zondag 8 april 2007

Maleisië, De race

Kuala Lumpur 08/04/2007

Het was dus zaterdag en we zouden een dagje rustig aan doen. Een beetje uitslapen, een beetje koffie drinken, een beetje eten en een beetje wandelen. Arno was nog steeds onder de indruk van het bezichtigen van de torens en de Batu caves. Ontbijt was zoals gewoonlijk bij de gouden bogen en koffie bij Starbucks. Het enig noemenswaardige wat we die dag deden was buskaartjes kopen voor maandag en kijken naar de kwalificatie voor de race van zondag. We hadden namelijk besloten om een dagje eerder te vertrekken omdat het eigenlijk geen nut meer had om een dag langer rond te blijven hangen in KL. Avondeten stond op het programma bij Yussouf. Na het menu te hebben geïnspecteerd vond Arno dat het beter was om nog maar een keertje Chinees te eten, dat was tenslotte goed. Zelf had ik er weinig problemen mee omdat ik de komende weken nog genoeg Kerrie en Rendang kan eten. Over één ding waren we het wel meteen eens, we zouden rustig aan doen zodat we in ieder geval fit waren morgen voor de race.

Deze foto laat zien dat we netjes op tijd naar huis zijn gegaan!

Eindelijk was het zondag en de dag van de race was aangebroken. Om acht uur hadden we met een taxi afgesproken die ons naar het circuit zou brengen en op ons wachten tot na de race. Het werd dus vroeg op! Temeer omdat we eerst wat wilde eten en een bakkie koffie drinken. Daar stonden we dan met zijn tweeën op de taxi die nooit kwam te wachten. Om kwart over acht kozen wij eieren voor ons geld en gingen met de monorail naar het Sentral Stesen. Het was moeilijk kiezen voor de vorm van het vervoer naar “Sepang”. Het was voor mij nu ook twee jaar geleden dat ik de tocht naar het circuit had gemaakt. Er waren ondertussen wel een paar nieuwe vormen van transport bijgekomen zoals onder andere de “Sky Bus”. Ik wilde eigenlijk niet teveel problemen meer ondervinden en tijd was geld. Dus werd het de oude vertrouwde, en peperdure, KLIA-Express.
In de twee jaar hadden ze inmiddels zoveel bijgeleerd dat we binnen een uur op het circuit stonden, dit had ik echt niet verwacht. Dat werd dus vijf uur wachten voordat de F1 race zou beginnen. Eerst liepen we wat rond in “de Mall” en bekeken de overprijsde T-shirts en andere reclame artikelen van de race teams. “Geen wonder dat ze worden nagemaakt”, dacht ik nog. Er bleef nu echter weinig meer over dan naar de plaats te gaan vanwaar wij de race zouden aanschouwen. Arno had ondertussen ook plezier in het lopen gekregen en in een stevige pas gingen we richting “vak E”.

Wat kan de tijd langzaam gaan. Vooral als het voorprogramma erg is ingekort, volgend jaar ga ik zeker twee uur later op pad. Het is moeilijk aan een leek uit te leggen wat er leuk is aan een Formule 1 race. Voor mij is het niet alleen de race maar ook de sfeer en het weekend van de race. Er wordt van alles georganiseerd en het is altijd weer leuk om in Kuala Lumpur te zijn. Als ik het echter nuchter bekijk is er niet echt veel aan de laatste jaren. De coureurs draaien hun rondjes en in de pits worden races verloren en gewonnen. Maar om er zelf bij te zijn geweest, voor erg lage kosten, maakt het toch bijzonder. Fernando Alonso was de grote winnaar en de fans in het rood gingen teleurgesteld naar huis.
Het was mij wel opgevallen dat er veel minder toeschouwers waren dan voorheen. De berichten in de krant van een week of zes geleden waren dus correct geweest. De kaartverkoop was ingestort en er was geen interesse vanuit de Maleise bevolking was minimaal. Het was voor de lokale bevolking nog steeds te duur. RM 50 voor drie dagen, zeg maar € 11,00 ongeveer. Buiten KL schijnt er ook een recessie aan de gang te zijn. Hier in KL kun je daar in ieder geval weinig van merken.
Eenmaal terug in KL hebben we snel gedouchte en zijn opnieuw naar Chinatown gegaan. Mijn voorhoofd was flink verbrand en over mijn neus wil ik het helemaal niet hebben. De zon was toch sterker dan ik had verwacht.

