donderdag 8 januari 2009

Singapore, Spierpijn

Singapore (Sky Orchids Hostel)

Wat had ik slecht geslapen vannacht. Die andere drie gasten kwamen heel laat thuis en deden meteen het licht aan op onze kamer. Wat erger was dat ze op zoek gingen naar de afstandsbediening van de air-conditioning. Ik wist zeker dat ze die niet zouden vinden want die lag onder mijn rugzak. Voor het slapen had ik dat ding op 22 graden Celsius gezet en dat was koud genoeg voor de nacht.
Nadat ze hadden opgegeven zochten ze hun slaapplaatsen op en de jongen die het bed boven mij had was een halve meter te lang voor het bed. Het gevolg was dat hij de hele nacht lag te draaien en bij elke beweging werd ik weer wakker.
Om negen uur schrok ik wakker van het geluid van ritssluitingen. Ik keek op en zag dat één van de drie alweer aan het pakken was en op het punt stond om te vertrekken. Dat is natuurlijk wel het nadeel van een hostel. Helaas zijn de prijzen voor hotelkamers de laatste twee jaar de pan uit gerezen.
De anderen lagen nog steeds in bed te wachten totdat ze moesten uitchecken. Ik kan het nog steeds niet geloven dat er van die mensen zijn die elk dubbeltje drie keer moeten omdraaien voordat ze het uitgeven en dan toch ‘s avonds voor een groot bedrag bier drinken.
Het ontbijt was natuurlijk alweer in hongerige magen verdwenen en drie lege broodzakken op het aanrecht was alles wat er over was gebleven. Een snelle douche en weer op weg naar Dhoby Ghaut voor een McDonald’s ontbijt. De zon stond weer hoog aan een blauwe hemel en het leek dat het slechte weer dat ik verwacht had weg zou blijven.
Vandaag stond het Kong Meng San Phor Kark See Monastery op het programma want mijn kuiten stonden zo strak als knakworsten in een pan kokend water. Het is inderdaad alweer een tijdje geleden dat ik meer dan tien kilometer had gewandeld maar dat mijn conditie er zo slecht voor stond had ik zelf nooit verwacht.
Na een korte reis met de trein en de bus stond ik alleen voor de zijingang van het klooster. Hier werd ik bevangen door een gevoel dat ik het laatste jaar al eens eerder had. Ik had namelijk weinig zin om alleen het klooster te bezoeken. Ik reis graag alleen maar steeds vaker krijg ik dat vreemde gevoel dat ik liever met iemand op pad ben. Na een dag met Andrew kwam dat gevoel dus weer terug.

Ik slenterde wat over het tempelcomplex en wist dat ik hier de volgende keer weer zou terugkeren. Veel vroeger dan dat ik gewend ben ging ik weer richting de stad waar ik lekker ging eten in het Funan IT Center. Heerlijke noedels met een speciale saus. En het was heel lekker.

Na een serie koude bieren en een gesprek met een paar lokalen werd het langzaam weer tijd om richting het hostel te gaan. In foodcourt 99 ben ik nu ingeburgerd en de volgende keer zullen ze me zeker weer herkennen. Het is toch wel leuker om een biertje te drinken met mensen die je kent.

Morgen staat er dus de verplaatsing naar Maleisië op het programma. Niet te laat opstaan en proberen voor elf uur in de bus op weg naar Melaka te zitten.

woensdag 7 januari 2009

Singapore, Een flinke wandeling

Singapore (Sky Orchids Hostel)

Ik was iets later opgestaan dan ik had gepland en Andrew was al twee uur bezig met het inpakken van zijn rugzak. De hoeveelheid bagage was duidelijk te groot voor zijn rugzak en met een flinke inspanning probeerde hij de ritssluiting dicht te krijgen. Tevergeefs! Weer spullen verplaatsen en weer proberen om de rugzak dicht te ritsen. Na een handvol pogingen, die ik vanuit het stapelbed had gadegeslagen, was hij eindelijk succesvol.
Het ontbijt was al door de hyena’s in het hostel verslonden en dus bleef er niets anders over dan een traditioneel ontbijt bij de gouden bogen. In het Sky Orchids Hostel worden er ‘s morgens een paar broden en een pot jam neergelegd die het gratis ontbijt voorstellen. Een goed initiatief dat helaas door een kleine groep wordt misbruikt. Zonder enig respect voor de andere gasten worden deze etenswaren zo snel en zo vroeg mogelijk te verschalken. Er zijn er zelfs bij die lunchpakketten maken voor onderweg. Lang leven het budget backpacken zullen we maar zeggen.
Mijn plannen waren gewijzigd bij het zien van de zon aan de blauwe hemel. Het was opnieuw heerlijk weer en in plaats het klooster zou ik vandaag een wandeling in het MacRitchie Reservoir Park gaan maken. Andrew was verbaasd over de plotselinge wisseling maar hij maakte geen bezwaar. Het was zijn laatste dag en zolang hij maar om zes uur terug was in het hostel dan vond hij alles goed.

