maandag 10 november 2003

Australië, Going underground

Broken Hill, 10/11/2003

Een redelijke nachtrust zorgde ervoor dat ik met een goed humeur wakker werd. Ik had de wekker, éh de mobiele telefoon zo ingesteld dat hij me om zeven uur zou wekken. Ik had voor het slapen gaan nog even snel een pagina van mijn website nagekeken. Tot kwart voor twaalf had ik liggen werken aan die pagina. Geloof me, er gaat nog heel wat tijd inzitten voordat je het allemaal op het internet hebt. Mijn pagina kwam ook de bèta fase door en morgenavond zou ik de foto's toevoegen. Nog even tien minuten doezelen en dan onder de douche. Terug gekomen in mijn kamer kookte het water in mijn beker en de koffie smaakte me goed. Heerlijk zo'n kopje koffie gemaakt met mijn eigen waterkokertje.
Ik had een drukke dag voor de boeg. Ik wilde om half negen voor de deur staan bij de tourist information zodat ik alle belangrijke informatie voor deze dag al vroeg had ingewonnen. Dat lukte perfect. Ik was de eerste klant van de dag in het tourist information center en een vriendelijke dame met een licht overgewicht gaf mij de informatie die ik wilde hebben. Ik zou niet veel rijden vandaag. Ik had van al dat zitten een houten kont gekregen en ging een dagje rustig aan doen. Ik zou vandaag na zoveel hoge gebouwen nu eens ondergronds gaan, en wel ruim 130 meter. Zover ik mij kan herinneren ben ik nog nooit zo diep onder de grond geweest. De excursie was om half elf dus had ik nog wat tijd voor een ontbijt.
Ik schaam me er een beetje voor maar ik wilde een fastfood ontbijt. Het werd dus McDonalds, ik kon zo snel geen Hungry Jack (Burger King in Australië) vinden. Het smaakte me van geen kanten maar ik was gevoed en het zal wel weer een paar maanden duren voordat ik me opnieuw laat verleiden tot zo'n ontgoocheling.
Ik zat op mijn ontbijt te wachten toen er een vrouw van rond de zestig binnenstormde die wel erg vreemd gekleed was. Witte lakschoentjes met turquoise sokjes, een zuurstok roze rok uit de jaren vijftig en een doorkijkblouse met daaronder een enorme zwarte bh. Deze dame noemde zichzelf "de prinses" en nadat ze haar ontbijt had opgepakt was ze nog sneller verdwenen dan dat ze was binnengekomen. Het personeel gniffelde een beetje en een van de meisjes lichtte mij in over deze verschijning. Ik maakte een opmerking over dorpsgekken in het algemeen en begrijpende blikken van het personeel vielen mij ten deel. Na het ontbijt vroeg ik om een bekertje water om mijn medicijnen mee weg te spoelen. Dit water smaakte verschrikkelijk modderig. Ik begreep nu ook waarom de koffie niet helemaal jofel was.
Eenmaal klaar ging in richting de mijn en schreef mij in voor de excursie. Toch pittig AU$ 34 voor twee uur. Niet zeuren, je bent hier waarschijnlijk maar één keer in je leven. Ik droeg mijn hoge schoenen omdat ik niet zeker was van de condities onder de grond. Gewapend met twee camera's stond ik klaar om in de lift ondergronds te gaan. Dat ging dus even anders. Een soort stofjas, een riem, een helm en een lantaarn moeten worden gedragen. Ik realiseerde me dat ik ook mijn zonnebril nog op mijn hoofd had staan en die zijn zo goed als onbruikbaar onder de grond. Ik bracht hem terug naar de auto. Plotseling hoorde ik Nederlands spreken, het waren twee mensen uit Deventer. Piet en Christine, zij maakten een reis van vijf maanden door Australië. Even snel bijgepraat en toen omgekleed. Het lijkt echt geen 130 meter als je in de lift afdaalt.
