vrijdag 3 april 1998

Australië: Een emotioneel weerzien

Het biermenu

Long Jetty (NSW (Thuis bij Betty en Casey), vrijdag 3 april 1998

Na een uurtje in de lucht komt de aap uit de mouw waarom we allemaal bij elkaar zijn gedreven. De nootjes en het l’eau de Cologne doekje heb ik vooraf al overgeslagen, ik heb de stewardess laten weten mij niet wakker te maken voordat het eten zou worden geserveerd, dus word ik door een leuk jong chinees meisje gewekt om te controleren of ik wel mijn veiligheidsgordel goed, met de nadruk op goed, vast heb zitten. Ik wrijf het slaapzand uit mijn ogen en kijk eens goed om me heen en zie tot mijn grote verbazing alleen maar bezorgde gezichten. Naast de keuken zitten aan beide kanten in het gangpad twee stewardessen zij aan zij vastgesnoerd.

Een mededeling van de gezagvoerder brengt duidelijkheid over wat er aan de hand is en wat ons staat te wachten:
‘Goedenavond dames en heren, hier spreekt uw gezagvoerder. Er zijn berichten binnengekomen van andere gezagvoerders die melden dat er zware turbulentie op dit traject is te verwachten.
Wij gelasten u om ten alle tijde uw veiligheidsgordel vast te laten en alleen wanneer het hoognodig is gebruik te maken van het toilet.
Vraag voordat u naar het toilet gaat eerst assistentie van een stewardess en wacht met het opstaan dat zij bij uw stoel zijn? Zij zijn opgeleid om u bij te staan tijdens de moeilijke omstandigheden.
Ook zullen er tot een nader te bepalen tijdstip geen maaltijden of drankjes worden geserveerd.
Wij houden u regelmatig op de hoogte over de omstandigheden zodra die veranderen. Wij wensen u een prettige vlucht en verontschuldigen ons voor de ongemakken tijdens deze vlucht.’

Nou dat was het dan, er wordt in de business klasse geen woord meer gesproken en iedereen zit elkaar maar een beetje aan te staren. Het viel tenslotte allemaal wel mee, in ieder geval tot nu toe. Het vliegtuig schudde en schokte een beetje maar niet iets waar we ongerust om zouden moeten worden.
Als een donderslag bij heldere hemel valt het vliegtuig tientallen meters omlaag in het luchtruim. Beelden uit alle rampenfilms waarin een vliegtuig de hoofdrol vervuld schieten door mijn hoofd. Verdoofd en verward door het besef van de onverwachte val zijn we niet voorbereid op de volgende val. Deze lijkt nog wel dieper dan de eerste val en ik krijg het gevoel dat mijn maag door mijn slokdarm mijn lichaam wil verlaten. Ik zie in gedachten huilende en lachende mensen om mijn graf staan, en dat terwijl ik na mijn leven niet eens begraven wil worden.
De schokken komen nu steeds sneller achter elkaar en het licht in de cabine wordt gedimd tot een niveau dat we elkaar nog wel kunnen onderscheiden maar onze gezichten niet meer kunnen zien. Er zijn er zeker onder de passagiers die nu bidden tot een hogere macht om ons veilig naar onze bestemming te leiden. Zelf maak ik mezelf wijs dat het technisch wel mogelijk is om een vliegtuig zo sterk te maken dat de vleugels er niet vanaf breken tijdens deze zware turbulentie.
Het is ijzig stil in het vliegtuig, je hoort alleen het ruisen van de wind, die met ruim 800 Km/u langs de buitenkant van de romp glijdt, en het onregelmatig draaien van de vier enorme straalmotoren die onder de vleugels hangen. In een ongemakkelijke situatie als deze worden al je zintuigen scherper omdat ze door je onderbewustzijn in de stand “OVERLEVEN” worden geschakeld. Elk geluid, elk gekraak en elke zucht of schreeuw van een medepassagier klinkt onheilspellend helder en luider dan normaal.
De tijd wordt als een rubberen elastiek uitgerekt en gaat steeds langzamer, wanneer ik, voor mijn gevoel, een uur later op mijn gele HEMA horloge kijk zijn er pas tien minuten voorbij gegaan. Dit is niet leuk!
Vier paar ogen houden ons, als een soort gevangenisbewaarders, onafgebroken in de gaten. Ik wil dat we snel in Sydney aan de grond staan en de stewardessen hopen dat er geen paniek uitbreekt. Één schreeuw van een bange passagier kan een oncontroleerbare paniek onder de overige passagiers laten uitbreken met gevaarlijke gevolgen. Zoals één vonk statische elektriciteit die een hele silo gevuld met stof kan laten ontploffen.
Er lijkt geen einde aan te komen. De afgelopen zes uur zijn een absolute hel geweest! Ik heb geen seconde kunnen slapen en het drinken van een flesje water was ook geen succes. Het natte t-shirt kleeft aan mijn borst terwijl de airconditioning het weinige geabsorbeerde vocht tot een koude onzichtbare plaat heeft omgetoverd.
De turbulentie stopt net zo abrupt als het is begonnen. Maar de reis wordt niet comfortabeler, diep in mijn onderbewustzijn wachten we totdat de volgende serie schokken komt. Gelukkig blijven die ons bespaart en na een half uur rustig stil op je stoel te hebben gedommeld klinkt opnieuw het belletje uit de speakers dat een mededeling aankondigt.

