woensdag 19 november 2003

Australië, Perth

Perth, 18-19/11/2003

Nadat ik mijn reisplannen van het ene op het andere moment had veranderd kwam de extra rust in Sydney mij goed uit. Ik sliep veel en ruste de hele dag. Ik kwam niet verder dan een dagje shoppen. Ik had nog een tentoonstelling willen bezoeken in de stad. De dag die ik ervoor uitgekozen had bleek een ramp. De treinen gingen niet op tijd waardoor ik anderhalf uur later in de stad aankwam dan gepland was. Het mooie weer dat voorspeld was kwam ook niet opdagen. In plaats daarvan kwam er regen. Ik was op tijd richting Asquith gegaan omdat ik een slecht voorgevoel had over de treinen. En dat voorgevoel bleek juist te zijn geweest. Ik deed er ruim een uur langer over om thuis te komen. Een lange dag dus, en niets gezien. Ondertussen had ik de avond ervoor een vliegticket besteld via het internet om naar Perth te vliegen. AUS$ 149.- voor een enkele reis. Erg goedkoop dus. Ik kijk er echt naar uit om Perth te zien alhoewel het er koud zal zijn. 17 graden is erg koud voor mij.
Ik was de avond voor het vertrek vroeg naar bed gegaan. Om kwart over tien lag ik in bed. Ik had een paar biertjes gedronken in de hoop dat die me zouden helpen om in slaap te komen. Niet dus! Zoals altijd kon ik niet slapen. Je kunt het de opwinding noemen maar ik geloof daar niet meer in. Ik vindt het wel leuk om op pad te gaan maar ik heb dat al zovaak meegemaakt dat ik het geen opwinding meer kan noemen. Om kwart over vier keek ik op mijn horloge en besloot maar om op te staan. Dat laatste kwartier zou ook niets uitmaken. Ik moest de trein van kwart over vijf halen om op tijd zijn voor mijn vlucht. De eieren met spek spoelde ik weg met een sterke koffie en controleerde voor de laatste keer of ik niets had laten liggen. Ik had gisteren al gepakt om deze ochtend zo weinig mogelijk werk te hebben.
Het regende een beetje toen ik het huis verliet. In het pikkedonker liep ik naar het station waar ik niet alleen was. Op elk station stapte wel iemand in of uit. Niet dat trein volliep om half zes in de ochtend. De aansluiting op het centraal station van Sydney was geen probleem en ik zat al snel in de trein naar de luchthaven.
Daar was het wel druk! De eerste vlucht is de goedkoopste en makkelijker, dan met vroeg opstaan, kun je geen geld verdienen. De ticketloze luchtvaartmaatschappij is erg efficiënt. Alleen even je naam of de code die je per e-mail hebt ontvangen aan de baliemedewerker geven en je boarding pass wordt geprint. Nadat ook deze keer mijn schoenen door het röntgen apparaat waren gegaan was ik snel aan boord van de 737-700.
Nadat we waren opgestegen had ik snel de tijd op mijn horloge aangepast aan die van Perth. Even de oogjes toe in het vliegtuig. Ik werd uit mijn hazenslaapje gewekt door een stewardess die vroeg of ik iets te drinken wilde. Een koffie graag", antwoordde ik. "Dat is dan $2.50". Voor deze prijs voor een vliegticket zit er ook helemaal niets bij. Alles wat extra is moet worden betaald. Ik heb om vijf uur in de ochtend ( Perth tijd ) toch nergens zin in. Ik praatte wat met mijn buurman als hij niet sliep en kneep zelf ook nog een paar keer mijn ogen dicht.
