vrijdag 7 november 2003

Australië, Hay

Hay, 07/11/2003

Dat was nog eens een slechte nacht! Ik sleepte mijn bagage naar beneden en zonder ook maar één persoon te zien verliet ik het hotel, de sleutel in de deur van mijn kamer achterlatend. Ik parkeerde mijn auto bij de plaatselijke bakkerij en bestelde er een broodje gebakken ei met spek. Ik ben zo terug, even wat foto's schieten. De dame achter de counter keek mij vol ongeloof aan, ik kon in haar ogen lezen dat ze mij maar een rare snuiter vond.
Ik liep nog snel even door het dorp en maakte wat foto's van de oude hotels. Deze zijn uniek voor Australië en gelukkig blijven er veel overeind staan. De grote balkons en het gebruik van veel gietijzer maakt ze wel heel bijzonder.
Over rollende heuvels en met het broodje in mijn hand reed ik met een gangetje van 80 km/u richting mijn eerste doel. Young, de kersen hoofdstad van Australië, en aangezien het geen kersenseizoen is gebeurt er hier weinig. Veel kan ik dan ook niet over deze plaats vertellen behalve dat het echt een plattelands dorp was. Geen koffie te krijgen dus.
Ik ging verder in de richting van Temora, weer een oude goudzoekers stad. Onderweg, al luisterend naar de lokale radiostations, ving ik iets op over oude vliegtuigen die zouden vliegen van Sydney naar Ayer's Rock. Het was een initiatief van de "Flying Docters" om geld in te zamelen voor nieuwe vliegtuigen. Ik dacht dat dat wel interessant zou zijn en een beetje vroeg slapen zou mij ook wel goed uitkomen. De hoofdstraat van Temora was toch wat meer ontwikkeld dan die van Young. Een bruisend dorp. Ik parkeerde mijn auto en ging een hotel aan de hoofdstraat binnen. De barkeeper was net de krant aan het lezen en hij kon mij wel informatie verschaffen over de vliegtuigen. Zij zouden de volgende ochtend om ongeveer tien over acht landen, brandstof bijvullen en dan meteen weer vertrekken. Ik dacht er over na en kwam tot de conclusie dat het toch niet de moeite waard was om hier zo lang rond te hangen. De barkeeper vertelde mij ook dat het zeker de moeite was om het museum bij het vliegveld te bezoeken. Ze hadden daar een paar zeldzame vliegtuigen die één keer per maand van stal werden gehaald om een paar rondjes rond te vliegen. Maar ja, dat was twee weken geleden. Aangezien ik volgens planning over twee weken in Perth zit moet ik dat helaas overslaan. Met zijn aanwijzingen was het vliegveld met het museum snel gevonden. Gewapend met mijn camera's stapte ik het museum binnen. Ik had het geld voor het kaartje al in mijn hand toen de vriendelijke vrouw achter de kassa over de "Flying Docters" begon. Ik vertelde haar dat ik ze graag had willen zien. Een hele middag wachten om ze een kwartier te kunnen zien was teveel van het goede. "Nou, waarom kom je volgende week dan niet naar de vliegshow", antwoordde ze. "Eh, volgende week"? "Ja, volgende week is hier de maandelijkse vliegshow en die duurt bijna de hele dag". Het geld ging terug in mijn notitieboekje en ik vertelde haar dat ik volgende week weer terug kwam. Ik kan dit mooi combineren met mijn terugreis naar Sydney.
