dinsdag 23 maart 2004

Maleisië, Kuala Lumpur

Kuala Lumpur, 17-23/03/2004

Op woensdagochtend werd ik gewekt door mijn mobiele telefoon die nu zijn werk deed als wekker. Acht uur dus. Opnieuw waren er enkele jumbojet's in de douche naast mijn kamer opgestegen. Zoals verwacht kwam de taxi die ik gisteren had besteld niet opdagen. Ik zou dat stukje wel even lopen! Ik had vier broodjes ei gemaakt de vorige middag. Dat zou mijn lunch en snack zijn voor de dag. Onderweg nam ik een afslag te laat en mijn wandeling werd een kilometer langer dan ik verwacht had. Met een nat voorhoofd en een natte rug kwam ik bij het busstation aan. Een uurtje te vroeg, maar je weet nooit in deze landen. En als Nederlander ben ik natuurlijk altijd ruim op tijd. De bus van de "Transnational" stond al op de parkeerplaats te wachten. Ik hing wat rond en bekeek mijn mede passagiers die één voor één hun bagage in de buik van de bus plaatste. Ik hield natuurlijk meteen ook mijn eigen rugzak goed in de gaten.
Om kwart voor twaalf opende de chauffeur de deur en de passagiers snelden naar binnen. Eindelijk airconditioning! Toen het er op leek dat iedereen zijn plaats had ingenomen was de bus nog niet eens half vol. Ik had sowieso twee plaatsen voor mijzelf gehad. Toch was ik blij dat ik voor nog geen twee euro de gok om naast een ander te zitten niet had genomen. De chauffeur liep door de bus en controleerde de plaatsbewijzen. Achter mij ontstond een beetje commotie. Er zat een groep Vietnamese bouwvakkers in de bus. Ik had ze gadegeslagen toen ze alles wat ze bij hun hadden in de bagageruimte lieten verdwijnen. Rijst koker, ventilatoren, potten en pannen en nog meer van dat huishoudelijk spul. Waarschijnlijk sjouwden ze heel hun hebben en houden mee van bouwplaats naar bouwplaats. Zij spraken geen Maleis en de chauffeur geen Vietnamees. Vol interesse keek ik wat er zou gaan gebeuren. Ze zaten op de verkeerde stoelen. Snel een stoelendans opgevoerd en alles was opgelost.
Toen de chauffeur weer voor in de bus aankwam verwachtte ik dat we zouden vertrekken. Nee dus, de chauffeur stapte de bus uit en begon een sigaret te roken. Hij keek voortdurend om zich heen alsof hij op iemand stond te wachten. Hij keek nog eens goed op de passagierslijst, die in zijn kontzak was gestoken, en rookte nog een sigaret. Een Vietnamees probeerde een gesprek met mij te beginnen. Ik spreek helaas geen Vietnamees en hij geen andere taal. We waren dus zo uitgesproken, ook met alle goede wil in de wereld kwamen we geen steek verder. Ondertussen was het al kwart over twaalf en we waren dus 15 minuten te laat. Ik begreep er niets van. Toen hij de bus binnen kwam vroeg hij aan mij in kreupel Engels waar mijn vriend was. Ik begreep er niets van en probeerde voorzichtig iets meer te weten te komen wat hij nou precies bedoelde. Nou, dat was eenvoudig. De stoel naast mij was leeg dus hij miste een passagier! Toen ik hem had uitgelegd dat ik twee kaartjes voor mijzelf had gekocht keek hij mij onbegrijpend aan en nam kwaad plaats op de chauffeurs stoel. Met een zuurkijkende mopperende chauffeur gingen we richting Kuala Lumpur.
De reis ging voorspoedig en we stopten een enkele keer om passagiers op te pikken of af te zetten. Ook werd er een tweede chauffeur opgepikt die konstant in de deuropening stond te roken. Altans, totdat hij achter in de bus ging liggen slapen. De Vietnamesen achter mij waren meteen in een diepe slaap geraakt. Het was nu de eerste keer dat ik mijn nieuwe I-pod aan de test zou onderwerpen. En ik kan nu zeggen dat het één van de beste dingen is die ik op mijn reizen kan meenemen. Ik genoot meer dan vijf uur onafgebroken van mijn favoriete muziek terwijl ik naar buiten keek en het landschap in mij op nam. Toen ik in de verte de "Petronas Towers" en de "Menara Tower" zag opdoemen was ik blij om weer in KL te zijn. Net na een tol station stopte de bus en de Vietnamezen werden met hun hele handel in de berm van de autosnelweg afgezet. Een telefoontje van de buschauffeur en we reden weer verder het centrum van KL in. De twee chauffeurs gemeen en achterbaks lachend terwijl ze in het Maleis naar elkaar schreeuwden.