Eenmaal onder de grond begon Murphy zijn verhaal. Hij vertelde over de tijd dat zijn vader in de mijn werkte en dat hij eigenlijk geen andere keuze had gehad dan de mijn. In zijn dagen was het hard en zwaar werk. Er was maar één manier om bij de ploeg onder in de mijn te komen en dat was door vrienden. De voorman of de personeel manager had hierover niets te vertellen. Als er een man uit het team van vier wegviel om welke reden dan ook, kozen de achtergebleven mijnwerkers een nieuwe maat. Deze verdiende dan net zoveel als de andere drie van de ploeg. Als je werkte in de productieploeg onder in de mijn kreeg je geen salaris. Alles ging om een contract. Je werd betaald per ton of per voet vooruitgang dat je boekte. Je wilde dus een goede maat op wie je kon bouwen.
Een regel was dat je onder de grond geen pijn mocht laten zien. Als je jezelf op de duim sloeg met de vuisthamer en je schreeuwde het uit van de pijn dan kon je die avond in de kroeg de rekening van je maten betalen. Je werd geacht de pijn te nemen zoals die kwam. Wel moeilijk als je vinger klopt als je hart en het bloed guste over je hand, vertelde Murphy.
Murphy vertelde ook over de grote veranderingen die hij in zijn 38 jaar onder grond had meegemaakt, over stakingen en over de dood. Er zijn in "Broken Hill" tot op heden 769 mijnwerkers om het leven gekomen. In de hoogtij dagen werkten er meer dan 8800 mensen onder de grond. De staking van 1912 die 18 maanden duurde bracht een grote verandering in de werkomgeving van de mijnwerkers teweeg. Ze kregen een veiligere werkplek en ook boven de grond werd er nu aandacht besteed aan de gezondheidszorg.
In zijn laatste tien jaar bij de mijn was Murph een voorman die de contracten sloot met de jongens, zijn jongens. Zoals hij vertelde zorgde hij ervoor dat de jongens een goede prijs kregen en dat de heren boven ook geld verdiende. Dagen dat hij zestig kilometer per dag ondergronds reed in zijn terreinwagen waren geen uitzondering! Je begrijpt dat deze mijnen wel groot moeten zijn. Mijn beeld van een mijn met om de meter van die houten stutten is nu dan ook veranderd. Enorme machines doen veel van het werk. Mijnwerkers zitten nu in cabines compleet met een koffie apparaat en een magnetron. Bij pech roepen ze de onderhoudsdienst en blijven rustig in de airconditioning zitten totdat het probleem is verholpen. Na twee uur te hebben geluisterd naar de interessante verhalen van Murphy stonden we weer in het daglicht. Het deed een beetje pijn aan de ogen en de brandende zon en de droge hitte waren onverdraagbaar. Na afscheid te hebben genomen van Piet en Christine vertrok ik met de airconditioning op vier naar mijn volgende bestemming.
"Silverton", een verlaten mijnstadje dat twee jaar voor de opening van de mijn in Broken Hill had gebloeid. De mijn was echter snel uitgeput en de mijnwerkers trokken verder naar de volgende plaats waar wat te verdienen was.
Dit is eigenlijk het verhaal van de hele outback, iedereen trok verder op zoek naar werk. Mijnwerkers, schaapscheerder, fruitplukkers en oplichters. In Silverton was eigenlijk niet zoveel te zien. Er is een grote gemeenschap van kunstenaars en de grootste trekpleister is eigenlijk dat er een paar films zijn opgenomen. Mad Max en Priscilla, Queen of the Desert zijn de bekendste. Eenmaal terug bij mijn hotel had ik nog voldoende tijd om een stadswandeling te maken en mijn e-mail te controleren.
De wandeling was heel aangenaam en er is één ding dat ik nog wil vermelden. Het spoorwegmuseum, toen 20 jaar geleden de Adelaide - Broken Hill spoorlijn werd opgeheven hebben ze zo alles achtergelaten voor een groep vrijwilligers die er enorm veel tijd in steken om alles in goede staat te houden. Het lieve oude station en de enorme hoeveelheid documenten zijn van onschatbare waarde. Zo liet de overvriendelijk beheerder mij aandelen van de spoorweg zien uit 1896. Deze zijn gewoonweg bewaard. Ook staan er een paar zeldzame treinstellen die snel aan het verouderen zijn. Geld voor een restauratie is er niet, jammer. Als je ooit in Broken Hill komt moet je dit niet overslaan. En een dollar of twee extra als donatie zijn altijd welkom. Morgen gaan we weer de weg op en we gaan dieper de outback in.