‘Goedemorgen dames en heren, hier spreekt uw gezagvoerder.
Onze excuses voor het ongemak van de afgelopen nacht. We zijn in rustiger weer terecht gekomen en het cabine personeel zal binnen niet al te afzienbare tijd het ontbijt gaan serveren.
Ontspan uzelf en geniet van het ontbijt en de laatste uurtjes op weg naar “Kingsford Smith International Airport” in Sydney.’

Iedereen aan boord van vlucht CX101, inclusief het cabinepersoneel, slaakt een zucht van verlichting. Het is eindelijk voorbij! Ik sluit voor een moment mijn ogen en ben meteen vertrokken naar dromenland. De twee slapeloze nachten achter elkaar hebben me in een wrak veranderd. Ik heb het gevoel dat ik wel 24 uur aan een stuk kan slapen.
Veel kans om te slapen krijg ik niet want voordat ik het weet wordt het tafeltje in de stoel voor me naar beneden geklapt en een klein groen dienblad met het ontbijt voor mijn neus gezet. De geur van omelet en bacon sluipt in mijn neus en activeert mijn smaakpapillen. Het water loopt me in de mond en mijn trek overwint de slaap.
We worden onafgebroken overstelpt met etenswaren en drankjes die de afgelopen nacht noodzakelijk in de koelkasten zijn gebleven. Ik eet mijn buikje rond en ben de angstige momenten van de afgelopen nacht alweer snel vergeten. Nog zo’n aluminium bakje met ontbijt wordt voor me neergezet en de inhoud verdwijnt met veel smaak. We kunnen maar beter eten want anders verdwijnt het toch maar in de vuilnisbak na aankomst in Sydney. De stewardessen overhandigen ons zelfs enkele gesloten blikjes frisdrank per persoon, als compensatie voor de oncomfortabele vlucht. Het cabinepersoneel zet haar beste beentje voor om ons in de overgebleven tijd tot Sydney zo goed mogelijk te verzorgen.
Ik kijk uit het kleine raampje naar buiten en zie de karakteristieke rode aarde van Australië bespikkelt met kleine groene stippen begroeiing, een eeuwenoud continent aan de andere kant van de aarde. Het is voor me moeilijk te bevatten dat onze aarde zo groot is. Na een hazenslaapje zet de gezagvoerder de daling naar de luchthaven in. De opluchting is groot bij iedereen dat het allemaal goed is afgelopen in de wetenschap dat deze vlucht bijna voorbij is en dat Sydney niet ver meer weg is.
Op mijn weg naar de uitgang van het vliegtuig vraag ik nog snel aan een stewardess waarom het vliegtuig zo leeg was. Het antwoord had ik niet voor mijn vlucht naar Sydney moeten horen! Er waren namelijk tijdens de vorige vlucht op dit traject veel gewonden gevallen door de turbulentie en het vliegtuig had zelfs lichte schade opgelopen. Daarom hadden veel passagiers voor onze vlucht ervoor gekozen om hun reis te annuleren of te verzetten om zo op een later tijdstip te vliegen wanneer de turbulentie verdwenen was.
Het “Kingsford Smith International Airport” van Sydney is een heel onvriendelijke luchthaven. Alles is er zo strikt en streng dat je er bang van wordt, je zou haast gaan denken dat je als toerist niet welkom bent in Australië en de ambtenaren allemaal, zonder ook maar één uitzondering, hun opleiding zijn begonnen als gevangenisbewaker. Echt alles wordt gecontroleerd op plantendelen, vruchten, zaden, tabak, alcohol, medicijnen en dierlijke producten. Voor me wordt een pakje thee en een zakje lolly's in beslag genomen om te worden vernietigt. Het zal best wel een goede reden hebben maar voor een buitenstaander uit Europa die voor de eerste keer arriveert blijft het een vreemde ervaring.
De dikke medewerkster van de immigratiedienst stelt me enkele vreemde vragen in een hard dialect die ik niet spontaan kan beantwoorden. Er hapert iets in mijn hoofd en dat maakt me op de een of andere manier een verdacht persoon in de ogen van de vrouw aan de andere kant van het glas.
Ik betrap mezelf dat ik voor een moment naar haar besnorde bovenlip sta te staren en draai snel, en zo onopvallend mogelijk, mijn ogen weg. De vrouw bekijkt me nog eens goed van top tot teen en vraagt of alles wel goed met me is en of ik misschien drugs heb gebruikt. Die vraag verward me nog meer dan dat ik al was. Uit het niets, en ik weet zelf niet waarom, vertel ik haar dat ik met de gehavende vlucht CX101 van Cathay Pacific uit Hong Kong ben gekomen. Er verschijnt een smalle glimlach van medelijden op haar lippen en ze stempelt mijn paspoort. Ik ben eindelijk in Australië! 
Ontvangst door Betty en Casey van Zanten
Ik slinger me door het doolhof van enorme ondoorzichtige glazen wanden naar de ontvangsthal en daar staan ome Kees en tante Betty al op me te wachten. We vallen elkaar in de armen en begroeten elkaar zoals vrienden en familie elkaar altijd op een luchthaven ontmoeten. We hebben niet veel tijd want we hebben nog maar tien minuten om de bus te halen. De eerste indruk van Australië die me altijd bij zal blijven is het weer. Er is geen wolkje aan de lucht maar het is fris. Fris op een manier dat je geen enkele luchtvervuiling ruikt. Het is hier erg schoon.