Eenmaal Temora verlaten begon het landschap ook weer langzaam te veranderen. Het werd steeds meer bush. Open stukken met hier en daar een boom, dan weer open velden met alleen heuphoge bosjes. Ik had ervoor gekozen om een weg binnendoor te nemen naar Griffith. Deze voerde me langs verlaten huizen en spookstadjes. In de verte doemde de eerste borden op met de waarschuwing voor fruitvliegjes. Ik herinnerde mij die van vorige reizen in Australië. Maar die stonden als je van de ene staat naar de andere ging. Niet zomaar in het midden van een staat. Ik was toch nog wel in New South Wales? Een snelle blik op de kaart bevestigde dat. Een paar kilometer verder weer een bord, nu met een waarschuwing. Als je fruit bij je hebt moet je het nu opeten, anders straks weggooien. Ik keek over mijn schouder naar de banaan en de zak mandarijnen die op de achterbank lagen. $11.000, ongeveer 7250 euro, boete is veel geld. Ik stopte langs de weg en at de banaan en twee mandarijnen. De rest ging in de berm. Zoals op veel plaatsen in Australië is ook hier in de Riverina de wijnbouw geïntroduceerd. Des te dichter ik bij Griffith kwam des te meer zag ik wijnstokken en boomgaarden. Ik vroeg me af wat dat voor fruitbomen zouden kunnen zijn. Ondertussen had ik er wel begrip voor, dat fruitvliegen gedoe. Het beste ik dan ook om gewoon één banaan tegelijk kopen, of gewoon het fruit dat je op die dag wilt eten. Ik reed langzaam door het stadje en deed snel wat boodschappen bij Woolworth, een supermarkt. Eenmaal buiten Griffith werd de cabine van de geairconditioneerde Toyota gevuld met een heerlijke zoete lucht. Ik keek eens goed om mij heen en zag de bomen volhangen met sinasappels. Dat had ik nog nooit gezien! Ik stopte de auto en ging een kijkje nemen in de boomgaard. Sinasappels! En nog wel aan een boom. Opgewonden als een klein kind dat voor het eerst sneeuw ziet nam ik dat eens allemaal rustig in mij op. De heerlijke zoete geur die ik eerder had geroken werd verspreid door de bloesem. Kilometer na kilometer lagen links en rechts van de weg boomgaarden en wijnstokken. Ver buiten het dorp werd het dan weer minder en minder, totdat het weer allemaal bush was wat je zag. Ik kwam nu dichter bij mijn eindbestemming voor die dag.
Hay, over deze plaats valt weinig te vertellen. Het enige is waarschijnlijk dat er hier in de tweede wereld oorlog een krijgsgevangene kamp was. Het kamp zat vol met Duitse en Oostenrijkse immigranten, later waren het Japanners die moeilijk hadden gedaan tijdens een ontsnapping in Cowra. De autoriteiten hadden alleen over het hoofd gezien dat de meeste intellectuele joden waren. Op de vlucht voor de vijand waarvoor ze nu zelf werden aangezien. Niet zo slim dus!
Eenmaal in Hay informeerde ik in een paar hotels of ze kamers hadden en ze bleken allemaal vol te zitten. Nog maar een paar proberen en uiteindelijk vond ik een kamer in het "Commercial Hotel", en commercieel waren ze. Ik kon $40.- neertellen voor een éénpersoonskamer met een slecht bed in het midden van de kamer. Ik was waarschijnlijk de enige gast in het hotel en vroeg beleefd of ik misschien in een tweepersoons bed kon slapen. Geen probleem, $60.- graag. Ik stamelde dat ik maar alleen was. Niets mee te maken. Een twee persoonskamer is een tweepersoonskamer en die kost $60.-. OK, dan maar het éénpersoons bed.Toen ik terug kwam in de bar en vroeg of ik het stopcontact naast de bar mocht gebruiken veranderde de opstelling van de jongen achter de bar meteen. Ook een oudere vrouw die twee krukken verderop zat werd nieuwsgierig. Een spervuur van vragen kwam op mij af. Ze wilden echt alles weten. Ik heb niets te verbergen dus gaf antwoord zolang het niet te persoonlijk werd. Na mijn tweede biertje klapte ik mijn laptop dicht en ging terug naar mijn kamer. De twee met grote vraagtekens achterlatend.
