ik loop alweer een eind achter met mijn verhalen! Het is dan ook heel erg druk geweest rond de feestdagen en de laatste dagen. De doopceremonie van de kleine Jacob en het opsnorren van mijn kaartenleverancier voor de GPS. De laatste was onbereikbaar waardoor ik nu met een geïmproviseerde elektronische kaart in mijn Garmin GPS op stap ben. Dat klinkt zwaarder dan het in werkelijkheid is!
Om vijf uur vanochtend was ik al wakker en om zes uur loopt de wekker af. De bus van negen uur zou me van het Noord-Pattaya busstation naar de “Suvarnabhumi” luchthaven in Bangkok brengen.
Ik loop rustig nog een keer door mijn spullen voor deze reis die wijd verspreid in mijn kamer op de vloer liggen uitgestald. Nadat alles is ingepakt heb zelfs nog tijd voor de laatste twee gebakken eieren met ham. De minibus is gelukkig precies op tijd en iets over half negen scheuren we door het langzaam ontwakende Pattaya.
In heb twijfels!
‘Wat bezielt me nu weer om twee maanden alleen op stap te gaan?’
Er is al veel over gezegd en gesproken!
Er zijn mensen die er heilig van overtuigd zijn dat ik voor de waarheid op de vlucht ben.
Nou, dat zie ik zelf heel anders!
Wanneer ik lang op dezelfde plaats blijf wordt ik van binnen onrustig.
Wanneer de interesse voor een plaats weg is dan wil ik verder om nieuwe plaatsen en nieuwe mensen te ontmoeten.
Het als de kauwgum die zijn smaak verliest!
Het is voor mezelf dan ook niet vreemd dat ik op deze ochtend met een vredig gevoel, en met een brede glimlach op mijn gezicht, om half één in de middag de Boeing 777 van Singapore Airlines in stap.
Op de luchthaven van Bangkok heb ik nog snel de nieuwste “Lonely Planet” van Nieuw Zeeland gekocht, het exemplaar dat ik in mijn bezit heb is al acht jaar oud, dus ik hoef me onderweg in het vliegtuig niet te vervelen.
En zo is het ook! Tijdens de vlucht van Bangkok naar Singapore heb ik de eerste drie bestemmingen, Auckland, Wellington en Christchurch doorgelopen en de belangrijkste bezienswaardigheden met een groene markeerstift aangestreept. Mijn reis is nu al gepland tot en met tweeëntwintig januari!
Het grove plan zit al langer in mijn hoofd.
Eerst een paar dagen acclimatiseren in Auckland, dan met de trein naar Wellington, een dagje rusten, met de veerboot naar Picton en dan weer met de trein naar Christchurch. Een paar dagen rond Christchurch en daar ook mijn verjaardag vieren, daarna de in Auckland geboekte huurauto ophalen.
Ik heb een kleine Japanse auto gehuurd voor dertig dagen zodat ik ook op de moeilijk bereikbare plaatsen kan komen en ook in de wat verder afgelegen hostels kan slapen.
De foto’s in de Lonely Planet zijn in een woord schitterend en ik kan alleen maar hopen dat ik mooi weer heb tijdens de nazomer in Nieuw Zeeland en dat ik voldoende mooie foto’s kan schieten.
Het verblijf op Changi Airport is altijd aangenaam. In Singapore weten ze precies wat transit passagiers nodig hebben tijdens de enkele uren die ze moeten overbruggen. Maar ook de vertrekkende, en arriverende, passagiers voelen zich welkom en op hun gemak. Ik drink een biertje en eet wat sushi die vers voor mijn neus word bereid.
Er wordt nu de “Final Call” voor mijn vlucht omgeroepen, morgenvroeg wordt ik boven Australië wakker.
Eerste maaltijd aan boord van Singapore Airlines Na het opstijgen gaan we snel aan een maaltijd van vis in een zoetzure saus en groente. Het smaakt me uitstekend en na twee rode wijntjes gaan de oordoppen in. Het is gelukkig rustig aan boord want dit is een goedkope maar zeer lange reis naar Auckland met drie verschillende maatschappijen!

zaterdag 9 januari 2010

Nederland, wordt het tijd om te vergeven?