In de bus verteld Betty dat we eerst met de bus en daarna met de trein verder gaan. Ze hebben de auto bij een station geparkeerd want ze rijden niet graag in de stad, ze hebben ook beiden een “pensioner card” - zeg maar een 65+ pasje - waarmee ze heel goedkoop met het openbaar vervoer kunnen reizen.
Alles is nieuw en ik kijk mijn ogen uit om zoveel mogelijk te kunnen opslaan in mijn geheugen. De treinen zijn heel erg breed en geheel van roestvast staal. Deze treinen zijn gebouwd om lang mee te gaan en aan het interieur te zien zijn ze ook al heel oud. Vreemde harde banken waarbij je de rugleuning heen en weer kan verplaatsen zodat je altijd met je gezicht in de rijrichting kan zitten, en dat met z’n drieën naast elkaar!
We stappen over op een onbekend station in de stad. Ik neem plaats aan het raam en zie de Sydney langzaam overgaan in wildernis. Het is hier wel heel erg mooi, en er is genoeg ruimte voor de 17.000.000 inwoners van dit enorme land. De reis duurt, en duurt, en duurt maar voort en ik vraag nieuwsgierig hoe ver we nog moeten.
‘Nog ruim een uur!’, antwoord Betty. ‘En dan nog een half uurtje met de auto’
Verward door het slaapgebrek en de jetlag kan ik de afstanden in dit uitgestrekte continent nog niet bevatten. Ze wonen ongeveer 120 kilometer ten noorden van Sydney maar noemen het nog steeds “vlakbij Sydney”! Hoe ver is dan in hemelsnaam “ver weg van Sydney”? 
Casey en Betty op de veranda
Na een reis van ruim drie uur stap ik over de drempel van het huis van mijn familie waar ik de eerste twee nachten van mijn reis door Australië zal slapen. Aan het einde van mijn reis zal ik hier wat meer tijd met mijn familie doorbrengen maar voor de komende dagen staat een samenkomst met mijn familie op het programma. 
Casey en Meagan
Een hapje en een drankje en we gaan weer op stap want ik moet eerst Australische Dollars in mijn portemonnee hebben! Zonder geld in mijn zak voel ik me naakt en kwetsbaar! Ik heb voor zesduizend gulden aan travellercheques in Amerikaanse dollars gekocht en daar moet ik nu wat van omwisselen zodat ik eindelijk wat geld ik mijn zak heb.
We gaan met de auto? En dat is meteen de tweede keer dat ik met mijn neus op de uitgestrektheid van dit enorme land wordt gedrukt. Alles gaat hier met de auto, openbaar vervoer is dun en werkt alleen in de grote steden. Het omwisselen van mijn travellercheques gaat met een voor een Nederlander onbekende vorm van voorzichtigheid die er zeker voor zorgt dat er twee keer zoveel mensen in dit filiaal van de bank werken dan er echt nodig is. Een soort werkverschaffing in het kwadraat. Ik wissel drie cheques van honderd Amerikaanse Dollars om en ik ga er van uit dat dat voldoende is om tot Katoomba in de “Blue Mountains” te geraken.
Ik heb dus 6000 gulden tot mijn beschikking voor ongeveer 90 dagen. Met een budget van ongeveer 50 gulden per dag zou ik voldoende overhouden om onderweg nog wat leuke dingen extra te doen! Alles is thuis en onderweg meerdere keren doorberekend, zelfverzekerd en met een stapeltje Australische dollars in de zak stap ik weer bij ome Kees in de auto.
‘We gaan eerst naar de “Bottle Shop” wat bier kopen!’, zegt Kees en rijdt weg.
Brede verlaten straten. Grote bungalows op enorme lappen grond, ruimte hebben ze hier genoeg! Ik weet nog steeds niet goed wat ik me hierbij moet voorstellen, beelden van Florida en andere Amerikaanse staten schieten door mijn hoofd. Het lijkt hier niet op het oude Engeland zoals ik had verwacht. 
Het biermenu
Bij de slijterij krijg ik de schrik van mijn leven. Vol ongeloof kijk in naar de prijslijst die boven de toonbank hangt. Er beginnen radertjes in mijn hoeft te draaien om uit te rekenen wat een kratje bier hier in Australië kost.
De eerste uitkomst lijkt me onmogelijk dus voer ik de gegevens voor een tweede keer in de virtuele rekenmachine in. De tweede keer krijg ik dezelfde uitkomst! Drie keer is scheepsrecht, en ook deze keer kom ik op dezelfde prijs uit! 29 Dollar is ongeveer 45 harde Nederlandse guldens voor een kratje bier! 
50 Dollar Australië biljet
Nog duizelig van het hoofdrekenen overhandig ik het bruine plastic bankbiljet aan de grote man aan de andere kant van de toonbank.
Terwijl hij het wisselgeld natelt lees ik op een de muur achter hem de volgende tekst:


LIQUER ACT 1982


Het is een overtreding voor elk persoon om een aangeschoten persoon alcohol te verkopen of te geven. 


