dinsdag 15 juli 2008

Maleisië, een onverwacht vertrek

Georgetown, 15/07/2008

Nog een heerlijke extra dag voordat we verder zouden gaan. Van een vriend had ik gehoord dat het Penang War Museum de moeite waard was en voor mij was het ook leuk om eens ergens naar toe te gaan waar ik nog niet was geweest.
We stonden rustig op en het eerste wat Henk zei was, “Goedemorgen”.
Onmiddellijk gevolgd door, “wat kan jij snurken zeg, ik heb bijna geen oog dicht gedaan”.
Daar stond ik dan zelf een beetje schaapachtig te lachen, ik slaap nu eenmaal gemakkelijk en ik vindt dat zelf wel positief. Aan de overkant werd nu voor de derde keer ontbeten en ik bestelde het bekende recept. Henk zat niet lekker in zijn vel en bestelde een tosti.
“Die gebakken eieren komen mijn neus uit”, gromde hij nors.
We hadden tijd genoeg vandaag en Henk wilde eerst nog een poging wagen om de was te laten doen. Helaas kon hij weer geen wasserij vinden en om eerlijk te zijn vond ik het ook vreemd dat er geen enkele open was. De verjaardag van de gouverneur lag nu al een paar dagen achter ons dus dat was zeker niet de reden. Op weg naar de Komtar probeerde ik met Henk te overleggen waar we hierna naar toe zouden gaan. Henk was de man met een tijdplan en mij maakte het allemaal weinig uit. De mogelijke bestemming passeerden de revue, Kota Bharu, Alor Star, Hat Yai en Langkawi. In de bus vervolgde wij ons gesprek zonder ook maar een stap dichter bij een bestemming te komen.
Onderaan de heuvel, die het eigenlijke fort herbergt, stapten we uit en liepen langzaam naar boven. Ik had ook geen idee wat me te wachten stond maar een wit geverfde Pillbox begroette ons met de letters “War Museum”. RM 30 entree en het eerste wat Henk deed was dit omrekenen naar de Thaise Baht.
“300 Baht entree?”, vroeg hij me met een vreemde gelaatsuitdrukking op zijn gezicht.
“Ja Henk, 30 RM entree”, beantwoorde ik zijn vraag.
We kregen een korte uitleg en volgden de rode pijlen zoals de dame achter het loket ons had verteld. Ik merkte dat Henk vanaf de eerste stap eigenlijk weinig interesse had voor wat er hier in dit museum was. Het is natuurlijk best mogelijk dat je minder geïnteresseerd bent in de geschiedenis maar dan kan je volgens mij toch wel een beetje openstaan voor wat er is gebeurd, zeker als het over de tweede wereldoorlog gaat. We slenterden over het terrein en liepen van gebouw naar gebouw waar steeds een kleine expositie was ingericht met een afwisselend onderwerp. Ik vond het al met al een heel interessante ervaring maar Henk had nog geen minuut gefilmd tijdens ons bezoek aan het museum.
Op weg naar beneden zagen we twee apen in de berm zitten en Henk greep meteen in zijn zak om de videocamera te pakken. Helaas waren de twee apen al in de bosjes verdwenen toen alles in gereedheid was gebracht om te gaan filmen. Henk stond daar met een teleurgestelde blik op zijn gelaat.
Op de heenweg hadden we een enorm winkelcentrum gezien en daar zouden we wat eten. We hadden voldoende tijd en kozen ervoor om maar te gaan wandelen. We wisten niet precies waar dit winkelcentrum was maar volgens ons kon dit niet ver zijn. Na twee uur en bijna tien kilometer vielen we in de kuipstoeltjes bij de McDonalds. We waren onderweg in de bus zo diep in ons gesprek geweest dat we beiden geen idee hadden gehad van plaats en tijd. Maar nu waren we er en we lieten ons de broodjes met twee grote cola goed smaken.
In de bus terug op weg naar de Komtar bracht ik opnieuw het onderwerp van de volgende bestemming onder de aandacht. Besluiteloos als Henk kan zijn kwamen we er niet uit. Het werd nu toch wel tijd om wat te beslissen want we moesten gaan onderzoeken over vertrektijden en vertrekplaatsen.
Plotseling uit het niets klonk het, “kan ik ook hiervandaan naar Bangkok vliegen?”
Nietsvermoedend antwoordde ik, “ja natuurlijk, maar ook naar Koh Samui als we dat willen”.
“Wat zou dat kosten?”, vervolgde Henk.
“Tussen de zestig en tachtig Euro schat ik”.
“Dan denk ik dat ik morgen naar Bangkok vlieg als er nog plaats is, ga je dan mee?”, vroeg hij.
“Nee Henk, als jij naar Pattaya wil dan moet je dat doen maar ik blijf nog wat langer onderweg”, antwoordde ik teleurgesteld.
“Waar moet ik dan boeken?”.
“Er is een Air Asia winkel in de straat van ons Hotel”, gaf ik hem als aanwijzing.
“OK, laten we maar gaan kijken”, zei Henk duidelijk opgelucht.
Het was één van de weinige keren dat ik hem had zien lachen buiten de kroeg in Maleisië.
In het kleine boekingskantoor was er zo orde op zaken gesteld. Één enkele reis Penang-Bangkok voor RM 316, ongeveer 63 Euro. Wel moesten we nog even terug naar het hotel om Henk zijn paspoort op te halen. Onderweg speelde ik nog met de gedachte om maar met hem mee te gaan en dan een paar dagen later af te reizen naar Vietnam. Maar verder kwam het niet, er liggen nog teveel leuke en onbekende bestemmingen in het zuiden van Thailand. Met het geprinte stuk papier in de hand kon je duidelijk zien dat er een last van Henk zijn schouders was gevallen. Hij was weer blij dat hij morgenavond onder de lichtjes van Pattaya was. Om eerlijk te zijn was het ook ongeveer twee weken dat we op pad waren, en dat was Henk zijn oorspronkelijke plan geweest.
Op onze laatste avond dronken we nog wat bieren samen maar we waren stiller dan de avonden ervoor. Ik had een ticket voor de boot naar Langkawi in mijn zak en zou nog één dag langer in Penang blijven. Natuurlijk werd het later dan gepland en mijn laatste bier kon ik niet eens meer opdrinken, ik zat vol. Stil liepen we samen naar het Swiss Hotel.
“Half zeven?”, vroeg Henk.
“Ja, half zeven”, antwoordde ik bevestigend.
Ik zou morgen vroeg opstaan om Henk nog op de bus naar de luchthaven te zetten.