Daar zaten we dan met zijn tweeën in te kakken. Ik zat na één biertje al te knikkebollen en trek om te eten had ik helemaal niet. Een tweede biertje, en dat was het. Ik lag om elf uur in mijn bed. Moe en voldaan. Morgen zouden Arno en ik onze eigen weg gaan. Ik keek er echt naar uit om de onbekende oostkust te gaan ontdekken.

vrijdag 6 april 2007

Maleisië, Bezienswaardigheden

Kuala Lumpur 06/04/2007

Gisteren had ik Arno opgepikt van het Centraal Station zoals afgesproken. Het was ietsjes later dan verwacht maar onze coördinatie was perfect. We sprongen snel op de monorail naar Bukit Bintang om Arno in te schrijven en zijn bagage achter te laten in het hotel. Toen hij de torens voor de eerste keer zag was hij duidelijk onder de indruk. Nadat hij zijn eerste foto’s had geschoten namen we de Putra ondergrondse lijn naar Chinatown. Het was tenslotte tijd voor een paar koude biertjes! Tijdens het eten van sateetjes en het drinken van een paar biertjes maakten we plannen voor vrijdag, we zouden de stad gaan bezichtigen.
We waren het er over eens dat we vroeg zouden opstaan om als eerste bij de skybridge te zijn, daarna zouden we gaan ontbijten. Om half acht wekte het alarm mij na een niet al te beste nacht slaap. Maar dat was geen probleem, Ik zou dan vanavond wel heel vermoeid zijn en daardoor veel beter slapen. We stapten het hotel uit net na 08:00 uur and het was en aangename dag, een verkoelende bries waaide door de (nog) verlaten straten van Kuala Lumpur. Ik was echt verbaasd door de hoeveelheid mensen die op dit tijdstip al stonden te wachten voor de (gratis) kaartjes. Het was nog niet eens half negen en er stonden zeker al meer dan 300 mensen in de rij. We keken elkaar aan en hadden allebei hetzelfde idee. Eerst ontbijten en dan de kaartjes ophalen! Het klinkt misschien saai maar het ontbijt was weer bij McDonalds. Het eten in Maleisië is formidabel maar voor een beetje westers ontbijt moet je toch naar McDonalds. Toen wij rond kwart voor tien aansloten in de rij waren er misschien nog maar 50 mensen voor ons. De tijd voor het bezoek was al wel opgelopen tot kwart voor vijf in de middag. Alle kaartjes waren uitgegeven binnen negentig minuten. Mijn verzoek om kaartjes voor de kaartjes van half zes werd ingewilligd. We gingen iets later zodat we wat meer tijd hadden voor de andere plaatsen die we die dag zouden bezoeken.

We slenterden rustig naar het centrum vanwaar we de bus naar de “Batu Caves” zouden nemen, een bijna 120 jaar oude Hindu tempel aan de rand van het moderne Kuala Lumpur. De bustocht op zich is al bijna een avontuur een geeft je een goed beeld van het dagelijks leven in Maleisië. De “Batu Caves” zijn moeilijk te beschrijven zoals heel veel plaatsen en geuren in Azië. De 272 treden die naar de ingang van de grot leiden en het “Thaipusam festival” zijn de meest belangrijke zaken voor de tempel. De tientallen Hindu goden die over de gehele grot verspreid staan zeggen mij weinig maar zijn wel heel belangrijk voor de Indiërs en afstammelingen van de eerste emigranten in Maleisië. De moslim meerderheid in Maleisië maakt het niet al te moeilijk voor andere religies om te bestaan in Maleisië. De hele gemeenschap is gebaseerd op wederzijds respect. Alhoewel de regering het soms wel eens een beetje verbuigt. De trap naar beneden is veel gemakkelijker dan omhoog, maar dit was de eerste keer dat ik profijt had van al mijn wandelen. Ik liep in één keer de 272 treden omhoog, dit was de eerste keer zover ik mij kan herinneren.
Op de terug weg zouden we wat gaan lopen. Mijn GPS gaf aan dat we dicht genoeg bij de “Petronas Towers” waren om te gaan lopen. Een wandeling zou alleen maar meer eetlust opwekken voor de lunch. En de lunch is nergens beter dan in de foodcourt van het KLCC. Je kan hier twee weken gaan lunchen en dineren en nooit hetzelfde Aziatische gerecht op je bord hebben. De smaak en kwaliteit is gewoon uitmuntend. Het werd lams shoarma voor Arno en een bord rijst met een paar Chinese nevengerechten met een Coke light voor mij. Arno genoot nog van een koffie na en ik zelf sla een bakkie ook bijna nooit af. Twee grote mokken bij de Starbucks maakte onze lunch compleet.
De tweede plaats die we zouden bezoeken was de “KL Menara”, een telecommunicatie toren gebouwd op een heuvel midden in de stad. Je kan de toren dan ook bijna van overal in KL zien. Het is een goed mikpunt als je verdwaald bent in Kuala Lumpur. Op weg naar de toren zagen we dat de eerste voorbereidingen in volle gang waren voor het F1 weekend. Een glanzende McLaren raceauto gesponsord door Johnnie Walker stond tentoongesteld buiten een bar in de gouden driehoek. We gingen een hoek om en daar stond een Ferrari, schreeuwend rood in de hete middagzon. Dit was erg indrukwekkend en hielp zeker mee aan het opbouwen van de spanning voor de race.