Broken Hill - Silverton - Broken Hill = 65 km. + 1733 km. = 1798 km. totaal

zondag 9 november 2003

Australië, De "Outback"

Broken Hill, 8-9/11/2003

Dat was de tweede slechte nacht! Een éénpersoons bed dat in het midden van de kamer staat is echt niets voor mij. Ik had best wel een paar biertjes op maar van slapen was niets gekomen. Elke keer als ik mij omdraaide was ik weer wakker uit angst om uit bed te vallen. Ik had de wekker uitgezet en was uiteindelijk gewoon blijven liggen tot negen uur. Mijn hele rotzooi weer naar de auto gesleept en zonder wat te zeggen naar de buren gereden. Ik wilde hier namelijk bij "Share a little Software" mijn e-mail voor de eerste keer controleren.
Ik was een beetje onzeker of e-mailcafé's wel mee zouden werken om je computer aan hun netwerk te koppelen. Virus angst! Geen probleem bij de computershop van de buren. Ik kreeg gewoon een eigen telefoonlijn en na 30 minuten moest ik $2.20 afrekenen. Erg fijn om het zo te kunnen doen.
Een broodje met een gebakken ei met spek was nu ook weer mijn ontbijt en binnen een kwartier zat ik weer in de auto richting Wentworth. Het plan was om twee nachten daar te blijven. Ik wilde namelijk vanuit Wentworth een tour maken naar het "Mungo National Park". Ook zouden vanavond de eerste twee kwartfinales van het wereldkampioenschap rugby worden gespeeld. Ik keek er naar uit om die op tv te zien. Niet dat ik een echte rugby fan ben maar als de bewoners van het organiserende land enthousiast zijn dan wordt ik dat ook. Het was niet echt een lang traject voor vandaag. Een kleine 350 kilometer schatte ik. Na ik blik op de kaart wist ik al meteen dat ik weer binnendoor zou gaan rijden. Hay ligt ongeveer twee kilometer van de "Sturt Highway", op deze weg zou ik sowieso een paar honderd kilometer moeten rijden die dag. Dus probeerde ik wel zo weinig highway als mogelijk was in mijn route op te nemen.Het landschap werd leger en leger. Hier en daar een huis in de verte en een wit hek met een brievenbus die elke vorm en afmeting kon hebben. "Maude", een dorp met zestig inwoners aan de Murrumbidgee rivier. Wat kan ik nog meer zeggen over de leegte en de eenzaamheid. Het geluid dat uit mijn radio kwam was ondertussen ook verandert van een mooi stereo FM geluid in een blikkerig mono AM geluid. Ik moest aan mijn jeugd denken toen de piratenstations de baas waren. Niks Radio drie, Sky of Ten Gold. Veronica, Mi Amigo, Radio Noordzee Internationaal om er maar een paar te noemen. Nadenken ga je vanzelf als je in de leegte van het binnenland komt. Zeker als je alleen op pad bent.
De eerder genoemde "Sturt Highway" is een weg met twee rijstroken. Als je 100 km/u rijd wordt je waarschijnlijk nooit ingehaald door een andere auto. Negen á tien tegenliggers per uur was in mijn geval een goed gemiddelde. Je raakt in een soort trance, het landschap veranderd niet meer, je omgeving veranderd niet meer, je handelingen veranderen niet meer. Je bestuurd de auto als een automatische piloot met een ingebouwde functie voor noodgevallen. Elke verandering of beweging in je omgeving valt meteen op en is bijna een noodgeval. Je gaat ook andere dingen zien omdat je het monotone beeld van de outback niet meer opslaat in je geheugen. Je zintuigen worden als het ware scherper. Een paar keer werd ik uit mijn trance gewekt omdat er iets op de weg was dat daar niet thuishoorde. Ik werd getrakteerd op hagedissen die zich zaten op te warmen in de ochtend zon. Kangoeroes die de weg kwijt waren en een heuse emoe die net niet nieuwsgierig genoeg was om te blijven staan. Meer waarschuwingsborden over fruit en fruitvliegjes.