Zaltbommel, 9 januari 2010

Vijfenzestig jaar na het einde van de tweede wereldoorlog wordt er nog steeds moeilijk gedaan over het Duitse volk. “Zij waren tenslotte begonnen”, is vaak de nog steeds heersende gedachte. In 1974 werd onze trots nog een keer onvergeefbaar gekrenkt toen het Duitse voetbalelftal ons veel betere Oranje in de finale van het wereldkampioenschap voetbal versloeg. Een hele generatie beleefde de oorlog en de bezetting opnieuw.
Na het zien van de gruwelijke beelden van de vernietigingskampen voelde de hele geciviliseerde wereld zich schuldig dat ze niet hadden ingegrepen toen ze acht jaar eerder de kans hadden gehad. Het schuldgevoel van de wereld resulteerde in het oogluikend toezien en accepteren van het stichten van een Joodse staat op Palestijns grondgebied. Groot-Brittannië wat op dat moment een beperkte macht heeft in Palestina stemt er meteen mee in.

Sinds het einde van de tweede wereldoorlog heeft het westen steeds, en soms tegen betere weten in,de Joodse staat gesteund. Zo mocht het land Israël als niet Europees land meedoen aan sport en culturele evenementen in Europa. Dit altijd onder het voorwendsel dat de deelnemers niet veilig in de omringende Arabische landen zouden zijn. Ze kregen privileges die soms toch ook wel een beetje te ver gingen.

Maar nu, vijfenzestig jaar later is ook een grote groep mensen in de wereld die het eigenlijk wel genoeg vindt. De groep mensen die de Duitsers nog steeds nawijzen met een oubollige opmerking als “en de fiets van mijn opa dan?” is bijna verdwenen. Het voortrekken van de joden is ook op een punt beland waar het echt niet verder meer kan. De omgang van de joden met de Palestijnen is ook niet altijd even eerlijk gegaan. De linkse partijen die vroeger Israël aan alle kanten steunden zijn overzij gegaan en steunen nu de onderdrukte Palestijnen. Maar dat zijn ook geen lieverdjes want vergeet niet dat de Palestijnen onder Yasser Arafat en de zwarte september het moderne terrorisme hebben bedacht! Eigenlijk zou “Palestijnisme” een betere naam voor het doden van onschuldige burgers zijn.

Maar terug naar de Duitsers! Nu zijn er mensen (Joden) in de wereld die de Duitsers nog steeds niet bij de herdenking van de slachtoffers van de tweede wereldoorlog op vier Mei willen hebben. Waarom? Zijn de wonden nog steeds niet geheeld? Kennen Joden geen vergiffenis? Waarschijnlijk niet! Misschien zijn ze wel bang om die privileges te verliezen en eindelijk op eigen benen te gaan staan?

En dat zou meteen het algemene beeld over de Duitsers ook veranderen! De Duitsers die na hun openlijk excuus voor de holocaust aan Israël, door Bondskanselier Johannes Rau, zouden dan ook eindelijk hun verloren zonen kunnen gaan herdenken. Voor een oorlog zijn er twee partijen nodig en de overwinnaar wordt in de geschiedenisboeken verdacht vaak als de goede zijde voorgesteld.

Zelf heb ik tijdens mijn rondreizen altijd een minuut stilgestaan bij de monumenten voor de gevallenen van alle partijen. Oorlog is altijd onrechtvaardig! Hoe je het ook wend of keert. Maar de slachtoffers aan beide zijden moeten worden herdacht.

Dus laat die rabbijn nog maar eens goed nadenken over wat hij over de Nederlanders in de tweede wereldoorlog heeft gezegd en over de gevallen verzetsstrijders. Want ook een beschermde Jood kan te ver gaan!
Bij mij brengt de herdenking op de Waalsdorpervlakte nog altijd in brok in mijn keel en een traan in mijn oog. Lang leve de vrijheid!



Oorspronkelijk bericht in de Volkskrant

vrijdag 8 januari 2010

Thailand, Hartklachten?

