vrijdag 12 september 2008

Marokko, met de bus naar Rabat

Rabat, 12/09/2008

Helaas voor mij hebben de Marokkanen de dag voor de nacht verwisseld. Zij zijn ‘s nachts wakker terwijl ik probeer te slapen. Twee moslim vrienden vonden het heel normaal om om half één voor de deur van mijn kamer een sigaretje te roken en een zeer geëmotioneerd gesprek te voeren. Natuurlijk werd ik wakker en toen ik de deur opentrok met een gezicht dat op onweer stond en in mijn beste Frans aan hen vroeg, “Dormir?” was de gezellige avond voorbij en ze gingen ook slapen. Ik sliep daarna ook weer als een roosje en werd precies om zeven uur door mijn wekker uit mijn slaap gehaald.
Wat ik vandaag voor ontbijt had was meer een bedelaars ontbijt. Een taai droog witbroodje met één puntje smeerkaas, aangevuld met een banaan die werden weggespoeld met lauwe cola. Het was tenminste iets en een beetje energie voor de reis was getankt.
Mijn plan was om met de Grand Taxi’s naar Rabat te gaan maar dat idee werd al snel in de kiem gesmoord.
“No taxi”, lachte de magere tandeloze man met een zware stoppelbaard.
“Only when you pay for whole taxi”, gierde hij verder.
Ik vroeg niet eens naar de prijs want ik had vandaag geen zin om voor het winnende lot in de loterij te spelen. Verderop zag ik nog een man staan met zo’n speciaal boekje die de taxi’s regelde. Helaas kreeg ik van hem hetzelfde antwoord maar hij adviseerde me in één adem om de bus maar te nemen, die vertrok om de hoek vanaf het busstation.
“Aardig en eerlijk”, dacht ik bij mezelf.
Binnen tien minuten reed de oude blauwe bus krakend weg en het was maar goed dat ik voor twee stoelen kaartjes had gekocht want de bus zat goed vol en voordat we Larache uitreden zat hij propvol. IK had natuurlijk ook geen idee wat er onderweg zou gebeuren met de bagage die onderin zat dus hou ik bijna altijd mijn kleine rugzak bij me, ook al moet ik dubbel betalen.
Tijdens de rit keek ik naar het schouwspel dat zich buiten voor mijn ogen ontvouwde. Wat is het hier een enorme rotzooi! Ik heb zelden zo’n rotzooi gezien tijdens al mijn omzwervingen, zelfs in Burma waar de mensen het nog veel slechter hebben dan hier is het netter en beter verzorgd en zeker schoner. Tijdens een stop in een klein dorpje werden er twee levende schapen onder uit de bus getoverd, ongelofelijk maar waar. En weer een uurtje later piste en scheet een oude vrouw zich helemaal onder. En wat was het resultaat? Ze ging gewoon ergens anders zitten en de bank waar ze had gezeten bleef de rest van de reis leeg. Wat een stank!
In Rabat aangekomen leek het alsof ik in een andere wereld was beland. Net geklede elegante mensen die zeker geen haast leken te hebben. Ik voelde me hier beter maar zeker nog niet 100% op mijn gemak. Het eerste hotel dat ik op het oog had gehad zat vol en eenmaal op weg naar de volgende zag ik in een zijstraat een ander hotel. Waarom ook niet? De zaken waren snel gedaan en ik was blij met de kamer voor nog geen € 13 p/n. Het was ondertussen al erg laat en echt tijd om iets te ondernemen was er niet meer. En waarom ook haasten, ik zit hier tenslotte twee dagen. Onderweg naar het treinstation zag ik de gouden bogen en die waren gewoon open. Wat kan een Big Mac met patat heerlijk zijn als je bijna een week alleen soep en brood hebt gegeten.
De informatie voor de treinreis van zondag was ook duidelijk en zo kwam er een einde aan een dag die eigenlijk alleen maar een verplaatsing was geweest. Ik dacht na waar Rabat nog het meest op leek. Brussel! Ja, Rabat leek op Brussel of misschien wel andersom, Brussel lijkt op Rabat.
Terug in de kamer peilde ik een open internet verbinding en ik maakte daar natuurlijk met veel plezier gebruik van. Enkele verhalen werden naar mijn weblog geladen en de bijbehorende foto’s naar Picasa.
Om half zeven was het weer tijd om een café op te zoeken voor de nu wel bekende soep met brood. Tijdens de maaltijd raakte ik in gesprek met mijn tafelgenoten en al het lekkers werd onmiddellijk naar het midden van de tafel geschoven. Ik was hun gast en moest van hun gastvrijheid gebruik maken. Ik moest wel een paar gedroogde vijgen en dadels eten, ze smaakten ook voortreffelijk als ik eerlijk mag zijn. We namen afscheid en misschien zien we elkaar morgen weer in hetzelfde café voor dezelfde handeling. Een heerlijke maaltijd na een dag vasten ;).

