woensdag 27 januari 1999

Thailand, de roadtrip terug naar Soppong

Pai (Charlie’s House)

Het zou een zware dag worden vandaag. Marieke houdt nu eenmaal niet van het antwoord Néé. Ik stapte met mijn verkeerde been uit bed en dat werd natuurlijk meteen opgemerkt door mijn kamergenoot. Het was al een fout begin van de dag en wat er gisterenavond was gebeurd zat mij ook niet lekker, en dat was duidelijk te merken.
Kleine dingen gingen mij nu irriteren. De manier waarop ze die brommer bereed, het vastpakken onder het rijden en nog veel meer. Aangekomen in Soppong was ik gewoon aan mijn ontbijt toe en dat werd met tegenstribbelen genuttigd in het “T-Rex restaurant”. Ik voelde mij een stuk beter en was niet meer zo licht aangebrand. Alhoewel Marieke nog steeds vaak “het is hier niet gezellig” argument aandroeg om maar ergens anders te gaan eten. Mij maakte dat niets uit, als het eten maar goed en niet te duur was.

De grotten van “Tham Lot” waren ongelofelijk en zeker een aanrader als je ooit in de buurt bent. We bezochten later ook nog “Hot Springs” die ook langs de weg stonden aangegeven, niets bijzonders en deze kan je gewoon voorbij rijden.

Op de terugweg begon het hele drama weer van voor af aan. Het proberen vast te pakken onder het rijden en meer van die gevaarlijke caperiolen. Het was dan ook onafwendbaar dat er iets zou gebeuren. En ja hoor, Marieke maakte een smakkerd met de brommer tegen het asfalt. Een paar schaafwonden maar verders niets ernstigs.
Ons gedrag zette wel de toon voor de avond. Het hele gesprek ging alleen over ontwijken, ontkennen, negeren en wat er vandaag was gebeurd. Ik maakte haar duidelijk dat ik haar niet ontweek maar dat het berijden van een brommer in een vreemd land een andere discipline vereist dan wat er vandaag was gebeurd. Ik vertelde haar ook over mijn gevoelens en gedachten over wat er tussen ons aan het gebeuren was.

Uiteindelijk waren we het er wel over eens dat we ons meer volwassen moesten gedragen. Later die avond luisterden we samen in bed nog naar Bon Jovi muziekcassettes en gingen rustig apart slapen. Morgen weer een reisdag en wel naar “Chiang Rai”.