We kwamen steeds dichterbij en buiten leek het weer nog goed. Zou het dan toch nog meevallen? Vroeg ik mezelf af. Om kwart over negen waren we nog niet geland. Ik begreep er geen snars van. Ik vroeg aan mijn buurman hoe laat het was. Tien voor half negen. Tien voor half negen? Ja, er is drie uur tijdsverschil met Sydney, in het westen doen ze niet aan zomertijd. Ik moest hier wel om lachen. Dan nog maar een klein uurtje de oogjes dicht. Toen de daling werd ingezet was het wolkendek alweer gesloten. Het kleine vliegtuig vocht tegen de sterke wind en werd heftig heen en weer geslingerd. Iedereen was muisstil in het vliegtuig. Kylie Minogue zong haar nanana na na nanana op de achtergrond en zodra we veilig geland waren kwamen de passagiers weer tot leven.
Perth, eindelijk. Een vriend van me had de avond tevoren aangeboden om me op te halen en dat was een groot voordeel. De eerste keer dat je op een nieuwe luchthaven aankomt is altijd een beetje zoeken. Hij stond als afgesproken buiten op me te wachten. We reden de stad in die duidelijk iets anders uitstraalde dan de andere steden die ik in Australië heb bezocht. Hij bracht me naar het hostel dat ik in de LP had uitgezocht en dat leek op het eerste gezicht goed genoeg voor mij. Ik gooide mijn bagage in mijn tweepersoons kamer en regelde het papier werk met de receptie. We reden wat rond door Perth en Jerry liet me wat van de toeristische plaatsen zien. We hadden lunch samen en namen vroeg in de middag afscheid. We spraken af om die avond nog wat met zijn drieën te drinken in een Ierse Pub.
Het hostel, “The Shiralee”, waar ik mijn intrek had genomen leek op het eerste gezicht niet slecht. De vrouw van de manager beloofde me een kamer met een tweepersoons bed voor de volgende nacht. Ook mocht ik gratis gebruik maken van de internet faciliteiten zolang het maar geen uren was en ik geen betalende klanten ophield. De manager zelf draaide dit onmiddellijk terug. Ik kon een kamer krijgen met een tweepersoons bed maar die zou dan wel $50 kosten! Internet diende ten alle tijden betaald te worden! Met een minimum van twee dollar! Dit gaf me geen goed gevoel. Het algemene gevoel dat ik kreeg in dit hostel was dat de manager wel probeerde te helpen maar alles had een prijs. $10 voor een sleutel! De sleutel werd uit een plastic box gevist waar ze netjes in kleine vakjes zaten. Op kamernummer gerangschikt. Het moeten er minimaal 7 in elk hokje zijn geweest. De sleutel die mij werd overhandigd had geen sleutelhanger. Ik kreeg echt het gevoel dat ze liever hadden dat ik elke dag een sleutel verloor. Ik dronk op mijn kamer een kopje koffie en begon het briefje te lezen met de huisregels. Ik vond die huisregels ook niet echt vriendelijk.