De RM 20 entree voor de toren is elke sen waard. Het gehele 360° zicht over Kuala Lumpur laat je een hele hoop nieuwe dingen zien en ontdekken die alleen zichtbaar zijn vanuit de lucht. Een klassieker is, “waar is ons hotel nu ook alweer?” Deze wordt door bijna iedereen gedaan. Omdat je je op de top van een heuvel bevindt kijk je neer op de 452 meter hoge “Petronas Towers“, dit is dan ook een hele vreemde gewaarwording.
De volgende en laatste halte zou het hoogtepunt van de dag worden. We gingen de dubbeldekker brug, die op ongeveer 170 meter boven de straat zweeft, bezoeken. We hadden nog wat tijd en van al dat lopen hadden we alweer trek gekregen. Nog een overheerlijke lamskebab met een Coke light. Uitstekend! Als je één van de laatste bezoekers van de dag bent kun je meemaken dat er wat vertragingen zijn. Zo ook deze keer, het was gelukkig maar tien minuten die in het kleine museum naast de entree werden doorgebracht. In de lift omhoog naar de 81st verdieping vertelde ik de gids dat ik voor de 25st keer omhoog ging. Ze glimlachte en vertelde me dat ze erg trots was om mij als haar gast te mogen ontmoeten. De vergezichten zijn niet zo goed als van af de KL Menara Maar het veel dichterbij zijn bij de torens en de details goed te kunnen zien maakt het allemaal de moeite waard. In oktober ga ik voor de 26st keer omhoog, dat staat als een paal boven water.

Langzaam en in stilte slenterden we samen terug naar het hotel. Arno bedankte mij voor de fijne dag die ik hem had bezorgd in Kuala Lumpur. Vrijdagavond is een klassieker in Chinatown. We hadden meer dan genoeg bier en een heerlijke Chinese maaltijd. Er was veel gelachen en we hadden veel plezier gehad. Blij en voldaan liepen we naar de taxi wachtplaats. Morgen gaan we ontspannen en kijken we de kwalificatie in de kroeg. Zondag is de grote dag met de race!

