dinsdag 9 januari 2007

Thailand, Een brommer met versnellingen

Sangkhlaburi 09/01/2007

Het was opnieuw om zeven uur op. Na een ander ontbijt, gekookte eieren in plaats van gebakken met het geroosterde zoete Thaise brood informeerde ik naar de brommers. Volgens mij hadden ze er maar twee voor ons, een derde was zo geregeld.Daar stonden we dan om negen uur bij de brommers. Deze keer met versnellingen. Henk begon natuurlijk meteen te klagen. Ik verzekerde hem dat we rustig aan zouden doen en dat we hem goed in de gaten zouden houden.
Mijn achterband was niet al te hard en het meisje van de receptie vertelde mij om haar te volgen om de band op te pompen. Ze verdween snel in de verte en ik ging als een hazewindhond er achter aan. Mijn band was al vol toen Henk met een knalrood hoofd mij had gevonden. Het was te kort en te lang dat ik niet op hem had gewacht en nu waren we ook nog Dean kwijt en de versnellingen waren ook niet alles enzovoort enzovoort. Ik probeerde hem een beetje te kalmeren maar uiteindelijk had dit een averechtse werking.
Zwijgend reed ik met Henk in mijn kielzog terug om Dean te zoeken. Even later reden we met zijn drieën door de koude, niet koele, ochtendlucht. Al snel werd de snelheid aangepast aan de temperatuur. We reden met een snelheid die de kou niet onaangenaam maakte. Heel rustig waren we op weg naar de “Three Pagodas Pass”, het punt waar de Burma spoorlijn de bergketen had doorsneden. Er wordt zelfs geloofd dat het Buddhisme over deze bergpass in Thailand is gearriveerd.
Er stond niets anders op het programma dus het zou een rustige dag worden. Misschien zouden we nog de laatste eer aan een belangrijke Mon Monnik gaan bewijzen. Hij zou tot 26 januari, in totaal 100 dagen na zijn overlijden, boven de grond blijven staan.
We namen de tijd om te filmen en foto’s te maken en reden een afslag op die naar een waterval zou leiden. Maar eerst zagen een rubberfabriek in actie. We stopten om te zien wat het productieproces voor rubber nu eigenlijk inhield. De waterval was snel gezien, ze vroegen 200 baht entree. Waarschijnlijk om de portemonnee van de plaatselijke legerchef te spekken, Nee dank je wel.
Om kwart over tien stonden we oog in oog met de drie pagodes. Ze waren wel klein en de braderieachtige markt er omheen was ook niet van een hoog aantrekkelijkheidgehalte zodat ik die maar oversloeg. We liepen wat rond en dronken wat. Het was nog te vroeg voor lunch dus dat zouden we onderweg wel nuttigen. Henk stond te morren dat hij zich er meer van had voorgesteld. En hij wilde weten wat we nu gingen doen.
Er zat niets anders op dan terug te keren naar Sangkhlaburi en ergens onderweg te lunchen. Een noedelsoep bij een pompstation zou het voor ons wel doen. We zouden nu op weg gaan naar het klooster waar de monnik lag opgebaard. Tijdens de rit naar het klooster werden we ingehaald door een colonne van politieauto’s met zwaailichten die een grote touringcar begeleiden. "Waarschijnlijk ook op weg naar het klooster", dacht ik nog.