Nadat ik had gedouchte ging ik op zoek naar een restaurant of hotel waar ik fatsoenlijk kon eten voor een redelijke prijs. Ik informeerde eerst bij de barkeeper en kreeg te horen dat het "Caledonian Hotel" een goede steak serveerde. Caledonian? Daar was ik toch geweest? Toen ik bij het hotel aankwam klopte het dat de naam mij bekend voorkwam. Ik was er binnen geweest om te vragen of ze een kamer voor me hadden. Het hotel was nu een bar, aan de zijkant een kamer vol met gokkasten en s'avonds kon je er ook eten. Ik koos opnieuw voor de T-bone. Hij was OK. Niet zo goed als de vorige avond maar, OK. De prijs was ook anders, het was wat duurder maar toch nog acceptabel. Het zou ook moeilijk zijn om de T-bone van die eerste avond te verbeteren. Ik keek eens goed om mij heen en zag dat deze bar toch wel anders was dan die van vanmiddag. In de bar van het "Commercial" stapte iedereen weg van de bar die een sigaret wilde roken. Hier zat iedereen aan de bar te roken. Terwijl dit tegen de wet is! Ik liet het hier maar bij en besloot om niet te vragen naar het waarom. Nadat ik klaar was met mijn T-bone verliet ik de bar en slenterde langzaam richting mijn hotel.
Onderweg nam ik nog een biertje in een bar waar een bandje speelde maar de sfeer was zo gespannen dat ik besloot snel door te gaan naar mijn eigen hotel en daar nog een biertje te doen. Het was er niet druk. Twee jongens speelden poolbiljart. Aan de bar zat de vrouw van die middag samen met een andere man. Er zat nog een vrouw, ik schat van halverwege de zestig, alleen aan de bar die af en toe een opmerking in het niets plaatse gevolgd door een bestelling, Bacardi Coke. Ik bestelde een biertje en voelde de ogen van de twee biljarters in mijn rug prikken. De vrouw met de Bacardi Coke bekeek mij van top tot teen vanuit haar ooghoeken en het andere stel had plotseling een stuk minder gesprekstof. De man begon op een vriendelijke toon te informeren naar mijn afkomst en mijn doel. Ik vertelde dat ik op reis was en dat ik mijn ervaringen opschreef en korte verhalen of reisverslagen. Nee, ik was geen beroeps. Het was maar een hobby en het stelde dan ook niet veel voor. Met de minuut werd het gezelliger en ook de achterdocht van de vrouw verdween. De man bood mij een biertje aan en de jongens vroegen of ik wilde biljarten. Uiteindelijk had ik geen keuze. Ik hou niet zo van biljarten en ik kan er ook niets van maar in dit geval moest ik gewoon meedoen. Anthony, oftewel Tony de automonteur speelde samen met zijn vriend en ik speelde samen met de andere man. Tony was een goede speler. Al zingend en dansend bewoog hij rond het biljard en liet de ene na de andere gekleurde bal in één van de zakken verdwijnen. En als hij bij uitzondering miste zong hij nog harder en nam een slok van zijn Bourbon Coke. Ze moesten wel lachen als ik weer eens een bal totaal miste of de witte speelbal in één van de zakken liet verdwijnen.
De nieuwsgierige vrouw bleek de vrouw van de eigenaar te zijn. Zij hadden dit hotel drie jaar geleden gekocht. Ik begreep nu waarom de kamers zo duur waren geworden. Ze gooide een ruime hoeveelheid dollar munten in de jukebox en de muziek werd dus gratis. We begonnen omstebeurt gouwe ouwe te draaien. Voordat ik realiseerde wat ik deed had ik de eenzame vrouw, die Beth heette, tot grote hilariteit van de andere gasten ten dans gevraagd. We stonden te swingen op Elvis Presley. De sfeer zat er goed in. Ik werd nu ook ingelicht waarom ze zo stug waren geweest. Ze dachten dat ik één af andere controleur was die hotels doorlichte. Ik snap nu nog niet waarop ze dit gebaseerd zouden kunnen hebben. Een rare snuiter in shorts op sandalen. Sluitingstijd naderde snel en toen ik mijn laatste slok naar binnen had gewerkt nam ik van iedereen afscheid en ging snel naar bed. Morgen weer vroeg op.