donderdag 11 september 2008

Marokko, de Atlantische kust

Larache, 11/09/2008

Zoveel uur slaap is niet gezond voor een sterke kerel als ik. Om vier uur was ik wakker en in de volgende drie uur van tollen en draaien in mijn bed had ik de vreemdste dromen en visioenen. Mensen waar ik in jaren niet aan had gedacht verschenen levensecht voor mijn ogen in de vreemdste onmogelijke situaties.
Ik zou om half acht klaar zijn voor het ontbijt en toen ik de deur van mijn kamer opende hoorde ik boven al het kletteren van borden en bestek, het zou allemaal wel goed komen. Twéé dienbladen vol werden er voor me neer gezet. De geur van sterke koffie vermengde zich met de geur van mint, van de mint thee. Zoete broodjes, baksels overgoten met honing, een soort zuurdesem brood, het was teveel van het goede. De abrikozenjam geurde me ook tegemoet en smaakte zelfs nog beter. Dit was een ontbijt voor koningen! Nadat ik zoveel als ik kon had gegeten werd het tijd voor een rondleiding door het huis. Er waren nog meer kamers en de kamer op het dak was de beste. Een mooi dakterras met uitzicht op de bergen. Ik kon me alleen niet voorstellen dat je hier langer dan twee nachten zou kunnen blijven. Nadat alles was afgehandeld nam ik afscheid van de zeer aardige gastvrije vrouw en ging op weg naar mijn volgende bestemming. Larache in het noorden en aan de Atlantische kust.
Eerst een Grand taxi naar Meknès, dan een Grand taxi naar Souk Er-Arba-du Rharb, en tenslotte een grand taxi naar Larache. Natuurlijk was ik weer vroeg in de middag op mijn plaats bestemming en het pension dat ik deze keer op het oog had was snel gevonden. De kamer koste een fractie van wat ik voorheen had betaald dus dat viel deze keer ook mee. Helaas wel een gedeelde koude douche aan het einde van de gang. Het duurde niet lang of ik zat in een kleine taxi op weg naar Lixus. Weer een vergane Romeinse nederzetting die misschien niet zo goed bewaard was gebleven als Volubilis maar toch zeker de moeite waard was om zijn goed bewaard gebleven “Garum” fabrieken. Garum is een zeer aromatische vispasta die heel duur was in het keizerrijk. Er moet hier dan ook een heel garnizoen Romeinse soldaten aanwezig zijn geweest om het kostbare spul te bewaken. De zoutpannen onder aan de heuvel zijn dan ook al meer dan tweeduizend jaar in gebruik. Mijn dag zat er alweer op en ik liep de vijf kilometer rustig op mijn gemak terug.
Ik dacht na over wat ik er tot nu toe van vond en wat me het meest was opgevallen. Het is hier best aardig maar als het donker wordt voel ik me toch ongemakkelijk en onveilig. Je komt hier heel weinig rugzakkers tegen. Het is overal waar je komt een enorme rotzooi, het huisvuil wordt gewoon over de muur van het dorp/stad gekieperd. De doordringende stank van urine is overal, mannen pissen gewoon waar ze staan.
Het kleine stadje is vriendelijk maar één vergissing en je staat in een straat vol ongure personen, althans in mijn ogen. Nee, het is geen land waar je gewoon even heerlijk door de stad gaat struinen op zoek naar nieuwe ervaringen, die zijn er hier waarschijnlijk wel maar niet de ervaringen die je op het oog hebt.
Nadat ik de zonsondergang had bekeken ging ik op zoek naar een kom soep, het was koud hier en de meeste gasten zaten binnen aan de warme voedzame vloeistof. Dat was het dus voor vandaag! Na de soep kon ik dus weer naar de kamer. Dit is een goede bestemming voor de Weightwatchers lachte ik in mezelf, bij mij vliegen de kilo’s er af. Om negen uur ging het licht uit en ik probeerde te slapen. Morgen naar Rabat voor een volgend avontuur.