Enkele voorbeelden:
Als je langer wilt blijven betaal dan de avond ervoor voor 8.00 PM. Als je te laat bent met betalen geven we je bed weg!
Geen voedsel of dranken mogen er in je kamer worden bewaard of geconsumeerd!
Wij hebben een horecavergunning. Wij verkopen alcohol aan onze gasten. Het is dan ook ten strengste verboden om alcohol mee te brengen in het hostel. Het is ook bij de wet verboden om alcohol mee naar buiten te nemen.
Overtreding van één der regels leid tot onmiddellijke verwijdering uit onze hostel. Er vindt geen restitutie plaats voor de reeds betaalde nachten!

Ik vindt de meeste van die regels toch wel erg streng.

Perth is een vriendelijke stad met een aangename Europese sfeer. Het groen is er anders, meer aangelegd met rijen bomen en kleine parken. Nadat ik heerlijk Maleis had gegeten in “Han’s Cafe” ging ik naar “Rosie O'Grady”. Alweer een Ierse pub met diezelfde naam? Het was er aangenaam warm binnen en het bier was "on special". $4.50 voor een pint is niets te duur. Terwijl ik zat te wachten in de Pub keek ik naar buiten. Er waaide een stevige koude wind die de bomen heen en weer slingerde. Het regende af en toe. Het leek net Amsterdam in de herfst. Ik kreeg een klein beetje heimwee. Mijn vrienden Jerry en Pen maakte het tot een gezellige avond. Met een voldaan gevoel zocht ik mijn slechte kamer op.
De volgende dag slenterde ik wat door de stad en bezocht het Western Australian Museum. Een groot en interessant museum. Een grote verscheidenheid aan onderwerpen maakt dat iedereen hier wel iets van zijn gading vindt.
De grote meteorieten die buiten liggen en de dode haai, een van de twaalf ooit gevonden, vond ik zelf interessant. De haai ligt in een enorme glazen bak buiten die gevuld ik met methanol. No Smoking dus! Een ijzeren meteoriet van ruim 800 kilo ligt buiten weg te roesten. Hij is gevonden midden in de woestijn. Je moet er niet aan denken dat je er zo een op je dak krijgt.
Tijdens mijn omzwervingen door de stad passeerde ik het hostel dat ik eerst links had laten liggen. Vragen kost niets. Ik ging naar de receptie die zich in een grote voorkamer bevond. Een vriendelijke dame beantwoorde mijn vragen en gaf me een rondleiding door het gebouw. De suite aan de achterkant was drie maal zo goed als mijn kamer in de Shiralee en kostte vijf dollar minder per nacht. Ik boekte de kamer met de mededeling dat ik morgen zou terugkomen. Mijn aanvangsdatum voor een tour zou bepalen hoeveel nachten ik zou blijven. Ik was er nu zeker van dat ik een tour wilde doen. Door het koude weer koos ik er voor om eerst naar het zuiden te gaan. De trip afsluiten in het tropische en warme noorden zou het hoogtepunt van mijn bezoek aan Western Australia worden. Ik had ondertussen een magazine opgepikt in het “Cockney Café”. Ik gebruikte hier elke ochtend mijn ontbijt. Lekker, bacon and eggs met witte bonen in tomatensaus. Een stevig ontbijt. Dit ontbijt hield me op de vlakte tot de middag snack. Lunch werd steevast overgeslagen. In een magazine stonden enkele feiten over WA die ik jullie niet wil onthouden.

Wist je dat West Australië ..........

· groter is dan west Europa.

· een bevolking heeft van ongeveer 2 miljoen, waarvan 1.2 miljoen in en om Perth.

· ruwweg 1/3 van Australië beslaat.

· thuis is van de oudste bekende levende organismen op aarde.

· de meest afgelegen hoofdstad ter wereld heeft, Perth.

· was ontdekt door de Nederlanders in 1616. Ongeveer 250 jaar voordat Kapitein Cook voet aan land zette in Botany Bay.

Morgen zou ik verhuizen. Vroeg op en wegwezen als de gesmeerde bliksem.