In één van de zeldzame dorpjes met een supermarkt kocht ik zonder na te denken twee bananen en een halve liter sinasappelsap. Nog geen 25 kilometer verderop zat ik onder een waarschuwingsbord mijn tweede banaan naar binnen te proppen. Stommeling, koop er dan ook één tegelijk! De naderende dorpjes worden aangekondigd door het veranderende landschap. De eerste wijngaarden doemen op in de verte. Het lichtgeel in het landschap wordt langzaam vervangen door meer en meer groen. Boomgaarden, sommige al ontdaan van hun vruchten en anderen nog overvol met rijpe sinasappels. Ik begon ook steeds meer te twijfelen over mijn eindbestemming. Mildura? Wentworth? Of toch maar doorrijden naar Broken Hill? Heb je haast of zo? Ik had teveel tijd om te denken en was niet sterk genoeg om een besluit te nemen. Uiteindelijk besloot ik toch maar mijn eerste ingeving te volgen omdat dit vaak de beste blijkt te zijn. Om half vier reed ik Wentworth binnen.Zaterdag. De hele wereld is er op uit getrokken. Geen enkele kamer te krijgen in dat verdomde rotgat. Ik werd kwaad en wist zelf niet waarom. Uiteindelijk huurde ik een caravan op het "Willow Bend Caravan Park". Na lang zeuren gaf de eigenaar mij een gratis handdoek en vertelde me dat ik het "Mungo National Park" net zo goed op eigen gelegenheid kon bezoeken. De wegen waren goed aangegeven en het bezoekers centrum gaf alle informatie die je nodig had. Ik bleef dus maar één nacht. Ik ging van het park meteen door naar Broken Hill. De 123 km zandweg tussen Pooncarie en Menindee zou mij de echte outback laten zien. Het was een mooie caravan op een mooie camping. De zon in mijn hoofd begon weer te schijnen en ik liet me het eerste biertje van de dag goed smaken. Ik ging toch nergens meer naar toe. Ik was moe, ik had voldoende te eten bij me en ik had een kleuren tv waarop ik de rugby wedstrijden zou kunnen kijken. Ik werkte wat aan mijn website en kookte een potje voor mijzelf. Keek heerlijk rugby vanuit mijn bed met een biertje en ging om elf uur voldaan slapen.
Ik werd om half twee wakker van een snijdende kou. Ik was in mijn blote kont boven op het dekbed gaan liggen slapen. Ik had nooit verwacht dat het s'nachts zo koud zou worden. Ik wilde onder het dekbed kruipen toen het volgende probleem zich alweer aanbood. Het was helemaal geen dekbed! Het was meer een beddensprei waar je in je slaapzak op gaat liggen. Slaapzak? Ik had helemaal niets bij me. Ik rolde me zo goed mogelijk in het stuk gewatteerde stof en probeerde te slapen. Dit lukte van geen kant natuurlijk. De verwarming aanzetten dan maar. De verwarming is meer een omgekeerde airconditioner. Net als de achterkant van de koelkast die altijd warm wordt. Het werd warmer maar in het geluid van een opstijgend vliegtuig slapen is ook niet gemakkelijk. Dus toch maar weer uitgeschakeld en terug naar mijn oorspronkelijk plan. Mijn derde slechte nacht op een rij!
Gebroken werd ik wakker de deze ochtend. Ik smeerde een paar boterhammen voor die dag en legde ze in de koelbox. Mijn koelelementen waren in het vriesvak van de koelkast hard bevroren en dat was toch wel weer een voordeel van die caravan geweest. Ik dronk nog een kopje koffie, gooide mijn spullen in de auto en ging op weg naar het "Mungo NP".