zondag 13 juli 2008

Maleisië, een mooie wandeling in Pantai Kerachut

Penang, 13 juli 2008

Een mooie wandeling in een National Park op Penang.

vrijdag 11 juli 2008

Maleisië, een korte verplaatsing

Taiping, 11/07/2008

Deze trip heeft eigenlijk maar één beperking en dat is Henk zijn visum. Hij kan/mag Thailand niet eerder betreden dan op 12 juli. We moeten dus nog wel hier zijn en konden zeker geen gas geven om sneller bij ons einddoel te komen.
Tussen Kuala Kangsar en Penang ligt er nog een klein stadje dat Taiping heet. Afgelopen januari ben ik hier ook geweest en er was nog wat overgebleven voor de volgende keer. Een mooie wandeling naar een hillstation, zoals de Engelsen dat zo prachtig konden uitdrukken. Na een heel korte reis met de lokale bus stonden we redelijk vroeg in het Peking Hotel. Ik koos ervoor om weer een kamer te delen want het is tenslotte wel gezelliger. Na een lunch van een broodje hamburger gingen we op pad door het kleine stadje. Het was een tocht langs de bezienswaardigheden die ik een half jaar geleden had ontdekt.
Tijdens deze tocht werd mijn gevoel bevestigd, Henk had er genoeg van en was nergens meer in geïnteresseerd. Het meest aangename van deze middagwandeling was dan ook de extra lange pauze die ik inlaste onder aan de berg. Een freelance gids sprak ons aan en nam meteen mijn taak over. Hij bleef maar praten. Mijn oorspronkelijke plan om hier twee nachten te blijven werd verwisseld met één nacht Taiping en snel door naar Penang. Er was niet genoeg interesse om die wandeling te gaan doen.
In Taiping herinnerde ik me een goed vegetarisch Indiaas restaurant waar ik zeker nog een keer het bananenblad wilde proberen, na het Chinees eten van gisteren. Het smaakte me weer uitstekend maar Henk kwam niet verder dan enkele happen en het eten een beetje over het blad verschuiven. En er was stilte! Onze gesprekken verstomden, we spraken zelfs niet meer over de lichtjes van Pattaya.
Tijdens een korte avondwandeling werden we overvallen door de regen. In alle stilte bier drinken met zijn tweeën. Morgen op weg naar Penang, misschien wordt het dan weer beter?
Copyright/Disclaimer