Grenfell - Young - Temora - Griffith - Goolgowi - Hay = 459 km. + 397 km. = 856 km. Totaal.

donderdag 6 november 2003

Australië, Go west

Grenfell, 06/11/2003

Toen ik om zes uur opstond had ik niet kunnen bevroeden dat het zo'n vruchtbare dag zou worden. Mijn gebruikelijke ontbijt van witte bonen in tomatensaus op toast met gebakken eieren en spek stond om half zeven op tafel. Mijn bloedsuiker gemeten, die was in geen maanden zo goed geweest! Het was mijn gebruikelijke gang naar Sydney. De trein van zeven over zeven en deze keer niet de brug over lopen maar uitstappen in Town Hall. Een half uurtje lopen en voordat ik het wist zat ik al met de auto in de tunnel onder de haven van Sydney. Ik moest eerst nog even terug om mijn bagage op te halen en de voorraad die ik had aangeschaft. Teveel natuurlijk!
Ik heb namelijk mijn plannen alweer gewijzigd. Ik ga niet naar Perth rijden. Ik heb er goed over nagedacht en ik vindt de verdubbeling van de prijs voor de huurauto wel een beetje overdreven. Dus, nu eerst west richting "Broken Hill". Daarna waarschijnlijk vliegen naar Perth en daar opnieuw een auto huren. Zelfde bedrijf, twee dollar per dag goedkoper en duizend dollar uitgespaard. Een flink bedrag dus.
Nadat ik alles in de auto had geladen en afscheid genomen van mijn oom en tante reed ik richting Parramatta van waar ik de autoweg naar Lithgow zou nemen. Ik was eigenlijk al voorbij de afslag van Galston toen ik mij bedacht dat ik ook binnendoor zou kunnen rijden. De "Galston Gorge" schijnt mooi te zijn volgens de lokale reisgids en ik had hem nog nooit gezien.
Snel in Hornsby omgedraaid en de afslag genomen naar Galston. De wegen binnendoor zijn ook nog eens rustiger en je ziet dus meer! Als een complete verrassing stond ik net buiten Galston oog in oog met een kudde lama's. Lama's! Meteen op de rem en even een plaatje schieten. Het verhaal van de dag. Voorbij Galston slingerde ik me met een snelheid van zo'n zeventig kilometer per uur door het woud van eucalyptus bomen. Langzaam veranderde het landschap en ik kon merken dat ik dichter bij de "Blue Mountains" kwam.De bomen links en rechts van de weg vertoonden nog de littekens van de verschrikkelijke bosbranden die hier in de zomer van 2002/2003 hadden gewoed. Al lijkt het heel erg, veel van de bomen en planten zijn eraan gewend en ook op gebouwd. Er zijn zelfs bomen die een brand nodig hebben om zich te kunnen voorplanten.
Ik reed door Windsor en Richmond op een weg die weinig gebruikt wordt door het verkeer. Bij Lithgow werd het weer drukker. De hoofdweg door de "Blue mountains" voegde zich hier samen met de weg die ik had gereden. Eenmaal voorbij Bathurst werd het plotseling weer rustig. Het landschap ging over van bergen en kloven naar een meer rollend groen landschap. Schapenland!
Mijn lunch bestond uit drie volkoren boterhammen met sardientjes in tomatensaus en als toetje nog twee mandarijnen. Nou! Ik ga zelfs nog gezond eten dacht ik. En denken deed ik veel de eerste uren in de auto. Onder het genot van blues, dacht ik veel na. Ik had weer twijfels. Wilde ik dit wel? Alleen? Mijn trip met Stuart in Tasmanië was een hele goede geweest. Ik zou waarschijnlijk deze trip aan die in Tasmanië spiegelen. Ik wist niet eens waar ik heenging of voor hoelang! Rustig aan kereltje, rustig aan. Mijn gemoedstoestand klaarde op en voordat ik het wist zat ik uit volle borst mee te zingen met de muziek. Het zou allemaal wel goed komen.