Penalty $ 2000


Dat is dus een boete van ruim 3.000 gulden! De helft van mijn budget voor de komende drie maanden! Effe een laat biertje halen zal er hier dus wel niet in zitten.
Het is stil in de auto op de terugweg naar huis. Kees weet niet goed wat te zeggen over de dood van zijn zuster en mijn missie om haar as naar Australië te brengen. Zelf zit ik, terwijl ik het voorstedelijk landschap van een Australische stad in me probeer op te nemen, onafgebroken te hoofdrekenen.
Mijn berekeningen en budget zijn in een klap aan flarden geschoten. Ik ben minder dan twaalf uur in Australië en moet al naar plan B overschakelen, een plan B dat ik eigenlijk niet heb. Ik heb alleen een VISA kredietkaart met een paar duizend gulden krediet voor noodgevallen, en is dit op de eerste dag van mijn reis wel een noodgeval?
Op onze eerste avond in The Entrance (NSW) eten we “Chook roast” uit de oven en vloeit het bier rijkelijk en laat de vermoeidheid zich al snel gelden. Het is nog geen tien uur als ik onder de dekens kruip, de reis naar de start van mijn zwerftocht rond Australië is volbracht! Welterusten.

donderdag 2 april 1998

Hong Kong: In een andere wereld

Star Ferries

In het vliegtuig, donderdag 2 april 1998

Onderweg, van Amsterdam naar mijn eerste stop in Hong Kong, heb ik niet zo heel veel geslapen. Ik was erg opgewonden over de drie maanden die voor me liggen en tijdens de lange periodes dat ik in het vliegtuig wakker was probeerde ik me een voorstelling te maken van wat me in dat vreemde land te wachten zou staan.  Zicht op Hong Kong
Tijdens de landing op de Kai Tak luchthaven van Hong Kong kon ik al een voorproefje nemen op wat ik eenmaal op de grond kon verwachten. Wolkenkrabbers tussen groene heuvels. Miljoenen mensen op een klein stukje China onder Brits bestuur.
In de terminal van de oude luchthaven “Kai Tak” is het direct duidelijk dat deze luchthaven op zijn laatste benen loopt en dat de verhuizing naar de nieuwe “Chek Lap Kok” aanstaande is. Veel winkels zijn aan het uitverkopen. Half lege winkels maken maar een armoedige indruk op de voorbij lopende reizigers. De sfeer is er bedrukt en veel winkels en restaurants zijn al gesloten en er liggen als donkere gaten in de winkelgalerijen.
Mijn gedachten razen door mijn hoofd wanneer ik me in de levendige massa Chinezen in de aankomsthal stort. Een ding staat als een paal boven water! Het is absoluut anders dan ik me had voorgesteld. De tv kan de werkelijkheid naar believen verdraaien of veranderen! Dat is nu wel duidelijk.
Wat is er dan precies anders? Nou, alles! De mensen, het geld, het openbaar vervoer, de taal, het eten, de geuren en kleuren om je heen en nog veel meer. Het is een heel andere wereld dan Nederland waar ik in terecht ben gekomen. Ik zoek mijn weg door het doolhof van de terminal naar de uitgang van de terminal. Op een grote plattegrond aan een kale lichtgroene muur zie ik dat ik niet ècht ver weg ben van de haven, slechts enkele kilometers.
Na die lange tijd in het vliegtuig zitten ben ik wel aan een wandeling toe. Maar eerst moet ik geld wisselen! Waar, en hoeveel? Ik heb verschillende briefjes in mijn documenttasje, dat om mijn nek onder mijn t-shirt hangt, zitten en peuter voorzichtig, en waarschijnlijk voor de op de loer liggende zakkenrollers zeer opzichtig, een briefje van 25 gulden tevoorschijn. 
25 gulden biljet
Ik bekijk het rode 25 gulden biljet nog eens goed en vraag mezelf hardop af of dat voldoende is voor een dag in Hong Kong. Ik heb geen enkel idee wat het hier allemaal kost dus denk ik dat het uiteindelijk wel genoeg zal moeten zijn. Tenslotte is het alleen maar voor wat te eten en te drinken èn heel misschien met de tram naar de top van de “Victoria Peak”.
Ik ben niet de enige die vandaag Hong Kong Dollars nodig heeft! Er staat een rij mensen te wachten voor een loket onder een brede gele lichtbak met daarop de verlossende zwarte letters “Money Changer”. Wanneer ik eindelijk aan de beurt ben schuif ik demonstratief het haast nieuwe Nederlandse bankbiljet door de schuiflade onder het kogelvrije glas van de geldwisselaar door.