woensdag 10 september 2008

Marokko, Romeinse ruïnes

Moulay Idriss, 10/09/2008

Ik heb de afgelopen nacht niet al te best geslapen en toen om zes uur de wekker afliep heb ik hem naar zeven uur verzet. Dat extra uurtje maakte veel uit en ik bleef daarna ook nog een half uur naar het plafond staren. De grootste schrik was verdwenen maar het ongemakkelijke gevoel was er nog steeds.
Eenmaal beneden was het ontbijt nog niet geserveerd, het personeel was een beetje veel humeurig en een lachje kon er écht niet van af. Mijn plannen waren nog onzeker. Wat zou ik doen? Zou ik alles van me afzetten en opnieuw de medina van Fes betreden? Zou ik doorreizen naar Meknès waar een kleinere en minder drukke medina was? Ik wist het echt niet! Tijdens het ontbijt raakte ik aan de praat met de mensen aan de tafel naast me en dat gesprek was voldoende om te besluiten om door te reizen. Zakkenrollers hadden hun ook te grazen genomen en een tafeltje verder zat een stel die ook door het dievengilde was behandeld. Ik was aan de ene kant blij dat ik niet het enige slachtoffer was geweest, maar aan de andere kant vond ik het ook rot voor de anderen en jammer dat mijn vooroordelen misschien toch bewaarheid worden. Wat me meer verontruste was dat ik niet kon eten, mijn lichaam zat echt op slot! Na een paar schijfjes stokbrood met boter en smeerkaas gaf ik het op, de slappe koffie smaakte me ook al niet.
Met een kleine taxi, taxi petit, begaf ik me op weg naar de plaats vanwaar de grote taxi’s naar Meknès vertrokken. Binnen tien minuten was ik op weg en ik moet eerlijk bekennen dat het netwerk van de grand taxi’s de eerste dagen een openbaring is geweest. Nog voordat ik in Meknès aankwam had ik mijn plannen alweer aangepast. Ik was nog niet toe aan grote steden en dus koos ik om maar meten door te reizen naar Moulay Idriss. Een klein stadje in de bergen bekend van een Mausoleum en de overblijfselen van een Romeinse stad op een steenworp afstand van de stad. Mijn aansluiting was ook deze keer perfect en het betalen van de twee zitplaatsen voorin maakt het reizen ook zeer aangenaam.
Nog voor half twaalf was ik op de plaats van bestemming en het tweede hotel dat ik zag moest het maar doen voor de nacht, het Maison d'Hote El Kasaba. De vrouw van het kleine hotel was meer dan vriendelijk en binnen vijf minuten had ik een korting afgedwongen, ze viel voor pleidooi van het alleen zijn in een kamer voor drie personen. Voor MaD 200 (€ 18) per nacht inclusief ontbijt is het toch een beetje aan de prijzige kant als je alleen bent, voor twee personen is het echt de moeite waard, € 23,- inclusief ontbijt.
Nu op mijn derde dag, het voelde aan of ik hier al een week was, ging ik op weg naar de eerste bezienswaardigheid van deze reis. Volubilis is het overblijfsel van een oude Romeinse stad. Voordat de Romeinen hier waren was het al een handelspost aan het uiteinde van de bekende wereld voor de Phoeniciërs en Carthagers geweest. De aangename wandeling, bergafwaarts, bracht de rust in me terug en ik kon rustig relativeren wat me gisteren was overkomen. De conclusie na een uur denken was simpel, ik was gewoon op het verkeerde moment een verkeerde straat ingelopen. Was ik tien minuten eerder of later geweest dan was het waarschijnlijk niet gebeurd. Ik moest het nu zo snel mogelijk van me afzetten en doorgaan, en zeker mijn reis niet laten verpesten door een slechte ervaring in het begin. Ik had weer een camera en alhoewel hij niet zo goed was als mijn oude moet ik het er toch mee doen.
Ik was al gewaarschuwd dat er overal legers sjacheraars stonden te wachten om de toeristen lastig te vallen, zo dus ook op de weg die naar Volubilis leid. Mijn afleidingsmanoeuvres van steeds van weghelft te wisselen hielpen niet. Als ik van links naar rechts ging deed de sjacheraar dat ook en vice versa. Daar stond hij dan uiteindelijk voor me met een stuk agaat en een paar fossielen in de hand.
“20 Dirham, 15 Dirham, 10 Dirham”, sprak hij, en ik had nog geen woord tegen hem gezegd.
Duizendmaal nee en duizendmaal dank kon hem niet stoppen om maar door te zeuren. Thee drinken in zijn huis, en het is Ramadan, wat eten bij zijn vriend en meer van die verhalen. Ik moest stoppen bij een souvenirverkoper langs de weg om van hem af te komen. Deze was rustiger maar probeerde toch zijn waren te slijten.
“I have nice old Roman coin”, sprak hij zacht en knipoogde tegelijkertijd.
“You like to see?”, vanuit het donker alsof hij me belangrijke staatsgeheimen probeerde te verkopen.
Vanuit het donker verscheen hij met een klein stukje zwart fluweel waarin drie munten lagen.
“This is the best one, a Roman coin with Alexander the Great”, gniffelde hij terwijl hij naar me opkeek.
Ik keek eens goed naar de munt in het donker en waarschijnlijk was de munt nog niet eens een jaar geleden gegoten.
Punt één was dat Romeinse munten werden geslagen en er was geen slagrand aanwezig.
Punt twee was dat Alexander de Grote een Griek was die een paar honderd jaar eerder had geleefd en de Romeinen waren hier nog niet eens geweest. Ik bedankte hem en wenste hem veel geluk voor de rest van de dag.
Het zicht op Volubilis van een afstand was indrukwekkend en werd beter toen ik langzaam dichterbij kwam. Hier was echt wat gebeurd. De drukte viel mee en ik slenterde alleen over de overblijfselen van de oude stad. Mooie mozaïeken en een paar bewaarde, lees herbouwde, gevels een twee poorten stonden nog overeind. Dit was het echte reizen en ik genoot met volle teugen. Eigenlijk jammer dat ik alleen was want schoonheid is veel mooier als je het met iemand kan delen.