dinsdag 26 januari 1999

Thailand: de hippies in Pai

Pai (Charlie’s House), 26 januari 1999

De zoveelste reisdag was aangebroken. Wat ik ondertussen al wel heb geleerd in deze eerste twee weken in Thailand is dat je altijd een dag verliest tussen twee bestemmingen. Dus als je erg snel wilt reizen door dit schitterende land dan heb je maar 50% van de tijd om ècht wat te zien. Blijf je ergens een dag langer dan gaat het al snel naar 67% en dat scheelt een slok op een borrel.
De afstand tussen “Mae Hong Son” en “Pai” is niet echt groot dus was er geen enkele reden om ons op deze ochtend te haasten. Je kan onder normale omstandigheden toch pas na twaalf uur inchecken in een GH. Na een heerlijk ontbijt in een plezierige en vriendelijke sfeer beklommen we rond half elf, gepakt en bezakt, de treden van de oude gammele bus die ons voor 47 baht per persoon naar “Pai” zou brengen. Ik zocht natuurlijk plaatsje aan een open raam, om zoveel mogelijk te kunnen zien, ondanks het risico van één zonverbrande arm.
1999-01-26_094008picasaw
Het berglandschap waar we doorheen rijden is zo mooi dat we ons op een andere planeet wanen. Na een korte stop in “Soppong” weten we ook al dat we morgen weer voor een dag brommertjes gaan huren en een heel stuk van deze weg opnieuw gaan rijden. We hebben ook al over de grotten in de buurt geïnformeerd en deze zijn volgens onze, niet zo onafhankelijke, informatie de moeite waard, ze behoren zelfs tot de langste ter wereld. Maar die grotten zijn voor morgen.
Mooie vergezichten
Wij zijn snel tevreden met een slaapplaats en hebben dus helemaal geen zin om onder een brandende zon een eindeloos aantal guesthouses te bezoeken om uiteindelijk weer bij de eerste uit te komen. Op nog geen honderd meter van het busstation vinden we het “Charlie’s House” en de geboden luxe, in combinatie met de prijs, van het guesthouse is voldoende voor twee nachten. Helaas is er maar één kamer met twee eenpersoonsbedden beschikbaar. 100 baht per kamer, dus 50 baht per persoon per nacht. Mijn avondeten is in ieder geval betaald vanavond! Maar het onafwendbare lijkt nu geforceerd.
Marieke blijft achter in de kamer, voor wat privacy en wat vrouwendingen, en ik loop het dorp in voor een eerste oriëntatie en om te zien of ik twee brommertjes voor morgen kan regelen. Het is allemaal snel geregeld voor de eerste brommer en na tien minuten heb ik de tweede ook gereserveerd, dat wordt morgen dus een mooie “roadtrip terug naar Soppong”.
Het loopt al tegen het einde van de middag wanneer we samen op pad gaan om te eten. Reizen en het opnemen van nieuwe ervaringen en plaatsen maakt nu eenmaal hongerig èn dorstig! We lopen wat rond door het kleine dorp en uiteindelijk valt onze keuze op een eettentje met de vreemde naam: “Be-Bop”. Een handgeschreven schoolbord voor de deur kondigt aan dat later op de avond ook een live band zal komen spelen. Het wordt voor ons dus een soort verlenging van onze avonden in “Mae Hong Son”. Het eten smaakt ons goed en tijdens de maaltijd kijk ik eens goed om mij heen wat hier voor vreemde mensen rondhangen.
Het lijkt nog het meest op een menselijke dierentuin gevuld met hippies die net uit een tijdmachine zijn gestapt, communistische wereldverbeteraars die leven op een kom rijst en een halve papaja per dag, lesbiennes die thuis niet worden begrepen en hier met elkaar het paradijs hebben gevonden en principiële vegetariërs die de onderdrukte dieren uit het regenwoud komen helpen en beschermen. Zeg maar een “Khao San road” op steroïden. Enkele van die vreemde vogels komen je met de meest kleverige en zielige verhalen lastig vallen. Steevast met als einde van hun verhaal of je misschien een biertje voor ze wil kopen of een donatie geven voor een of ander zweverig project, zwerfdieren en weeskinderen blijken populair, dat ze aan het opzetten zijn maar waar nog nooit een levend persoon van heeft gehoord. Nou, dat is dan jammer maar helaas, ik doe niet aan liefdadigheid.
‘Ik heb in Amsterdam al gegeven!’, is steevast mijn antwoord waarna ze verbaasd weer in de menigte verdwijnen.
De band is erg leuk en de mondharmonica speler, gestoken in een camouflagepak, die per ongeluk zijn mondharmonica bij hem had was ook de moeite waard. Het was een heel plezierige avond met een verwachte onplezierige finale.
Het samenzijn op één kamer was geen goed idee en ik had er meteen al erg veel spijt van, ik wilde mijn reisgenoot houden zoals ze van het begin aan was geweest. Een leuke reispartner om een stuk van Thailand mee te ontdekken. Altijd in de wetenschap dat we op een punt zouden komen waar we uit elkaar zouden gaan. Mooie herinneringen zouden voor eeuwig bij ons blijven en we zouden elkaar honderd procent zeker weer op een andere plaats ontmoeten.
Het was vanaf het begin duidelijk dat na de gezellige avond mijn reisgenoot wat meer wilde terwijl ik gewoon wilde slapen. Voor beiden een ongemakkelijke situatie.

maandag 25 januari 1999

Thailand: Tussen de wolken

Mae Hong Son (Jong Kham Guesthouse)

Het was nog pikdonker toen de wekker afliep. Half zes in de ochtend! En dan zonder ontbijt de berg “Doi Kong Mu” beklimmen waar het “Wat Phai Doi” klooster op de top ligt, 1500 meter boven de zeespiegel.

De reden voor deze vroege beklimming was om het opkomen van de zon te zien en de zee van mist die tussen de bergen hangt ‘s morgens. Dit plaatje zie in honderden boeken en op ansichtkaarten. Zelf had ik het op de voorkant van een Thais kookboek staan en er vaak naar gekeken zonder er aan gedacht te hebben hier ooit zelf zou staan. Maar nu wilden wij dit natuurverschijnsel met onze eigen ogen aanschouwen.
We hadden pech, het spektakel van de mist was uiteindelijk niet zo goed als we hadden gehoopt. De zonsopkomst was eigenlijk gewoon.