Zonder te blikken of te verblozen slaat de fatsigge man aan de andere zijde van het dikke glas op de toetsen van een enorme rekenmachine en laat het resultaat van de berekening in grote groene cijfers op de display van de rekenmachine aan me zien. Ik kijk hem verbaasd aan want ik heb geen idee hoeveel Hong Kong Dollars ik voor mijn vijf en twintig gulden zou moeten krijgen. Er worden hier geen kosten berekend dus een snelle blik op het handgeschreven A4tje op het raam naast het loket geeft me een ruime indicatie wat ik zo ongeveer zou kunnen verwachten. Ik knik instemmend naar de man.
Een handvol vreemde bankbiljetten en munten krijg ik in het schuiflaadje naar me toegeschoven terwijl de besnorde Chinees opzichtig langs me heen kijkt als teken dat ik op moet krassen en de volgende klant aan de beurt is. Ik kijk hem voor een laatste keer vriendelijk aan, terwijl ik zo goed als mogelijk het stapeltje dollarbiljetten tel. Zonder het me te realiseren staar ik naar een grote moedervlek op zijn wang waar ongeveer een dozijn lange zwarte eenzame haren uitgroeien.
Ik schuif zijwaarts uit de rij en even later stop ik met tellen want de muntjes in deze landen zijn zo weinig waard dat ze de moeite van het tellen niet waard zijn. Het eerste wat ik nu wil is wat drinken, een blik cola uit een kiosk vergezeld van een half dozijn ansichtkaarten met bijbehorende postzegels worden afgerekend. En dat kost toch wel heel wat meer dan ik had verwacht! Maar ik kan altijd in de stad nog wat extra geld wisselen.
Vol goede moed en met een nieuwe zonnebril op mijn neus tegen het felle tropische zonlicht stap ik naar buiten en probeer me te oriënteren. Een enorme vloot taxi’s en bussen staan op de arriverende passagiers te wachten om ze naar hun definitieve bestemming te brengen. Het is al warm, maar nog niet drukkend. Dat zal straks waarschijnlijk wel komen! Ik slinger al links en rechts door smalle straten en langs groene parken in de richting waar ik de haven verwacht te vinden. Hong Kong is opvallend groen! Dat had ik zeker niet verwacht in een stad met een van de hoogste prijzen voor een vierkante meter bouwgrond.
Ik absorbeer de nieuwe wereld in mijn geheugen en vraag me af waarom ik niet eerder een verre reis heb gemaakt. OK, ik heb veel gezien en meegemaakt in Europa maar daar houdt het wel bij op. Misschien had ik veel beter verre reizen kunnen maken dan het meeste van mijn vrije tijd in de kroegen van Zaltbommel door te brengen?
‘Gedane zaken nemen geen keer!’
Dus daar moet ik maar niet over gaan zitten tobben!  En daar is dan de haven! De wereldberoemde “Victoria Harbour”, ik kijk naar Hong Kong eiland met haar bijzondere skyline. Zoals de “Bank of China Tower” dat van 1989 tot 1992 het hoogste gebouw van Azië was. De bijzondere architectuur en constructie steekt met haar 367 meter hoog boven alle andere wolkenkrabbers rond de natuurlijke haven uit.  Aan de haven, de eerste kaarten worden geschreven
Ik koop bij een klein houten stalletje aan de haven nog maar een flesje water en realiseer me dat je hier in ieder geval niet wordt bestolen als je wat wil drinken. De prijzen zijn meer dan redelijk en daar kunnen ze dan in Nederland nog wel wat van leren. De vermoeidheid vreet langzaam aan me en ik moet even gaan zitten. Het is heerlijk weer en een goed moment om in een zacht briesje wind de eerste ansichtkaarten te schrijven.  Een heel vreemd gebouw, Hong Kong Cultural Centre
De vermoeidheid besluipt me als een roofdier, langzaam en zelfverzekerd, gedreven door honger. Ik wil niet opgeven want ik wil vandaag nog wel wat van Hong Kong zien. Slaap is vanaf nu mijn grootste vijand. Slapen kan ik vannacht wel in het vliegtuig! Langs de esplanade doemt een vreemd gebouw voor me op zonder ramen. Ik heb geen idee waar ik naar kijk, maar mooi is het wel! Het blijkt een van de gevels van het “Hong Kong Cultural Centre” te zijn. Jammer genoeg heb ik geen tijd om dit bijzondere gebouw te bezoeken.