De ochtendzon verwarmde mijn oude koude lichaam en na een kwartiertje zat ik alweer mee te zingen met de oldies op de radio. Nog vijftien minuten verder werd het tijd om de airconditioner aan te zetten. Een snelle blik op mijn horloge vertelde mij dat het nu half negen was. Ik reed over een geasfalteerde weg richting Menindee, een van de oudste nederzettingen in de buurt. Na een uurtje rijden kwam ik bij de afslag naar het park. Ik keek met een beetje angst in mijn hart naar de onverharde zandweg. Ik was bang voor autopech of een lekke band. Bang voor een aanrijding met een kangoeroe of een emoe. Met frisse tegenzin draaide ik de zandweg op in de hoop dat er niets zou gebeuren. Het was maar gewoon een volgende stap in mijn reis. 45 km naar het bezoekerscentrum. In dit eerste uurtje zandweg zag ik ook mijn eerste levende kangoeroe. Ik had er al tientallen gezien maar die lagen dood langs de weg. Aangereden door de enorme roadtrains die bij voorkeur s'nachts over de wegen razen. Later werd me verteld dat er maar weinig kangoeroes over zijn. De aanhoudende droogte heeft zijn tol geëist.Nadat ik de rondgang in het bezoekerscentrum had gemaakt besloot om toch maar het rondje meren maar te gaan maken. Ik had tenslotte tijd genoeg. 70 km zandweg, zeg maar anderhalf uur rijden met korte stops inbegrepen. Het bleek de moeite waard te zijn.
Het park bestaat uit een serie van opgedroogde meren die bekend staan als de "Willandra Lakes". Het is een gebied van ongekende schoonheid met zijn oneindig wijde droge vlaktes, vergezichten en de helder blauwe lucht. Het gebied is bezaaid met richels, opgedroogde beken en eeuwen oude zandduinen die de grenzen van de opgedroogde meren aangeven. Deze kenmerken vertellen het dramatische verhaal over de verandering van het klimaat en het landschap. Hier vindt je ook het unieke bewijs voor de voortdurende bewoning van dit gebied door de Aboriginals over meer dan 40.000 jaar en de innovatieve aanpassingen die zij hebben toegepast in hun steeds veranderende leefomgeving. Er woonden drie verschillende stammen van Aboriginals in het merengebied. De Paakantji in het westen en het zuiden, de Mutthi Mutthi in het zuid oosten en de Ngiyampaa in het noorden. In dit gebied zijn er ontdekkingen gedaan die uniek zijn voor Australië en ook voor de rest van de wereld. Vooral de gevonden bewijzen voor het zich steeds weer aanpassen aan de voortdurende veranderingen in hun leefomgeving zijn uniek. Het is hier in de "Willandra" waar men één van de oudste groepen van de moderne mens (Homo sapiens sapiens) heeft gevonden in een omvang die uniek is in de wereld. Onderzoek heeft een belangrijk bewijs geleverd dat een inzicht geeft in de gewoonten en culturele gebruiken van deze vroege Australische samenleving in het Pleistoceen. Deze stammen die ongeveer 26.000 jaar gelden rond de meren leefden kenden crematie als een vorm van afscheid nemen van hun doden. Dit is tot op heden het oudste bekende gebruik van een begrafenis ritueel in de wereld. Overblijfselen van verschillende dieren gevonden in kampvuren vertellen ook het verhaal overhun jachtgewoontes en voorkeuren voor voedsel. Zoetwater mosselen, zoetwatervis en Yabbies (een soort zoetwaterkreeft) vertellen over het leven aan de rand van het meer en de manier waarop zij werden verzameld of gevangen. Ook worden hier geologische bewijzen gevonden voor de verandering in het magnetisch veld van de aarde zo'n 28 tot 30.000 jaar geleden. Het is een enorm interessant gebied met een grote verscheidenheid van mooie landschappen.Toen ik terugkwam op het asfalt na 160 km hobbelige zandweg zat ik nog steeds na te schudden. Best aangenaam asfalt, dacht ik. 30 km verder zat ik alweer op een zandweg en daar zou ik er nog genoeg van zien. Ondertussen had de klok ook niet stil gestaan en ik wilde toch wel op tijd in Broken Hill zijn omdat ik nu wel een keer fatsoenlijk wilde slapen. De outback begon een beetje gewoon te worden en zonder ook maar een keer te stoppen reed ik rustig naar Broken Hill. Ik vond meteen een kamer, met een tweepersoons bed en ging mijn stoffilters schoonspoelen met een biertje in de bar. Ik dronk er nog een en ging me snel douchen. Zondagavond in Broken Hill betekend dat alles om acht uur dicht is. Ik haastte mezelf naar een plaatselijke club en bestelde een dagschotel. Voldaan slenterde ik terug naar mijn hotel waar ik nog twee uur met mijn computer speelde en twee biertjes dronk. Ik viel al snel in een diepe slaap. Ik had gepland om hier twee nachten te blijven. Morgen de mijn in en wat andere bezienswaardigheden bezoeken.