Dat bleek een juiste gedachte te zijn geweest. Bij onze aankomst was het hoofdgebouw al leeg geveegd van zijn lokale bezoekers en wij stapten een enorme bijna lege ruimte binnen. Ze durven tegen buitenlanders toch bijna geen nee te zeggen. Een oplettende monnik leidde ons naar een paar stoelen en vertelde ons om te wachten. Dit was heel hoog politie bezoek uit Bangkok. Hij zou ons later komen ophalen. Geïnteresseerd keken Dean en ik naar het schouwspel dat zich voor onze ogen afspeelde. We deden zo goed als mogelijk mee met de gebaren. Henk was het snel zat en wilde weg. Zijn opmerking, “ik doe toch ook niet mee met de ramadan, ik ben geen Marokkaan” schoot bij mij in het verkeerde keelgat. “Ga dan maar, we zien je buiten wel”, antwoordde ik.
Nadat de politie mensen klaar waren met de rituelen kwam de monnik ons zoals afgesproken ophalen. Hij leidde ons naar het altaar met het lichaam en vertelde ons wat te doen. We lieten ons op de foto zetten door duidelijk verbaasde Thai die het toch wel speciaal vonden dat twee farangs de laatste eer kwamen bewijzen. We kregen samen een speciale kralenketting die later wel op zijn waarde werd beoordeeld door de lokale bevolking. Terwijl zich dit allemaal afspeelde zat Henk met een gezicht als onweer op ons te wachten.
Eenmaal buiten was er ook weinig animo voor een gesprek. We liepen stil met zijn drieën over het tempelcomplex. Het was nog vroeg, te vroeg om de brommers in te leveren, dus koos ik voor de optie om maar wat in het wilde weg te gaan rijden. Achteraf gezien ook niet zo’n best idee. De weg was saai en de nederzettingen zijn nu eenmaal dun bezaaid in deze afgelegen gebieden. Dan maar terug naar Sangkhlaburi.
Dean ging zijn e-mail controleren en ikzelf moest nog even informeren voor de bus. Henk had geen zin om te aan zwemmen en wilde nog het dorp inlopen dus brachten Henk en ik de brommers terug en liepen het dorp in. Het was een welkome wandeling, een beetje lichaamsbeweging is altijd lekker. We vonden Dean die bijna klaar was en spraken af om te aan zwemmen. Henk was nog steeds niet overtuigd. Toen we lopend aankwamen bij het GH stond Dean al op de steiger, ik kleedde me snel uit en was zelfs sneller al in het water. Een fijne afsluiting van een dag vol stress.
Tijdens het avondeten maakte ik duidelijk dat we vroeg op moesten staan. De bus zou om half zeven vertrekken. Ik had een taxi geregeld die klokslag om zes uur aan de poort zou staan, ik had weinig trek om die anderhalve kilometer door het donker te lopen. De maaltijd van verschillende Thaise gerechten smaakte ons opnieuw bijzonder goed. Ook Henk liet zich de dubbele portie spaghetti met tomatensaus goed smaken. Nog een paar biertjes en dan slapen. Terug naar de bewoonde wereld.