Zicht op Hong Kong IslandStar Ferries
Dan doemt de “Star Ferry Pier” van Tsim Sha Tsui voor me op. Als kind heb ik al gedroomd van een ritje met deze iconische veerboten. De oude groene scheepjes - soms meer dan 90 jaar oud - varen al sinds 1889 tussen Hong Kong eiland en het vasteland heen en weer. Ze hebben twee wereldoorlogen, de aanleg van een verkeerstunnel, het in gebruik nemen van de ondergrondse metro en nog veel meer tegenslagen overleefd!  Victoria Peak, in de trein
Ik pik onderweg naar de veerboot een foldertje op van de tram die ook al sinds mensenheugenis de “Victoria Peak” op en af rijdt. Een oud rood karretje dat zo schuin is gebouwd dat het op de helling weer in waterpas staat. Grappig om te zien en een hele ervaring om de drukte van Hong Kong langzaam onder je te zien verdwijnen.  Wonen in blokkendozen
Eenmaal weer onder aan de berg ga ik op zoek naar de tram. Ik wordt opgeschrikt door het luide en hoge geschreeuw van een varken dat net zo abrupt stopt als het is begonnen. Onderzoekend als ik ben ga ik tussen de hoogbouw op zoek naar de bron van het onverwachte geschreeuw.
Ik ben net te laat! Een dikke chinees met een kaal hoofd gekleed in een blauwe katoenen broek en een witte singlet staat met zijn dikke armen zijn fileermes aan te zetten terwijl hij naar een enorm roze varken kijkt dat, op een wit betegelde verhoging midden in een soort garagebox, al stuiptrekkend ligt leeg te bloeden. Het bloed uit de nek van het varken loopt in een kolkende stroom door een gootje naar een witte plastic emmer die zich langzaam met de warme helderrode vloeistof vult. Een surrealistisch tafereel in een vreemde wereld.
Ik friemel zenuwachtig mijn camera tevoorschijn en alsof de slachter ogen in de achterkant van zijn hoofd heeft kijkt hij plotseling om en kijkt naar mijn ritsratsklik camera die ik eindelijk uit mijn heuptasje heb gepeuterd. Een vermanende heen en weer zwaaiende gestrekte wijsvinger, als een dikke verse worst, als teken dat ik geen foto’s van het Breugeliaans tafereel mag maken.
Met het beeld van een stuiptrekkend langzaam stervend varken op mijn netvlies en een enorme Chinese slachter met een vlijmscherp mes in zijn hand is mijn keuze snel gemaakt! In een flits verdwijnt mijn camera weer in mijn heuptasje en de slachter opent zijn mond voor een vriendelijke goedkeurende glimlach die de laatste overgebleven snijtand in zijn mond laat zien.
Hij veegt zijn bebloede handen aan zijn katoenen broek af en gaat in zijn broekzakken op zoek naar een sigaret om de tijd door te komen totdat het varken is leeggebloed! Hij kijkt af en toe nog eens glimlachend om om te kijken of ik er nog sta en of mijn camera nog steeds op mijn heup verborgen zit.
Gefascineerd kijk ik naar de verwerking van het dode dier. Voor de moderne mens, waar ikzelf ook bijna toe behoor, heeft het vlees uit de winkel niets meer met dode dieren te maken. Het zou net zo goed uit een fabriek kunnen komen of aan een boom kunnen groeien, de moderne mens heeft het contact met de natuur verloren.
De enkels van de achterpoten van het enorme beest worden met een ketting aan elkaar geknoopt en die ketting gaat over een haak die onder aan een lange ketting uit een takel aan het plafond komt. Hand over hand grijpen de handen van de slachter de dunne ketting die door de versnellingsbak van de takel ratelt. Langzaam gaat het varken als een turner op zijn voorpoten staan terwijl het laatste bloed uit zijn dode lichaam loopt.
Het kadaver glijdt ongecontroleerd van de verhoging af en slaat met een doffe klap tegen de betonnen verhoging die op een altaar is gaan lijken. De slachter wrijft, zodra hij klaar is met het takelen, met de bovenkant van zijn onderarm het zweet van zijn voorhoofd, en dat allemaal terwijl er in zijn mondhoek nog steeds die smeulende sigaret hangt. De slachter kijkt breed lachend over zijn schouder in de zekerheid dat de ongenode Westerling nog steeds staat te kijken. Ik lach terug terwijl ik de 12 tepels van het enorme beest tel.
De slachter transformeert in een oogwenk in een slager en hangt een zwart rubberen slagersschort om zijn nek. Hij knoopt de rubberen linten in een grote strik op zijn rug aan elkaar. Als een priester tijdens een religieus ritueel houdt hij het zo juist geslepen mes met zijn gestrekte armen naar het plafond omhoog terwijl hij zijn hoofd in zijn nek heen en weer rolt. Ik hoor niets maar je zou denken dat hij in stilte een bezwerende spreuk tot de goden spreekt. Een dank aan de Boeddha, of een excuus, dat hij een leven heeft genomen in de naam van de vele lege Chinese magen die wachten om gevuld te worden.
Met een onverwachte sierlijke zwaai snijd het mes - precies in het midden tussen de rijen tepels - door de buik van het varken. Met een luide plens vallen de ingewanden en organen van het beest op de vloer van de wit betegelde ruimte onder de enorme woonsilo. Het is net alsof ik enkele spetters op mijn gezicht voel maar het zal wel mijn inbeelding of een druppel zweet zijn! De slager begint een vrolijk liedje in het Chinees te zingen en gaat verder met zijn werk. Ik zou best nog wel wat langer willen blijven maar toch voelt dit als het beste moment om verder te gaan. Ik heb genoeg gezien en eerlijk gezegd ben ik ook een beetje verbijsterd over wat ik net heb gezien. De lachende zingende slager kijkt me na terwijl ik in de mensenmenigte verdwijn.  
Even rusten in een parkDubbeldekker elektriche tram
De slaap wordt steeds sterker en staat op het punt om mijn wilskracht te overmeesteren. Voor een moment vraag ik me af of het wel een goed idee is geweest om een stop-over van een dag in Hong Kong te maken. Om wat meer energie in me te krijgen ga ik eenmaal aangekomen op Hong Kong eiland de stad in op zoek naar wat te eten. En dat blijkt dan weer veel moeilijker te zijn dan ik had verwacht. De restaurants zijn me te duur dus zit er niets anders op dan een burger met patat die ik met enige teleurstelling naar binnen werk. Ik had liever een Chinese maaltijd naar binnen geschoven.
Ik heb nog een paar uur te gaan en stap bij een halte op een dubbeldekker tram. Ik heb niet zoveel geld meer over en een ritje met de tram kost maar twee Hong Kong Dollar. Onbeperkt! Je betaald namelijk wanneer je uitstapt en niet eerder. De tram rijdt op het eiland eindeloos rondjes dus je komt altijd weer terug op het punt vanwaar je bent vertrokken. Het was een prima tip die ik heb gekregen! Vanuit het raam op de bovenste verdieping van de tram zie ik het echte Hong Kong aan me voorbij glijden. Winkels op de begane grond en kleine op elkaar gepropte appartementen op alle verdiepingen daarboven. 
Hong Kong 2 dollar munten