Het ontbijt was natuurlijk niets bijzonders maar Andrew kon zich toch niet bedwingen bij het zien van al die heerlijkheden. Hij besloot om toch ook maar een ontbijttje te bestellen. Rond elf uur stonden we in het Toa Payoh busstation waar we al snel bus 157 hadden gevonden die ons naar de ingang van het park zou brengen.
Andrew had geen kleingeld en ik had een broekzak vol. Het is namelijk wel aan te bevelen dat je voldoende kleingeld op zak hebt als je in Singapore bent. Je hebt steeds muntgeld nodig voor de bus en de trein en er staan namelijk overal automaten voor frisdranken en snacks die alleen maar munten accepteren. Dus als je wat wil reizen of wat drinken dan zal je munten moeten hebben. Nadat ik Andrew geld had voorgeschoten voor de trein en de bus was ook mijn klein geld bijna op en ik had nog net genoeg voor een flesje cola. Één klein flesje cola zou niet genoeg zijn voor de twaalf kilometer die we vandaag zouden lopen. Mijn hoop was gevestigd op het kantoor van de park rangers ergens halverwege.
Met de GPS en een kaart in de hand gingen we op weg. Andrew had iets gestudeerd met public relations en marketing en het bleek ook nog in de richting te zijn van gedrukte producten. We spraken uitbundig over mijn project “het boek met Steef” en ik kreeg een paar goede ideeën om het allemaal nog een beetje beter te maken.

De wandeling was erg mooi, langs meren en door dik tropisch regenwoud. Bij de brug over de boomtoppen aangekomen kozen we er voor om, ondanks alle waarschuwingen, toch maar tegen de éénrichting het pad op te gaan. Later bleek dit een grove fout te zijn geweest. Eenmaal op de brug aangekomen werden we begroet door een park ranger die ons onverbiddelijk terugstuurde. We hadden de brug gezien en we besloten om het pad toch maar niet voor een tweede keer te volgen. Dit in verband met de flinke reeks trappen die we moesten beklimmen.
Bij het kantoor van de park rangers aangekomen was er dus niets. Geen automaat, geen winkel, niets. Ik had een verschrikkelijke dorst en Andrew kon nu wel aan mijn gedrag merken dat ik niet blij was met de situatie. Hij moest nu zijn water met me delen.
De twaalf kilometers waren onder ons weg gegleden en we besloten onze dag te beëindigen met een sushi lunch. De sushi’s van de Carrefour in Dhoby Ghaut zijn voortreffelijk en heel betaalbaar. Buiten in de zon zaten we uit te rusten en na te genieten van onze wandeling.
Ik kon mijn benen in ieder geval goed voelen en wilde rustig een stukje verder door de stad lopen. Zo kwamen we uit bij het Funan IT center. Lekker slenteren tussen de nieuwste elektronische snufjes en een goede kop koffie drinken.
Hier was de plaats waar we van elkaar afscheid namen en ieder onze eigen weg gingen. Weer een afscheid! Je raakt er wel aan gewend.

Mijn avond eindigde met een paar bier en een goede maaltijd bij foodcourt 99. Op de terugweg had ik nog steeds een flinke trek en ik koos voor een snack van Barbecue Pork Pau en een kleine Roedjak. De eerste is een gevuld en gestoomd broodje. De tweede is moeilijk om te omschrijven maar wel heel erg lekker.

Voldaan en vermoeid kroop ik in mijn stapelbed en vroeg me af van wie de drie grote rugzakken waren die tegen de muur naast mijn bed stonden.

dinsdag 6 januari 2009

Singapore, Een lange dag

Singapore (Sky Orchids Hostel)

Hier dus het eerste verhaal van 2009:

Mijn eerste reis van het jaar begon om vijf uur ‘s ochtends onder de bescherming van de duisternis. Later zou de zon verschijnen aan een staalblauwe hemel in Thailand. De laatste drie dagen waren niet de gemakkelijkste geweest. Gestopt met drinken! Gezond gaan eten! En weer op tijd naar bed om het gewone ritme van een doorgewinterde serieuze reiziger op te pakken.