Pattaya, 8 januari 2010

Ik heb het lang stil gehouden, maar nu, zo net voor mijn vertrek naar Nieuw Zeeland moest ik er toch aan geloven. Het begon allemaal in maart vorig jaar toen ik tijdens een vijftien kilometer lange wandeling het idee had dat mijn hart af en toe een keer oversloeg. Nu ben ik ook niet meer de jongste maar ik zorg redelijk goed voor mijn lichaam en het gaf me toch een ongemakkelijk gevoel. Natuurlijk deed ik niets en ik hoopte dat het vanzelf voorbij zou gaan. En dat deed het ook!
In oktober vorig jaar had ik opnieuw problemen en dat terwijl ik dacht dat ik het allemaal onder controle had. Ik was natuurlijk opnieuw erg ongerust en ik schreef het probleem toe aan mijn alcohol gebruik en weinig slaap.
Toen het in Nepal fout ging werd ik dus echt ongerust! Ik had dagen niet gedronken en elke dag uren gelopen. Ik lag met een bonkend hart in mijn slaapzak in één van die herbergen langs het pad naar Pokhara. Het ging vanzelf weer weg maar de angst zat er wel goed in! Ook na mijn terugkomst in Thailand kreeg ik weer problemen. Maar deze keer was het helemaal anders! Ik had een onbehagelijk gejaagd gevoel in mijn lichaam dat maar niet weg wilde gaan.
Ik dronk niet te veel alcohol en kreeg voldoende slaap tijdens onze tocht op de motorfiets, toch bleef het onbehagelijke gevoel en af en toe sloeg mijn hart over. Ik had het zelf meerdere malen aan mijn pols gevoeld! Wat nu? Er zat dus niets anders op dan een cardioloog te bezoeken voordat ik naar Nieuw Zeeland zou vertrekken. Het gevoel kwam en ging en uiteindelijk sleepte ik mezelf vandaag met lood in de schoenen naar het ziekenhuis. Niemand hoort nu eenmaal slecht nieuws maar de meeste mensen gaan dood omdat ze te lang door blijven lopen met hun kwaal.
Nadat ik de zaken met de ziektekostenverzekering had geregeld kreeg de cardioloog groen licht om aan de onderzoeken te beginnen. Mijn bloeddruk was OK, mijn bloed was OK en ik kreeg een half tabletje en een infuus. Nadat mijn hartslag chemisch terug was gebracht tot zestig slagen per minuut kon ik naar de CT scan die geleverd was door een groot elektronicabedrijf uit Eindhoven. Daar lag ik dan! Het leek wel een ruimteschip uit een science fiction film. Rood laserlicht en een draaiende magneet in de grote opening waar mijn lichaam in zou verdwijnen.
Met mijn ogen half open en in een lichte trance gleed de slede met mijn lichaam er op de opening binnen. Het draaiende apparaat dat ik door de spleet kon zien gaf me het idee dat ik bewoog. Ook de geluiden die het apparaat maakte kwamen dicht bij de geluiden die ik honderden keren had gehoord in de ondergrondse van Kuala Lumpur en Singapore. Een computerstem vertelde me wanneer ik mijn adem moest inhouden en wanneer ik weer mocht ademen.
Het meest angstaanjagende van het onderzoek was echter de opmerking dat bij de derde scan de contrastvloeistof zou worden ingespoten. Het zou warm worden in mijn lichaam maar dat was normaal. Nou, dat was dus niet normaal! Ik had het idee dat ik een ter dood veroordeelde was en dat ik zijn laatste momenten op deze planeet meemaakte. De warmte verspreide zich als een vuur vanaf mijn longen door mijn bovenlichaam. Het was zo intens dat ik bijna moest braken, en dat terwijl ik nuchter was. Mijn hart bonkte in mijn hoofd.
De opmerking dat de opnames goed waren gelukt waren erg welkom want ik wist zeker dat ik dat nog niet graag een keer zou willen meemaken. Het infuus werd ook verwijderd en een stuk beter liep ik met de verpleegster naar de vierde verdieping waar de laatste test zou worden afgenomen. De “Stress test”, op een lopende band tien minuten lopen en kijken hoe mijn hartslag, bloeddruk en hartritme zich zouden houden.
Vier grote kale plekken werden er op mijn borst geschoren en zonder enige aarzeling stapte ik op de lopende band. Toen de cardioloog was gearriveerd werd de molen in werking gezet en de data werd nauwkeurig in de gaten gehouden. De tien minuten waren natuurlijk geen probleem voor me! Alleen de laatste twee minuten moest ik hardlopen en daar ben ik niet echt een fan van. Het had geen minuut langer moeten duren! Precies op tijd, voor mijn gevoel, stopte de band en de cardioloog bestudeerde nog één maal de slingerende lijn op het papier.
“Je bent 100% in orde, je hart is goed en ik kan niets ontdekken op de CT scan wat ook maar een probleem zou kunnen geven”, lachte hij me toe.
“Het zal wel vermoeidheid en stress zijn geweest!”, voegde hij er aan toe.
Er was een zware last van me afgevallen, dit was wat ik graag had willen horen maar niet wat ik verwacht had om te horen. Blij en opgelucht stapte ik het ziekenhuis uit de warme middagzon in. Aan de horizon bouwde zich een donkere lucht op die een zware onweersbui voorspelde. Het kon mij niets schelen, ik was opgelucht en ik kan met een gerust hart naar Nieuw Zeeland vertrekken.
Copyright/Disclaimer