Om wakker te blijven klem ik een gekarteld 2 Dollar muntje tussen mijn duim en wijsvinger. Voor een tijdje werkt het ook! Maar dan wint de slaap voor de eerste keer een ronde. Ik knikkebol voor een moment en verlies de greep op het muntje dat op de grond valt en over de houten vloer onder de zitbanken naar de voorkant van de tram rolt. Ik buk me om onder de zitbanken te kijken waar het muntje is gebleven. Voordat ik onder de bank voor me kan kijken wordt ik al door een man in een duur maatpak op mijn schouder getikt. Hij heeft het muntje zien vallen en heeft het voor me opgeraapt.
Voor mij is dit het moment om een einde aan deze rit te maken en zo snel als mogelijk terug te gaan naar de luchthaven! Ik volg dezelfde weg, alleen in tegengestelde richting. De slager is ondertussen bijna klaar met het ontleden van wat ooit een levenslustig door de modder rollend varken is geweest. Met een harde klap komt het hakmes op een groot houten blok neer waarna hij een volgende karbonade inspecteert en in een grote plastic zak naast hem op de grond gooit. Hij werpt me een vriendelijke blik als vaarwel toe alsof hij voelt dat ik over een paar uur weer vertrokken ben.
Ik heb nog net genoeg geld van mijn gewisselde 25 gulden over om een blikje cola aan de bar van een koffietentje te drinken. Ik heb nog maar net voldoende energie over om de laatste ansichtkaarten te schrijven. Waarom ik die ansichtkaarten schrijf weet ik eigenlijk zelf niet. Is het voor mezelf, en ook voor de geadresseerden, het bewijs dat ik op weg naar Australië ben? Ik weet het ècht niet! Wat ik wel weet is dat alle in Hong Kong geschreven ansichtkaarten nooit zijn verstuurt!
Ik vraag namelijk aan mijn buurman aan de bar of hij even op mijn kaarten, balpen en cola wil letten terwijl ik snel naar het toilet ga. Geen enkel probleem! Wanneer ik terug kom is de buurman, mijn ansichtkaarten, mijn balpen en mijn cola verdwenen. De barman kijkt me verbaasd aan als ik naar mijn spullen vraag en komt later met een stapel kletsnatte en smerige slappe ansichtkaarten, een doormidden gebroken balpen en een leeg blikje cola terug. Hoofdschuddend laat ik het hoopje afval op de bar achter.
Tot ziens Hong Kong, ik zal mijn eerste bezoek aan deze voormalige Britse kolonie voor 100% zeker nooit vergeten!  Aanvliegen over de stad
Niet veel later neem ik plaats aan boord van een onheilspellend lege Boeing 747 jumbojet van Cathay Pacific. Direct nadat we zijn opgestegen en de lampjes “Fasten your Seatbelt” uit zijn gegaan worden we door een stewardess als schapen naar de business class gedreven om het voor het cabinepersoneel van deze vlucht zo overzichtelijk mogelijk te houden. Veel zie ik niet meer nadat ik het verlichte Hong Kong onder me door heb zien schieten. Welterusten!