Hay - Maude - Balranald - Euston - Buronga - Wentworth = 338 km. + 856 km. = 1194 km. Totaal.
Wentworth - Mungo National Park - Pooncarie - Menindee - Broken Hill = 539 km. + 1194 km. = 1733 km. totaal

vrijdag 7 november 2003

Australië, Hay

Hay, 07/11/2003

Dat was nog eens een slechte nacht! Ik sleepte mijn bagage naar beneden en zonder ook maar één persoon te zien verliet ik het hotel, de sleutel in de deur van mijn kamer achterlatend. Ik parkeerde mijn auto bij de plaatselijke bakkerij en bestelde er een broodje gebakken ei met spek. Ik ben zo terug, even wat foto's schieten. De dame achter de counter keek mij vol ongeloof aan, ik kon in haar ogen lezen dat ze mij maar een rare snuiter vond.
Ik liep nog snel even door het dorp en maakte wat foto's van de oude hotels. Deze zijn uniek voor Australië en gelukkig blijven er veel overeind staan. De grote balkons en het gebruik van veel gietijzer maakt ze wel heel bijzonder.
Over rollende heuvels en met het broodje in mijn hand reed ik met een gangetje van 80 km/u richting mijn eerste doel. Young, de kersen hoofdstad van Australië, en aangezien het geen kersenseizoen is gebeurt er hier weinig. Veel kan ik dan ook niet over deze plaats vertellen behalve dat het echt een plattelands dorp was. Geen koffie te krijgen dus.
Ik ging verder in de richting van Temora, weer een oude goudzoekers stad. Onderweg, al luisterend naar de lokale radiostations, ving ik iets op over oude vliegtuigen die zouden vliegen van Sydney naar Ayer's Rock. Het was een initiatief van de "Flying Docters" om geld in te zamelen voor nieuwe vliegtuigen. Ik dacht dat dat wel interessant zou zijn en een beetje vroeg slapen zou mij ook wel goed uitkomen. De hoofdstraat van Temora was toch wat meer ontwikkeld dan die van Young. Een bruisend dorp. Ik parkeerde mijn auto en ging een hotel aan de hoofdstraat binnen. De barkeeper was net de krant aan het lezen en hij kon mij wel informatie verschaffen over de vliegtuigen. Zij zouden de volgende ochtend om ongeveer tien over acht landen, brandstof bijvullen en dan meteen weer vertrekken. Ik dacht er over na en kwam tot de conclusie dat het toch niet de moeite waard was om hier zo lang rond te hangen. De barkeeper vertelde mij ook dat het zeker de moeite was om het museum bij het vliegveld te bezoeken. Ze hadden daar een paar zeldzame vliegtuigen die één keer per maand van stal werden gehaald om een paar rondjes rond te vliegen. Maar ja, dat was twee weken geleden. Aangezien ik volgens planning over twee weken in Perth zit moet ik dat helaas overslaan. Met zijn aanwijzingen was het vliegveld met het museum snel gevonden. Gewapend met mijn camera's stapte ik het museum binnen. Ik had het geld voor het kaartje al in mijn hand toen de vriendelijke vrouw achter de kassa over de "Flying Docters" begon. Ik vertelde haar dat ik ze graag had willen zien. Een hele middag wachten om ze een kwartier te kunnen zien was teveel van het goede. "Nou, waarom kom je volgende week dan niet naar de vliegshow", antwoordde ze. "Eh, volgende week"? "Ja, volgende week is hier de maandelijkse vliegshow en die duurt bijna de hele dag". Het geld ging terug in mijn notitieboekje en ik vertelde haar dat ik volgende week weer terug kwam. Ik kan dit mooi combineren met mijn terugreis naar Sydney.