maandag 8 januari 2007

Thailand, De boottocht

Sangkhlaburi 08/01/2007

Met het gesprek van Henk met de toevallige Nederlanders nog in het achterhoofd zat ik om zeven uur al aan het ontbijt. We hadden dan wel om acht uur afgesproken, maar op je bed blijven liggen is het laatste wat ik wil als ik onderweg ben. Het terras met uitzicht op het meer was de moeite waard.
Eenmaal alledrie klaar met het ontbijt voelde ik al dat we geluk hadden. Het was maandag, daarom hadden we gisteren ook geluk gehad met de kamers, dat betekende dat de meeste toeristen (Thai) moesten werken. Wij waren met zijn drieën de enige voor de boottocht. Even had ik nog gedacht dat Henk misschien de Hollanders had overtuigd om met ons mee te gaan. Maar nee hoor, we zouden de boottocht met zijn drieën gaan doen.
Tijdens het wachten op de boot overlegden we wat te doen met het “Bambooraften”, zeg maar met een bamboe vlot over een rivier varen. Zelf had ik er geen trek in, het was koud en een set extra droge kleren meenemen leek mij geen goed idee. Ik had tenslotte al vaker geraft maar dan wel in wat warmere omstandigheden. Henk was als gewoonlijk, “wat jullie willen, ik vindt alles goed” en Dean twijfelde. Uiteindelijk kozen we om niet te gaan raften.
Om iets over negen gleed de boot met een groot lawaai over het stille meer. We voeren een ronde over het meer op weg naar een bergstammendorp. We zagen de houten brug van de onderkant en de verzonken tempels. Het enige dat nog zichtbaar is van het verzonken dorp, verzwolgen door het enorme stuwmeer. Onbewoonde eilandjes en steile bergwanden.
Na ongeveer een uur werd er aangelegd bij het dorp. We gingen aan wal en werden over een rubberplantage naar het opstappunt voor de olifantentocht geleid. Henk ging uit zijn bol bij het zien van de eerste olifant. Hij lette nu zo slecht op dat meer dan de helft van wat we bespraken langs hem heen ging. Hij kwam dan ook regelmatig met een vraag die ik vijf minuten ervoor al beantwoord had. Maar dit terzijde.
Nadat we de olifanten wat suikerriet hadden gevoerd reden we langs een rivier naar het keerpunt, het was leuk maar na een half uur deed mij kont al zo’n pijn dat ik wenste dat het allemaal snel voorbij zou zijn. Dean had ondertussen het “stuur” van zijn olifant overgenomen en na een uurtje kwamen we terug in het kamp waar onze kapitein de lunch klaar had staan. De gebakken rijst en verse ananas smaakte ons goed. Henk lette even niet op en een snelle hond uit het Kamp had zijn zakje met rijst al te pakken, maar Henk was sneller.
Omdat het raften niet door ging sprak ik met de kapitein af om nog een uurtje rustig rond te varen, hij knikte en we gingen met een bloedgang richting ons GH. We keken elkaar dan ook verbaasd aan toen we net voor één uur weer op de aanlegsteiger stonden.
Om er maar het beste van te maken gingen we het Mon dorp aan de overkant van de houten brug bezoeken. Het dorp was redelijk modern en er was dan ook veel beton zoals we gewend zijn in de moderne Thaise bouwstijl. We waren op zoek naar de tempel met de gouden toren die we vanaf het terras van het GH konden zien. Overal waren ze aan het bouwen. Het ontwaken van de Aziatische landen! Rond de tempel was een markt waar er van alles werd verkocht. Henk kocht een klein souvenir en zelf vond ik een houten Buddha die de schoonheid zelf is. We slenterden verder over het tempelcomplex en sloegen de weg in terug naar het GH.Om een uur of half vijf waren we weer terug op de thuisbasis. Omdat ik niet meteen een antwoord had op Henk zijn, “wat gaan we nu doen?”, ging Henk een middagdutje doen. Hij moest eerst wel een tijd hebben voor het eten. “Zeven uur aan tafel, Henk”. Een goedkeurende OK en hij verdween naar zijn bungalowtje. Ik bevestigde de drie brommers voor morgen en liet de receptie weten dat we toch een dagje eerder weg zouden gaan. Wij gingen nog even het dorp in om te kijken of we de problemen met mijn telefoon konden oplossen.
Om half acht besloot ik maar om Henk te gaan roepen voor het avondeten. “Waarom heb je mij niet eerder geroepen”, was de vraag van de nog half slapende Henk. “Omdat je voor jezelf moet zorgen”, was mijn antwoord. Vanaf dit moment werd de sfeer anders. Toen Henk weer over Ping (grote kut), Lai, Porn, Nok, Nid en de rest begon zonk ook bij mij de hoop dat het allemaal nog goed zou komen. Even later kwamen de barretjes ook nog naar boven en dat was voor Dean het moment om maar naar zijn kamer te gaan om te lezen.
Ik had geen zin om het allemaal opnieuw aan Henk uit te leggen en ging met Henk op weg naar het inmiddels gesloten dorp. Onderweg hoorde ik muziek bij de tempel die niet al te ver weg was van ons GH. Het was een welkome afleiding om niet de drie kilometer heen en weer naar het gesloten dorp te lopen. Er was een dodenwake aan de gang. Bergmensen rookten de lokale tabak en dronken cola. Een paar groepen dansers/danseressen dansten om de beurt op de lokale muziek. Al met al erg indrukwekkend om te zien.
Om een uur of tien waren we terug in het GH waar het gelukkig al donker was. Ik was moe na een lange inspannende dag.
Henk was niet moe, maar dat kan ook niet als je drie en een half uur had geslapen in de middag.