Ontwaakt uit mijn trance zag ik velden met paarse bloemen. "Patterson's curse genoemd door de lokale bevolking. Een schitterend gezicht. Bij de eerste de beste mogelijkheid stopte ik om het eens allemaal goed te bekijken. Paarse heuvels! Het herinnerde mij eraan dat het nu lente is. Ja, november is lente "down under". Misschien als ik geluk heb staat de "outback" ook in volle bloei. Een paar kilometer verder stond er ook een stop gepland, en wel in "Carcour". Een oud stadje dat in 1839 is gesticht. Het stadje is bijna nog geheel in oorspronkelijk staat, daarom heeft de "National Trust" het op een lijst van erfgoed geplaatst. Het stadje sliep nog en afgezien van de moderne auto's leek het echt of de tijd had stil gestaan. Na een half uurtje te hebben rondgekeken werd het nu toch wel tijd om door te gaan naar "Grenfell" mijn eindbestemming."Grenfell", een ander slapend provincie stadje. Dat was in het verleden wel anders. Zoals veel van deze provincie stadjes is ook "Grenfell" ontstaan ten tijde van de goldrush. In 1867 waren er niet minder dan 10.000 goudzoekers in de buurt te vinden. De belangrijkste en meest bekende was de vader van "Henry Lawson". De bekende schrijver is hier in 1867 op de goudvelden geboren. Alles werd nu minder. Minder auto's, minder huizen, minder bomen, alles werd minder.
Ik heb mijn intrek genomen in het "Royal Hotel", een oud hotel zoals ik dat alleen maar uit Australië ken. $22.- voor een nacht, na een kort gesprek met de barkeeper kreeg ik het voor elkaar dat ik een kamer met een tweepersoons bed kreeg. Lekker breed liggen dus. In de bar zat de normale mengelmoes van klanten die je in een plattelandskroeg tegenkomt. Een paar zitten te gokken op de paarden of de windhonden. Een groepje zit verveeld achter speelautomaten. Een eenzame man zit uit het raam te staren, waar net zoveel gebeurd als op het testbeeld van je tv. De dorpsgek, Alan Crow, spreekt meteen iedere vreemde, mij dus, aan en iedereen heeft een avond uit.
Het dialect was een beetje te zwaar voor mij. Het is dus gevaarlijk om ja en nee te zeggen. Een vriendelijke man die veel te zwaar is voor zijn lengte schiet te hulp en hij legt uit dat het een traditie is dat de man, die ik niet verstaan kan, vecht met de zo juist aangekomen vreemdeling. Ik lach nerveus en vertel de oude knakker dat ik beter kan kussen dan vechten. De hele bar schatert van het lachen en het lijkt dat het gevaar is afgewend. Als hij weer tegen mij begint te praten begin ik hem al beter verstaan. Hij vraagt waar ik heen ga. Als ik antwoord, "Broken Hill" kijkt hij heel ernstig. Weet ik eigenlijk wel waarom in "Broken Hill" de kraaien achteruit vliegen? Nee. "Nou dan krijgen ze geen stof in hun ogen", antwoord hij. De hele bar begint opnieuw te schateren en het ijs is gebroken. Ik drink nog een biertje en heb een kort gesprek over niets met de dikke man.Een ander vermeldenswaardig punt is het eten. In deze hotels kun je eten als een vorst. Dus even de kaart gevraagd en met een goedkeurende blik de T-bone besteld. Ik had hem al zien staan op tafel bij een andere klant. Een joekel van een T-bone met jus, friet, wortelpuree, doperwten, bloemkool, pompoenpuree, aardappelpuree en aardappelen met kaassaus. Een koningsmaal voor de weggeefprijs van zes euro vijftig. De oude vrouw met iets te blauwe oogschaduw en rode lippen komt ook nog vragen of alles naar wens was.
Een korte wandeling, een biertje en dan naar bed. Dat viel tegen! De jukebox beneden dreunde dwars door het plafond heen. Normaal gesproken gaat een dorpje als dit om half elf dicht. Hier niet dus, er wordt hier op donderdag avond ook het aankomende weekend gevierd. Na een kopje thee en een tijdje gelezen te hebben begon het me te irriteren. Maar ja, wat kan ik doen? Niets, gewoon opletten in het volgende hotel. Toen om kwart over twaalf eindelijk de muziek verstomde was ik over mijn slaap heen. De hele nacht heb ik liggen woelen en de vreemdste dromen gehad. Over water en samenzweringen in de liefde en vriendschap.