Eenmaal Temora verlaten begon het landschap ook weer langzaam te veranderen. Het werd steeds meer bush. Open stukken met hier en daar een boom, dan weer open velden met alleen heuphoge bosjes. Ik had ervoor gekozen om een weg binnendoor te nemen naar Griffith. Deze voerde me langs verlaten huizen en spookstadjes. In de verte doemde de eerste borden op met de waarschuwing voor fruitvliegjes. Ik herinnerde mij die van vorige reizen in Australië. Maar die stonden als je van de ene staat naar de andere ging. Niet zomaar in het midden van een staat. Ik was toch nog wel in New South Wales? Een snelle blik op de kaart bevestigde dat. Een paar kilometer verder weer een bord, nu met een waarschuwing. Als je fruit bij je hebt moet je het nu opeten, anders straks weggooien. Ik keek over mijn schouder naar de banaan en de zak mandarijnen die op de achterbank lagen. $11.000, ongeveer 7250 euro, boete is veel geld. Ik stopte langs de weg en at de banaan en twee mandarijnen. De rest ging in de berm. Zoals op veel plaatsen in Australië is ook hier in de Riverina de wijnbouw geïntroduceerd. Des te dichter ik bij Griffith kwam des te meer zag ik wijnstokken en boomgaarden. Ik vroeg me af wat dat voor fruitbomen zouden kunnen zijn. Ondertussen had ik er wel begrip voor, dat fruitvliegen gedoe. Het beste ik dan ook om gewoon één banaan tegelijk kopen, of gewoon het fruit dat je op die dag wilt eten. Ik reed langzaam door het stadje en deed snel wat boodschappen bij Woolworth, een supermarkt. Eenmaal buiten Griffith werd de cabine van de geairconditioneerde Toyota gevuld met een heerlijke zoete lucht. Ik keek eens goed om mij heen en zag de bomen volhangen met sinasappels. Dat had ik nog nooit gezien! Ik stopte de auto en ging een kijkje nemen in de boomgaard. Sinasappels! En nog wel aan een boom. Opgewonden als een klein kind dat voor het eerst sneeuw ziet nam ik dat eens allemaal rustig in mij op. De heerlijke zoete geur die ik eerder had geroken werd verspreid door de bloesem. Kilometer na kilometer lagen links en rechts van de weg boomgaarden en wijnstokken. Ver buiten het dorp werd het dan weer minder en minder, totdat het weer allemaal bush was wat je zag. Ik kwam nu dichter bij mijn eindbestemming voor die dag.
Hay, over deze plaats valt weinig te vertellen. Het enige is waarschijnlijk dat er hier in de tweede wereld oorlog een krijgsgevangene kamp was. Het kamp zat vol met Duitse en Oostenrijkse immigranten, later waren het Japanners die moeilijk hadden gedaan tijdens een ontsnapping in Cowra. De autoriteiten hadden alleen over het hoofd gezien dat de meeste intellectuele joden waren. Op de vlucht voor de vijand waarvoor ze nu zelf werden aangezien. Niet zo slim dus!
Eenmaal in Hay informeerde ik in een paar hotels of ze kamers hadden en ze bleken allemaal vol te zitten. Nog maar een paar proberen en uiteindelijk vond ik een kamer in het "Commercial Hotel", en commercieel waren ze. Ik kon $40.- neertellen voor een éénpersoonskamer met een slecht bed in het midden van de kamer. Ik was waarschijnlijk de enige gast in het hotel en vroeg beleefd of ik misschien in een tweepersoons bed kon slapen. Geen probleem, $60.- graag. Ik stamelde dat ik maar alleen was. Niets mee te maken. Een twee persoonskamer is een tweepersoonskamer en die kost $60.-. OK, dan maar het éénpersoons bed.Toen ik terug kwam in de bar en vroeg of ik het stopcontact naast de bar mocht gebruiken veranderde de opstelling van de jongen achter de bar meteen. Ook een oudere vrouw die twee krukken verderop zat werd nieuwsgierig. Een spervuur van vragen kwam op mij af. Ze wilden echt alles weten. Ik heb niets te verbergen dus gaf antwoord zolang het niet te persoonlijk werd. Na mijn tweede biertje klapte ik mijn laptop dicht en ging terug naar mijn kamer. De twee met grote vraagtekens achterlatend.
