maandag 29 oktober 2007

Singapore, de mangrovebossen van Sungai Buloh

Singapore, 29/10/2007

Ik was al wakker voordat de hoorn op de bouwplaats aan de overkant van mijn hotel acht uur blies. De kou had me gewekt en ik was niet meer in slaap gevallen. Misschien was ik wat koortsig geweest en had de temperatuur van de airconditioning te laag gezet. Maar het maakte weinig uit want vandaag zou ik op pad gaan.
Het zou iets totaal anders worden dan wat ik normaal zou doen in een stad. Ik had al vaker het natuurpark op TV gezien en dat zou mijn eerste bestemming worden. Het “Sungai Buloh Wetlands Nature Reserve”, een estuarium van een rivier met zijn unieke bewoners in het brakke water. De reis van ruim een uur bracht mij naar de noordwestelijke uithoek van de stadstaat.
Om half elf stapte ik uit de bus en had daarna nog een kilometer of twee te lopen voordat ik aan de poort van het park stond. In het weekend en op vakantie en feestdagen rijdt de bus tot aan de ingang, doordeweeks moet er worden gelopen. Gratis entree klinkt een Hollander altijd als muziek in de oren en daar stond ik dan met een plattegrond van het park in de ene hand en mijn GPS in de andere hand. Ik zou zeker niet verdwalen.
De droge regen of natte wind, noem het zoals je wilt, kwam al vanaf mijn vertrek neer. De lucht zag er niet echt naar regen uit dus had ik mijn regencape thuis gelaten. Stil stapte ik het grindpad op waar de steentjes knarsten onder mijn schoenen. Stilte is belangrijk in een park waar je wilde dieren wil zien. Goed onderhouden paden slingerden door een jungle en hier en daar waren observatiehutten en schuttingen neergezet. Je keek stil door smalle spleten naar de vogels en anderen dieren.
Ik stopte bij een paar van die hutten en alle vogels leken hetzelfde voor mij. Wel werd er een mysterie voor mij opgelost! Ik wist namelijk nooit aan anderen uit te leggen wat een zilverreiger was, nu wist ik het. In het Engels is het een “Great Egret”. De drie uitgezette wandelroutes kruisten elkaar hier en daar en in totaal heb ik ongeveer negen kilometer afgelegd. Mooi, insecten, vissen, vogels, krabben, kreeften, eekhoorns, monitorhagedissen en één slang, ik heb ze allemaal gezien. En wat was het meest interessant? Boomkrabben, deze kleine donkereschaaldieren klimmen gewoon in een boom als het tij op komt. Heel vreemd om te zien. Er was ook de mogelijkheid dat je een krokodil zou tegenkomen, gelukkig was dat niet zo want later las ik dat ze heel agressief zijn en in het verleden ook bezoekers hebben aangevallen. Het was al met al heel interessant en ook de kleine permanente tentoonstelling was leerzaam. De tijd was omgevlogen en ik was pas om half twee terug op het “Kranji MRT Station”. Ik had nog plannen gehad om een klooster te bezoeken op de terugweg maar dat bezoek schoot er bij in. Ik moest eerst eten want ik trok nu krom
van de honger. Het zou een lunch worden in de “Funan IT Mall” en dan kon ik ook meteen het nieuwe besturingssysteem voor de Apple bekijken. Heerlijke gefrituurde Dim Sum en noedels met kip in oestersaus, de dunne groentesoep was gratis. Totale kosten SGD 7,50. Na het eten bleef ik nog even nagenieten en maakte mij op voor de laatste zaken in Singapore. Eerst nog naar de “Apple Showroom” en dan naar “Adventure 21” in het “China Centre Point”. Ik had nog wat zaken nodig en wilde ook wel weten waar de reis dit jaar naar toe ging. De eigenaar was niet aanwezig maar hij zou zo terug zijn van zijn uitstapje. En inderdaad, na een kwartiertje stond hij voor mij. De nieuwe bestemming zou weer Nepal zijn, wel een nieuwe trek maar toch weer Nepal. Hij was er van op de hoogte dat daar niet mijn prioriteit lag.
We bespraken de toekomst en kwamen overeen dat we nu echt goed contact met elkaar zouden houden omdat ik echt graag met hem mee wilde op een trek in de bergen. De “Kilimanjaro” was nog steeds een optie en hij was ook bezig met wat nieuwe bestemmingen. Ik kijk er echt naar uit om volgend jaar december iets moois te gaan doen. Nu kan ik dus ook verklappen wat mijn bestemming voor november/december wordt. Laos! Midden november begin ik in het uiterste zuiden van Laos en kijk hoe ver ik in vier weken kan komen. Vientiane is een bestemming en vandaar kan ik dan weer Thailand in reizen.
Mijn dag en mijn verblijf in Singapore zat er nu bijna op. Een beetje internetten en rondhangen zouden de laatste inspanningen zijn van deze korte trip. Ik heb geen zin om een afscheidsbiertje te drinken en lag om elf uur op mijn bed. Morgen terug naar Thailand.