dinsdag 11 november 2003

Australië, eenzaamheid

Sydney, 11/11/2003

De tweede goede nachtrust op een rij was opnieuw een welkome. Ik raakte zo langzaam gewend aan het rondslepen met mijn bagage. Ik herhaalde rituelen zoals het drinken van mijn kopje koffie s'morgens en het smeren van een paar boterhammen voor die dag. Ik had een leuke dag voor de boeg met een redelijk aantal kilometers en zandweg op weg naar White Cliffs.
Hoe anders zou het lopen. Ik reed eerst nog even een rondje door het dorp om ijs te kopen voor in mijn koelbox en het "Titanic monument" te bezoeken. Ik zie jullie denken. "Titanic monument" in Broken Hill? Dat ligt bijna 400 km van de dichtstbijzijnde zee af! Inderdaad, ik was dus ook heel nieuwsgierig wat hier de achterliggende gedachte was. Nadat ik geïnformeerd had was het mij duidelijk waarom hier een monument was voor een schip dat vergaan was meer dan 10.000 zeemijlen van hier. Bijna iedereen heeft wel één of andere film gezien die over het ongeluk met de Titanic ging. Iedereen die een film gezien heeft weet dat er een orkest aan boord was die bleef spelen tot het bittere eind. Nou, die band kwam uit Broken Hill. Een simpel antwoord op een moeilijke vraag. Ik schoot wat foto's en ging op weg naar Menindee.
Hier wilde ik de oude scheepswerf bezoeken. Nog zoiets, een scheepswerf in het midden van een droge wildernis. Menindee is gesticht als haven om het erts en de koper vanuit de buurt, er waren verschillende mijn dorpen, naar de zeehavens te vervoeren. De Darling rivier was begaanbaar voor de scheepvaart en dus een goedkope manier om het metaal te vervoeren. Pas veel later kwam er een spoorlijn naar Adelaide en Port Agusta. In de 112 km tussen Broken Hill en Menindee veranderde er wat in mij.
Ik luisterde naar het krakkemikkirege AM radiostation en raakte meteen in trance. Deze ging over in een aanval van eenzaamheid. Ik was nu bijna een week alleen onderweg en de stilte begon nu aan me te vreten. Ik werd onzeker. Wilde ik dit eigenlijk wel? Wilde ik wel alleen zijn? Ik wist het zelf niet meer en het was net of mijn gedachten in een blender zaten die op volle toeren draaide. Ik nam nog een foto van een bord langs de weg dat aangaf dat je de klok 30 minuten vooruit moest zetten. Weer een tiental kilometer en ik nam een foto van een hagedis die de weg overstak en in de berm bleef zitten. Een vreemd dier met twee voorkanten, zo leek het. Bij de tijd dat ik in Menindee aankwam kon die werf me gestolen worden. Ik wilde zo snel mogelijk naar White Cliffs en onder de mensen zijn. Nog eens 146 km zandweg. Twee en een half uur gerammel en de leegte van de "Outback". Hier raakte ik nog meer in de war en tegen de tijd dat ik in Wilcannia was wist ik het zeker. Ik zou tegen alle regels in naar Perth rijden. Nog een nachtje in Broken Hill en dan langzaam door naar Perth. Ik passeerde de afslag naar White Cliffs en begon hard op te lachen. Ik ging naar Perth. Nog geen vijftien kilometer verder sloeg de twijfel opnieuw toe. Het was toch onverantwoord om tegen de regels in van het verhuurbedrijf naar Perth te gaan? Ik stopte langs de weg en stapte uit. Ik at een boterham en probeerde na te denken. Ondertussen had mijn geur zoveel vliegen aangetrokken dat ik bang was om nog maar een hap te nemen. Ik smeet mijn half opgegeten boterham in de berm en keek voor me uit de oneindige verte in.