Mijn trouwe Cerrotore rugzak stond al ingepakt en te popelen om weer op pad te gaan. Helaas waren de vooruitzichten voor het weer niet al te best. Regen, regen en nog meer regen! In Maleisië waren er al weken overstroming na overstroming en het zag er niet naar uit dat daar enige verbetering in zou komen.
Om iets voor half acht stond ik al op de luchthaven en dat terwijl mijn vlucht om kwart voor twaalf was. Ruim vier uur waren er door te komen op die ongezellige Suvarnabhumi luchthaven in Bangkok. Natuurlijk bracht mijn computer en een heerlijke mok koffie enige verlichting en verkorte de wachttijd voor mijn gevoel. Twee hele hoofdstukken voor mijn boek “Die van mij is anders!" gleden uit mijn toetsenbord en nog voordat ik het me realiseerde was het al tien over elf. Ik moest me zelfs haasten om op tijd bij de pier te zijn.
Na een redelijk rustige vlucht landden we precies op tijd op de luchthaven van Singapore. Ik was nog steeds verbaasd over het goede weer en hoopte dat het voorlopig ook zo zou blijven.
Het verblijf in het Sky Orchids Hostel in Aljunied was me de laatste keer zo goed bevallen dat ik er weer naar toe ging. Deze keer had ik via de email rechtstreeks bij de eigenaar een reservering gemaakt met als extra vraag of ik weer op dezelfde kamer als de vorige keer kon slapen. Ze zou kijken wat er mogelijk was en ik had goede hoop dat het zou lukken. En ik had geluk!
Ik kon weer op mijn favoriete kamer die ik deelde samen met een jongen uit Canada. Andrew was net boven de twintig en had toch nog heel wat vertellen. Hij was een interessante jongen om mee op pad te zijn. Ik maakte haast en was binnen tien minuten weer klaar om op pad te gaan in één van mijn favoriete steden in Azië. Andrew vond Singapore maar een saaie stad waarna ik hem aanbood om met me op pad te gaan. Hij twijfelde geen moment en wilde graag het Singapore zien dat ik hem voorspiegelde.
Even later waren we samen op weg naar de MRT met als eerste halte Lavender MRT Station. Vanaf dit station zouden we een kort stukje lopen om eerst een heerlijke zuid Indiase maaltijd te nuttigen bij Komala’s. Andrew was onder de indruk en de ambiance van het geheel. Hij merkte terecht op dat het allemaal leek op een Indiase McDonald’s en dat hij er niet eens over zou nadenken om hier binnen te stappen. Nu hij hier eenmaal was geweest en het eten had geproefd zou hij er nooit meer over twijfelen om hier weer te gaan eten.

Little India is en blijft mooi om een beetje doorheen te struinen. Ik heb het al zoveel keer gezien dat mijn camera meestal opgeborgen blijft. Voor Andrew was dit anders en hij schoot er flink op los. Hij was in ieder geval heel blij dat hij met me mee was gegaan.
De volgende stop was Foodmore, mijn favoriete foodcourt aan de rand van Little India. Hier liep ik wat oude bekenden tegen het lijf die me slecht nieuws brachten. Foodmore houd aan het einde van de maand op te bestaan. Het wordt omgebouwd tot een computer supermarkt zoals Sim Lim Square. Enkele van de eettentjes zal verhuizen naar een ander gebouw twee blokken verderop maar het drinkgebeuren is voorbij. Één van de oude bekenden gaf me nog een telefoonnummer dat ik hem maar moest bellen als ik over twee maanden weer in Singapore ben. Hij had dan wel een nieuwe plaats gevonden om een biertje te drinken. Zelf denk ik dat ik ook wel weer een nieuwe plaats zal kunnen vinden om een biertje te drinken.

Die plaats was een half uur later al gevonden. Naast de Funan IT-Mall aan de Hill Street zijde is een klein foodcourt met de simpele naam, 99. Hier dronken we dus nog een biertje of twee en werden we aangenaam verrast door de muziek van een straatmuzikant die bij ons aan tafel kwam zitten.
Het werd al laat en met een grote omweg liepen we langs de skyline van Singapore naar Raffles Place MRT Station. Dat was meteen het einde van de avond en mijn eerste dag. Andrew had nu een heel ander Singapore gezien en wilde morgen ook nog best mee om wat anders te zien. Ik heb daar geen probleem mee. Morgen gaan we naar het Kong Meng San Phor Kark See Monastery.
Copyright/Disclaimer