De bus reed direct naar het "Puduraya busstation" en daar was dan ook meteen het eindpunt van de busreis. Ik gooide mijn grote rugzak op de schouder en nam de kleine in mijn hand. Het was maar een ruime honderd meter naar de taxistandplaats. Ik probeerde een taxi te krijgen maar geen van de bandieten was geïnteresseerd in een korte rit naar mijn hotel. Nou ja, ze wilden wel maar ik moest dan meteen de hoofdprijs betalen. Vier maal het gewone tarief. Daar had ik geen trek in. Dan maar lopen. Ik liep met de volle bepakking richting mijn hotel. Een minuut of vijftien lopen. Best wel lekker na een hele dag in de bus te hebben gezeten. Het hotel was niets veranderd. De receptionist herkende mij meteen en begroette mij als een oude vriend, dat strijkt toch wel een beetje je ego. Ik begroette de hele staf van het hotel en nadat ik de formaliteiten had afgewikkeld ging ik naar mijn kamer. Het was een kamer naast die van vorig jaar. Het uitzicht was niet zo mooi maar het is toch een heerlijk hotel midden in het cetrum.
Ik friste mezelf op en liep een uurtje later het hotel uit voor mijn eerste avond in Kuala Lumpur. Zoals alle steden veranderd ook Kuala Lumpur elk jaar. Er was nu een nieuwe Ierse pub op de hoek en het guesthouse waar ik enkele jaren geleden met Kris een mooie tijd had gehad was gesloten. Of misschien nog open maar er was toch zeker niemand thuis. De grootste schok kreeg ik echter toen ik in China Town kwam. De vroegere o zo gezellige markt was nu overdekt en één van de belangrijkste straten was afgesloten wegens een renovatie om alles met een waas van kitsch te overgieten. Onbegrijpelijk!!! Één van de belangrijkste weekeinden in het jaar en het centrum is gewoon afgesloten. Gelukkig was mijn favoriete Chinese restaurant gewoon open en ik werd begroet door mijn oude vrienden, Mr. Lee zag er nog steeds gezond uit. Ik nam een stoel aan een tafel op het geïmproviseerde terras. Ik liet mij de grote fles Tiger Beer goed smaken. Na een snackje en nog een biertje ging ik terug naar mijn kamer. Het zou morgen een drukke dag worden.
17 maart betekend St. Patricksday en dat is geen goed moment om een kamer in een hotel tegenover een Ierse pub te hebben. Ik werd gek van het lawaai. Ik was het lawaai juist ontsnapt in mijn huis in Pattaya. Het was een obsessie voor me geworden. Ik lag wakker en luisterde naar het zingen en het juichen. Ik vroeg mezelf af wat ze aan het doen waren. Uiteindelijk viel ik toch in slaap en had een slechte nachtrust.
De donderdag begon goed en slecht. Ik wilde om een andere kamer vragen. Dat zou alleen niet zo gemakkelijk zijn. Het was Formule 1 weekend en het hotel zat zo goed als vol. Twijfel door die verdomde herrie die ik thuis al maanden aan het bevechten was. Ik was kwaad op mijzelf en kon niet bevatten dat ik dit niet kon veranderen. Uiteindelijk gaf ik de kamer nog een tweede kans. Ik voelde me uiteindelijk ook wel een beetje eenzaam. Vorig jaar was ik hier met William en ik miste hem wel een beetje. Ik zou hem begroeten in Thailand als ik weer thuis was. Morgen zou Jeff komen, dan had ik een vriend hier en alles zou bijna weer normaal zijn. Vandaag had ik een volgepakt programma. Eerst wat ontbijt eten en dan de torens op. Nou ja, de brug tussen de torens. Het zou mijn 17e keer zijn. Ik weet het klinkt belachelijk maar deze torens zijn niet te beschrijven. Een ongekende architecture schoonheid in roestvast staal en glas. Islamitische symbolen verweven tot een oogverblindende constructie. Je moet het gezien hebben.
Mijn kaartje voor de torens was zo opgehaald en ik had voldoende tijd om een ontbijtje in de kelder te scoren. Na de brug te hebben bezocht was ook de verkoopbalie voor de Grand Prix in de kelder van het KLCC open. En ik kon het niet geloven maar ze hadden de kaartjes die ik wilde hebben! Het was nog niet eens twaalf uur en ik had bijna alles al gedaan. Nog even kaartjes ophalen voor de ultra snelle trein en de bus naar het circuit in het "Sentral Stesien" en ik was klaar. Halverwege de middag legde ik mijn hoofd op mijn kussen en sliep een paar uur. Mijn missie was geslaagd.