De tempel was weer wel een pareltje om te zien. Vooral in de schemer van de ochtendzon voelde ik me dichterbij Buddha dan ooit tevoren. Marieke had me gisteren dus verteld dat ze me wel zag zitten en ik was daar in zijn geheel niet blij mee. We konden het heel goed met elkaar vinden en dit resulteerde in gezellige avonden met elkaar. De Thaise whisky en het Singha bier stroomden elke avond rijkelijk. Ik kon mijzelf in de verste verten niet aan mijn geplande budget houden.
“Als ze naar Laos is gaat het wel beter”, dacht ik.
“Als we maar tot Chiang Mai samen zouden blijven!”, hoopte ik.
Het idee om alleen verder te moeten gaan begon me opnieuw te benauwen. Ik zou alles proberen om haar van me af te houden. Dat wist ik zeker. Niet omdat ze niet aantrekkelijk was maar omdat ikzelf er nog niet klaar voor was om alleen verder te gaan.

Om half acht waren we weer onder aan de berg en er werd snel ontbeten. Erg snel, want om iets over acht zaten we op de brommer richting attractie nummer twee van de dag. Het was koel op de brommer, later kreeg ik het zelfs koud. Een vreemde gewaarwording in een land waarvan je verwacht dat het tropisch warm zal zijn. In de bergen is het zeker andere koek en later werd mij verteld dat het soms in het koele seizoen zelfs kan vriezen hier. Slingerende wegen rond hoger wordende bergen. Mooie vergezichten en de mist was grotendeels verdwenen, de zon won nu aan kracht.

Bij de ingang van het “Longneck Karen” dorp moest er een stevige 250 baht entree worden betaald, je kreeg netjes een kaartje en kon daarna vrij door het dorp wandelen. Natuurlijk best goed bedacht als je bedenkt dat het minimum loon nu net boven de 100 baht per dag ligt! Een paar toeristen per dag en niemand hoeft er meer te werken. Het was wel vreemd dat het geld werd geïnd door soldaten van het “Koninklijke Thaise Leger”. We waren hier weer dicht bij de grens met Birma, het leger had ook overal controleposten ingericht om illegalen zoveel mogelijk te ontmoedigen om Thailand in te komen.

We slenterden door het dorp en vergaapten ons aan het vreemde volk met de lange nekken dat ook op duizenden plaatjes en ansichtkaarten staat. In werkelijkheid zijn de nekken net zo lang als bij een ander mens, het is een opties bedrog. Al vanaf jonge leeftijd worden er koperen ringen bij de meisjes aangebracht. Deze ringen verlagen de schouders waarna het lijkt dat de nekken langer zijn geworden. Vandaar de naam de “Longneck Karen”.

We waren snel klaar en gingen op weg naar een waterval die nog verder van “Mae Hong Son” verwijderd was. De “Pha Tua” watervallen waren opgedroogd dit koele seizoen en het pisstraaltje water wat er naar beneden kwam kon weinig indruk maken op de bezoekers van deze plaats.
Onderweg op een mooi punt met een fantastisch uitzicht aten we in de zon de boterhammen die we van het “Sunflower” restaurant hadden meegenomen. Een welkome rust want de billen begonnen al een beetje doof aan te voelen. Toen we opnieuw het zadel kozen ging de reis richting de laatste attractie van de dag.

De vissengrot, oftewel “Tham Plaa”. Na een stukje lopen van de parkeerplaats naar de grot keken we naar een gat in een rotswand, zeg maar een soort raam, en daar zagen we honderden vissen zwemmen. Niemand wist waar de ingang of uitgang van de grot was maar die vissen zaten er al zolang de bevolking uit de buurt zich kon herinneren. Best leuk maar niet zo spectaculair als we hadden gehoopt. Dat was ook wel te begrijpen want de “Oe en Aa” factor kwam steeds hoger te liggen na al die schoonheid die we in de afgelopen twee weken al hadden gezien.

De dag zat er op en we gingen weer richting “Mae Hong Son”. Onderweg kwam ik nog een oud mannetje tegen die op weg was naar een dorp verderop, lopend. Ik heb hem een lift gegeven achter op de brommer en hij was waarschijnlijk meer verbaasd met de lift dan dat hij blij was.
Tijdens het avondeten gebeurde waar ik al die tijd bang voor was geweest. We kwamen tot het punt om samen te gaan slapen. Natuurlijk had ik hier zin in maar mijn verstand zei dat het niet moest gebeuren. Het zou meer kapot maken dan dat het zou toevoegen aan onze vriendschapsrelatie. Na een wel heel lange stilte tijdens het avondeten en bij de “Lake View Bar” waren wij het uiteindelijk er over eens dat het geen goed idee was. Gelukkig maar, en zo kwam er een einde aan een hele interessante en fijne dag. Morgen gaan we op pad naar een hippie paradijs.
Copyright/Disclaimer