zondag 28 oktober 2007

Singapore, ballen in mijn buik

Singapore, 28/10/2007

De laatste twee dagen stonden geheel in het teken van eten en bier drinken met oude en nieuwe vrienden. Ik voelde mij zaterdag overdag zo slecht dat ik vanuit de airconditioning van de McDonalds rechtstreeks naar de airconditioning van de Starbucks ging gevolgd door de airconditioning van mijn hotelkamer. Ik had in het geheel geen trek om ook maar wat te eten.
Moe en niet echt fit arriveerde ik voor mijn afspraak met Ilgan, hij had hetzelfde gevoel en verder dan een paar stukjes van een “Popia”, een soort koude loempia, kwam ik niet. We dronken een paar biertjes en eindigden bij “Bennie Carabau” voor een laatste biertje en dat was dat. Ik nam afscheid van iedereen en ging slapen ik moest tenslotte om acht uur op.
Ik voelde mij vanochtend een stuk beter dan gisteren, ik had dan wel slecht geslapen en vreemd gedroomd maar dan toch. Om acht uur op en om kwart over tien de taxi. Dat klinkt als ruim de tijd maar vandaag liep het van geen kant, ik besloot om voorlopig maar eens even niet te drinken. Het bier gaat me toch steeds slechter smaken, ik weet ook niet wat er aan de hand is.
De rugzak werd gepakt en ik liep er even snel uit voor een krantje en een broodje ei. Om tien uur precies stapte ik weer binnen in het hotel en in een poep en een scheet was ik op weg met de taxi naar het busstation. De bus stond al klaar en ik was blij dat ik met mij rugzak in de koele bus kon plaatsnemen, precies op tijd reden we het busstation uit op weg naar Singapore.
Ik voelde mij ongemakkelijk. De zaak van het visum, of beter gezegd, het niet hebben van een visum begon nu in me te rommelen. Drie lange uren had ik de tijd om er over na te denken wat er zou kunnen gebeuren. De meest positieve mogelijkheid was dat ik zo kon doorlopen en de meest negatieve was dat ik werd opgehouden en zo mijn bus zou missen om verder naar Lavenderstreet in Singapore te gaan. Die bussen blijven namelijk niet eeuwig wachten.
Met lood in de schoenen stapte ik de roltrap op die mij naar boven zou brengen in het “Immigresen” kantoor van Johor Bahru. Ik had een slechte rij en een paar mensen voor mij, donkergroene paspoorten dus waarschijnlijk Pakistani, werden aan een grondig onderzoek van de papieren blootgesteld. Het leek erop dat de beambte een “Pietje Precies” was. Ik zag mezelf al met een fikse boete achter de tralies. Zeven slagen met de rotan. De rij naast mij ging twee keer zo snel en ik keek zenuwachtig als een misdadiger om mij heen, het zweet parelde op mijn voorhoofd. Toen ik eindelijk aan de beurt was zette ik een gemaakte glimlach op mijn mond en gaf mijn paspoort aan de besnorde man aan de andere kant van het glas. Hij keek in mijn paspoort en keek daarna naar mijn gezicht. Hij bladerde verder en bestudeerde mijn onafgescheurde complete immigratiekaart.
“Eh, ik ben met de trein van Singapore naar Kuala Lumpur gegaan”, stotterde ik.
“OK, no probleem and have a nice day”, antwoordde hij.
Met drie doffe klappen kwam de stempel achtereenvolgens in mijn paspoort en twee keer op de immigratiekaart neer. Pfffffff, dat waren zorgen om niets geweest!
De bus stopte op nog geen kilometer van mijn hotel en na een uur of vijf in de bus is het fijn om even wat te lopen. Geluk was nu aan mijn kant, de eerste druppels daalde neer op het moment dat ik het hotel binnenstapte. Het was de voorbode van een wolkbreuk die een uur zou duren en de gehele straat blank zou zetten. Ik heb het zelden zo hard zien regenen hier in Singapore.
Zo staat er dertig centimeter water in de straat en zo loop je fluitend je hotel uit om een hapje te gaan eten en een wandeling door de stad. Nog één keer Indiaas en dan zou het weer een tijdje Thais en Chinees worden. Natuurlijk bij Komala’s en het smaakte weer erg goed. Tijdens mijn wandeling realiseerde ik dat het nu wel eens een flinke tijd zou kunnen duren voordat ik weer in Singapore kom. Ik heb al veel reizen gepland en geen van die bestemmingen gaan via Singapore. Ook de formule 1 race van volgend jaar wordt overgeslagen en zo zou het wel eens kunnen gebeuren dat ik volgend jaar helemaal niet in mijn geliefde Singapore kom.
Met deze gedachte in mijn achterhoofd probeerde ik wat voor morgen te plannen. Ik wil wel wat gaan doen op mijn voorlopig laatste dag in deze wereldstad. Ik had al heel wat keren een park met mangrovebossen op de TV gezien. Het moest gek zijn als ik dat niet kon vinden.
Net voordat ik bij mijn hotel arriveerde werd ik ingehaald door een groep mannen gekleed in gele gewaden, broeken en/of T-shirts. Ze droegen bosjes takken met bladeren en waren onderweg naar de tempel. Een toeschouwer vertelde mij dat het om Deepavali ging, dat had ik zelf ook wel begrepen. Wat wel interessant was dat ze vuurdansers waren. Gingen ze dan vuurdansen in de tempel? Nee, helaas niet. Ze waren net wezen vuurdansen ergens richting China Town. Misschien leuk om daar morgenavond eens even te gaan rondneuzen. Mijn lange dag zat erop en ik verlangde naar mijn bedje, morgen om acht uur op.