Na twee uur over de ruïnes te hebben rondgezworven begaf ik me op de terugweg. Onderweg kocht ik nog een flesje water en een flesje cola dat ik in één teug naar binnen liet lopen. Ik voelde me een beetje opgelaten toen de acht gitzwarte ogen me aanstaarden. Ach ja, wat kan ik er aan doen? Ik ben nu eenmaal geen moslim en ik verwacht ook niet dat ze hier met kerstmis een kerstboom in huis zetten.
De weg terug was zwaarder omdat ik nu bergopwaarts moest. Het was wel heel mooi hoe ik langzaam Moulay Idriss dichterbij zag komen. Na iets meer als een uur stapte ik het dorp weer binnen. Een snelle blik in de Lonely Planet vertelde me de richting voor het Mausoleum van Moulay Idriss. Op het plein voor de ingang stond alweer een heel leger sjacheraars klaar om me rond te leiden. De prijs werd vastgelegd en voor € 3 liep de oude magere man voor me uit. Zijn zinspelingen in het Spaans en Frans kon ik niet helemaal verstaan maar ze moeten wel grappig zijn geweest want hij moest er zelf steeds hard om lachen. Niet Moslims mogen niet naar binnen in deze heilige gebouwen en het enige wat ons niet moslims rest is een foto van de daken van het mausoleum.
Aan het einde van de middag viel ik neer op een stoel voor een klein winkeltje aan het grote plein van Moulay Idriss. De koude cola smaakte me uitstekend en gaf me weer een beetje energie. De dadels die ik cadeau kreeg van jonge verkoper gaven me nog meer energie en binnen een mum van tijd was ik hersteld van deze inspannende dag. Ik had voor het eerst echt gelopen en er stond twaalf kilometer op de teller. Ondertussen had ik tijdens het uitrusten in de late middagzon mijn plannen voor de komende dagen gemaakt. Morgen ga ik op weg naar Larache, een plaats aan de Atlantische kust in het noorden. Meer overblijfselen van de Romeinen in de buurt van een klein stadje. Ik wil nog even uit de drukte blijven totdat ik me weer 100% voel.
Toen de moskee met een luide schreeuw het groene licht gaf om te eten kleedde ik me snel aan en ging ook op weg naar restaurant wat ik eerder deze middag had gezien. Ik had geen tien minuten later moeten komen want binnen dertig minuten was de hele pan soep verkocht en gelukkig voor mij zaten er nog precies twee kommen soep in de grote pan. Een rond brood en een hardgekookt ei maakte de maaltijd compleet. Vanavond had ik trek als een paard en al het eten vloog naar binnen, ik was er zelf een beetje verbaasd van. Misschien was de schrik verdwenen? Nog een colaatje op het plein en de avond zat er op. Om half negen weer onder de dekens en morgen om zeven uur op. Ja, het is hier een heel andere wereld!
Copyright/Disclaimer