Luchtspiegelingen in de oneindige verte sneden de eenzame bomen doormidden. Ik sloeg het aanzwellende leger van vliegen die in mijn neus en oren kropen van mij af. Ik had er genoeg van! Ik wilde niet langer alleen zijn! Ik ging terug naar Sydney. Mijn besluit stond vast. Ik stapte in de auto en probeerde te berekenen hoe lang ik er over zou doen om in Sydney te komen. Ik zou er om half een s'nachts aankomen. Geen probleem, de vlam in de pijp en gaan.
Ik draaide de auto en reed Sydney tegemoet, negen uur rijden ongeveer. Naarmate ik dichter bij Sydney kwam werd de eenzaamheid minder. Ik vond het best wel lekker om zo te rijden. Ik had een doel en ik wist hoe laat ik ongeveer in Sydney zou zijn. Ik raakte weer in die trance. De weg gleed onder me door zonder dat ik mij realiseerde dat de tijd ook onder mij doorgleed. Ik wisselde om het uur een cd en luisterde soms op het uur naar het nieuws. Er is hier altijd weinig nieuws gedurende de dag. Het westelijk halfrond is nog in diepe slaap en de Pacific bevat te weinig land of mensen om ook maar een beetje nieuws voort te brengen. Het enige wat je hoort is wat lokaal nieuws. Een gestolen vrachtwagen is terug gevonden en Pauline Hanson is vrijgelaten. In één van de weinige momenten dat ik naar de radio luisterde hoorde ik Pussycat. Mississippi, een wereldhit gescoord door een Limburgse band. Ik weet nu ook dat ze zeventien albums hebben gemaakt. Zeventien? Ik herinner mij alleen maar die ene hit. Mississippi. Het werd nu ook tijd om mijn familie te laten weten dat ik onderweg was en dat ik laat die avond zou arriveren. Ik belde met mijn tante en zij was heel verbaasd. "Maak u maar geen zorgen, alles is OK", hoor ik mezelf nog zeggen. Ik vertel morgenochtend wel wat er gebeurd is. Ze zou wel wakker zijn als ik thuis kwam. Kilometer na kilometer reed ik door het landschap. De zon ging onder en het toch al rode landschap werd zo rood als bloed. De duisternis maakte de wereld veel kleiner. Ik zocht een andere auto waar ik zo lang mogelijk achter bleef rijden. Mijn voorganger leidde mij over de onbekende weg van dorp naar dorp. Een goudgele bijna volle maan kwam langzaam op en dompelde het landschap in een spookachtig wit licht. Ik had geen gevoel voor tijd meer. Ik was een robot die op weg was. Ik bleef wel alert. Als ik ook maar één keer het gevoel had gehad dat ik slaperig werd was ik meteen gestopt en gaan slapen in één van die grote oude hotels. Het was gewoon aftellen, 350, 300, 250, 200 en 150 kilometer. Hier op de toppen van de "Great Dividin Range" werd ik geconfronteerd met mist. Dikke mist! Een grote vrachtwagen kroop voor mij de helling op. Ik haalde hem in en besefte dat het niet zo'n goed idee was geweest. Ik zag geen hand voor mijn ogen en had geen idee waar de weg heen ging. Ik reed zo langzaam dat de vrachtwagen mij weer inhaalde. Ik besloot om achter hem te blijven rijden. Hij loodste mij veilig over de bergen en aan de andere kant nam ik afscheid van hem door links en rechts een paar keer met mijn richtingaanwijzers te knipperen. Hij begreep wat ik bedoelde en knipperde twee keer met zijn groot licht. Bedankt. Om kwart voor twee reed ik licht vermoeid maar voldaan het erf op in Asquith. Mijn tante keek door de gordijnen en meteen daarna ging het licht aan. We begroeten elkaar en ik haalde snel mijn bagage uit de auto. Één biertje en dan slapen. Morgen de auto terug brengen en dan een paar dagen rusten.