woensdag 1 april 1998

Hong Kong: Een jongensdroom komt uit

De 747 jumbo van Cathay Pacific staat klaar

In het vliegtuig, woensdag 1 april 1998

Zo, eindelijk kan ik op reis. Eerlijk gezegd: Het valt me niet mee om te vertrekken. Ik heb een bewogen jaar achter de rug. Een relatie is jammerlijk beëindigd en dat is mij zwaar op de maag gevallen.
Mijn nieuwe baan als verkoper/medewerker binnendienst bij een bedrijf dat pompen en rioolsystemen verkoopt loopt redelijk. Al is het wel zo dat de hoeveelheid werk mij af en toe tot de lippen staat. Veel nieuwe kennis absorberen, gelukkig kan ik veel van eerder opgedane kennis over elektriciteit hergebruiken. Maar het overlijden van mijn grootmoeder is de druppel die de emmer doet overlopen. Op 27 oktober 1997, vroeg in de ochtend, krijg ik het vervelende bericht.
Mijn wereld stort in en ik glij af in vervelende depressies. De eerste weken na het overlijden met de crematie, het leeghalen van het ouderlijk huis en de steeds kortere herfstdagen doen mij geen goed. Natuurlijk krijg ik van mijn huisarts de gewoonlijke antidepressiva en slaaptabletten voorgeschreven, samen met veel rust en regelmatig bezoek aan een psycholoog wanneer ik dat wilde. ‘Nee dank U, ik red het wel zonder een zielenknijper!’
Het ontslag aan het einde van mijn contract met bepaalde tijd was wegens mijn lange afwezigheid onafwendbaar. Het kon me ook niets meer schelen. Alsof ik in de felle zon keek zag ik het licht. Werken tot aan je dood, voor de grote economische machten is gekkenwerk. Ze maken je verslaafd aan de zogenaamde mooie materiële dingen in het leven. Uiteindelijk zijn die helemaal niets waard wanneer je in een koeling aan de Boschstraat in Zaltbommel ligt!
Na een kort bezoek aan Schotland, met de kerstdagen en het nieuw jaar, met mijn vriend Dean stond ik zonder werk in het nieuwe jaar weer op Nederlandse bodem. Ik heb het licht gezien en ging nadenken over mijn toekomst. Het beste besluit dat ik nam was om te stoppen met de kalmerende tabletten. Die maakten me zo suf en emotieloos dat ik er af en toe nog aan twijfelde of ik wel in leven was.
Ik ben langzaam uit het dal geklommen en kom hopelijk tot een wijs besluit. Ik ga er drie maanden tussenuit en in die drie maanden ga ik de as van mijn grootmoeder naar haar broer in Australië brengen. De paar duizend gulden die ik heb geërfd zouden genoeg moeten zijn voor die reis. En zo niet, dan kan ik gewoon nog even een lening van een paar duizend gulden afsluiten om mijn ontsnapping te financieren.

Het ticket is snel gekocht bij een reiswinkel op de Amsterdamse bloemenmarkt, advertentie in “de Telegraaf”, en op 1 april zou ik vertrekken naar de andere kant van de wereld, oftewel “Down Under”. Naarmate de datum dichterbij kwam vroeg ik mij af of ik wel goed wijs ben om deze onderneming te starten. Ik ben natuurlijk wel vaker op vakantie geweest maar dit is een onderneming van heel andere proporties. Een rugzak en een Lonely Planet zijn gekocht. En vooral op het nieuwe medium, “het Internet”, kon ik veel informatie vinden over wat ik allemaal in Australië kon doen, en wat belangrijker was, wat ik vooral niet moest doen tijdens deze reis.
De 747 jumbo van Cathay Pacific staat klaarDe 747 jumbo van Cathay Pacific staat klaar
Daar sta ik dan op 1 april 1998, helemaal in mijn eentje op Schiphol. Ik wilde alleen thuis vertrekken en de treinreis naar Amsterdam heeft op zich al een helende werking. Mijn luchtvaartmaatschappij is Cathay Pacific. Ik heb deze maatschappij gekozen om twee redenen. Hij is één van de goedkoopste voor een drie maanden ticket en als tweede mag ik een stop-over van een dag maken in Hong Kong.
Hong Kong heeft sinds mijn kindertijd altijd tot mijn verbeelding gesproken. De films met mijn Kung Fu held, “Bruce Lee”, speelden af en toe in Hong Kong zoals ook de James Bond film uit 1974, “The Man with the Golden Gun”. Hong Kong is China in het Engels!
Over de vlucht van Amsterdam naar Hong Kong kan ik weinig vertellen. Het grootste gedeelte van de vlucht vlogen we over een aardedonker communistisch Rusland. Toen de piloot er ons op attendeerde dat we naar buiten moesten kijken om de stad “Alma Ata” als een verlicht spinnenweb in het donker te zien liggen wisselden de passagiers van stoelen om iedereen een blik naar buiten te gunnen. Dat was meteen het hoogtepunt van de eerste etappe naar Sydney.
Zicht op Hong Kong
Het is al licht wanneer we de langding inzetten naar de oude luchthaven van Hong Kong, “Kai Tak International Airport”, of beter gezegd, “Kai Tak”.. Deze oude luchthaven is uit zijn voegen gebarsten en een week na mijn vlucht over drie maanden terug naar Amsterdam zal zij voorgoed haar deuren sluiten. De landing is spectaculair en wanneer ik naar buiten kijk zie ik de bewoners van de ontelbare torenflats hun ontbijt nuttigen. We vliegen zo laag dat ik zelfs de stokjes waarmee ze zitten te eten kan herkennen!
Daar sta ik dan in Hong Kong, met een hele dag voor de kiezen.
Copyright/Disclaimer