Nadat ik had gedouchte ging ik op zoek naar een restaurant of hotel waar ik fatsoenlijk kon eten voor een redelijke prijs. Ik informeerde eerst bij de barkeeper en kreeg te horen dat het "Caledonian Hotel" een goede steak serveerde. Caledonian? Daar was ik toch geweest? Toen ik bij het hotel aankwam klopte het dat de naam mij bekend voorkwam. Ik was er binnen geweest om te vragen of ze een kamer voor me hadden. Het hotel was nu een bar, aan de zijkant een kamer vol met gokkasten en s'avonds kon je er ook eten. Ik koos opnieuw voor de T-bone. Hij was OK. Niet zo goed als de vorige avond maar, OK. De prijs was ook anders, het was wat duurder maar toch nog acceptabel. Het zou ook moeilijk zijn om de T-bone van die eerste avond te verbeteren. Ik keek eens goed om mij heen en zag dat deze bar toch wel anders was dan die van vanmiddag. In de bar van het "Commercial" stapte iedereen weg van de bar die een sigaret wilde roken. Hier zat iedereen aan de bar te roken. Terwijl dit tegen de wet is! Ik liet het hier maar bij en besloot om niet te vragen naar het waarom. Nadat ik klaar was met mijn T-bone verliet ik de bar en slenterde langzaam richting mijn hotel.
Onderweg nam ik nog een biertje in een bar waar een bandje speelde maar de sfeer was zo gespannen dat ik besloot snel door te gaan naar mijn eigen hotel en daar nog een biertje te doen. Het was er niet druk. Twee jongens speelden poolbiljart. Aan de bar zat de vrouw van die middag samen met een andere man. Er zat nog een vrouw, ik schat van halverwege de zestig, alleen aan de bar die af en toe een opmerking in het niets plaatse gevolgd door een bestelling, Bacardi Coke. Ik bestelde een biertje en voelde de ogen van de twee biljarters in mijn rug prikken. De vrouw met de Bacardi Coke bekeek mij van top tot teen vanuit haar ooghoeken en het andere stel had plotseling een stuk minder gesprekstof. De man begon op een vriendelijke toon te informeren naar mijn afkomst en mijn doel. Ik vertelde dat ik op reis was en dat ik mijn ervaringen opschreef en korte verhalen of reisverslagen. Nee, ik was geen beroeps. Het was maar een hobby en het stelde dan ook niet veel voor. Met de minuut werd het gezelliger en ook de achterdocht van de vrouw verdween. De man bood mij een biertje aan en de jongens vroegen of ik wilde biljarten. Uiteindelijk had ik geen keuze. Ik hou niet zo van biljarten en ik kan er ook niets van maar in dit geval moest ik gewoon meedoen. Anthony, oftewel Tony de automonteur speelde samen met zijn vriend en ik speelde samen met de andere man. Tony was een goede speler. Al zingend en dansend bewoog hij rond het biljard en liet de ene na de andere gekleurde bal in één van de zakken verdwijnen. En als hij bij uitzondering miste zong hij nog harder en nam een slok van zijn Bourbon Coke. Ze moesten wel lachen als ik weer eens een bal totaal miste of de witte speelbal in één van de zakken liet verdwijnen.
De nieuwsgierige vrouw bleek de vrouw van de eigenaar te zijn. Zij hadden dit hotel drie jaar geleden gekocht. Ik begreep nu waarom de kamers zo duur waren geworden. Ze gooide een ruime hoeveelheid dollar munten in de jukebox en de muziek werd dus gratis. We begonnen omstebeurt gouwe ouwe te draaien. Voordat ik realiseerde wat ik deed had ik de eenzame vrouw, die Beth heette, tot grote hilariteit van de andere gasten ten dans gevraagd. We stonden te swingen op Elvis Presley. De sfeer zat er goed in. Ik werd nu ook ingelicht waarom ze zo stug waren geweest. Ze dachten dat ik één af andere controleur was die hotels doorlichte. Ik snap nu nog niet waarop ze dit gebaseerd zouden kunnen hebben. Een rare snuiter in shorts op sandalen. Sluitingstijd naderde snel en toen ik mijn laatste slok naar binnen had gewerkt nam ik van iedereen afscheid en ging snel naar bed. Morgen weer vroeg op.

Grenfell - Young - Temora - Griffith - Goolgowi - Hay = 459 km. + 397 km. = 856 km. Totaal.
Copyright/Disclaimer