vrijdag 26 oktober 2007

Maleisië, eindelijk vrijdagavond

Melaka, 26/10/2007

Omdat ik de hele week Maleisisch had gegeten wilde ik mijzelf in het weekend eens verwennen en ik had met Ilgan afgesproken om dat nieuwe restaurant “Raffles” maar eens te proberen.
Het restaurant is gevestigd in een erg smal pandje net om de hoek van de “Jonker Walk”. De inrichting is smaakvol en de kaart, de “a la carte”, zag er netjes uit maar nog voordat we echt het menu hadden kunnen bestuderen werd ons een kaart voorgeschoteld met daarop het variabele dagmenu. Er kon voor het hoofdgerecht voldoende keus worden gemaakt uit rundvlees, kip en vis. De voorgerechten waren vast maar het dessert kon ook worden gekozen.
We kozen allebei voor de Steak met champignons en zwarte pepersaus en het werd afwachten hoe het voorgerecht er uit zou zien. De garnalencocktail met mango en papaja was een gewaagde creatie die zeer goed beviel. De kleuren waren mooi verdeeld en de smaken vulden elkaar mooi aan. Een serie van explosies die de smaakpapillen deed trillen. De verse champignonsoep was aan de flauwe kant maar was mooi van textuur en kleur. En dan het hoofdgerecht! De kok hier houdt erg veel van zijn werk en die liefde is goed te zien op het moment als je bord wordt geserveerd. Een perfecte steak met gebakken aardappelparten en een groentegarnituur van broccoli, bloemkool en wortel. Kleur en smaak een ruime voldoende. Mijn dessert, een brownie was wat aan de droge kant maar met een hap ijs was het wel weg te krijgen. En nu de doodsteek, de koffie was om te huilen. En dat in een land waar heel goede koffie vandaan komt! Lauwe slappe Nescafé, ik heb hem half laten staan want ik kreeg hem niet weg. RM 40 is natuurlijk een koopje voor zo’n maaltijd maar ik vindt het nog steeds jammer van die koffie.
Na het eten gingen we natuurlijk op stap en kwamen niet verder dan “Ringo Classic”, een paar emmers Tiger bier deden hun werk en om een uur of half drie lag ik op bed. Het was een mooie avond geweest. Morgen nog een keer?

Copyright/Disclaimer