Broken Hill - Menindee - Wilcannia - Cobar - Nyngan - Trangie - Dubbo - Wellington - Orange - Bathurst - Lithgow - Hornsby - Asquith - Sydney = 1298 km. + 1798 km. = 3096 km. totaal

maandag 10 november 2003

Australië, Going underground

Broken Hill, 10/11/2003

Een redelijke nachtrust zorgde ervoor dat ik met een goed humeur wakker werd. Ik had de wekker, éh de mobiele telefoon zo ingesteld dat hij me om zeven uur zou wekken. Ik had voor het slapen gaan nog even snel een pagina van mijn website nagekeken. Tot kwart voor twaalf had ik liggen werken aan die pagina. Geloof me, er gaat nog heel wat tijd inzitten voordat je het allemaal op het internet hebt. Mijn pagina kwam ook de bèta fase door en morgenavond zou ik de foto's toevoegen. Nog even tien minuten doezelen en dan onder de douche. Terug gekomen in mijn kamer kookte het water in mijn beker en de koffie smaakte me goed. Heerlijk zo'n kopje koffie gemaakt met mijn eigen waterkokertje.
Ik had een drukke dag voor de boeg. Ik wilde om half negen voor de deur staan bij de tourist information zodat ik alle belangrijke informatie voor deze dag al vroeg had ingewonnen. Dat lukte perfect. Ik was de eerste klant van de dag in het tourist information center en een vriendelijke dame met een licht overgewicht gaf mij de informatie die ik wilde hebben. Ik zou niet veel rijden vandaag. Ik had van al dat zitten een houten kont gekregen en ging een dagje rustig aan doen. Ik zou vandaag na zoveel hoge gebouwen nu eens ondergronds gaan, en wel ruim 130 meter. Zover ik mij kan herinneren ben ik nog nooit zo diep onder de grond geweest. De excursie was om half elf dus had ik nog wat tijd voor een ontbijt.
Ik schaam me er een beetje voor maar ik wilde een fastfood ontbijt. Het werd dus McDonalds, ik kon zo snel geen Hungry Jack (Burger King in Australië) vinden. Het smaakte me van geen kanten maar ik was gevoed en het zal wel weer een paar maanden duren voordat ik me opnieuw laat verleiden tot zo'n ontgoocheling.
Ik zat op mijn ontbijt te wachten toen er een vrouw van rond de zestig binnenstormde die wel erg vreemd gekleed was. Witte lakschoentjes met turquoise sokjes, een zuurstok roze rok uit de jaren vijftig en een doorkijkblouse met daaronder een enorme zwarte bh. Deze dame noemde zichzelf "de prinses" en nadat ze haar ontbijt had opgepakt was ze nog sneller verdwenen dan dat ze was binnengekomen. Het personeel gniffelde een beetje en een van de meisjes lichtte mij in over deze verschijning. Ik maakte een opmerking over dorpsgekken in het algemeen en begrijpende blikken van het personeel vielen mij ten deel. Na het ontbijt vroeg ik om een bekertje water om mijn medicijnen mee weg te spoelen. Dit water smaakte verschrikkelijk modderig. Ik begreep nu ook waarom de koffie niet helemaal jofel was.
Eenmaal klaar ging in richting de mijn en schreef mij in voor de excursie. Toch pittig AU$ 34 voor twee uur. Niet zeuren, je bent hier waarschijnlijk maar één keer in je leven. Ik droeg mijn hoge schoenen omdat ik niet zeker was van de condities onder de grond. Gewapend met twee camera's stond ik klaar om in de lift ondergronds te gaan. Dat ging dus even anders. Een soort stofjas, een riem, een helm en een lantaarn moeten worden gedragen. Ik realiseerde me dat ik ook mijn zonnebril nog op mijn hoofd had staan en die zijn zo goed als onbruikbaar onder de grond. Ik bracht hem terug naar de auto. Plotseling hoorde ik Nederlands spreken, het waren twee mensen uit Deventer. Piet en Christine, zij maakten een reis van vijf maanden door Australië. Even snel bijgepraat en toen omgekleed. Het lijkt echt geen 130 meter als je in de lift afdaalt.