donderdag 5 april 2007

Maleisië, Een andere route

Kuala Lumpur 05/04/2007

Ik werd gewekt door de schoonmaakster rond half tien, ze dacht dat ik vergeten was om het bordje “Maak mijn kamer schoon a.u.b.?” aan de knop van de deur te hangen. Toen ze mij zag liggen in mijn ochtendglorie verontschuldigde ze zichzelf een honderd keer en vertrok. Het kon mij niet veel schelen want in wil sowieso niet al te veel tijd doorbrengen in bed. Ik veegde mijzelf bij elkaar en sprong onder de douche. Ik wilde niet al teveel tijd verliezen want McDonalds serveert het ontbijt maar tot elf uur! Toen ik een beetje frisser uit de douche stapte realiseerde ik me dat ik toch wel wat meer dronken moet zijn geweest dan ik had gedacht, één van mijn contactlenzen lag netjes uitgedroogd als een sinaasappelschil naast het doosje. Ik stopte het snel in het doosje en stopte de andere in mijn oog. Half zicht vandaag! Maar ik kon tenminste iets zien. Op weg naar mijn ontbijt leverde ik nog even snel mijn was af bij de “Lion of Babylon” wasserette in mijzelf lachend en nadenkend over de plezierige avond die ik had gehad. Wat zou mij vandaag weer te wachten staan?
Het weer was beter dan voorheen en alles duidde er op dat het mijn tweede dag zonder regen zou worden. Het is niet zo dat ik een hekel heb aan een flinke bui zo nu en dan aan het einde van de middag maar het zijn de dagen dat het een uur of drie onafgebroken regent. Ja, wij hebben die dagen hier ook. Vandaag zou ik eens een totaal andere richting kiezen voor mijn wandeling. Er blies een verkoelende wind en alles wees in de richting van het onbekende voor mijn middagwandeling. Ik sloeg linksaf bij de oude gevangenis en ging daarna gewoon rechtdoor. Het was inderdaad fantastisch weer voor een wandeling. Ik keek op mijn GPS en zag dat ik precies de andere kant op liep dan de richting waar alles wat zo bekend voor me was. Dat gaf me een goed gevoel.
Ik vermaakte mij in het echte KL en keek mijn ogen uit. Het was misschien na een uurtje of zo toen ik werd gedwongen om een steegje in te gaan omdat de andere straat/weg gewoon ophield, het werd een autosnelweg. In de verte zag ik een hut opgebouwd uit golfplaten en hout versiert met Chinese en meer traditionele Thaise Buddha’s. Het zingen van monniken klonk vanuit de hut. Toen ik dichterbij kwam verscheen er plotseling een man die op mij afkwam en met gevouwen handen voor zijn borst begroette. Hij was een Chinees uit Thailand die al geruime tijd in Kuala Lumpur woonde. Hij nodigde mij uit om naar binnen te komen en bood mij een stoel aan. Ik weigerde het aanbod van de stoel maar ging wel met hem naar binnen. Onmiddellijk begon hij zijn verhaal over het Buddhisme in het algemeen. Ik keek goed rond en herkende een paar van de Thaise monniken aan de muur. Hij was echt onder de indruk toen ik een paar van hen aanwees en er ook nog de juiste naam bij wist. Ik herkende ook de Buddha uit Pitsanolok en dat bracht hem in extase. Ik bedankte hem en nam afscheid, toen ik even later over mijn schouder keek stond hij nog steeds in de verte te zwaaien.

Opnieuw werd ik geconfronteerd met een straat die plotseling autosnelweg werd. Dat kon in KL gebeuren, deze stad was niet ontworpen om te lopen maar om te rijden. Wat was wijsheid? Een paar honderd meter verder op zag ik een verkeersagent die naast zijn motor stond. Dat was voor nu mijn beste mogelijkheid. Bij de politieman aangekomen keek hij me vreemd aan, ik was waarschijnlijk het laatste wat hij had verwacht te zien vandaag op de autosnelweg. Toen ik hem vroeg hoe ik weer in stad kon komen wees hij resoluut in de richting vanwaar ik was gekomen. Ik had niet echt trek om dezelfde weg weer terug te lopen! Ik vroeg hem of het tegen de wet was om langs de autosnelweg te lopen. En nee, dat was het niet. Je mocht lopen waar je wilde zolang je het verkeer maar niet in gevaar bracht. Ik programmeerde mijn GPS voor het “Sentral Stesen” en na de berekening verscheen twee kilometer in een rechte lijn op het scherm. De agent die over mijn schouder had meegekeken was onder de indruk.
Ik nam afscheid en vervolgde mijn weg in de richting van de rode pijl.
Ik vervolgde mijn weg langs de autosnelweg zo lang als mogelijk, totdat ik zelfs de lichtreclame van het station kon zien. Op dat moment was ik zo dichtbij het oude treinstation dat ik van gedachte veranderden mijn nieuwe bestemming werd Chinatown. De verfrissende 100+ smaakte uitstekend toe ik was aangekomen bij de oude “Sentral Market”. Het was nu ook tijd voor de lunch en het KLCC was maar twee kilometer verderop. Over twintig minuten zou ik eten. Op mijn tweede dag was het tijd voor Chinees gerechten met rijst. Witte rijst met rundvlees in gembersaus, bloemkool, Pak Soi en een kippenpoot. Twee Cola light om alles weg te spoelen. Ik had een enorme dorst en voor mijn gevoel had ik niet eens zoveel gezweet vandaag.

Op de terugweg naar het hotel wipte ik nog even snel bij het Koreaanse Toeristen Kantoor naar binnen voor wat boekjes en documentatie over Zuid-Korea. Een bloedmooi Maleis meisje overhandigde mij de boekjes waarom ik had gevraagd, cultuur en eten waren de belangrijkste onderwerpen. Ik maakte een grapje over de “Kimchi”, zeg maar Koreaanse zuurkool, en glimlachend vertelde ze mij dat ze het niet lekker vond. Ik nam nu een onbekende kortere weg naar het hotel. Ik moet eerlijk zeggen, des te meer ik de GPS gebruik, des te beter het wordt. Ik onthoud plaatsen die ik later nog een keer wil bezoeken en ik neem bijna nooit meer de langere weg naar huis als dat niet nodig is.
Copyright/Disclaimer