Asquith - Galston - Pitt Town - Windsor - Richmond - Lithgow - Bathurst - Carcour - Grenfell = 397 km

dinsdag 4 november 2003

Australië, De voorbereiding

Sydney, 2-4/11/2003

Na een dag rust en een dag barbecue party met de familie werd het dan eindelijk tijd om op pad te gaan en te bekijken wat de mogelijkheden waren. Zondag werd er uitgeslapen en nadat ik de familie had uitgewuifd en mijn ontbijt naar binnen had gewerkt werd het tijd om de stad in te gaan. Een fikse regenbui hield mij binnen en dus werd het een trein later.
Vanaf "Millson's Point" liep ik voor de zoveelste keer over de "Sydney Harbour Bridge", een wandeling die me nooit verveeld. Aan het einde van de brug voelde ik de eerste druppels regen in mijn gezicht. De dreigende lucht hing boven het zuiden en kwam duidelijk mijn kant op. Positief denken Jiel. Natuurlijk, positief denken. Ik was nog niet aangekomen op de "Circular Quay" en de druppels waren al overgegaan in regen. Positief denken Jiel. Ja, rustig doorlopen. Net voordat ik bij "St. Mary's Cathedral" kwam begon het dus echt te stortregenen. Een verlaten bushokje bood me bescherming. Rillend van de kou zag ik in de verte alweer de blauwe lucht verschijnen. Rustig wachten tot het droog is en dan doorlopen naar "Kings Cross", ik zou daar informeren voor een huurauto. De zon straalde mij tegemoet toen ik het bushokje verliet. Eenmaal aangekomen bij "Bayswater" bleek deze op zondag gesloten. Pech!Ik zou ook nog even wat geld wisselen en daar had ik nu ook mooi tijd voor. Noppes, de enige exchange die ik kon vinden bood me ongeveer 10% te weinig. Dat kun je verwachten op zondag, niet? Nou ja, morgen dan maar. "Dymocs" was wel open en daar had ik nog ongeveer dertig minuten om me in de boeken te verdiepen die ik misschien nodig zou hebben. Ze waren op voorraad en na een informatief gesprek over websites en Dreamweaver had ik besloten om ook maar dit boek aan te schaffen. Ja, morgen dus. Mijn voeten gingen pijn doen en op de voorkant van mijn scheenbenen schreeuwden hele spiergroepen om te stoppen met lopen. Ik was dus niet zo fit als ik verwacht had. Eenmaal thuis aangekomen bij mijn oom en tante smaakte de curry uitstekend en ook de twee biertjes gingen gemakkelijk naar binnen. Morgen nog maar een keer de stad in.
Nadat ik eigenlijk veel te laat was opgestaan en mijn ontbijt net naar binnen had stoofde mijn oom naar binnen en deelde ons mede dat we meteen moesten vertrekken. Er werd een nieuwe TV aangeschaft en iedereen moest mee. Ik had niet eens tijd om mij te douchen, nee, opschieten we gaan. In de haast was ik mijn cameratas vergeten. Ik wilde een andere kopen omdat de oude niet geheel voldeed aan mijn eisen. Het kopen van de TV was een drama en ik was blij dat ik anderhalf uur later weer in de trein naar de city zat.
Het weer was nu totaal anders, een hemels blauwe lucht met hier en daar een wit wolkje. Ik kon nu wel constructief denken. Ik had nu besloten dat ik ondanks de kosten toch de auto zou huren. Het zijn van die dingen die je toch maar één keer in je leven doet. En wat heeft het voor zin als je later terug moet kijken met spijt in je hart. Ik sprong uit de trein op "Milson's Point", net als gisteren. Fluitend liep ik voor de zoveelste keer de over naar de "Circulair Quay". Het was erg druk in de city omdat er de wereldkampioenschappen rugby aan de gang waren. Ik had nog geprobeerd een kaartje te bemachtigen, tevergeefs. Ik vond dit wel jammer omdat ik graag een wedstrijd had meegemaakt. Want als ik over vier weken weer terug ben in Sydney is alles alweer voorbij.
Na een uurtje stevig doorstappen langs de vele oude zandstenen gebouwen kwam ik bij de autoverhuurder aan en de reservering was zo gemaakt. Da's één, dacht ik. Even stevig doorstappen en op "George Street" zou ik geld wisselen, ik informeerde bij een chinees. Daarna even door bij de Indiër, die gaf $4 minder. Ik vroeg of dat zijn laatste bod was en vertelde ondertussen dat de chinees meer gaf. "Hoeveel meer", wilde hij weten. "Ja dat zeg ik niet, jij wil mijn euro's kopen", antwoordde ik. Na een telefoontje bood hij $22 meer voor mijn geld, mooi meegenomen.