Eenmaal onder de grond begon Murphy zijn verhaal. Hij vertelde over de tijd dat zijn vader in de mijn werkte en dat hij eigenlijk geen andere keuze had gehad dan de mijn. In zijn dagen was het hard en zwaar werk. Er was maar één manier om bij de ploeg onder in de mijn te komen en dat was door vrienden. De voorman of de personeel manager had hierover niets te vertellen. Als er een man uit het team van vier wegviel om welke reden dan ook, kozen de achtergebleven mijnwerkers een nieuwe maat. Deze verdiende dan net zoveel als de andere drie van de ploeg. Als je werkte in de productieploeg onder in de mijn kreeg je geen salaris. Alles ging om een contract. Je werd betaald per ton of per voet vooruitgang dat je boekte. Je wilde dus een goede maat op wie je kon bouwen.
Een regel was dat je onder de grond geen pijn mocht laten zien. Als je jezelf op de duim sloeg met de vuisthamer en je schreeuwde het uit van de pijn dan kon je die avond in de kroeg de rekening van je maten betalen. Je werd geacht de pijn te nemen zoals die kwam. Wel moeilijk als je vinger klopt als je hart en het bloed guste over je hand, vertelde Murphy.
Murphy vertelde ook over de grote veranderingen die hij in zijn 38 jaar onder grond had meegemaakt, over stakingen en over de dood. Er zijn in "Broken Hill" tot op heden 769 mijnwerkers om het leven gekomen. In de hoogtij dagen werkten er meer dan 8800 mensen onder de grond. De staking van 1912 die 18 maanden duurde bracht een grote verandering in de werkomgeving van de mijnwerkers teweeg. Ze kregen een veiligere werkplek en ook boven de grond werd er nu aandacht besteed aan de gezondheidszorg.
In zijn laatste tien jaar bij de mijn was Murph een voorman die de contracten sloot met de jongens, zijn jongens. Zoals hij vertelde zorgde hij ervoor dat de jongens een goede prijs kregen en dat de heren boven ook geld verdiende. Dagen dat hij zestig kilometer per dag ondergronds reed in zijn terreinwagen waren geen uitzondering! Je begrijpt dat deze mijnen wel groot moeten zijn. Mijn beeld van een mijn met om de meter van die houten stutten is nu dan ook veranderd. Enorme machines doen veel van het werk. Mijnwerkers zitten nu in cabines compleet met een koffie apparaat en een magnetron. Bij pech roepen ze de onderhoudsdienst en blijven rustig in de airconditioning zitten totdat het probleem is verholpen. Na twee uur te hebben geluisterd naar de interessante verhalen van Murphy stonden we weer in het daglicht. Het deed een beetje pijn aan de ogen en de brandende zon en de droge hitte waren onverdraagbaar. Na afscheid te hebben genomen van Piet en Christine vertrok ik met de airconditioning op vier naar mijn volgende bestemming.
"Silverton", een verlaten mijnstadje dat twee jaar voor de opening van de mijn in Broken Hill had gebloeid. De mijn was echter snel uitgeput en de mijnwerkers trokken verder naar de volgende plaats waar wat te verdienen was.
Dit is eigenlijk het verhaal van de hele outback, iedereen trok verder op zoek naar werk. Mijnwerkers, schaapscheerder, fruitplukkers en oplichters. In Silverton was eigenlijk niet zoveel te zien. Er is een grote gemeenschap van kunstenaars en de grootste trekpleister is eigenlijk dat er een paar films zijn opgenomen. Mad Max en Priscilla, Queen of the Desert zijn de bekendste. Eenmaal terug bij mijn hotel had ik nog voldoende tijd om een stadswandeling te maken en mijn e-mail te controleren.
De wandeling was heel aangenaam en er is één ding dat ik nog wil vermelden. Het spoorwegmuseum, toen 20 jaar geleden de Adelaide - Broken Hill spoorlijn werd opgeheven hebben ze zo alles achtergelaten voor een groep vrijwilligers die er enorm veel tijd in steken om alles in goede staat te houden. Het lieve oude station en de enorme hoeveelheid documenten zijn van onschatbare waarde. Zo liet de overvriendelijk beheerder mij aandelen van de spoorweg zien uit 1896. Deze zijn gewoonweg bewaard. Ook staan er een paar zeldzame treinstellen die snel aan het verouderen zijn. Geld voor een restauratie is er niet, jammer. Als je ooit in Broken Hill komt moet je dit niet overslaan. En een dollar of twee extra als donatie zijn altijd welkom. Morgen gaan we weer de weg op en we gaan dieper de outback in.

Broken Hill - Silverton - Broken Hill = 65 km. + 1733 km. = 1798 km. totaal
Copyright/Disclaimer