zondag 7 januari 2007

Thailand, Met de bus

Kanchanaburi-Sangkhlaburi 07-01-2007

Tijdens de avondmaaltijd was het duidelijk dat we van de dag op de brommer hadden genoten. We pasten onze plannen aan en zouden verder de bergen in trekken. Ik was zelf ook nog nooit die kant op geweest en het leek mij wel leuk. Henk miste zijn meisjes. Hij bleef maar bezig over de barretjes en even wat gaan drinken in de stad. “Dan gaan we toch vroeg naar huis”, was steevast zijn antwoord. Wij hadden daar geen zin in en om een uur of tien gingen we richting het bed.
We hielden de ontbijt tijd nu aan en om zeven uur zouden we ontbijten. Je moet nu eenmaal vroeg onderweg zijn omdat anders veel zaken ingewikkelder worden dan ze hoeven te zijn. Twee gebakken eieren met toast en twee bakken koffie/thee en afscheid nemen. Henk was nu al gewend aan de schoonzuster van Marco die een leuke glimlach had en wel speciale gevoelens bij hem opriep.
Het deed Henk zichtbaar pijn om afscheid te nemen toen de taxi (songthaew) de hoek om scheurde om ons op het busstation af te zetten. Het zou een stevige wandeling zijn geweest dacht ik nog bij aankomst. De bus was snel geregeld en de jongens zochten meteen de plaatsen die nog vrij waren achter in de bus, dit in verband met het verschil in de lengte van de “Farang” en de Thai. De stoelen staan namelijk nog al dicht op elkaar. Het arriveren van een monnik veranderde het één en ander. De monniken zijn zeer gewaardeerd en staan boven aan de sociale ladder in Thailand. Zij krijgen dus de beste plaatsen in de bus zodat ze geen vrouwen kunnen aanraken en niets van hun heilig zijn verliezen. We moesten allemaal twee plaatsen opschuiven om de monnik en zijn begeleider er tussen te laten. Zwaar puffend en een zwarte rook spuwend verliet de bus het station om ons in vijf á zes uur naar Sangkhlaburi te brengen.De reis was in het begin minder interessant omdat we gisteren deze weg op de brommer hadden gedaan. Er kwamen nog drie van die knapen in het oranje in de bus, maar ik was niet van plan om een uur of vier opgevouwen te zitten op een klein bankje. We bleven dus gewoon op onze plaats zitten. De boys gingen dan maar voor ons zitten, het was nu eenmaal niet anders. Na anderhalf uur bevonden we ons eindelijk op onbekend terrein. We klommen gestaag in de veel kabaal makende bus richting het stuwmeer waaraan Sangkhlaburi zich bevond. Een korte stop in Thong Pha Phum maakte ons duidelijk dat we ons in de minder bezochte gebieden van Thailand bevonden. Tien minuten later stopte de bus voor de lunch die helaas niets voor drie buitenlanders had.
Ruim een half later gingen we verder. Een adembenemende mooie tocht door de bergen langs een stuwmeer. Om twee uur reden we Sangkhlaburi binnen. Dean en ik hadden onze reisboeken bestudeerd en we waren het erover eens dat we P. Guest House zouden proberen. Een stevige wandeling van een kilometer of anderhalf, die welkom was na de lange zit, bracht ons bij het GH aan het meer. We zouden hier blijven mits er kamers waren. En ja hoor, we hadden geluk. Drie kamers, mooie bungalowtjes met een gedeelde badkamer. Allemaal heel luxe met een koude douche! Het zij zo.
We dronken wat en informeerden wat er allemaal te doen was. Een boottocht over het meer. Een dagtocht met de brommer naar de “Three Pagodas Pass” en een voettocht naar de overkant van het meer. Daar bevond zich een dorp van bergstammen met enkele tempels. Het klonk allemaal goed en ik lichtte de receptie in dat we geen twee maar drie nachten zouden blijven. Allemaal geen probleem. Voordat we het kleine stadje introkken boekten we de boottocht en reserveerden drie brommers. Dat was tenminste geregeld.In het dorp was net zoveel te doen als in Staphorst op een zondagmiddag. De markt was het middelpunt van alles en was ook bijna alles op het zelfde moment. We aten en dronken wat en gingen weer richting het GH. Henk begon weer te vragen over de barretjes. Er waren hier geen barretjes! Gelukkig konden we morgen uitslapen omdat de boot pas om negen uur zou vertrekken. Een mooie maaltijd van veel verschillende Thaise gerechten met rijst en Singha bier was het einde van de dag. Lekker slapen, deze bedden waren wel wat beter dan die van gisteren.
Copyright/Disclaimer