De avond bracht ik door met wat rondslenteren door de stad. Een stad veranderd als je het meeste al hebt gezien. Als je niet bekend bent met de stad kan je nog op ontdekking uit gaan. Ik ken het centrum van KL zo ondertussen van binnen en buiten. Er schiet voor mij weinig meer over dan een Indiase maaltijd bij Juzoef, een paar bier in Chinatown en met de ondergrondse naar KLCC, het shoppingcentre onder de torens, voor een kopje koffie. Dan naar bed. Ik keek er naar uit om niet meer alleen te zijn.
De volgende ochtend at ik mijn ontbijt in mijn gebruikelijke luxe broodjeszaak. Een soort DeliFrance alleen in een Aziatische stijl. Ik genoot van de lokale krant, vol met nieuws over de verkiezingen, en had natuurlijk al mijn kaartje voor de brug op zak. Ik kan het niet beschrijven maar die rit in de lift naar de 45ste verdieping is gewoon een rit naar de hemel. Eenmaal op de brug zie je steeds weer wat anders. De stad komt tot leven als het ware en zijn aanzicht vanaf 170 meter hoogte veranderd keer op keer. 20 minuten later stond ik weer op de begane grond. Ik zocht de zo lang mogelijkste weg, om tijd te doden, naar het centraal station. Ik zou Jeff gaan ophalen die middag. Hij kwam met Air Asia, een nieuwe budget maatschappij die vanuit Kuala Lumpur opereerd. Het liep op rolletjes. Ik had de tijd goed ingeschat en ik had mijn laatste slokje koffie nog niet doorgeslikt en ik zag Jeff al in de verte aankomen. Ik was blij hem te zien.
In een mum van tijd waren we in het hotel en Jeff installeerde zich in de kamer. Hij was duidelijk onder de indruk van wat hij allemaal zag. Ik was van mijn kant blij dat ik hem dit allemaal kon laten zien. Het eerste waar we aan toe waren was een koud biertje en dat is eigenlijk de lijn van het verhaal vanaf hier. We keken wat rond in de stad en hadden een goede avond in de Ierse pub. Er was namelijk rugby op tv. Het werd erg laat.
De kater die volgde was een goede. We schrapten de kwalificatie van zaterdag op Jeff's verzoek en hingen wat rond in de stad. Jeff was duidelijk aangeslagen. De zaterdagavond gingen we dan ook vroeg naar bed. Ook op zondagochtend was mijn vriend nog niet hersteld van de vrijdag. Gelukkig is het vervoer van en naar het circuit goed geregeld. Altans, als de chauffeur weet waar hij heen moet. In ons geval wist de chauffeur niet welke route hij moest rijden. Een paar verkeerde afslagen en we zaten op de tolweg terug naar Kuala Lumpur. In de bus werd er gemord door de passagiers en de chauffeur werd gesommeerd om om te keren. Maar waar? Deze tolweg gaat kilometer na kilometer verder zonder een afslag. Uiteindelijk na een kilometer of vijfentwintig konden we omdraaien en weer richting het circuit gaan. Na een lange omweg kwamen we aan op de plaats van bestemming. Het had wel een uur langer geduurd maar het belangrijkste was dat we er waren. Geleerd van de fouten in de voorafgaande jaren was het punt van afzetten en ophalen gewijzigd. We moesten nu een kilometer of vier lopen naar onze plaatsen. Natuurlijk bezochten we eerst de markt voor de hoofdingang. De race op zich was niet zo spannend maar om er bij te zijn is toch iets bijzonders.
De laatste twee dagen gingen wat rond de stad en deden inkopen. We kochten veel etenswaren die in Thailand niet te krijgen zijn. Jeff herstelde langzaam en hij kocht ook nog een Playstation 2 voor zichzelf. Daar zaten we dan met zijn tweëen, de dinsdagavond voor het vertrek, te golfen op de kamer. Het bezoek van de brug op de dinsdag, maandag gesloten, maakte nog de grootste indruk op mijn vriend. Ik was teleurgesteld omdat dit mijn 20ste had moeten worden. Ik had zaterdag verzaakt en daarom ben ik nu één bezoek te kort. Volgend jaar dan maar. Uiteindelijk kwamen we terug in Pattaya. Het was een geslaagde reis. Volgend jaar gaan we weer en dan drinken we iets minder zodat we iets meer kunnen doen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Copyright/Disclaimer

Gratis eboek downloaden/lezen?