Op de terugweg naar het station nog even snel mijn boeken gekocht. Na een vruchtbare middag zat ik vermoeid in de trein. Pas nu merkte ik dat mijn benen en voeten enorm pijn deden. Dat zal wel anders zijn na mijn reis hoop ik. Nog een twee dagen uitrusten en wat kleine dingen regelen. Ook nog lezen over waar ik wil stoppen en slapen, en dan onderweg. Ik kijk er naar uit, eindelijk de open weg en het oneindige landschap voor me.
Dat was dus anders als ik me had voorgesteld. Mijn oom had twee dagen vrij genomen en wilde met mij de stad in. Het begint zo ondertussen een beetje een traditie te worden. Het toeval wilde dat onze dag uit viel op dezelfde dag als de "Melbourne Cup". In de trein zag je veel mensen uitgedost in de meest vreemde kledij, inclusief hoedjes. Nadat we de brug hadden gelopen en onze koffie hadden gedronken bij "Rossini" aan de "Circulair Quay", gingen we door Pitt Street richting "Paddy's Market". Niet voordat we een gokje hadden gewaagd op winnaar van de de race. Links en rechts kijkend naar de mensen in de feestelijke kledij. Elke club had wel een speciale lunch met champagne samengesteld om deze paardenrace een extra cachet te geven. Uitnodiging verplicht en een kleerkast van een uitsmijter aan de deur.Wij kwamen in een Ierse Pub terecht waar het bier ons goed smaakte. Na dat biertje hadden we stevig trek gekregen. De lunch, samengesteld uit drie gerechten en bami, smaakte ook goed. Het was een enorm vol bord met een flinke kop erop. Onder het eten begon mijn oom te klagen dat hij niet het hele stuk terug kon lopen. "Nee, niet dat hele stuk terug". "Ik neem de bus", klaagde hij. "Als we rustig lopen hoeft het geen probleem te zijn", probeerde ik hem te overtuigen. "Dan kan het eten ook lekker zakken", voegde ik er aan toe. Tien minuten later slenterden we samen door George Street richting "de Rocks".
In "de Rocks", Sydney's oudste buurt, vindt je bars, restaurants en kunstgalerijen.
Hier is mijn favoriete Ierse Pub, "het Mercantile Hotel", gevestigd. De bar was niet zo vol als we verwacht hadden, een groot scherm gaf ons het laatste nieuws over de race van tien minuten over drie. Het was half twee. Het kon dus nog druk worden. We hadden zeker nog twee uur voor de boeg en dat betekende dat we een redelijke hoeveelheid bier zouden drinken voordat we naar huis gingen.
Casey, mijn oom, ging aan een tafeltje zitten. Aan de bar was het verboden te roken, dus ik zat aan de bar. Twee opgetutte dames kwamen de bar binnen en vroegen aan Casey, "is het goed als wij bij u aan tafel komen zitten"? Mijn oom praat nog met een vreemde lantaarnpaal, dit sloeg hij dus niet af. Na zijn gewoonlijke "lovely dress and lovely smile" begon hij over zijn cousin uit Nederland die in Thailand woont enz enz. Een van de twee dames bleek uit Zwitserland te komen.
Zij stond op en kwam met mij praten. Tenminste, dat dacht ik. Zij keek naar mijn oren en vanaf dat moment kreeg ik ongevraagd een stortvloed van informatie over mijn karakter over mij heen. Ze bleef maar praten met haar "Allo, allo" accent. Een bezoek aan het toilet bracht haar niet van streek. De race van tien over drie bracht mij redding. Ik zei tegen haar dat het tijd was om te gaan zitten en naar de race te kijken. Morrend nam ze plaats aan het tafeltje.
De race is maar één rondje en na een drietal minuten voorbij. Ze stond meteen op om haar verhaal af te maken. Ik schoot van mijn kruk af en ging richting toilet. "Zo, daar ben ik mooi vanaf", dacht ik. En ja hoor. Ze had ondertussen haar slachtoffer gevonden in een Schotse jongen die in volle kledendracht in de bar zat. Hij bleek net een tour te hebben beëindigd met zijn band. Hij was in Korea geweest. De oude dame dreef hem bijna tot zelfmoord. Ik was in ieder geval verlost van haar.
De andere dame, Audrey, had een heel verhaal te vertellen. Ik heb plechtig beloofd om dit niet door te vertellen op mijn site omdat het haar in de problemen zou kunnen brengen. Misschien over dat ik het wel over een paar jaar vertel. Tijdens haar verhaal dronken we nog een paar biertjes en whiskey's. "Jamesons", wel te verstaan. Het was teveel allemaal. Dronken en voldaan gingen we richting de trein. Van de trein kan ik me weinig meer herinneren, eenmaal thuis dronken we nog een biertje en gingen naar bed. Morgen proviand inslaan en nog was rusten. Overmorgen gaan we op weg.
Copyright/Disclaimer